De Barmhartige Samaritaan is een prachtig beeld om na te streven
Geert Narinx, AnthonyJude Okafor, Kevin Pluym en Jan Van Achter werden op 10 juli van dit jaar door kardinaal Jozef De Kesel tot priester gewijd voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Pastoralia, het blad van het aartsbisdom, kon voor de editie van september-oktober drie van hen samenbrengen voor een gesprek. AnthonyJude moest zich helaas verontschuldigen. Met hem werd een afzonderlijke afspraak gemaakt. Op deze pagina brengen we een extra lange versie van deze boeiende gesprekken.
Eerst en vooral: proficiat met jullie wijding! Een grote stap op jullie weg. Maar laat ons beginnen bij het begin: wanneer zijn jullie voor de eerste keer in aanraking gekomen met geloof? Is dat een moment waar je de vinger op kan leggen?
Kevin: Ik ben zoals vele Vlamingen van mijn generatie door mijn ouders cultuurchristelijk opgevoed: ik ben gedoopt, deed mijn eerste communie en vormsel … maar – en ook dat is geen unicum – al die momenten waren weinig doorleefd. Buiten die ‘hoogdagen’ kon je mij nooit in een kerkgebouw vinden. Ik heb één herinnering dat daar een mooi voorbeeld van is. Een familielid trouwde voor de kerk. Het gezin Pluym sloop aan het einde van de huwelijksviering achteraan binnen, zodat het leek alsof we er van aan het begin bij waren (lacht).
In het middelbaar ben ik heel erg zoekende geweest. Ik omschreef me toen als ‘ietsist’. Ik voelde dat er méér moest zijn. Erna volgde ik de lerarenopleiding, met godsdienst als één van de vakken. De cursus exegese opende voor mij een nieuwe wereld. Onze docent zei op een bepaald moment, alsof hij mij persoonlijk aansprak: ‘Aan al degenen die zich ietsist noemen, is het nu zo moeilijk om dat “iets” God te noemen? God bij naam noemen, hoeft niet te betekenen dat je Hem dood definieert.’ Dat was voor mij een eerste kantelmoment: zo kan het inderdaad ook!
Na een paar omzwervingen belandde ik aan de faculteit theologie en religiewetenschappen aan de KU Leuven. Daar kon mijn geloof verder groeien. De faculteit is een bonte gezellige mix. Op een dag werd ik door een paar medestudenten op sleeptouw genomen naar de jongerenvieringen van Leo XIII. Zo zette ik aan de universiteit mijn eerste stapjes naar het praktiserend geloven. Ik herinner me nog goed dat de toenmalige aartsbisschop Léonard zei:
Als God ons overstijgt, kan hij dan meer of minder dan wij? Als wij als mensen communicatief zijn en relaties opbouwen, een persoonlijke identiteit hebben … dan kan God geen grote vage kracht zijn. Als wij het zijn, moet Hij het nog meer zijn dan wij.
Dat was het laatste grote kruispunt op weg naar die persoonlijke God waar ik nu mijn leven aan wijdt. Voor mijn thesis hield ik een bevraging over het geloof van de doorsnee Vlaming. Ik mocht van mijn parochiepriester Eric Thielemans mensen hierover aanspreken na de zondagsmis. Ook na het afronden van die bevraging ben ik naar de zondagsmis blijven gaan (glimlacht). Uiteindelijk behaalde ik mijn master in de theologie. Toch voelde ik dat ik nog niet helemaal was waar ik wilde zijn. Ik koos voor een ManaMa (master na master, red.) praktische theologie om mijn blik te verruimen. Voor de stage koos ik resoluut voor parochiepastoraal. Ik mocht zo opnieuw naar mijn thuisparochie in Berlaar, waar ik tijdens mijn 300 uur stage een goede band opbouwde met pastoor Eric. Na een jaar mee lopen in zijn kielzog, wist ik: dit is wat ik moet doen. Toen ik hem van mijn ‘epifanie’ op de hoogte bracht, antwoordde hij glimlachend: ‘Dat had ik al lang gezien, en toch wilde ik je er niet op aanspreken. Dit moest je zelf ontdekken.’ Na het afronden van mijn ManaMa, ben ik naar het seminarie getrokken.
(Lees verder onder de foto.)
