Evangelisatie: een wals
Beste vrienden, beste Pelgrims van de Hoop,
De parabel die we zopas hoorden is niet alleen een van de meest gekende, populairste parables zelfs, maar ook een van de belangrijkste die Jezus uitgesproken heeft. Jezus legt zelf de betekenis uit. De grond dat zijn duidelijk wij, de toehoorders. Het zaad is het woord van God. De zaaier? We denken spontaan aan Jezus die Gods woord verkondigt en zelf het Woord is. Maar dat sluit geen andere betekenissen uit. Het kan de Vader zijn. En ook: wijzelf!
Ik zou vandaag de drie sleutelwoorden – grond, zaad en zaaier, op onszelf willen toepassen. We zijn dus niet alleen de aarde aan wie het zaad wordt toevertrouwd, maar we zijn zelf zaad en zelfs zaaier. Ik maak er een soort lied van in de maat van drie. Drie is de cadans van veel dansen, bijvoorbeeld de wals. Dat past wel op een dag als vandaag. Daar gaan we.
In de maat van drie ligt de nadruk op de eerste tel. We zijn dan ook in de eerste plaats de grond. Ik houd het bij de goede grond. (Ik wals dus wel een beetje snel door de parabel!) Maar is onze bedoeling niet precies goede grond zijn, ontvankelijk voor het zaad? We staan open voor de vervulling van Gods woord in ons leven. Dat is onze hoop. En die hoop zet ons op weg. We zijn pelgrims van hoop. We zijn samen met anderen mensen van de Weg, de weg die Jezus is. Zo worden de volgelingen van Jezus tot vijfmaal toe genoemd in de Handelingen van de Apostelen. Zo noemden ze zichtzelf. Dat was hun naam, nog voor ze christenen genoemd werden. Hoop is openheid naar wat komen gaat. We gaan op weg omdat we vertrouwen hebben in Gods belofte.
De tweede tel in onze maat van drie is dat we ook zaad zijn. Ge zult waarschijnlijk zeggen: wij zijn toch niet het woord van God in persoon? Wij zijn de boodschap niet. Natuurlijk niet. Maar als we – als goede grond – Gods woord ontvangen, dan dragen we dat woord ook in ons. Zoals Jezus zegt: ge zijt zout, gist, licht, zegt Hij ook in zekere zin: ge zijt zaad, ge zijt Woord. We mogen dat geloven. Dat geloof is onze identiteit. Paulus richt zich tot zijn broeders en zusters als tot “de gelovigen in Jezus Christus” (Ef 1, 1) Dat is een andere naam voor ons: de gelovigen.
En dan komt de derde tel in onze maat van drie: we zijn geen gelovigen alleen voor onszelf. Het woord krijgen we om het te beleven en om het door te geven. We zijn christen om als Christus te zijn voor de anderen. En dat doen we in de liefde. Zaaiers als God. Zaaiers van liefde. Dat is onze activiteit, in de eerste plaats door onze manier van zijn. Jezus noemt ons vrienden, omdat Hij met ons deelt wat Hij van zijn Vader heeft gehoord.En zo moeten ook wij delen.
Grond, zaad en zaaier. We zijn het allemaal. We zijn ook hoop, liefde en geloof. We zijn openheid, identiteit en activiteit. Maar er nog is meer. Ik had het over een melodie in de maat van drie. Een wals. Het slotakkoord is vreugde, een vreugde die al in de hele melodie aanwezig was. Door de vreugde is onze hoop verwachting, blijde verwachting. Door de vreugde is ons geloof aanstekelijk, attractief, en daardoor missionair. Door de vreugde is de liefde vruchtbaar. Voor Chesterton was de vreugde Jezus’ geheim. Christophe Vekeman zal me niet tegenspreken. Hij trekt als logisch gevolg dat vreugde het geheim van iedere christen is. En hij heeft gelijk.
Beste vrienden, zo zie je hoe Jezus ons met zijn parabels op sleeptouw neemt. Op sleeptouw. Het woord komt oorspronkelijk uit de scheepvaart. We werken al een heel jaar met een ander woord dat met het schip verband houdt: het anker. Laat ons Jezus’ woord in ons verankeren. Dan geeft onze goede grond ook goed vruchten.




