Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeAartsbisdom Mechelen-Brussel
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeAartsbisdom Mechelen-Brussel
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Aartsbisschop Luc Terlinden
  • Hulpbisschop Koen Vanhoutte
  • Bisschopsraad
  • Vicaris-generaal / Vicaire général
  • Secretaris-generaal / Secrétaire général
  • Vicariat Brabant Wallon
  • Vicariaat Brussel / Vicariat Bruxelles
  • Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
  • Vicariaat communicatie / Vicariat pour la communication
  • Vicariat de l'enseignement
  • Vicariaat Human Resources / Vicariat Ressources Humaines
  • Vicariaat onderwijs
  • Vicariaat Tijdelijke / Vicariat Temporel
  • Kerkelijke rechtbank
  • Kardinaal Jozef De Kesel
  • Archief/Archive
  • Digitale nieuwsbrief aartsbisdom
  • Gedragscode voor alle medewerkers in de kerk
  • Documenten voor medewerkers
  • Privacywetgeving ook voor parochies en dekenaten

Kardinaal De Kesel: ‘Het evangelie is en blijft vreugdenieuws’

In zijn homilie van de chrismamis die hij in deze Goede Week voorging, onderstreepte kardinaal De Kesel de nood aan echte bekering.

Goede vrienden,

de profetie van Jesaja, die we zopas hoorden, stamt uit de tijd onmiddellijk na de ballingschap. Velen zijn teruggekeerd uit Babel. Maar de ontgoocheling is enorm. De tempel is verwoest, Jeruzalem ontmanteld. Anderen hebben er zich ondertussen geïnstalleerd. Zij voelen er zich er niet welkom, vreemden in eigen huis. Ze zijn ook arm en zonder veel toekomstkansen. En juist in die situatie staat een profeet op met goed nieuws: Gods Geest rust op mij en Hij heeft me gezalfd om u goed nieuws te brengen, om uw gebroken harten te genezen en een tijd van Gods genade af te kondigen. Treur niet, aan je droefheid en rouw komt een einde! “Ge zult opnieuw heten: priesters des Heren; men zal u noemen: dienaren van God”.

Het evangelie laat ons zien wat deze woorden voor Jezus zelf hebben betekend. Ze hebben Hem geholpen zijn eigen zending te onderscheiden. Ze zijn in Hem tot vervulling gekomen. Hij is zelf die Gezalfde op wie Gods Geest rust, die goed nieuws brengt en een jaar afkondigt van Gods menslievendheid. Zo trekt Hij het land door, al weldoende, genezend, helend, vergevend. Hij raakt het hart van velen. God heeft ons niet de rug toegekeerd. Hij blijft ook nu onze God en wij zijn volk. Het is dit evangelie dat we ook op de uitvaart van Kardinaal Danneels gelezen hebben: woorden die ook hem zo hebben geïnspireerd en geleid.

Vrienden, deze Schriftlezingen blijven bijzonder actueel. Allereerst de lezing van Jesaja. De crisis was toen zeer diepgaand. De ballingschap stelde het voortbestaan zelf van het Godsvolk in vraag. Ook wij beleven geen comfortabele tijden.

We voelen dat de Kerk in een diepgaand veranderingsproces is terechtgekomen.

Ook onze geloofwaardigheid is zeer aangetast. Nog korte tijd geleden werden we alweer geconfronteerd met misbruik in de Kerk wereldwijd. Onvoorstelbaar wat kinderen is aangedaan. En nu weten we dat het ook gebeurd is met vrouwelijke religieuzen. Die kinderen en die vrouwen werden dan maar aan hun lot overgelaten. We probeerden vooral ons eigen imago te redden. In één van de eucharistische gebeden wordt van de Kerk gezegd “dat ze in ballingschap is zolang de wereld duurt”. Dat zijn we: in ballingschap. Door veranderde maatschappelijke omstandigheden waar we niets kunnen aan doen. Zeer zeker. Maar ook door eigen schuld. We kunnen bogen op een rijk verleden. Maar we hebben ook veel macht gehad. En dan is het risico op misbruik nooit ver.

