Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeBisdom Gent
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeBisdom Gent
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Contact
  • Misbruik melden
  • Informatie over het bisdom Gent
    • Over het bisdom Gent
    • Over de bisschoppen van Gent
    • Beleidsploeg
    • Beleidsdocumenten
    • Algemene ondersteunende diensten
    • Dekenaten en parochies
    • Bedevaartsplaatsen bisdom Gent
    • Fonds Kerkopbouw
  • Emeritus-bisschop Lode
  • Beleidsdocumenten
  • Communicatie
    • Elektronische Nieuwsbrief
    • Bisdomblad Kerkplein
    • Jaarboek
    • Vacatures
  • Pastorale diensten en vicariaten
    • Aanspreekpunt homoseksualiteit en geloof
    • Bedevaarten Bisdom Gent
    • Betlehemproject
    • CCV in het bisdom Gent
    • Catechese
    • Ecokerk in bisdom Gent
    • Financieel en administratieve ondersteuning van parochies
    • Gezinspastoraal
    • Kamino jongerenpastoraal
    • Misbruik melden
    • Onderwijs
    • Oecumene
    • Parochiepastoraal
    • Permanent diaconaat
    • Religieuzen
    • Sint-Baafshuis
    • Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut
  • Privacyverklaring

Charismatische vernieuwing ontmoette bisschop Lode

Bisschop Lode bracht op 5 november 2022 op uitnodiging van de charismatische vernieuwing een persoonlijk getuigenis over de Heilige Geest.

Over de heilige Geest

Toen ik bisschop benoemd was kreeg ik als een van de opdrachten: een wapenschild kiezen. Ik was daar eerlijk gezegd niet zo geïnteresseerd in. Mijn eerste reactie was dat ik er ook als abt geen had. Zoals de Franse Kardinaal Roger Etchégaray vond ik dat dit iets was voor het Ancien Régime. Maar nee hoor: ik moest er toch een hebben. Dan maar een mooi, dat betekenisvol is. Aangezien het om heraldiek ging, werd ik geholpen door een specialist. Dat was Prof. Luc Duerloo van de universiteit van Antwerpen. We hebben heel wat heen en weer geschreven, tot we beiden tevreden waren.

Het resultaat? De heilige Geest staat op het voorplan. Hij overschaduwt de dwarsbalk van het kruis. Die horizontale band roept de chronologische lijn van de geschiedenis op. Hij is zwart omdat we in een moeilijke, gevaarlijke tijd leven, vol uitdagingen. Maar de Geest neemt onze geschiedenis onder zijn vleugels. Hij beschermt ons en maakt een nieuwe dynamiek mogelijk, ook in de somberste tijden. Menselijke geschiedenis is voor de gelovige ook heilsgeschiedenis.

De Geest staat op mijn embleem dus ook voor de andere, de verticale balk van het kruis. Die is blauw omwille van het water van de doop, die hemel en aarde verbindt. Het kruis in zijn totaliteit verwijst natuurlijk naar Jezus, wiens woorden, lijden en verrijzenis de Geest voor ons betekenisvol maakt. Ten slotte verwijst de cirkel, symbool van volmaaktheid, naar God de Vader. 

