“God is altijd nabij”
“Ook als priester blijf je gewoon mens”, zegt Hylco Meirlaen. Hij werd op 29 juni 2025 door bisschop Lode Van Hecke tot priester gewijd. Geen evidente keuze vandaag, maar wel een die Hylco zichtbaar gelukkig maakt.
Ik ben afkomstig uit Ninove – of preciezer: uit Okegem. Mijn middelbare school liep ik bij de Zusters der Heilige Harten, beter bekend als het Zusterhuis. Na het secundair studeerde ik accountancy-fiscaliteit. Een heel andere weg dan waar ik nu sta, maar toen leek het logisch. Ik had handel gevolgd, met veel uren boekhouden. Alles wees in de richting van een toekomst als boekhouder – stabiel, goed betaald, een knelpuntberoep. Het leek een verstandige keuze.
Laten bezinken
Tegelijk broeide er iets anders. In de laatste jaren van het middelbaar begon het geloof opnieuw te leven in mij. Waar het vroeger eerder een gewoonte was, begon ik nu zelf op zoek te gaan: ik las theologische werken, verdiepte me in heiligenlevens, en voelde een stil verlangen groeien – een verlangen om misschien… priester te worden. Toch heb ik eerst verder gestudeerd. Ik wilde tijd nemen om het allemaal te laten bezinken. En eerlijk: ik had ook schrik. Het leven als priester leek me zwaar, vol opofferingen. Ik moest mezelf de vraag stellen: "Wat wil ik echt? En wat vraagt God van mij?" In die zoektocht sprak ik met mensen die ik vertrouwde – priesters, vrienden, familie. Ik dacht er veel over na, bad erover. En langzaamaan groeide het besef: dat verlangen om priester te worden, dat was geen bevlieging. Dat was diep, echt, en ik kon het niet blijven negeren. Uiteindelijk heb ik de sprong gewaagd, en ben ik aan de seminarieopleiding begonnen.
Menselijk contact
Het was een grote ommekeer. Mijn leven veranderde: andere prioriteiten, een andere omgeving. Dingen die vroeger belangrijk waren – gamen, voetbal volgen (ik was een trouwe supporter van Standard Luik) – kwamen op de achtergrond. Nu zijn het vooral de vriendschappen die me voeden: gesprekken van hart tot hart, samen lachen, ventileren als het nodig is. Menselijk contact, dat is voor mij essentieel. In het seminarie leer je mensen kennen van andere bisdommen: Brugge, Hasselt, Gent… en ook soms van ver daarbuiten. Als jonge mensen delen we veel – niet alleen ons geloof, maar ook onze vragen over het leven. Want ook als priester blijf je gewoon mens. Jong. Zoekend. Onderweg.
Zot
Mijn vriendenkring is heel uiteenlopend. Sommigen zijn sterk gelovig en actief in de Kerk. Anderen – zeker vrienden van vroeger in Ninove – hebben het moeilijker met geloof. Sommigen zeiden rechtuit: “Je bent zot! Geen vrouw? Geen kinderen? Wat voor leven is dat?” Maar tegelijk waren er ook vrienden die, ondanks hun ongeloof, zagen dat ik er gelukkig van werd. En dat gunden ze me. Dat raakte me diep.
Vreugde
Thuis werd en wordt het geloof ook verschillend beleefd. Mijn vader, broer en zus zijn gelovig en kerkelijk actief. Mijn moeder minder. Aanvankelijk stelde zij veel vragen bij mijn keuze. Ze had het er lastig mee. Maar intussen is ze bijgedraaid. Laatst vroeg ze: “Kan ik nog iets doen voor je wijding?” Dat toont hoe ze mij steunt, op haar eigen manier. Mijn vader, broer en zus zijn van bij het begin vol vreugde geweest. Zij delen dat geloof en begrijpen wat deze stap voor mij betekent.
Geen privégebeuren
Ook mijn diakenwijding was zo’n moment van diepe vreugde. Niet alleen voor mezelf, maar vooral ook als moment van gemeenschap. Ik wilde dat het geen privégebeuren zou zijn. Misdienaars, lectoren, het koor – ik heb geprobeerd zoveel mogelijk mensen te betrekken. Want een wijding is tegelijk een teken van geloof van de hele gemeenschap. Dat hoop ik ook te ervaren bij mijn priesterwijding.
Loslaten
Natuurlijk weet ik dat het geen makkelijke weg wordt. De Kerk staat onder druk. De publieke opinie is kritisch. En ook binnen parochies loop je tegen uitdagingen aan. Maar ik blijf hopen. Omdat ik geloof dat we samen, als mensen onderweg, echt iets kunnen betekenen. Met kleine stappen. Met geduld. Met geloof. Wat me kracht geeft, is mijn geloof in Gods nabijheid. Een tekst die mij bijzonder aanspreekt, is Matteüs 6, 33: “Zoek liever eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen.” Ik ben iemand die van nature veel piekert. Maar deze woorden nodigen uit tot vertrouwen. Tot loslaten.
Tijdens de coronatijd heb ik die nabijheid van God op een bijzondere manier mogen ervaren. In de stilte van de eucharistische aanbidding, terwijl de wereld op slot zat, voelde ik heel intens: Hij is hier. Ook in mijn hart. Geen stem, geen visioen – maar een diepe vrede. Ook later, in kleine dingen, heb ik dat ervaren. Iemand die op het juiste moment op mijn pad komt. Een bemoedigend woord. Een onverwacht gebaar. Toeval? Misschien. Maar voor mij zijn het signalen: God is nabij. Altijd.
Geert De Cubber