Homilie van bisschop Lode op de 1ste zondag van de 40dagentijd
Inleiding
Beste zusters en broeders in Christus. Welkom!
Speciaal welkom: Nicole. Je bereidt je voor op het doopsel. Maar je vertegenwoordigt hier ook de zes andere catechumenen die niet fysiek kunnen deelnemen aan deze viering omwille van de coronamaatregelen.
Hoever jullie zich fysiek of mentaal in afstand ook bevinden: welkom jullie allen die deze eucharistieviering bijwonen.
“Bij-wonen”. Huis-genoot zijn. Ja, er is een geestelijke manier van huisgenoot zijn. Je hoort erbij!
Deze crypte getuigt van een lange geschiedenis. Sinds de jaren 1100 werden hier martelaren en heiligen vereerd.
Velen hebben op deze plaats hun geloof gevoed en zijn op hun beurt geloofsgetuigen geworden. We zien nog de sporen op de laatmiddeleeuwse fresco’s en de vele grafstenen.
Een mooie plaats om naar Pasen op te gaan, maar ook om meer bewust te worden van de betekenis van ons doopsel. Ons geloof is immers gesteund op getuigen en op onze beurt willen wij dat ook zijn.
Bereiden wij ons voor, ons toevertrouwend aan Gods mededogen en alles overtreffende vergeving.
Homilie
Zusters en broeders,
Ik herhaal dat
- de eerste lezing ons vertelt over het verbond met Noah. (Gen 9, 8-15)
- Met het evangelie gaan we naar Jezus in de woestijn en zijn eerste prediking. (Mc 1, 12-15)
- De brief van Petrus (in feite de tweede lezing) brengt ons nog verder in de tijd, naar ons toe met een geloofsbelijdenis. (1P 3, 18-22)
Ik vat de lezingen samen in drie maal drie:
In de eerste plaats drie verschillende spirituele situaties waarin we ons herkennen:
- De eerste lezing: onze angst voor overstroming en verdrinken
- Het evangelie: onze strijd tegen de bekoring
- De Petrusbrief: onze nood aan verlossing
Vervolgens drie plaatsen van bevrijding:
- In de eerste lezing redt de ark van Noah van de vloed
- Het evangelie vertelt over engelen die van de dorre woestijn een plaats van Godsontmoeting maken
- Petrus spreekt over ons doopsel, teken en bewerker van verlossing
Tenslotte driemaal een nieuwe verbondenheid met God:
- In de eerste lezing sluit God het verbond met Noah en de hele mensheid, met als teken van trouw: de regenboog
- In het evangelie zien we de kracht van Jezus’ overwinning op de bekoring, een kracht die ook wij krijgen
- Tenslotte belijdt Petrus in een doopselhymne Jezus’ nieuw verbond: onze verlossing door zijn dood en verrijzenis
De drie lezingen spreken ons dus niet alleen over bedreigende krachten die ons zouden kunnen vernietigen (en waarmee onze wereld nog steeds dagelijks geconfronteerd wordt), maar veel meer nog over de definitieve overwinning die ons in Jezus beloofd is en… gegeven.
En dat is onze hoop in alle duistere en beangstigende situaties: natuurrampen, allerhande levensbedreiging, onrecht, zonde en dood. De fysieke overmacht van een verwoestende natuur geeft ons de beelden van een inwendige geestelijke strijd waarin we ondanks alles kunnen overwinnen met de kracht van Gods Geest. En daarin speelt het doopsel een belangrijke rol.
Laat ons daarom even kijken naar de tweede lezing, waarin Petrus uitdrukkelijk over het doopsel spreekt. In het doopsel hebben wij deel aan Jezus’ definitieve overwinning op het kwaad. Petrus zegt dat Jezus “de Rechtvaardige” is, die geleefd heeft en gestorven is “om ons tot God te brengen”. Wij proberen steeds aan de dood te ontsnappen en zelfs hem niet te zien. En als het niet anders meer kan, dan ondergaan we de dood. Maar in plaats van hem alleen maar te “ondergaan” kunnen we hem ook “aangaan”, zoals je een strijd aangaat. Een dagelijkse strijd tegen steeds weerkomende kleine doodservaringen is de beste manier om zich voor te bereiden op het definitieve laatste moment.
Dat is de bedoeling van de vasten: verzaken aan wat de mensen leidt naar een leven dat ons in feite onwaardig is, een leven ten dode. Maar wij zijn geroepen om levende mensen te worden! Dat is onze oefening, onze uitdaging, ja, ons doel. Dan zullen we op het einde kunnen zeggen, zoals Paulus die – gevangen gezet in Rome en wetend wat hem te wachten staat – aan Timoteüs schrijft: “Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot een goed einde gebracht, het geloof bewaard” (2 Tim 4, 7).
We strijden niet om verlost te worden. We strijden omdat we verlost zijn.
Daarom zegt Petrus: het doopsel is “een verbintenis met God (…) krachtens de opstanding, van Jezus”, dankzij zijn verrijzenis, waaraan alles – ook de meest kwade machten – “onderworpen zijn” (1P 3, 22). Is dat geen mooi perspectief dat kracht geeft en hoop, vooral in de moeilijkste momenten? In dat besef kunnen we de moed niet verliezen.
Wat ik hier zeg is geen abstracte theorie. Het gaat om concrete mensen in concrete situaties. We kunnen dat zien bij sommige medechristenen. Zij zijn “getuigen” door hun manier van leven. Als we dat begrijpen en ons doopsel in die geest ontvangen en beleven, dan voelen we ons gelukkig, bevoorrecht en, ja, in zekere zin… uitverkoren (ook al richt de uitnodiging zich tot iedereen!).
In het doopsel is onze naam belangrijk. Hij drukt immers uit dat we unieke mensen zijn. We dragen onze eigennaam en hebben graag dat iedereen die eerbiedigt. In deze eucharistieviering zal ik vol eerbied de eigennaam ontvangen van Nicole die binnenkort het doopsel zal ontvangen.
Nicole vertegenwoordigt nog zes andere catechumenen die hier niet aanwezig zijn omwille van de sanitaire maatregelen:
- Jana, Silke, en Miriama zal ik zaterdag a.s. hier in Gent graag ontvangen,
- en de volgende dag zal ik in Sint-Niklaas ook nog Martine, Abdo en Habeeb met veel plezier ontmoeten.
In totaal zullen in ons bisdom dus zeven catechumenen gedoopt worden in de paastijd. Dat is toch de bedoeling, rekening houdend met deze speciale coronatijd.
Nicole, jouw echtgenoot Trésor, die de papa is van jullie dochtertje Joanna, is fier jou naar het altaar brengen te mogen brengen, samen met jouw begeleider Matthias. Ik laat Matthias dus graag aan het woord.