Werkvorm In het begin
Korte omschrijving | De begeleider kadert het verhaal van de eerste kerkgemeenschap in hoofdstuk 2 van het boek Handelingen. De deelnemers zoeken wat er nodig is om leerling van Jezus te worden. Ze vertellen over hun eigen doopsel en zoeken aan de hand van suggestieve kaarten wat er typisch kan zijn aan de eerste huiskerken. Tegelijk ontdekken ze welke veronderstellingen van de eerste christengemeenschappen voor hen persoonlijk aantrekkelijk en/of moeilijk zijn. |
Doelstelling |
|
Doelgroep(en) | Jongeren 18 tot 25 jaar |
Minimum/maximum aantal deelnemers | 3 tot 10 |
Context/activiteit waarin deze werkvorm kan toegepast worden | Petrus verkondigt de Blijde Boodschap. Hij vertelt wie Jezus is en dat God Hem heeft doen verrijzen. Jezus heeft de heilige Geest van de Vader ontvangen en deze uitgestort. Zo kwamen de eerste leerlingen naar buiten en vertelden op hun beurt, zoals Petrus, over Jezus. Vragen die de eerste mensen stelden, toen ze de Boodschap gehoord hadden, wat ze moesten doen om ook leerling te worden en hoe ze moesten leven. |
Voorziene tijdsduur | 70 minuten |
Benodigd materiaal |
|
Aangeboden ondersteuning | Materiaal te ontlenen via higw@bisdomantwerpen.be – 0468 19 24 99 |
Voorbereiding |
|
Werkwijze | Opening (5 min) Ga met de deelnemers in een kring zitten, best met een tafel in het midden. De begeleider vertelt dat de eerste leerlingen, na het ontvangen van de heilige Geest, verkondigden wie Jezus was. Hij leest uit het boek van de Handelingen (Hnd 2, 14a.32-33.36). Verkenning (20 min) De begeleider stelt de vraag wat de mensen zich zouden hebben afgevraagd wanneer ze de toespraak van Petrus met de elf hadden gehoord. Hoe zullen de toeschouwers gereageerd hebben of zich hebben gevoeld? Er zijn verschillende antwoorden en reacties mogelijk: sommigen zullen hen de rug toekeren en zich niets aantrekken van de woorden van de twaalf; anderen zullen zich de vraag gesteld hebben wat ze zelf kunnen doen om die Jezus te volgen of wat er van hen verwacht wordt. De deelnemers vertellen hun antwoorden aan elkaar. Vers 37 vertelt dat ze diep getroffen waren en de vraag stellen “Wat moeten we doen, mannen broeders?” De deelnemers proberen zelf tot het antwoord te komen dat ze zich best laten dopen om ook leerling te worden. Vragen die hen op weg zetten: Hoe wordt iemand leerling van Jezus? Hoe word je deel van de kerkgemeenschap? De begeleider leest Hnd 2,38-41. Daaruit blijkt dat de mensen gevraagd worden om zich te bekeren en zich dan te laten dopen. De deelnemers vertellen aan elkaar wat hun doopsel voor hen betekent. Verdieping ( 35 min) We maken gebruik van het spel ‘dixit’ (bestaat uit meerdere reeksen suggestieve kaarten) om de vraag te beantwoorden wat er belangrijk zou zijn in de eerste kerkgemeenschap? Dit hoeven geen letterlijke antwoorden te zijn uit de tekst (die trouwens nog moet worden gelezen). Elke deelnemer krijgt 3 dixitkaarten. Een willekeurige speler begint en neemt de bovenste kaart van de stapel. Hij mag die kaart houden en legt dan een andere van zijn drie kaarten open op tafel. De speler links van hem mag die open kaart nemen of een bovenste kaart van de stapel nemen. Hij legt één van zijn drie kaarten open op tafel. We spelen zo enkele ronden, afhankelijk van het aantal deelnemers. Uiteindelijk kiest iedereen één kaart uit de drie kaarten die hij in de hand heeft en zoekt er een woord bij. Enkele voorbeelden: helpen, angst, kleuren, redding, blijheid, natuur, regenboog, verbondenheid, kiezen, groep, volheid, … Elke deelnemer toont haar/zijn kaart en noemt het woord dat er volgens hem/haar bij hoort. Lees zelf het verhaal van de eerste kerkgemeenschap (Hnd 2, 42-47) voor uit een Bijbel of beluister het via de podcast www.handelingen.be. De deelnemers hebben zelf ook de tekst in handen in functie van volgende opdracht. In een eerste ronde duidt elke deelnemer een woord of een zin aan die hem/haar treft. In een tweede ronde legt de deelnemer uit waarom hij/zij dat woord of die zin gekozen heeft. In een derde ronde wordt er verteld met welk element uit het verhaal van de eerste kerkgemeenschap zij het moeilijk hebben of waar ze meer aandacht aan kunnen besteden in hun leven. Afsluiting (10 min) De begeleider ontsteekt een kaars. Voorbede: De deelnemers bidden een voorbede vanuit hun ervaringen tijdens de bijeenkomst. |
Feedback en opvolging | Laat via handelingen@bisdomantwerpen.be zeker weten hoe deze werkvorm bij jou verliep. Alle feedback is welkom. |
Aanvullende informatie | Voor meer informatie mogen begeleiders contact opnemen met ijdantwerpen@ijd.be |