Als ik u dat alles zo vrijmoedig zeg, vrienden, juist vanavond als we hier toch in vreugde samen zijn, dan niet om u te ontmoedigen. Integendeel! Maar wel opdat we zouden beseffen hoe ernstig de situatie is. We mogen het niet bagatelliseren. En het onder elkaar ook niet verzwijgen, want het treft ook ons allen in onze pastorale verantwoordelijkheid. Spreek die pijn uit onder elkaar en zoek samen wat de ballingschap betekent voor ons pastoraal handelen en waar we bekering nodig hebben. En vooral: geef niet toe aan doemdenken en defaitisme. Het is niet waar dat alles ten einde loopt en het geen zin meer heeft. De omstandigheden zijn veranderd. Minder comfortabel. Maar onze zending is dezelfde en even dringend. We hoorden het Jezus zeggen in de synagoge van Nazareth: het evangelie is en blijft vreugdenieuws. Juist nu mogen we niet doof zijn voor Diegene die dat vreugdenieuws brengt. Er is iemand op wie Gods Geest rust, iemand die gezalfd en gezonden is, ook tot ons, Gods levend woord in ons midden, Christus, de Gezalfde.

Er is voor ons geen andere weg, geen andere uitweg: terugkeren naar Hem, ons tot Hem bekeren.

Alles achterwege laten wat ons van Hem afhoudt, niet alleen misbruik van macht en aanzien maar ook alle verlangen ernaar, alle rivaliteit en tweedracht in ons midden, alles waarin we uiteindelijk alleen onszelf zoeken en ons gelijk aan iedereen willen opdringen. Herinner u wat Hij ooit zei toen zijn leerlingen discussieerden over de vraag wie van hen de grootste was: “Dat mag bij u niet het geval zijn.”

Vrienden, dat is als Kerk onze roeping: gemeenschap vormen rond Jezus de Gezalfde, leven van zijn woord en inspiratie en in de samenleving, hoe seculier ook, een teken zijn van Gods liefde voor allen. We hoorden het bij Jesaja: “Gij zult heten: priesters des Heren; men zal u noemen: dienaren van God”. En Johannes zegt hetzelfde: “Hij die u liefheeft en ons van zonde verlost, heeft ons gemaakt tot een koninkrijk van priesters.” We zijn Gods volk, een priesterlijk volk. Priesters, het zijn van oudsher zij die bemiddelen tussen God en de mensen, die de weg openen en mensen helpen om tot bij God te komen. Voor ons is die priester Jezus zelf en Hij alleen. Eens en voorgoed heeft Hij voor ons de toegang tot God geopend; Hij brengt ons tot de Vader. Als er priesters in de Kerk zijn, dan alleen daarvoor: om teken te zijn dat niemand anders zijn Kerk leidt en voorgaat dan Jezus alleen. Maar ook heel de Kerk is een priesterlijk volk. Het is als kerkgemeenschap onze allereerste en gemeenschappelijke taak: God bekend maken en mensen helpen de weg naar God te vinden.

Daarvoor hebben we elkaar nodig. We hebben natuurlijk allen onze eigen gevoeligheden en ons eigen charisma. Dat zorgt voor verscheidenheid en soms ook voor spanningen. Maar laat het nooit leiden tot machtsuitoefening of verdeeldheid. Laten we elkaar, ook in de verscheidenheid, respecteren en waarderen. En nooit vergeten dat datgene wat ons samenhoudt juist ons geloof in Christus is en onze verbondenheid met Hem. Dat maakt ons tot echte broers en zusters. We zullen straks opnieuw onze gelofte uitspreken, als priester, als diaken, als volk van God. Laat het een teken zijn van groot vertrouwen in de Heer. ”Ik zal met u zijn” heeft Hij gezegd. Laten we Hem met hart en ziel antwoorden: gij hebt ons geroepen en we zijn van U, wij willen bij U blijven in goede en in kwade dagen. Amen.

Laatste aanpassing op 26/04/2019 om 13:39
HomeAartsbisdom Mechelen-Brussel
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
© Aartsbisdom Mechelen-Brussel 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo