Sam en oma Rozenkrans - Sara Loobuyck [column]
Sam en oma Rozenkrans. Ze leerden elkaar toevallig kennen. Of toch ook weer niet. Zo’n tien jaar geleden zag Sam in de meimaand in Kerk & Leven een uitnodiging staan. ‘Rozenkrans’, las hij. ‘Een bloemstukje maken’, dacht hij.
Zijn creatieve ziel kwam bovendrijven en hij besloot om naar de samenkomst te gaan. Toen hij arriveerde in het kapelletje zag hij een viertal vrome vrouwen en een oudere man op een bankje. Ze baden het ene Onzevader en Weesgegroet na het andere. Geduldig wachtte hij het moment af dat ze het materiaal zouden bovenhalen om aan het bloemschikken te beginnen. Maar dat moment kwam niet. Er werd nog wat nagepraat en iedereen keerde weer huiswaarts.
Uit nieuwsgierigheid besloot hij om een volgende keer terug te gaan in de hoop dat ze dan wel die rozenkrans zouden maken waar de advertentie over vertelde. Opnieuw zegden ze Weesgegroetjes op. Een oudere vrouw, Maria, zei dat ze het fijn vond dat hij als jongere kwam meebidden. ‘Wanneer gaan we beginnen met de rozenkrans?’, vroeg hij haar. Ze legde hem uit dat de rozenkrans de vorm van het gebed was dat ze samen deden. Na een eerste teleurstelling dat ze niets zouden creëren, bleef hij met hen verbonden. Maria werd als familie voor hem, en ze is nog steeds een bemoediging op zijn geloofsweg.
Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Ondoorgrondelijk mooi.
Sara Loobuyck is leerkracht Nederlands voor anderstaligen.