Jan: Een boeiende weg, maar bij mij is die wat anders gelopen! Ik ben intussen al 47 jaar, wat lijkt op een late roeping. Als je ’t mij vraagt is het eerder een laat antwoord. Het begon al op jonge leeftijd: ‘miske’ spelen voor mijn familieleden was een van mijn favoriete bezigheden. Als kind was ik ontzettend gepassioneerd door het religieuze, in het middelbaar bij de jezuïeten bleef die passie. Ik wist toen al dat ik priester wilde worden. Maar, zoals dat wel vaker gaat bij passies, zagen ze dat thuis niet echt zitten. Ook mijn vrienden spoorden me aan om die onbezonnen priesterdroom te laten varen en rechten te studeren. Zo gezegd, zo gedaan. Maar zonder al teveel passie.
Na mijn opleiding trok ik naar de franciscanen-conventuelen. Het was mijn kinderdroom om zoals pater Pax van Halle te worden (glimlacht). Die sloot zich niet op achter de kloostermuren, maar was begaan met de jongeren en het socio-culturele leven in Halle. De overste raadde me aan om mijn licenties af te maken, maar om mijn vakken zo te kiezen dat ze me zouden helpen dienstbaar te zijn. Ik koos voor vreemdelingenrecht en mensenrechten. Absoluut geen vakken om later het notariaat aan te vangen (lacht). Na mijn masteropleiding voelde ik dat ik levenservaring wilde opdoen, dus koos ik toch voor de opleiding notariaat. Ik had toen veel contact met de franciscanen. In plaats van naar de les te gaan, hielp ik regelmatig in het klooster bij de voedselbanken. Als notaris had ik de orde nadien als klant. Dat was zinvol en interessant werken.
In 2011 adviseerde de orde me om diocesaan priester te worden. Mijn devies luidt: ‘midden de mensen’. De franciscanen wisten dat en waren ervan overtuigd dat ik me beter zou voelen in de lokale pastoraal. Daar zou ik me zinvol kunnen inzetten voor de mensen. Mijn besluit stond eindelijk vast. Ik had genoeg omwegen genomen op mijn pad. Nu was het alleen nog rechtdoor: op mijn 38ste startte ik aan het seminarie voor late roepingen in Bovendonk, Nederland.
Geert: Ook ik was, zoals Jan, als kind getriggerd door de eucharistieviering, en ook ik speelde de vieringen thuis na. Ik had een grootnonkel die duivenmelker was, en blijkbaar deed hij dat af en toe met enig succes want hij had veel grote en kleinere bekers in zijn kast staan. Heel handig om bij wijze van rekwisiet dienst te doen als kelk! (bulderlacht) Ik heb orgel gestudeerd en werd organist in de parochiekerk. Ik ging als jonge gast en misdienaar ook regelmatig mee met initiatieven van IJD Jongerenpastoraal. Door hun werking groei je in een bisdom met leeftijdsgenoten mee.
Het orgelpunt voor mij als jongere in 2010: de interdiocesane misdienaarsbedevaart naar Rome, georganiseerd door IJD. Die bedevaart was het begin. Toen wist ik dat ik priester wilde worden. Patrick Hoogmartens, bisschop van Hasselt, gaf in Rome zo’n vurige homilie, dat ik wist: dat wil ik ook!
Helaas, en net zoals bij Jan, kreeg ik het advies om eerst een lerarenopleiding te volgen. Ik ging niet veel naar de les, was niet geïnteresseerd, was gebuisd voor veel vakken, inclusief godsdienst. Na een jaar ging ik het gesprek aan met mijn ouders. Of was het eerder een smeekbede? Hoe dan ook bereikte ik mijn doel: ze stemden ermee in dat ik naar het seminarie in Leuven zou gaan. Op het seminarie voelde ik heel sterk dat alleen priester worden niets voor mij was. Ik had een gemeenschap nodig. Ik leerde er de figuur van Filippus Neri kennen. Een heilige die me bijzonder inspireert. Door hem veel te lezen wilde ik een gebedsleven uitbouwen met een gemeenschap. Ik vroeg een sabbatjaar aan om zijn spiritualiteit ten gronde te leren kennen. In Scherpenheuvel, samen met Luc Van Hilst en Jan De Bie, proberen wij nu de spiritualiteit van Filippus Neri na te leven. Het is deze gemeenschap die me van het bisdom Hasselt naar het aartsbisdom heeft doen verhuizen.