Als abt van Orval had ik wel een leuze die ik gehouden heb: In de vreugde van de Geest. Opnieuw de Geest dus. Om mijn keuze uit te leggen aan mijn medebroeders heb ik toen verwezen naar het eerste verrijzenisverhaal in het evangelie van Johannes (hoofdstuk 20, vers 19 tot 23). Het is een passage die ons ook vandaag bijzonder kan aanspreken. Ik zeg eventjes waarom. De leerlingen hebben zich uit schrik opgesloten, veilig achter gesloten deuren. Ze denken de kleine rest te zijn van de volgelingen die het ongeluk hadden om in Jezus te geloven. Maar de Meester is aan het kruis gestorven. Samen verwerken ze hun ontgoocheling en angst. Ze hebben het gevoel geen toekomst meer te hebben. Wanhoop en geen uitzicht: gevoelens die niet weinig mensen vandaag bekruipen. Ze liggen spiritueel plat, horizontaal als de sombere zwarte lijn van de geschiedenis waarover ik het al had. En plots komt Jezus. Hij staat midden onder hen en zegt: “Vrede met u”. Jezus toont de wonden in zijn handen en zijn zijde. Zijn aanwezigheid geneest de leerlingen van hun eigen wonden, van angst en ongeloof. En nu zijn ze “vervuld van vreugde”, zegt de tekst. Hier hebben we al het eerste woord van mijn bisschopsleuze: vreugde. Als we Jezus echt ontmoeten bij het lezen van de Schrift dan voelen we vrede en vreugde. De vreugde is altijd het teken van een zekere harmonie, de vrucht van zich de werkelijkheid aanvaarden en er zich mee verzoenen. Ook de moeilijke realiteit kan een springplank worden voor een nieuw of ander leven. En Jezus herhaalt dan een tweede keer: “Vrede met u”. Onmiddellijk daarop volgt de zending. Ook dat behoort tot de ontmoeting met de verrezen Heer. Jezus zegt: “Ontvang de heilige Geest” (v. 22).

Van de Geest komt het elan, de Schwung, de dynamiek. En de inspiratie. Van Hem komen vernieuwing en opening op de toekomst.

Alle vruchtbaarheid in het leven. Alle verzoening ook waarvan de dienst ons toevertrouwd is: “Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven” (v. 23). 

Ik heb toen aan mijn medebroeders gezegd: ik beschouw een abts- nu bisschopsleuze een beetje als een zin die ik steeds voor ogen kan houden. De uitdrukking van mijn motivatie. Een zending en gedragsregel. En als ik nu de woorden “vreugde” en “heilige Geest”,  twee sleutelwoorden uit het verschijningsverhaal, samenbreng, dan kom ik uit bij wat Paulus zegt in de eerste brief aan de Thessalonicenzen (1, 6): “En gij van uw kant zijt navolgers geworden van ons [d.i. Paulus, Silvanus en Timoteüs] en van de Heer, toen gij het Woord hebt aangenomen (!) onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de heilige Geest (cum gaudio Sancti Spiritus).” De heilige Benedictus herhaalt dezelfde woorden in zijn Regel, in het hoofdstuk over de vasten, om uit te drukken wat de betekenis, de zin is van al onze inspanningen om Gods wil te volbrengen. 

Op 27 januari 2007 heb ik in Orval die beschouwingen beëindigd met de woorden:

“Dit is een zinnetje dat ik voor mij hou als motivatie voor mezelf. En ik hoop dat we alles kunnen doen in de vreugde van de Heilige Geest, de vreugde die Gods Adem ons geeft. Dan zullen we zeker doen wat de Kerk van ons verwacht.”

Vandaag, zestien jaar later, herhaal ik dit zinnetje niet meer voor mijn broeders van toen, maar voor jullie. Ik doe het niet meer als abt, maar als bisschop. 

Zending

Beste vrienden, mijn verwijzingen naar de Bijbel tonen hoe realistisch de Schrift is. De Geest doet ons niet wegzweven van onze soms harde werkelijkheid. Jezus komt als de leerlingen zich uit angst opgesloten hebben achter gesloten deuren. Op zijn beurt spreekt Paulus over de beproevingen van de eerste christenen. Maar beiden – zowel Jezus als Paulus – hebben het over de Geest. En telkens is er vreugde: de vreugde van de leerlingen die de verrezen Heer ontmoeten en de vreugde in de heilige Geest van hen die Gods Woord aannemen. Gods Woord: zowel te verstaan als het woord van de Schrift als het Woord dat Jezus zelf is. 

