‘Hoe zal dat gebeuren?’
In de lutherse kathedraal van Uppsala (Zweden) staat in de kooromgang een wassen beeld van Maria (Maria, Återkomsten – de terugkeer –, Anders Widoff, 2005). Een onopvallende vrouw, klein van gestalte: mocht je haar op straat ontmoeten, je zou haar zo voorbijlopen. Veel kathedraalbezoekers zien haar evenmin staan.
Maar eens je de ogen van Maria hebt gezien, begint ze te spreken.
Met indringende, meewarige, niet-begrijpende blik kijkt ze naar de andere kant van de kerkbeuk. Daar ligt het protserige praalgraf van Gustav Vasa (1496-1560), de grote Zweedse reformatiekoning en trotse ‘Vader des Vaderlands’. Toch is het precies de blik van die kleine Maria en niet de imponerende graftombe van de grote koning die indruk maakt.
Niets onmogelijk
‘Hoe is het zover kunnen komen?’, lijkt ze zich af te vragen. Nochtans was het begin – dat kleine en onbeduidende begin in een uithoek van het grote en machtige Romeinse Rijk – er een van verwondering. Dat de boodschap van haar zoon tot op vandaag mensen wereldwijd inspireert en aansteekt, kon Maria niet bevroeden. ‘Hoe zal dat gebeuren’? vraagt Maria met dezelfde blik aan de engel, wanneer die haar aankondigt dat ze zwanger zal worden en Jezus ter wereld zal brengen (zie Lc 1, 31-34). ‘Voor God is niets onmogelijk’, verzekert de engel (Lc 1, 37). En dus gebeurt met haar wat hij heeft gezegd. Met de volle instemming van Maria’s hart: ‘Mij geschiede naar uw woord’ (Lc 1, 38).
Wat een Godsvertrouwen spreekt uit de houding van Maria!
Daar kunnen we als gelovige vandaag nogal wat van leren.
Meer waard dan edelstenen
Als we geloven dat Maria het voorbeeld is van hoe de Kerk er mag uitzien, dan kan het wassen beeld uit Uppsala ons inspireren. Maria is niet de vrouw van de grote theologische theorieën, van de ronkende verklaringen of van de machtige gebaren. Ze luistert vooral naar wat anderen zeggen. Niet alles wat werd gezegd, begreep ze direct, ‘maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken’. Ze lijkt wel de verpersoonlijking van vrouwe Wijsheid zoals die in het boek Spreuken wordt voorgesteld: gepokt en gemazeld door het op het eerste gezicht franjeloze leven van een eenvoudige moeder. “Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen.” (Spr 31, 10).
Wonder
Die lofzang op de sterke vrouw eindigt als volgt: “Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poorten” (Spr 31, 31). De sterke vrouw die Maria is, bewaart het Goede Nieuws in zich en laat het – bij elke Kerst – altijd weer geboren worden.
De advent geeft ons de tijd en de ruimte om de diepte van die woorden te bewaren, erover na te denken en ze langzaam te ontsluiten.
Hoe dat zal gebeuren? Altijd anders, altijd vernieuwd, altijd te groot voor woorden. Dat is precies het ongelooflijke, ongeziene, ongehoorde wonder dat we elke Kerstmis opnieuw mogen ontvangen en beleven.
Geert De Cubber