Kevin: Ik ben ook een inwijkeling. Mijn thuisparochie Berlaar ligt in het bisdom Antwerpen. Als 28-jarige is het niet evident voor de priesteropleiding te kiezen. Het is een zware opleiding zonder veel kans om daarnaast deeltijds te werken. Ik koos daarom voor het seminarie in Bovendonk en om tussendoor te verblijven in het seminarie in Leuven. Daar ben ik kunnen thuiskomen. Ik heb daar echt geworteld. Tijdens mijn stage overleed mijn parochiepriester. Ik besloot daarom te verhuizen naar het aartsbisdom. Bisschop Bonny zei me dat hij een ware priesterroeping in me zag. ‘En of je dat nu hier in Antwerpen vormgeeft of in het aartsbisdom, dat maakt niet uit. Zolang je het maar doet!’ Dat apprecieerde ik heel erg.
(Lees verder onder de foto.)
Wat nemen jullie mee uit de opleiding?
Jan (snel): Dat je in pastoraal heel empathisch moet zijn. Je hebt een bepaald mensbeeld aan de start van de opleiding, maar dat verandert na je opleiding. Tijdens je opleiding werken ze er naar toe dat je zoals Christus wordt.
Kevin: Ik had als student aan de KU Leuven weinig voeling met het binnenkerkelijke en een clichébeeld van de seminaristen. Maar ik mocht hen leren kennen in onze fakbar, waar zij ook af en toe iets kwamen drinken. En daar merk je dat ook zij gewone mensen zijn. Die ontmoetingen hebben veel betekend voor mijn kerkbeeld. (ernstig) Als het seminarie evangeliserend wil zijn, moeten ze ervoor zorgen dat hun seminaristen voldoende in het centrum van Leuven aanwezig zijn.’
Geert: Wat mij ontzettend geholpen heeft, is dat we een hechte gemeenschap waren. De gelijkheid onder mekaar was treffend: er liepen priesters en seminaristen rond … maar er was geen sprake van enige hiërarchie. Binnen die eenheid was gelijkheid. We daagden elkaar uit om na te denken en je had ruimte om jezelf te ontdekken. Wie je bent, wat je goed kan, waar je grenzen liggen. Vanuit een gelijkheid. Met die mogelijkheden weet ik dat Christus mij zo graag ziet dat hij mij vastpakt.
Kevin: Daar wil ik graag bij aansluiten. Er zijn zoveel verschillende kerkvisies en meningen over hoe we als kerk moeten naar buiten komen. En toch kan dat als gemeenschap. Er kan over gedebatteerd en gediscussieerd worden, maar altijd als broeders onder elkaar.
Geert (enthousiast): Zo is het! Vanuit een openheid en niet vanuit een halsstarrigheid.
Wat is voor jullie de kern van het priesterschap vandaag?
Geert: Ik merk dat je nu pas met de moeilijke vragen begint! (lacht) Daar is voor mij geen evident antwoord op, omdat veel van die kern ook in alle gedoopte christenen zit. Uiteraard is er een onderscheid: de kern is anders, maar ze is hoger, noch lager. (denkt na) Ik hoop dat ik als priester een sacrament kan zijn: een werkbaar en zichtbaar teken van Gods Liefde onder de mensen. Dat is de kern van mijn priesterschap.
Jan: Het evangelie van onze wijding was dat van de Barmhartige Samaritaan. Dat omvat voor mij helemaal het priesterschap. Te midden van de mensen zijn, met mensen op weg gaan. De barmhartige Samaritaan is een prachtig beeld om na te streven.
Kevin: Daar wil ik op inpikken. Als priester kom je niet in een bedrijfscultuur terecht waar winst en het halen van targets het belangrijkste zijn. Je gaat met vrijwilligers op stap! Dat is de kern van het priesterschap voor mij: met hen op weg te gaan en iets opbouwen met elkaar, als een familie. Daarnaast: de Kerk in West-Europa heeft het niet makkelijk. Ik kan nogal eens nostalgisch zijn naar die kerkelijke gouden periode, ook al heb ik die zelf niet meegemaakt. Daarom vind ik het belangrijk dit door te geven. Laat ons de lamp brandend houden! Er komt wel weer een generatie die van dat lampje een groots vuur zal maken. Daar geloof ik heilig in.
(Lees verder onder de foto.)
Hoe ga je dat priesterschap ter plaatse handen en voeten geven?
