Homilie tijdens de Samana-bedevaart naar Lourdes
Lourdes – Samana – 19 augustus 2022
Openingsviering – homilie
1 Sam 3, 3b-10.19; Lc 11, 1-13
Beste vrienden,
we weten allen dat het belangrijk is om regelmatig of te minste nu en dan op een plaats te komen waar duidelijk naar God verwezen wordt. Ook al is God overal, toch helpt ons dat. Als mensen zijn we daar gevoelig voor. Kerken zijn zo’n plaatsen. In Lourdes is er de Grot. Samuël, in de eerste lezing, woonde in de tempel, omdat hij door zijn ouders aan de tempel was afgestaan. Maar hij krijgt op deze plaats ook echt zijn roeping. Zijn verhaal kan ons helpen tijdens onze bedevaart in Lourdes.
De tekst begint met te zeggen: “De lamp van God was nog niet gedoofd.” Ik hoop dat ook wij komen met een brandende lamp in ons, hoe klein misschien ook. In ons doopsel werd een licht in ons aangestoken dat nooit en door niemand gedoofd kan worden, ook als wij – zoals Samuël – slapen en er niet bewust van zijn. In niemand van ons is de lamp van God totaal uitgedoofd! Daarom zullen wij in deze dagen misschien een stem horen die, diep in ons, liefdevol ons roept bij onze naam. Zo gebeurde het bij Samuël. Hij wist eigenlijk niet onmiddellijk wie riep. Bij Bernadette was het eerder het beeld van een jong meisje, even oud als zijzelf. Ook Bernadette wist niet wie het was. Ze sprak over “aquéro” (het woord betekent: “dat iets, dat ding”). Maar “dat” glimlachte en Bernadette voelde dat het naar haar was, heel persoonlijk. Er ging een enorme aantrekkingskracht van uit. En wat deed Bernadette? Ze zegt het zelf: “Ik keek al wat ik kon…” En Marie keek naar Bernadette als een persoon die spreekt met een andere persoon, met een “sprekende blik”.
Laat ons in de volgende dagen maar heel goed luisteren als Samuël en kijken als Bernadette. Misschien horen we dan onze naam of zien we een glimlach of een ander teken tot ons gericht. Tot “mij persoonlijk”.
Toen Samuël zijn naam hoorde dacht hij niet onmiddellijk dat God hem riep. De oude Eli moest hem er na de derde keer op wijzen dat het wel God kon zijn. Ondertussen reageerde Samuël telkens opnieuw op de stem. Hij gehoorzaamde zonder te weten aan wie of wat precies. Maar hij wist dat hij het moest doen. En… hij deed het. Ook Bernadette ging – om te beginnen – veertien dagen naar de Grot, omdat ze het beloofd had aan iemand waarvan ze de naam niet kende en die haar nochtans vroeg om rare dingen te doen waar veel mensen mee lachten. Ze zeiden: Bernadette is gek. Maar Bernadette wist beter. Zoals Samuël moest ze het doen. En… zij deed het. Zoals Samuël zei ze: “Hier ben ik”.
Kijk, als wij op het einde van onze bedevaart kunnen zeggen: “ik heb mijn naam gehoord” of “ik heb iets gezien of gevoeld als een persoonlijke uitnodiging” (misschien was dat in een gesprek, of iets dat mij opgevallen is bij anderen), dan ga ik echt in het spoor van Samuel en Bernadette. En daar kan ik verder op bouwen, als ik maar blijf luisteren en kijken. Ik zeg: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert!” Samuel heeft die woorden niet uitgevonden. Eli heeft ze hem voorgezegd. Maar die woorden maakt hij tot de zijne. Ook bij Bernadette is veel voorgeleerd. Het kruisteken, het onzevader, het Weesgegroet dat ze met het meisje in de Grot – die pas later Maria blijkt te zijn – samen bidt. Die eenvoudige gebeden worden echt de uitdrukking van wat het diepst in Bernadette leeft. Zodanig dat ze nadien religieuze wordt in Nevers, zonder ooit nog naar Lourdes terug te keren. Het klinkt misschien ongelooflijk in onze oren. Maar eigenlijk is het logisch.
Maria in de Grot leidde Bernadette naar Jezus en Jezus leidde haar naar God. Niet omgekeerd. Bernadette ging de weg naar de Grot niet terug.
Wat onszelf niet hoeft te verhinderen om naar Lourdes terug te komen. Maar we moeten ons wel de vraag stellen: is Lourdes het einde van mijn bedevaart of eerder steeds opnieuw een vertrekpunt om met nieuwe krachten naar God te gaan?
Maria is voor Bernadette de beste catechiste, zodanig dat Pastoor Peyramale het niet nodig achtte om haar veel bijkomende catechese te geven ter voorbereiding van haar eerste communie Het eerste dat Maria doet is Bernadette leren op een correcte manier het kruisteken te maken! Vanaf dat moment deed Bernadette het op een innemende en indrukwekkende manier voor allen die haar zagen bidden. Dat toont het belang van het kruisteken. Want alles moet gezegd en gedaan worden “in de naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest”! En dan bidden ze samen het gebed dat Jezus ons geleerd heeft: het Onzevader. En daarna het Weesgegroet. Zelfs in het Weesgegroet horen we in de eerste plaats de boodschap van de engel aan Maria dat zij de moeder zal worden van Jezus, de zoon van God. Ook daar gaat het om Jezus.
Maria staat uitzonderlijk dicht bij Jezus en bij de Vader. Maar zij blijft helemaal aan onze kant staan. Vandaar dat zij ons zo goed kan leiden.
Wij komen naar Lourdes om te bidden. Om te leren bidden. Bidden is een opdracht in alle Mariaverschijningen, de wereld rond. We doen het hier samen met Maria en Bernadette, in wie we het volste vertrouwen kunnen hebben. Zij leren ons bidden op de juiste manier. Dat betekent: nederig en vanuit onze kleinheid. We mogen bidden, vragen, vol vertrouwen en zonder ophouden. Zoals Bernadette zei voor haar eerste communie: “Het is precies omdat ik zo zwak ben dat ik het aandurf de machtige God te ontvangen”. Dat brengt me nog even bij het evangelie. Ook daar gaat het over bidden, zonder ophouden, met aandrang. En stilaan om de juiste manier. Zoals in het Onze Vader: “Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”. Hoe zou “dan de hemelse Vader de heilige Geest niet geven aan degenen die Hem erom vragen?”
Beste vrienden, deze enkele woorden dienen om de bedevaart te openen. Er zal nog veel gezegd en gemediteerd worden. We krijgen ook een zending. Wij zullen de woorden horen die tot Bernadette gericht waren: “Ga zeggen…”. Maar in deze openingsviering bidden we vooral om de juiste ingesteldheid te verkrijgen, naar onszelf toe en voor de anderen.
Om te kunnen “gaan zeggen” moeten we eerst “gaan luisteren”. “Spreek Heer, uw dienaar luistert”.
En zonder wachten betrekken we iedereen in ons gebed, zoals we dat nu zullen horen in de voorbeden. Maar laat ons eerst nog even stil worden, zodat de woorden die we zullen horen en zelf uitspreken in deze eucharistieviering echt gaan spreken, voor onszelf en voor God.