Ik zei dat de Geest ontvangen ook betekent: een zending krijgen. Deze zending heeft veel te maken met wat Jezus bedoelt met vrede. Jezus zei tweemaal: “Vrede met u”. De eerste keer nadat Hij door zijn aanwezigheid de angst bij de leerlingen wegnam. Voortaan zal de vreugde van de Geest altijd met hen zijn die leven in Jezus’ aanwezigheid. De tweede keer leidde de vredeswens de gave van de Geest in en de uitdrukkelijke zending. Om Jezus’ getuige te zijn moeten we zijn vrede ontvangen. Dan pas kunnen we die vrede ook uitstralen. Het zijn die vrede en die vreugde die het evangelie ook vandaag nog aantrekkelijk maken. 

We hebben het veel over de missionaire Kerk, de Kerk in zending. Paus Franciscus komt er voortdurend op terug. We hoeven niet ver te zoeken om te weten hoe we dat kunnen zijn.

We zijn een missionaire Kerk in de eerste plaats door te getuigen van de vrede die er heerst in onze parochie- of levensgemeenschappen.

Dat klinkt gemakkelijk. Maar het is niet evident. Ik ontmoet veel onvrede. Veel geklaag. Volgens de Geest leven is eigenlijk tezelfdertijd eenvoudig en moeilijk. Eenvoudig omdat het volstaat dat we Hem toelaten in ons leven. Dan kan Hij in ons werken als een kracht, een energie. Maar volgens de Geest leven is ook moeilijk, omdat we onszelf steeds opnieuw moeten overwinnen, om tijd te nemen voor gebed en Schriftlezing en om van daaruit te leven. We laten ons door de Geest niet leiden, ook al weten en voelen we wat we moeten zeggen of doen. We bemerken dat vooral als we moeilijk komen tot vergeving en verzoening. Veel dingen kunnen we niet uit onszelf. We kunnen het beter in overgave aan de Geest. 

Hoe werkt de Geest vandaag?

De vraag is mij gesteld: Hoe werkt de Geest vandaag in Zijn Kerk en in de wereld?

Het is inderdaad “zijn” Kerk en dat is misschien wel het laatste waar zelfs veel katholieken aan denken. Is de Kerk zoals we die kennen wel “Zijn” Kerk? De Kerk heeft iets paradoxaals. Ze is van de Geest want ze ontstaat op Pinksteren. De Kerk was al voorbereid op het Laatste Avondmaal. Maar de leerlingen moesten nog – samen met Jezus – door de beproeving van lijden en dood. En Jezus moest verrijzen. Pas op Pinksteren is de Kerk ingesteld. Petrus treedt onmiddellijk naar voren als leider van de groep.

Als we ons afvragen waar de heilige Geest zichtbaar is, kunnen we als eerste antwoord terecht geven: in de Kerk. Zij is als instelling het meest zichtbare dat maar denkbaar is.

En ook in de sacramenten en de wijdingen. Ook zij zijn objectieve instellingen, formele handelingen, waar je niet spontaan mee doet wat je wil. Zonder expliciete aanroeping van de Geest beschouwen we ze niet als werkzaam. Denken we bijvoorbeeld aan de initiatiesacramenten. De Geest moet aangeroepen worden over het water en expliciet vermeld met de Vader en de Zoon om het doopsel geldig te maken. Het is immers de Geest die ons door het doopsel lid maakt van de Kerk. Hij is het ook die ons door de verzoening opnieuw in de Kerk integreert als we aan ons doopsel ontrouw zijn. Op het vormsel wordt de doopselgenade versterkt met de zalving en de formule: “Ontvang de zegel van de heilige Geest, de gave Gods”. De ritus van het vormsel legt trouwens goed uit waarover het gaat: de vormelingen spreken hun bereidheid uit te geloven “in de Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft en die hen (de vormelingen), door middel van het sacrament van het vormsel, wordt geschonken zoals aan de apostelen op de dag van Pinksteren” . En in de iedere eucharistieviering is er een dubbel gebed om de Geest (epiclese genaamd): een voor de instellingswoorden en een na de consecratie. In het eerste gebed vragen we dat de Geest de gaven van brood en wijn mag heiligen. Dat herinnert er ons aan dat er met dit brood en deze wijn echt wel iets gebeurt. Het tweede gebed is meer gericht op de gelovigen die bij de nuttiging (de communie) door de Geest Christus-gelijk worden. 

Zonder veel langer uit te weiden over de aanwezigheid van de Geest in de Kerk als instituut en in de sacramenten wil ik nog even verwijzen naar de wijdingen. Ook daarin speelt de Geest een essentiële rol. Sta mij toe mij ons te herinneren aan enkele zinnetjes die ik bij de handoplegging tijdens de bisschopswijding heb mogen horen. De handoplegging samen met het gebed tot de Geest is het centrale moment van de wijding (zowel bij de bisschops-, de priester- als de diakenwijding). De Kardinaal die de wijding voorging en de medeconsecratoren spraken toen de volgende woorden uit: “Geef thans aan deze dienaar Lode die Gij gekozen hebt, de kracht die uit U voortkomt, de Geest van leiderschap en gezag, die Gij gegeven hebt aan uw geliefde Zoon Jezus Christus, de Geest die Hij geschonken heeft aan zijn heilige apostelen. Uit deze kracht hebben zij uw Kerk gesticht van plaats tot plaats als uw heiligdom tot onvergankelijke lof en eer van uw Naam”. 

Hierin zien we dat we nooit charisma (Geest) en instituut (Kerk) aan elkaar mogen tegenstellen. Ze zijn onafscheidelijk verbonden. 

Ik ben nochtans geneigd om eraan toe te voegen: “en toch”. En toch? Kunnen we dan alle kritiek die tegen het instituut Kerk uitgesproken wordt naast ons laten liggen als verkeerd en niet ter zake? Is alles eens en voor altijd gegeven? Zijn we veroordeeld tot immobilisme en tot formalisme? Een Kerk die geen bekering nodig heeft? 

Om de kritiek haar juiste plaats te geven (en dus haar juiste proportie) ga ik opnieuw terug naar de Geest. Het is wellicht hier dat de Geest ons ontsnapt en dat we hem nooit bezitten als een object. Hier wordt Hij krachtig als een onzichtbare wind. Zoals de wind (pneuma) blaast de Geest waar Hij wil (Joh 3, 8). Dat is een van de eerste boodschappen van Jezus in het Johannesevangelie, in hoofdstuk 3, tijdens zijn nachtelijk gesprek met Nikodemus. De paradox is dus dat de Geest de Kerk sticht – het meest institutionele dat je je kan indenken – en dat Hij tezelfdertijd de meest vrije kracht is. Ik zou zeggen (sorry als het een beetje moeilijk klinkt): de Geest institueert maar contesteert ook voortdurend wat hij zelf geïnstitueerd heeft. Je kan dus echt niet zeggen: “Ja als het over de Geest gaat (en over Jezus, de door de Geest gezalfde); maar neen voor het instituut Kerk”. We zullen de spanning tussen vrijheid en instituut nooit uit de weg kunnen gaan. Onze huidige paus illustreert dat perfect. Hij beheert het instituut en voert beleid. Hij kent er als geen ander het gewicht en de zwaarte van. En toch beleeft en getuigt hij ervan als van een genade, een gave van de Geest. De Geest geeft de kracht om de logheid van het instituut in beweging te brengen, zoals het Concilie gevraagd heeft, dat Concilie dat als geen ander opnieuw de heilige Geest op het voorplan gebracht heeft in onze liturgie en theologie.

De Geest vestigt maar Hij schudt ook. Hij institueert maar brengt ook in beweging. De twee! En het is in de spanning tussen die twee dat er ruimte is voor bekering, verandering, vernieuwing.

Vandaar dat we twee categorieën van mensen ontmoeten die het moeilijk hebben met de evolutie in de Kerk. Sommigen vinden dat de evolutie niet snel genoeg gebeurt. Er wordt veel uitdrukking gegeven aan ongeduld. En dat ongeduld is vaak menselijk begrijpelijk. Anderen vinden dan weer dat alles te snel gaat en vinden dat evolutie in de Kerk een vorm van ontrouw is aan de traditie. Maar, zoals u hopelijk al begrepen hebt, is traditie iets anders dan verstening en fossilisatie.

