Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeBiblia
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeBiblia
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • BIBLIA, een gloednieuw Bijbels belevingsmuseum in Brugge
  • Vorming en liturgie
    • Activiteitenkalender
    • Godly Play
    • Bijbel van A tot Z
    • Lectionarium voor de zon- en feestdagen
  • Biblia, tijdschrift voor Bijbel en Liturgie
  • Over ons
    • De Bijbeldienst als vormingsdienst
    • Elektronische nieuwsbrief
    • Blog
zondag door het jaar - zomer
zondag door het jaar - zomer © Carolyn V_Unsplash

B-cyclus zeventiende zondag door het jaar

Geschreven lezingen uit het lectionarium en ingesproken uit de NBV voor de 17de zondag door het jaar (B-cyclus) met bijhorende commentaar
EERSTE LEZINGTWEEDE LEZINGEVANGELIEINGESPROKEN LEZINGENCOMMENTAAR

2 KONINGEN 4,42-44

Eerste lezing uit het tweede boek der Koningen

 

In die dagen kwam er iemand uit Baäl-Salísa.

In zijn tas bracht hij voor de man Gods

als eerstelingen

twintig gerstebroden en wat vers koren mee.

Elisa zei:

"Geef dit te eten aan de mannen."

Zijn dienaar antwoordde:

"Hoe kan ik dat nu voorzetten aan honderd man?"

Maar hij herhaalde:

"Geef het de mannen te eten.

Want zo spreekt de HEER:

zij zullen eten en overhouden."

Nu zette hij het de mannen voor.

Zij aten en hielden nog over

zoals de HEER gezegd had.

 

EFEZIËRS 4, 1-6

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

 

Broeders en zusters,

Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:

leidt een leven dat beantwoordt

aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,

in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,

liefdevol elkaar verdragend.

Beijvert u

de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede:

één lichaam en één Geest,

zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop,

waarvoor Gods roeping borg staat.

Eén Heer, één geloof, één doop.

Eén God, en Vader van allen,

die is boven allen, en met allen, en in allen.

 

JOHANNES 6,1-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

In die tijd begaf Jezus zich

naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias.

Een grote menigte volgde Hem

omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed.

Jezus ging de berg op

en zette zich daar met zijn leerlingen neer.

Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden.

Toen Jezus zijn ogen opsloeg

en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam

vroeg Hij aan Filippus:

"Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?"

- Dit zeide Hij om hen op de proef te stellen,

want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen. -

Filippus antwoordde Hem:

"Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen

dan is voor tweehonderd denariën brood nog te weinig."

Een van de leerlingen,

Andreas, de broer van Simon Petrus,

merkte op:

"Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen,

maar wat betekent dat voor zo'n aantal?"

Jezus echter zei:

"Laat de mensen gaan zitten."

Er was daar namelijk veel gras.

Zij gingen dan zitten;

het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend.

Toen nam Jezus de broden

en na het dankgebed gesproken te hebben

liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten,

alsmede de vissen, zoveel men maar wilde.

Toen ze verzadigd waren zei Hij tot zijn leerlingen:

"Haalt nu de overgebleven brokken op

om niets verloren te laten gaan."

Zij haalden ze op

en vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken,

welke door de mensen na het eten overgelaten waren.

Toen de mensen het teken zagen dat Hij had gedaan zeiden ze:

"Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen."

Daar Jezus begreep

dat zij zich van Hem meester wilden maken

om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen,

trok Hij zich weer in het gebergte terug,

geheel alleen.

 

INGESPROKEN LEZINGEN

(Uit de Nieuwe Bijbelvertaling)

Soundcloud

 

 

COMMENTAAR BIJ DE LEZINGEN

Jean Bastiaens

Vijf broden en twee vissen volstaan

In het haventje van Breskens staat op een gebouw een metershoge afbeelding die vijf broden en twee vissen laat zien. Iedereen die daar langskomt, wordt met het beeld geconfronteerd. De vissers die er met hun boot binnenkomen, herkennen er hun werk voor het dagelijks brood in. Als het een beetje meezit, kan een gezin met vijf broden en twee vissen een goed avondmaal hebben. En misschien bidden ze wel, alvorens te gaan eten: ‘Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben.’

Die vijf broden en twee vissen, dat basisrantsoen voor een mensengezin, brengen ons bij het evangelie van deze zondag. We zitten liturgisch gesproken in het Marcusjaar, maar nemen enkele zondagen achter elkaar een menu dat van de evangelist Johannes komt. Verandering van spijs doet eten! Hoewel Johannes zijn mosterd in dit geval toch bij Marcus haalde…

Johannes laat weten dat het paasfeest niet meer veraf is. Dat is het Hoogfeest van heel Israël, en daarom wordt bij dit feest dan ook gelezen uit het Hooglied. Want met Pasen verdwijnt elk doemdenken naar de achtergrond, het fatalisme en de cynische commentaren moeten wijken voor een inzicht dat telkens weer opnieuw bevochten moet worden: de god van Israël is geen onverschillige god, geen god uit de ideeënwereld, geen projectie van het menselijk verlangen. Niet dus. Wat is Hij dan wel? Zijn Naam luidt jhwh, onuitspreekbaar, maar uit te leggen als ik-zal-er-zijn. Van deze God bestaat er geen definitie, geen afbeelding, geen voorstelling. Zijn Naam is een lege plek. En zo moet het ook zijn. Want deze God wordt gekend aan zijn optrekken met ons. Hij is een God die meegaat, die een mens op zijn weg bijstaat. Met Pasen wordt dit heugelijke feit in de verf gezet: in elk lijden van mensen en volken wil Hij god zijn, wil Hij een opbrekende en uitbrekende kracht zijn, de kracht van opstand tegen het onrecht en tegen alle mechanismen van onderdrukking.

Dit paasfeest is dus nabij. Jezus bevindt zich aan het meer van Galilea, en zoekt een goed gelegen plaats op een berg. Zo heeft Hij een goed overzicht. Hij ziet hoe een grote menigte toestroomt, omdat ze Hem allemaal willen zien en omdat velen van Hem hun genezing verwachten. Jezus kijkt met ogen van empathie naar deze massa mensen. Hij ziet hoe groot hun honger is om te leven, om volop te leven. Is Hij daartoe niet gekomen, om leven-in-overvloed te schenken aan wie in Hem geloven?

Naast Jezus zit Filippus, een leerling van het eerste uur. Ziet Filippus ook die menigte? Hoe kan Jezus beantwoorden aan de nood van zoveel mensen? Jezus legt zijn bekommernis aan Filippus voor in de vorm van een concrete vraag: ‘Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?’ Jezus betrekt Filippus en de andere leerlingen in zijn zending, daar is Hij telkens weer op bedacht. Op die manier zullen de leerlingen ook scherper gaan inzien wie Jezus eigenlijk is en wat zijn manier van doen is.

Filippus denkt dat Jezus spreekt over het dagelijks brood. Maar Jezus denkt aan meer: Hij wil de honger van de mensen verzadigen, net zoals Hij aan de Samaritaanse vrouw beloofde dat Hij haar ‘levend water’ zou geven zodat ze nooit meer naar de put moest komen om daar water te scheppen. Hoe gaat Jezus dat aanpakken? De menigte is bij wijze van spreken niet te tellen. En er zijn maar vijf broden voorhanden, en twee vissen. Dat is wat een kleine jongen uit de menigte bij zich heeft. Maar voor Jezus is dat genoeg. De jongen staat zijn dagrantsoen af, en juist hiermee kan Jezus wonderen doen. De overvloed die Jezus schenkt, ontstaat uit de kleine gave van mensen, die afstaan waar zij zelf van moeten leven.

Op gezag van Jezus gaan de mensen zitten in het gras. Ze vragen zich af wat er te gebeuren staat. Ze richten hun blik op Jezus, die hoger op de berg zit. Jezus neemt de broden in zijn handen, en bidt een dankgebed – ofwel een ‘eucharistisch’ gebed, want het Griekse werkwoord eucharisteô  betekent ‘danken’. Jezus dankt god om de kleine gave van de jongen, omdat Hij juist hiermee zijn verzadigingswonder kan laten geschieden. Brood en vis, ontvangen gave, worden gedeeld en uitgedeeld, en alle mensen krijgen hun deel. Er is zelfs over, want er mag niets verloren gaan: twaalf manden met opgehaald brood. Héél Israël krijgt deel aan het wonder van Jezus die leven in overvloed komt schenken aan al wie daarvoor open staat. Maar de mensen begrijpen nog niet echt wat Jezus voor hun ogen gedaan heeft, ze willen Hem tot hun koning uitroepen. Wie naar de eucharistie wil ‘grijpen’, heeft het inderdaad nog niet begrepen!

Printvriendelijke versie van de lezingen en het commentaar

← VORIGE ZONDAGNAAR OVERZICHT B-CYCLUSVOLGENDE ZONDAG →
Gepubliceerd op 14/07/2021 om 22:12

Lees meer

Tijd door het jaar_herfst

C-cyclus negenentwintigste zondag door het jaar

Geschreven en ingesproken lezingen uit het lectionarium voor de 29ste zondag door het jaar (C-cyclus) met bijhorende commentaar

Godly Play

Godly Play

Maak kennis met Godly Play, een creatieve en ervaringsgerichte manier om Bijbelverhalen te verkennen

Zondag door het jaar

C-cyclus negende zondag door het jaar

Geschreven en ingesproken lezingen uit het lectionarium voor de 9de zondag door het jaar (C-cyclus) met bijhorende commentaar

HomeBiblia
Algemeen
  • www.biblia.be
  • Biblia op Facebook
  • Biblia op Instagram
© Biblia 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo