Ik trek niet ten oorlog – Réginald Moreels [column]
Er zijn sinds de inval in Oekraïne uiterst weinig mensen die geargumenteerd pleiten voor de dialoog in plaats van mee te surfen op de oorlogsretoriek. Professor Tom Sauer, recent vergezeld van andere bekenden zoals Walter Zinzen of David Van Reybrouck, is een eenzame stem in dit debat. Ik schaar mij als oorlogschirurg en vredesmilitant achter hem en andere vredestichters.
Ik heb in Zweden een opleiding gevolgd in conflictmanagement en de essentie van deze techniek van dialoog — rechtstreeks of onrechtstreeks — is tweevoudig: luisteren naar de ‘vijand’, zich trachten in te leven in zijn gedachtewereld, én zich informeren over de historische, politieke en cultuurgebonden oorzaken van het conflict. En dit betekent niet dat een agressie niet moet veroordeeld worden, de territoriale integriteit is, ondanks de relativiteit der grenzen, nog altijd een internationaal rechtsprincipe.
Ik ben het dus grondig oneens met deze aanporrende taal van EU-Defensieministers en hun collega’s-militairen om zich meer en meer te bewapenen. En wel om de volgende redenen:
• Ontologisch is de productie van materialen om andere mensen te vernietigen in mijn ogen niet en nooit aanvaardbaar. De mensen hebben zich niet ontwikkeld om elkaar te vernietigen. Desondanks haalde Augustinus in de vierde eeuw v.C. de theorie aan van de ‘rechtvaardige oorlog’ om een totaal onrechtvaardige situatie te herstellen en daarvoor wapengeweld te hanteren. De proportionaliteit van de ‘zelfverdediging en rechtsherstel’ wordt echter zo vlug overschreden dat de agressor en de geagresseerde in een identieke banalisering belanden van moorden en verkrachten.
De mensen hebben zich niet ontwikkeld om elkaar te vernietigen.
• Een gemene deler van agressief gedrag is vernedering. Sinds de val van de Berlijnse muur en het uit elkaar brokkelen van de Sovjet-Unie zijn verschillende pogingen om een akkoord te sluiten met Rusland over de grensstaten van de NAVO en Rusland spaak gelopen. De VS hebben dit potentieel vreedzaam NAVO-Rusland-partneriaat immer verworpen. Het voorstel van de NAVO-top in 2009 om Oekraïne lid te maken van de NAVO heeft nutteloos olie op het vuur geworpen en de Russische president een kans gegeven om zijn expansionisme de vrije hand te geven.
Als Rusland een NAVO-land zou binnenvallen, zal het artikel 5-verdrag in werking treden, met als gevolg een platbombarderen van belangrijke Russische militaire basissen en satellieten die ons hacken en saboteren. Mr. Poetin zal dit niet riskeren, want er dreigt dan een intercontinentale oorlog. Voor hem is het veiligstellen van Ruslands grenzen ten opzichte van de NAVO een absolute noodzaak om ooit de wapens te doen zwijgen. Als deze grens wordt overschreden en Oekraïne de oorlog zou winnen, zou de rode knop van kernwapens vanuit Rusland kunnen ingedrukt worden. En precies om dit rampscenario te voorkomen, moet er zeer dringend een innovatieve vredesarchitectuur worden uitgedokterd. Ik laat nederig aan academici en topdiplomaten over hoe zo’n revolutionaire constellatie van West-Oost grootmachten zou kunnen onderhandeld worden.
• Het internationaal recht heeft na de Tweede Wereldoorlog de VN gesticht om een staakt-het vuren te bewaken en eventuele vredesbestanden met afradend geweld af te dwingen. Een hopelijk vredesbestand in Oekraïne moet dus niet door aparte staten worden bewaakt, maar wel door VN-vredestroepen, zelfs al hebben ze in andere conflicten zoals Oost-Congo niet altijd hun vredesmandaat waargemaakt.
• De wapens worden naar ik lees meer en meer gevirtualiseerd en het bommengeweld evolueert naar een storm van aanvalsdronen. Meer dan deze destructieve wapens wordt cyberhacking en sabotage een nieuwe vorm van het voeren van conflicten. Hele maatschappijen zouden kunnen lamgelegd worden via sabotage van energievoorzieningen, die een sociaal en economisch kerkhof achter zich zou laten. Als de politieke haviken zo bekommerd zijn om de verdediging van eigen burgers, zou men de klassieke aankopen van bommenwerpers en andere moordtuigen moeten vervangen door ICT-technologie en AI om het droogleggen van ons maatschappelijk dagelijks functioneren te counteren.
De vredesbeweging, jonger en ouder, moet opstaan en luidruchtig protesteren zoals de massabeweging tegen de oorlog van Vietnam einde jaren 1960. Onze politici moeten beseffen dat meer wapendreiging meer wapengekletter teweegbrengt én dat vele burgers geen zin hebben om hun belastinggeld te steken in wapens en overlevingspakketten.
Réginald Moreels, humanitair chirurg