Als de Kerk alleen een instituut is dat wil overleven – zoals sommigen denken – dan is ze eigenlijk aan het verdwijnen. Want het is de Geest die leven geeft. Ik ben daar heel gevoelig aan. Bernardus van Clairvaux is in de twaalfde eeuw precies in de spanning gaan staan tussen instituut en heilige Geest, tussen kerkelijke traditie en vernieuwing. Maar ook alle andere hervormingsbewegingen kan je van hieruit verstaan. In de dertiende eeuw: Franciscus van Assisi, Dominicus. In de veertiende en vijftiende eeuw (bijzonder in onze streken): de Moderne Devotie en de Navolging van Christus van Thomas a Kempis. Nog later in de zestiende eeuw de reformatiebewegingen en alles wat eruit voorgekomen is. Kerkelijke hervormingen zijn als golven op de zee. Bijna iedere eeuw spoelt er een aan. Het komt erop aan de spanningen tussen oud en nieuw, tussen vroeger en nu gezond te houden en te blijven luisteren naar wat de Geest ons te vertellen heeft in alles wat zich afspeelt, binnen en buiten de Kerk.  

Late ontdekking

Ik zou niet willen dat jullie denken dat de heilige Geest voor mij altijd en van meet af aan een evidentie geweest is. Zoals velen heb ik Hem pas later ontdekt. Maar stilaan heb ik geleerd dat Hij, die laatst kwam – misschien niet toevallig “maar” de derde persoon in de heilige Drievuldigheid – eigenlijk de eerste is. Want Hij maakt mogelijk dat we Jezus als de Heer erkennen. Hij maakt ook mogelijk dat God de Vader van Jezus Christus is en “onze Vader”. 

We moeten de Geest op alle niveaus opnieuw ontdekken. Hij behoort tot de heilige Drievuldigheid en bepaalt van daaruit onze eigen Godsrelatie. Hij behoort tot de Kerk en de sacramenten. En Hij bezielt onze menselijke relaties en menselijke verwezenlijkingen. 

Als we nu zo vaak de afwezigheid van geloof moeten vaststellen, dan stel ik de vraag: waar is de heilige Geest, die dat geloof mogelijk maakt? Onze Westerse gevoeligheid heeft de Geest te lang aan de kant gezet. Zo was het ook voor mij en het is maar progressief dat de Geest voor mij belangrijk geworden is. Daar is misschien wel een objectieve reden voor. De woorden vader en zoon hebben een veel duidelijker betekenis vanuit onze menselijke ervaring. We weten wat een vader is en ook een zoon. De geest is van een andere orde: hij is wind, adem… Iemand merkte op  vader en zoon zijn antropologische begrippen. Het gaat over mensen.

De geest daarentegen is een kosmologisch symbool, want wind en adem komen uit de natuur.

Maar zonder adem verstikt de mens. Zonder adem leeft ik niet meer. Dan verdwijn ik en is er geen vader- en zoonrelatie meer. Dat geldt zowel in mijn menselijke relaties als in mijn verhouding tot God. De Geest doet mij leven en Hij zorgt in mijn relaties voor de juiste afstand én eenheid (zowel met God als met de anderen). Als ik sommige mensen hoor over God of over de Geest dan denk ik soms dat ze het toch wel erg goed weten, alsof ze God op zak hebben; alsof ze een directe telefoonlijn hebben tot Hem. Maar het is precies de Geest die dat verhindert. Opnieuw: relatie is zowel afstand als verbondenheid. Vrijheid én binding. De twee. Is in het sacrament van het huwelijk de trouwring niet het teken van die paradoxale realiteit: het zich vrijwillig binden aan elkaar? In onze Godsrelatie – en in al onze relaties – schept de Geest zowel het weten (begrijpen) als het onuitputtelijk mysterie van de andere. 

