Brief voor de Goede Week van bisschop Lode Van Hecke
Goede vrienden,
Wij beleven dit jaar de tijd naar Pasen op een bijzondere manier. Van vieren kan je nauwelijks spreken. We kunnen immers niet samenkomen, zelfs niet met enkele mensen. We leven deze dagen op afstand van elkaar. Dit is niet natuurlijk. We voelen nu hoezeer een mens een sociaal wezen is, zelfs in een individualistische maatschappij. Voor iedereen is het een beproeving. Voor sommigen een ondraaglijke ervaring.
Hoe kan je je voorbereiden op Pasen, hoe kan je de meest intense week van het jaar beleven, als je de eenzaamheid doorworstelen moet? Als je ‘alleen-staand’ bent? Maar hoe lang kunnen we alleen staan?
De wereld is kwetsbaarder dan we dachten. Meer dan ooit wordt de mensengemeenschap in haar geheel uitgenodigd om een geestelijke tocht te ondernemen, niet weg van de wereld, maar dieper dan de oppervlakte en met openheid op wat de wereld niet kan bieden. We zijn gewoon geworden dat de Goede Week op Palmzondag begint met een processie. De betekenis ervan is dat we Jezus volgen – met lichaam en ziel – op zijn weg naar Jeruzalem. In deze processie bewegen zowel onze voeten als ons hart. Dit jaar moeten we ons beperken tot een innerlijke beweging.
Maar Jezus volgen is altijd meer een kwestie geweest van het hart dan van de voeten.
Velen hadden Jezus gevolgd tot aan de poorten van Jeruzalem en hadden hem toegejuicht. Maar bijna even zovelen lieten hem enkele dagen later gewoon alleen – alleen in zijn onrechtvaardige veroordeling en foltering. Zij kenden hem niet meer. Na zijn dood en verrijzenis zullen zijn leerlingen de betekenis van de gebeurtenissen beter begrijpen. Dankzij de Schrift. Wij moeten ook terug het verhaal van Gods geschiedenis met zijn volk lezen om betekenis te geven aan wat wij meemaken vandaag. Wij worden niet alleen geholpen door de woorden van de Schrift, maar door de persoon van Jezus – die in eigen persoon Gods Woord is – en zijn Geest die de Schrift verklaart. Je begrijpt de Schrift immers niet door hier en daar een zinnetje eruit te pikken buiten de context.
Innerlijke vrijheid
Het eerste dat opvalt tijdens de Goede Week in Jezus’ manier van doen is zijn enorme innerlijke vrijheid.
Het enthousiasme van het volk had indruk op hem kunnen maken. Teveel succes hebben is een gevaarlijke bekoring. Roepen de mensen niet: Hosanna. Gezegend de komende in de naam des heren, de koning van Israël” (Joh 12, 13)? Vandaag zouden we zeggen: de top van elke kerkelijke en burgerlijke carrière. Je zou voor minder kapsones krijgen. Maar de hele week zal Jezus’ vrijheid indruk op ons maken, om op Goede Vrijdag een hoogtepunt te bereiken. Zijn vrijheid komt van zijn nederigheid. Jezus is de stad niet binnengekomen te paard, als een veldheer. Neen, hij zat bescheiden op een ezel, volgens de profetie van Zacharias: “Zie, (Jeruzalem,) uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin” (Zach 9, 9). De evangelist Johannes begrijpt dat die woorden op Jezus toepasselijk zijn en hij herhaalt ze (Joh 12, 15). Jezus is immers de vervulling van de Schrift.
Wat ons interesseert is precies dat samengaan van innerlijke vrijheid en armoede van hart.
Onze wereld wordt vandaag op de proef gesteld. De trots van velen wordt gebroken. Een minister zei: “De wereld lag aan onze voeten. Die illusie is doorprikt”. We worden plotseling geconfronteerd met de relativiteit van het leven. Onze zelfzekerheid wordt ons ontnomen. We kunnen daartegen in opstand komen – maar tevergeefs. Sommige catastrofen winnen terrein met het cynisme van een pletwals. Ondergaan we zonder meer? Of stellen we ons vragen over de zin van wat er gebeurt.
Alleen hij die niets te verliezen heeft – de nederige en arme van hart – kan die realiteit aan. Want hij leeft uit een andere bron. Hij alleen is in staat Jezus te volgen in zijn gegeven zijn, zonder terug te vallen op zichzelf.
Op palmzondag biedt Jezus zich aan als de koning van de vrede. Maar zijn vrede staat onder het teken van het kruis. Dankzij Jezus wordt het kruis, in plaats van een teken van de dood te zijn, een teken van verzoening, van een liefde sterker dan de dood, van nieuw leven.
Onze kruisen worden niet weggenomen en ze wegen even zwaar als voor iedereen. Maar ook wij leven onder een plusteken. Waar alleen duisternis is, komt licht opdagen.
De vrede die Jezus geeft – zijn licht – is dus niet identiek met probleemloosheid. Maar ze stelt ons in staat te strijden om het leven met een hart in vrede.
Opening op de anderen
Alle vormen van lijden hebben de neiging ons op te sluiten in onszelf. Dat is een heel menselijke reactie die respect verdient. En toch kan dit lijden een opening worden op de anderen. Dat is een mysterieus gegeven dat indruk maakt voor wie ermee in aanraking komt.
Ik heb ooit in mijn monnikengemeenschap een medebroeder begeleid naar de dood. Op een nacht – die nadien zijn laatste nacht bleek te zijn - zag hij afgrijselijk af. Dit ging naar het einde. Morfine hielp niet meer. Ik vroeg – met als enige bedoeling hem mijn aanwezigheid te laten kennen: “Waar heb je pijn?” Hij zei: “Ik heb geen pijn. Ik lijd voor hen die Christus ontkennen.” Dit was voor mij, jonge monnik, een groot moment. Ik heb een diepe stilte over mij voelen neerkomen. Een diepe rust. Maar ook het lijden dat veroorzaakt wordt door de ontkenning van Gods liefde. Jezus lijdt op het kruis door de ontkenning van Gods liefde. Ik voelde in onze ziekenafdeling ook een solidariteit met alle mensen en de verlossende waarde van wat mijn medebroeder aan het beleven was. Hier werd getuigd voor de zin van het leven.
Ook al zou de hele wereld God verlaten – zoals het volk Jezus liet vallen enkele dagen na hun hosanna-geroep aan de poorten van de stad – dan nog zou er ten minste één plaats op aarde geweest zijn waar een niet te dichten openheid bestond, een poort naar God: die kleine ziekenkamer en het bed van mijn medebroeder.
Zo zijn er in feite veel ziekenkamers, veel gevangeniscellen, veel eenvoudige huizen, maar ook laboratoria, concertzalen, sportpleinen… waar dan ook, voor wie kan kijken met de ogen van het geloof. En waar God is, is absolute wanhoop niet meer mogelijk. Wel beproeving, vooral wanneer de liefde ontkend wordt. Want Jezus is ons voorgegaan. Hij heeft geleden voor “de menigte”, dit wil zeggen voor iedereen. Voor mij. Voor jou.
Een hele week is dit het enige onderwerp van onze meditatie. Geen gemoraliseer. Maar de contemplatie, de beschouwing van Jezus. In geloof en liefde. En dus: hoopvol.
Nooit alleen
Meer dan anders tijdens het liturgisch jaar komt God in deze dagen tot ons. Niet zonder bloed en tranen. Het kruis wordt een levensboom. Althans het kruis met Jezus erop. Daarom moeten we meer kijken naar Jezus dan naar het kruis.
We hoeven het lijden niet te zoeken. Het komt soms op een massale manier, zoals nu, in deze coronatijd.
Meer dan naar het kruis, kijken we naar hem die het kruis gedragen heeft, in vrijheid, zonder theater.
We leren van hem wat liefde is en zelfgave tot het uiterste. En welke prijs hij voor ons betaald heeft. Met hem leren we bidden: “Niet mijn wil, maar uw wil geschiede.” Maria, zijn moeder, had dit al gezegd op de dag van de boodschap van de engel. Heel haar leven lang heeft ze haar zoon begeleid met deze woorden in het hart. Met hem en met haar gaan we naar het licht van Pasen.
Zo zijn we, ook in de afzondering waarin we vandaag noodgedwongen moeten leven, nooit alleen.