Jan: In Vilvoorde zal ik focussen op de buitenlandse katholieke gemeenschappen. Concreet: heel wat anderstalige ouders sturen hun kinderen naar de Nederlandstalige catechese. Een voortgezette catechese in samenwerking met IJD Jongerenpastoraal zou ideaal zijn om ook de ouders te bereiken.
Kevin: Ik ben benoemd in Kapelle-op-den-bos. Jean-Marie d’Hollander was mijn voorganger, die is nu op pensioen. Hij heeft daar heel mooi werk gedaan, maar het zijn grote schoenen om te vullen. Ik wil samen met de vrijwilligers verantwoordelijk zijn voor de parochie. We gaan samen mooie dingen voor de mensen doen. Ik voel mij nu al deel van die gemeenschap en we gaan samen met die gemeenschap de toekomst tegemoet.
Geert: Ik ben zowel benoemd in Scherpenheuvel als voor CCV als vormingswerker. Ik zou de spiritualiteit van de gemeenschap van Filippus Neri nog willen verdiepen, om van die kleine gemeenschap hier in Scherpenheuvel naar de grote kerkgemeenschap te gaan. Ik wil verkondigen wie Jezus voor mij is, maar vooral wie Hij voor jou kan zijn. Ik droom niet van de mensenmassa die zich opnieuw naar de Kerk keert. Ik geloof wel dat we complementair aan elkaar die figuur van Christus ten diepste kunnen leren kennen. Het is zó schoon, ons geloof. Open uw hart!
Wat is de grootste uitdaging voor de Kerk vandaag?
Jan: Dat christus bij heel wat mensen als een gast mag thuiskomen. Dat Christus een plaats mag krijgen. Dat je getuige van geloof mag zijn. Niet door met het vingertje te zwaaien, maar dat je Christus bij de mensen mag laten thuiskomen, ongeacht wie ze zijn.
Kevin: Vanuit een passie en een bezorgdheid: ons geloof verbonden houden met cultuur en maatschappij. Dat we ook als we als kerk kleiner worden, we ons niet terugplooien op onszelf maar dat we verbonden blijven met mensen, het leven en de wereld. Zonder onze eigenheid te verliezen. Het is belangrijk dat we die brug in stand kunnen houden.
Geert: Dat we als Kerk blijmoedig kunnen getuigen van Jezus. Alles wat erbij komt, doet er minder toe. Maar heel eenvoudig: wie is Jezus voor jou? En wie is hij voor deze wereld?
Als afsluiter: wie is God voor jou?
Kevin: Koning.
Jan: De liefdevolle vader.
Geert: Vader, Zoon en Geest.
Interview: Laurens Vangeel
(Lees verder onder de foto.)
‘In woord en daad getuigen van Jezus Christus’
Ze zijn wel degelijk met vier, de jonge mannen die deze zomer tot priester gewijd werden. Toen we afspraken met Jan, Geert en Kevin was AnthonyJude verhinderd. Gelukkig kregen we enkele dagen later de kans om ook met hem in gesprek te gaan en hem hier aan u voor te stellen.
AnthonyJude Okafor is geboren en getogen in het oosten van Nigeria. Hij is de jongste van acht kinderen. Toen hij negen was, overleed zijn vader. Zijn moeder nam toen de zorg voor de acht kinderen alleen op zich, waardoor hij een nauwe band met haar ontwikkelde. Dit heeft mee bepaald wie hij vandaag geworden is. In Nigeria leerde hij de paters kapucijnen kennen. Zij nodigden elke zondagavond kinderen en jongeren uit in hun kerk, voor spel, gebed en catechismuslessen, en uiteraard ook voor een koekje! Hoewel hij het geloof van thuis uit al had meegekregen, waren deze ontmoetingen voor hem de eerste eenvoudige meer bewuste ontmoetingen met Kerk en geloof. Ze vormden de wortels voor een meer bewust christelijk leven. Ook zijn eerste communie was een belangrijk moment in het bewust verlangen naar christen zijn.
Een echt verlangen om priester te worden, had AnthonyJude in eerste instantie niet, hij wist trouwens ook niet goed wat hij zich daarbij moest voorstellen. Zijn eerste verlangen was om arts te worden, maar vooral om mens tussen de mensen te mogen zijn, een roeping die we allen bij ons doopsel ontvangen hebben. Het doopsel beleeft hij als de wortel waaruit alles kiemt, en hij ziet zijn roeping tot het priesterschap dan ook als een specifieke roeping binnen het geroepen zijn als gedoopte.
Leuven
AnthonyJude studeerde in Nigeria eerst aan een kleinseminarie, waarvoor hij zijn moeder zeer dankbaar is, want dat was voor het gezin niet evident. Ondanks de moeilijke tijd na het overlijden van zijn vader, zorgde zijn moeder ervoor dat hij vooral zou verder studeren. In dat kleinseminarie voelde hij zijn roeping geleidelijk sterker worden. Daarna studeerde hij vier jaar filosofie. Hij begon les te geven aan een middelbare school en deed intussen ook vrijwillig pastoraal werk. In 2013 kwam hij naar de KU Leuven voor een masteropleiding sociale en culturele antropologie. De keuze voor Leuven kwam er door een enthousiaste professor in Nigeria die maar niet over Leuven kon zwijgen. En zo ontdekte AnthonyJude dat Leuven in België lag …
Tijdens die studie in Leuven kwam het verlangen om priester te worden weer meer op de voorgrond door de regelmatige deelname aan de Engelstalige zondagsvieringen in het Heilig Geestcollege. Zo belandde hij in 2015 op het seminarie, waar hij zijn opleiding begon met een taaljaar Nederlands. Tot 2019 studeerde hij theologie, waarna hij aan zijn pastorale stage in Opwijk begon. Vorig jaar werd hij diaken gewijd. De weg tot hiertoe was dus een hele geleidelijke weg uit liefde en vrijheid en van toegroeien naar, met veel aarzelen en twijfelen en toch ook de zekerheid dat God met hem was en dat hij de kans kreeg te rijpen. Hierbij hebben de intellectuele vorming van de theologiestudie, maar ook de spirituele vorming, de pastorale vorming en de algemeen menselijke vorming tijdens de stage hem veel geholpen.
In de geseculariseerde context waarin wij leven, vindt AnthonyJude het heel belangrijk het geloof ook op een intellectuele manier te bestuderen.
Zonder intellectuele basis kom je immers terecht in een soort van fideïsme. Maar ook de spirituele basis is belangrijk, want anders kom je terecht in een vorm van rationalisme die geen wortels heeft in het geloof. Geloof en rede zijn de twee vleugels van dezelfde vogel, de een kan niet zonder de ander. Dat hebben we vandaag broodnodig om ons geloof te kunnen recontextualiseren. De christelijke traditie is er immers nog, maar de uitdaging bestaat erin ervoor te zorgen dat deze relevant is voor onze context vandaag. Hoe kunnen we vanuit onze christelijke identiteit nog relevant zijn? Dat is een boeiende vraag!
Vraag is natuurlijk waarom we relevant willen zijn. Relevant zijn is niet zich domweg aanpassen aan wat een ander van ons verlangt. We kunnen enkel relevant zijn vanuit het licht van het evangelie, in dienstbaarheid voor het Rijk Gods. Jezus geeft ons hierbij het goede voorbeeld: Hij oversteeg de Wet van Mozes, maar Hij respecteerde ze ook. Op dezelfde manier dienen ook wij als Kerk op zoek te gaan naar een goede manier om betekenisvol te zijn. Met andere woorden: christelijk leven en verkondiging zijn zowel contextueel verbonden als evangelisch-theologisch gefundeerd. Onze huidige cultuur, geseculariseerd en gepluraliseerd als ze is, blijft een vindplaats van God. Binnen die cultuur zijn wij geroepen als Kerk om God zichtbaar en kenbaar te maken. Maar hoe dat moet, daar bestaat geen kant en klaar model voor. Het kan in de caritas, in het onderwijs, in de pastoraal, enz.
(Lees verder onder de foto.)