Kosmische symbolen

Over de Geest spreken we dus met kosmische symbolen. Hij is adem. Hij is ook vuur, of water. Hij wordt afgebeeld als een duif (die zweeft tussen hemel en aarde, tussen God en mens). Niets van die elementen (adem, vuur, water…) is bemeesterbaar. Ze ontsnappen ons telkens. Ze glijden tussen onze vingers. Maar ze zeggen ons ook iets belangrijks over God. Hij is niet alleen vader en zoon. God overstijgt alles en iedereen. Hij is heilig. Of zoals Jezus wil dat we bidden: “Onze Vader die in de hemel zijt”. God is zowel “onze Vader” als “in de hemel” (dus niet van de aarde, hoe geneigd we ook kunnen zijn om Hem daartoe te reduceren om Hem begrijpelijk te maken). God is God en geen mens. God is met ons in zijn Zoon (Emmanuel). Maar Hij blijft ook de totaal Andere. Laat mij opnieuw Jezus citeren in zijn gesprek aan Nikodemus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg U; als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan. Wat geboren is uit vlees is vlees, en wat geboren is uit de Geest is geest.” (Joh 3, 5-6). De Geest doet begrijpen. Maar je begrijpt ook alleen maar in de Geest, in geloof. 

Ik herhaal nog maar eens dat ik later de heilige Geest ontdekt heb. Natuurlijk wist ik van zijn bestaan af en geloofde ik erin. Maar eigenlijk vertaalde ik het zelfstandig naamwoord Geest in het bijvoeglijk naamwoord “geestelijk”. De Geest dat was de geestelijke dimensie van Jezus’ boodschap. De Geest, dat was leven zoals Jezus. Een kwaliteit van leven. Maar de Geest zelf bestond niet als een zelfstandige persoon. Ik kan dat vergelijken met de manier waarop velen God zien vandaag. Hij is niet iemand. Hij is de dieptedimensie (de “goddelijke dimensie” zegt men dan) van bijvoorbeeld de liefde, of de rechtvaardigheid. Maar zoals steeds is het Jezus die me bij de hand heeft genomen om daar mijn weg in af te leggen. Jezus heeft me eerst geleid naar God en stilaan naar God als zijn Vader en vandaar ook onze Vader. Jezus verwees me ook naar de Geest. Het is interessant om te weten dat het Griekse woord voor de Geest (to pneuma) noch mannelijk, noch vrouwelijk is, maar onzijdig. In het Hebreeuws is het woord “ruah” vrouwelijk. Maar het is het Grieks dat ons denken over de Geest bepaald heeft. Vandaar dat het eigenlijk ook een beetje logisch is om te denken dat de Geest niet iemand is, maar iets. Toch is men ertoe gekomen om Hem als een persoon te beschouwen, voornamelijk in het Concilie van Constantinopel in 381. Wees gerust, ik zal het hier niet hebben over de subtiliteiten van de theologie. Het volstaat hier zich te herinneren dat in de geloofsbelijdenis de Geest gelijkwaardig is aan de Vader en de Zoon. Ons Credo zegt: “Ik geloof in de heilige Geest, (…) die met de Vader en de Zoon te zamen wordt aanbeden en verheerlijkt”. 

Wat er mij de weg is doen gaan naar de ervaring van de Geest als persoon is grotendeels het feit dat Jezus zo over Hem spreekt.

Jezus noemt hem onze trooster, advocaat, “Parakleet”. De Geest is een exegeet, die Jezus’ woorden in herinnering brengt en uitlegt. Hij is zelfs – zoals ons Credo het nog zegt – diegene “die gesproken heeft door de profeten”. Vandaar trouwens dat we het Schriftwoord in de liturgie beamen als “woord van God”. In de Schrift is het de Geest die spreekt over God de Vader en Jezus de Zoon. Hij spreekt overal maar Hij spreekt nooit over zichzelf of voor zichzelf. 

Hoe moeten we bidden?

