Kardinaal Danneels over de bisschoppensynode
Hoe arbeidsintensief waren de drie weken van de bisschoppensynode?
Het was zonder twijfel de meest intensieve synode die ik ooit meemaakte. De agenda zat bijzonder vol; voor de eerste maal waren er ook sessies op zaterdagnamiddag. In de plenaire bijeenkomsten was het zaak alert te blijven: het vraagt veel concentratie om bijna drie uur te luisteren naar een opvolging van korte toespraken die telkens maar drie minuten duren. Veel sprekers zeiden ook hetzelfde; gelukkig waren er ook uitschieters die wel bleven hangen.
Naast die algemene sessies was er ook het werk in de kleinere taalgroepen. Daarin ging het toch meer om uitwisseling en debat. Samen met monseigneur Bonny was ik ingedeeld in een Franstalige groep, die voor drie vierde bestond uit Afrikaanse bisschoppen. Omdat er in onze groep geen continentaal evenwicht was, waren we een atypische groep. Die afwijkende samenstelling bemoeilijkte wel het werk: af en toe botsten de mentaliteiten en voelden we ons als niet-Afrikanen in de minderheid.
Gaat het in de synode dan effectief om de macht van het getal? Of benaderen we de synode dan te veel als een politiek spel?
Op een synode gaat het inderdaad niet om meerderheid versus minderheid, om oppositie of coalitie. Het gaat niet om partijen die strijden om macht of zoeken naar compromissen. Uiteraard zijn er wel groepen die conservatiever of progressiever zijn ingesteld, maar die groepen zijn geen partijen en functioneren ook niet als zodanig. Laat ons niet vergeten dat de Kerk altijd al, vanaf het begin, progressief én conservatief is geweest. Die soms schijnbare en soms reële tegenstellingen samenhouden, behoort tot het wezen van de Kerk.
De synode beschrijven als een politiek spel, zoals in kranten vaak gebeurt, miskent de eigenheid ervan. De synode is toch in de eerste plaats een religieus gebeuren, met God als voorzitter. Naar mijn aanvoelen was die dimensie in oktober wel aanwezig, maar te bedekt. Er werd wel gebeden, maar er was bijvoorbeeld geen dag van aanbidding of geen tijd voor religieuze oefeningen. De tijdsdruk liet de recollectie niet toe, en dat vond en vind ik jammer. Kijk naar de apostelen in het cenakel: die baden samen met Maria. Vlak vóór de uitverkiezing van Matthias, baden ze. Op de synode was er de openings- en slotmis, maar ik verlangde naar meer. Want dat is toch de essentie van de synode: niet palaveren, maar God in het vizier krijgen en bouwen aan zijn Rijk. Dat wou ik ook beklemtonen in mijn eigen bijdrage op de synode. Ik ging bewust niet in op pastorale, morele of canonieke elementen, om te focussen op de spirituele kant van de zaak.
Volgens veel commentatoren heeft de olifant van de synode een muis gebaard. Deelt u die analyse?
Wat gaat er veranderen in de Kerk? Gaat ze al dan niet bepaalde regels versoepelen? Die vragen werden en worden altijd weer gesteld.
Mensen mogen zich niet blind staren op punten in pastoraal of doctrine die misschien zouden kunnen veranderen.
Die insteek gaat voorbij aan de kern van de zaak, namelijk dat in en door deze synode de Kerk zelf veranderd is. Een synode, en deze bij uitstek, verdiept wat de Kerk is. Dé grote verandering is de gesprekscultuur die op deze synode gestalte heeft gebreken. Als men vroeger een afwijkende mening had, zweeg men. Nu niet meer.
Dat er nu vrijmoedig wordt gesproken, is de grote verdienste van paus Franciscus, die in zijn toespraken, maar ook door zijn hele houding daartoe oproept en tegelijkertijd garant staat voor de eenheid van de Kerk. Vooraf meenden doemdenkers dat de synode een gevaar was voor de eenheid binnen de Kerk. Ik denk dat de synode heeft duidelijk gemaakt dat die eenheid geen blok beton is, maar integendeel een waarbinnen variëteit mogelijk is.
In voorbereiding op de bisschoppensynode is ook veel inkt gevloeid over de relatie tussen de pastoraal en de leer.
We moeten niet omwille van de pastoraal de doctrine op de helling zetten of, omgekeerd, omwille van de leer de pastoraal omvergooien. Ze hangen altijd en overal samen. De Kerk is voortdurend in spreidstand en steunt op beide voeten. En soms kan het gebeuren dat een van beide voeten slaapt en dan moeten we die wakker maken. Misschien hebben we met deze synode de pastorale voet wakker gemaakt. In het eerste deel van het slotdocument zit toch een duidelijke opening naar respect voor de pastoraal.
Hoe evalueert u dat slotdocument?
Het werkinstrument voor deze synode was zeker te weinig Bijbels. Maar daar is aan gesleuteld, en het slotdocument is toch sterker Bijbels gefundeerd. Maar naar mijn aanvoelen nog te weinig. Het steeds meer ontdekken van de Bijbel blijft voor ons katholieken een niet-aflatende opgave. We hebben de Bijbel wel in het hoofd, maar niet in onze vingers. Dat tekort aan Bijbelkennis manifesteert zich over de hele breedte van de Kerk, tot aan de synodevaders toe ...
Paus Franciscus hield ook een opgemerkte toespraak naar aanleiding van vijftig jaar synode. Vindt u die ook historisch?
Volgens mij moet het stof gaan liggen om het werkelijk historisch belang van die toespraak in te zien. Paus Franciscus heeft er op gewezen dat de drie niveaus in de Kerk, het gelovige volk, de priesters en de bisschoppen én de paus, hun eigen synodaliteit dienen te ontwikkelen, maar ook onderling een synodale relatie moeten uitbouwen. Elk niveau heeft het recht en de plicht om te spreken en heeft haar eigen rol, maar altijd in relatie tot de andere niveaus.
Een goed begrepen decentralisering betekent niet dat het volk Gods alles voor het zeggen heeft en evenmin een lokale bisschoppenconferentie.
Hoe zal de voorbije synode een plaats krijgen in het leven van de Kerk?
Algemeen wordt nu uitgekeken naar de exhortatie van de paus, maar ik wil daar niet te veel op focussen. Er is iets gebeurd in de Kerk, dat zonder deze synode niet zou zijn gebeurd. Die vrijheid van spreken, ten bate van de paus en uit liefde en zorg voor de Kerk, zal ook in de komende jaren werkzaam en vruchtbaar blijken. Het gist dat in Rome is ontstaan, zal zich verspreiden in het deeg van de Kerk. Het zal doordringen en doorsijpelen naar gewone gelovigen in onze parochies, maar het ritme en het tempo kunnen we niet voorspellen of bepalen. Dat is voorwerp van hoop.