Opwijk
De stage in Opwijk heeft AnthonyJude geleerd verantwoordelijkheid te nemen in samenhorigheid. Er zijn meer geëngageerde mannen en vrouwen in de Kerk actief dan er priesters zijn. Een priester die denkt alles alleen te kunnen dragen, weet niet waarover hij spreekt, vindt AnthonyJude. ‘Ik weet niet waar ik later zal terechtkomen’, zegt hij, ‘maar ik ben geen manager, of een genie in mooie liturgie en ik wil ook niet het grote voorbeeld zijn maar ik wil vooral de grote vreugde brengen van de boodschap van Gods Liefde en ik wil dat doen op de manier die ik kan, met de hulp van de Heilige Geest. Ik ben geen priester die de hele tijd achter de computer zal zitten om mails te beantwoorden en beheer van het tijdelijke is ook niets voor mij, ik ben daarvoor niet opgeleid. Ik ben opgeleid om mij toe te wijden aan Christus en de Kerk, beschikbaar om God en mensen te ontmoeten en te dienen, volgens het gebaar van de voetwassing. De zelfontlediging van Jezus (Fil.2) boeit mij nog steeds, niet alleen academisch, maar ook spiritueel en menselijk.’ AnthonyJude ziet zijn missie dan ook hoofdzakelijk in het in woord en daad getuigen van Jezus Christus.
AnthonyJude werkt na zijn wijding nog een researchmaster in de theologie afwerken. Hij schrijft een masterproef met als thema ‘Emancipation through Redemption’. Hij onderzoekt het verband tussen emancipatie en verlossing. Emancipatie is goed, maar is nog niet de ultieme verlossing waarnaar de mens op zoek is. Er wordt veel over emancipatie gesproken vandaag, maar waarover hebben we het dan? Er is al een hele emancipatiebeweging op gang gekomen, maar toch is er nog veel ellende in de wereld. Hoe komt dat? Misschien moeten we naar Auschwitz kijken. Als we daar één ding geleerd hebben, is dat we er met de rede alleen niet komen. Kan de christelijke ‘verlossing’ een antwoord zijn? AnthonyJude onderzoekt wat kardinaal Walter Kasper hierover schrijft.
Heeft AnthonyJude nog dromen voor na zijn studie?
Hij bekijkt het leven stap voor stap.
Maar wat hij wel naar verlangt is een meer vreugdevolle Kerk, het mag een beetje meer zijn. Hij koos dan ook als thema voor zijn priesterwijding: ‘De vreugde van de Heer is mijn kracht’ (Neh. 8,10). Die kracht heb je nodig om verder te gaan als het even niet gaat.
Maar er is ook de vreugde om terug te kunnen kijken op wat je tot vandaag beleefd hebt. ‘Waar ik die vreugde zal mogen proberen te realiseren, weet ik vandaag nog niet’, zegt AnthonyJude, ‘zowel pastoraal als onderwijs trekken mij aan, het kan nog alle kanten op’.
Net als aan de andere drie wijdelingen, legden we ook AnthonyJude de vraag voor: wie is God?
Hij was al blij dat ik niet vroeg ‘wat is God?’ God is voor hem de God van Jezus Christus, de God met wie Jezus een Abba-Vader-relatie gehad heeft. Vanuit die relatie heeft Jezus ons aangenomen als vrienden en broeders, geen dienaars. Jezus is één met God, maar Hij is ook een mens als wij, behalve in de zonde. Zo heeft Jezus voor ons de openheid gecreëerd om God, in alle voorzichtigheid, ook Vader te noemen. Voorzichtig, inderdaad, want God overstijgt alles wat wij over Hem kunnen zeggen. ‘Maar ik noem God graag Vader’, zegt AnthonyJude, ‘niet alleen vanuit Bijbelse en theologische gronden, maar misschien wel ook omdat ik zelf mijn vader al heel jong verloren ben.’
AnthonyJude hecht veel belang aan vriendschappen. Hier in België kan hij niet terugvallen op familie en dan zijn vrienden des te belangrijker. In een vriend waardeert hij vooral dat hij je niet voortdurend naar de mond praat, maar ook durft te zeggen wanneer je een fout gemaakt hebt. Het is belangrijk je ook bij andere mensen geborgen te weten. Hij is blij dat hij vele vrienden heeft.
Interview: Ria De Reymaecker
Klik hier voor de uitgebreide foto-reportage van de wijding en herbekijk de viering hier
Lees de volledige homilie van kardinaal De Kesel
Voor info over de Nederlandstalige priesteropleiding in het aartsbisdom: klik hier
Meer info over Pastoralia, met onder meer alle recente nummers integraal online
Aan Franstalige zijde wijdde kardinaal De Kesel op 19 juni in de kathedraal van Brussel reeds Marc Giraud en Nguyen Van Dung tot priester. Klik hier voor een terugblik op deze viering.