Een ander element is het feit dat we niet weten hoe we moeten bidden. Dat klinkt misschien mysterieus. Zou het niet omgekeerd moeten zijn? Paulus heeft het echter goed uitgedrukt: “De Geest komt onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.  En Hij die de harten doorgrondt [namelijk de Vader], weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling” (Rom 8, 26). Het heeft me jaren gekost om te leren hoe waar het is dat ik niet kan bidden, om dan de ervaring op te doen dat bidden toch mogelijk is, dankzij de heilige Geest. Paulus is formeel: niemand kan zeggen Abba, Vader – zoals niemand kan zeggen Jezus, de Heer – tenzij bezield door de heilige Geest. De Geest speelt echt zijn eigen rol. In de liturgie richten weinig gebeden zich tot de Geest. Het Veni Creator Spiritus op Pinksteren is eerder een uitzondering. Maar we bidden – zoals de liturgie ons leert – “tot de Vader, door de Zoon en in de Geest”. Of om dezelfde woorden in omgekeerde volgorde te gebruiken (en dan komt de logica beter uit):

We bidden in de bezieling van de Geest, geleid door Jezus’ Woord (en Jezus die het Woord is), tot God de Vader.  Dat is de grote beweging van het gebed in de Kerk. We bidden dus meer in de Geest dan tot de Geest. 

Adem

Laat mij nog een woordje zeggen over de Geest als Adem. De adem is een heel sterk symbool die veel mensen vandaag aanspreekt. Maar naar mijn mening hebben we nog altijd niet het beste “uit de kan gehaald”. Ik grijp daarvoor nog eens terug naar het Credo dat zegt: “Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft”. De Geest geeft het leven. Eigenlijk is dat fantastisch als we daarop doordenken. Al wat leeft is uitdrukking van de Geest. Dat geldt niet alleen voor de mensen, maar voor heel de schepping. Als het over de mens gaat in het Scheppingsverhaal, dan maakt God van Adam een levend wezen door hem het leven in te blazen.  Belangrijk is hier vooral dat Gods adem ons tot levende wezens maakt. Dat is zo voor het begin van het leven. Maar het komt ook terug in een van de eerste intuïties over de verrijzenis, namelijk in het visioen van Ezechiël die in hoofdstuk 37 beschrijft hoe de levensadem opnieuw ingeblazen wordt.

De Geest is werkelijk het levensprinciep. 


Pastoraal werk en de Geest

Misschien lijkt het alsof ik een hoge vlucht heb genomen met de Heilige Geest, maar eigenlijk zet Hij ons altijd weer met de voeten op de grond.  Ik kom terug op mijn pastoraal werk. Ik hou er voortdurend een pleidooi voor eenheid in verscheidenheid en dat op alle vlakken. We hebben de spontane tendens ons aan één beweging te houden. Wie werkt aan de eenheid kan vergeten dat mensen wezens zijn met concrete – ik zou bijna “plaatselijke” – noden. Wie precies de originaliteit van de eigen persoon of de eigen kerkplek verdedigt kan dan omgekeerd belet worden om het groter geheel te zien en de eenheid niet voldoende bevorderen. Als bisschop heb ik de taak over beide bewegingen te waken. Maar is dat al niet zo in alle persoonlijke relaties. Respecteer ik de andere als een uniek wezen? En als ik dat doe, sluit ik die niet op in zijn of haar anders-zijn, met te weinig aandacht voor de gemeenschap? Op Pinksteren horen de toehoorders de éne boodschap van de apostelen, maar ieder in zijn eigen taal (Hand 2). Of zoals Paulus het schrijft aan de Efeziërs: “Beijvert u de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot één en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop.  Eén God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen. MAAR aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave…Sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars, om de heiligen toe te rusten voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus” (Ef 4, 3-4.11.12)

Dit wou ik jullie deze namiddag delen over de Geest. Het is niet meer dan een persoonlijk getuigenis over wat mij ter harte gaat.
 

Heilige Geest
Heilige Geest © Bisdom Gent, tekening: Koen Van Loocke
Laatste aanpassing op 09/11/2022 om 22:48
HomeBisdom Gent
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube
© Bisdom Gent 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo