In Memoriam Remi Peeters (5 juli 1933 – 15 mei 2020)
Remi Peeters werd geboren op 5 juli in Nijlen. Hij trad in in de congregatie van de Heilige Geest (spiritijnen), en werd priester gewijd op 19 juli 1959. Hij was onder meer actief als hulpparochievicaris en pastoor in Lier, Heilige Familie. Vijftien jaar was Remi Peeters provinciaal overste van de Belgische provincie spiritijnen. Daarnaast was hij vele jaren raadslid van zijn voorgangers en opvolgers als provinciaal. In Congo werd hij hoogst gewaardeerd, eerst als leraar Latijn in Manono, daarna als directeur van het spiritijns postulaat in Lubumbashi en tegelijkertijd als pastoor van de parochies Sint-Amandus en wat later van Sint-Athanasius.
Licht en liefde, het zijn twee sleutelwoorden in het leven van Remi. Licht en liefde komend van God zelf om de mens – iedere mens – te verrijken en om zelf ook licht en liefde te worden voor anderen. Licht en liefde zijn dus niet alleen gaven, maar ook opgaven, want dat licht en die liefde moeten doorgegeven worden. Daarvoor trok Jezus heel Galilea door en daarvoor zond hij zijn apostelen overal ter wereld.
Ook pater Remi Peeters werd door de Heer geroepen om als priester en missionaris de Blijde Boodschap van Licht en Liefde te verkondigen. Daarom vroeg hij in 1953, na zijn middelbare studies in het Sint-Jozefcollege van Herentals, om toegelaten te worden in het spiritijns noviciaat om er zijn vorming om missionaris te worden aan te vangen. Deze voltooide hij na zijn priesterwijding op 19 juli 1959 met de toewijding aan het apostolaat op l0 juli 1960.
Sindsdien was zijn ganse leven gericht op de verkondiging van die Blijde Boodschap in de verschillende functies waarvoor hij in de congregatie benoemd werd als leraar, vele jaren als provinciaal, als directeur van aspiranten en postulanten, als parochiepriester. Het is toch wel zijn apostolaat in Congo dat hem het meest bezielde en waar hij meest van gehouden heeft, ondanks de moeilijke situaties die hij vaak gekend heeft, vooral dan in het begin van de jaren 1990, toen de toestand in Lubumbashi erg onrustig was. Maar Remi bleef volhouden.
Ik onthoud van Remi dat hij als spiritijn altijd van het leven in communiteit hield, eraan gehecht was en er zich voor inzette de eensgezindheid tussen de confraters op te bouwen door zelf steeds aanwezig te zijn, door zijn mededeelzaamheid en luisterbereidheid en oprechte broederliefde. Nooit drong hij zich op, nooit zocht hij de beste plaatsen of werkjes voor zichzelf. En wanneer een van zijn mandaten als overste afgelopen was, ging hij daarheen waar zijn nieuwe overste hem zond volgens de noden van de provincie en niet volgens zijn verlangen.
Als pastoor belichaamde hij diezelfde luisterbereidheid en samenwerking met zijn parochianen, om aldus met kleine middelen grote dingen te verwezenlijken. Ik denk vooral aan de opbouw van de christengemeenschap Sint-Athanasius tot een ware parochie.
Remi was ook raadsman en geestelijk begeleider. Vele jongeren in opleiding, jonge priesters en zusters, maar ook koppels hadden Remi als geestelijk begeleider in Lubumbashi. Ik ben ook diep getroffen door zijn kalmte, gelatenheid en overgave aan de Heer tijdens zijn ziekte en geheugenverlies.
Remi, ik neem dan ook geen afscheid van je, maar zeg gewoon “tot weldra bij de Heer van Licht en Liefde”. Amen.
Pater Frans Augustijns
Regionaal overste