Jezus' lijden - Goede Week 2024
Er zijn vormen van lijden die we begrijpen en daarom gemakkelijker aanvaarden. Bijvoorbeeld als we er zelf de oorzaak van zijn, door eigen fout of onoplettendheid. Maar er is ook veel lijden dat we niet begrijpen. Lijden dat ons verstandelijk begrip te boven gaat. Mensen kunnen elkaar doen lijden op een onmenselijke manier. Dat lijden wordt nog groter als het onverdiend en onrechtvaardig is. Dan voelen we ons geconfronteerd met het Kwaad – met de Kwade.
Het mysterie van het lijden wordt voor ons in Jezus’ geval nog groter. Het is als het ware een dubbel mysterie. Er is in de eerste plaats wat we zopas hebben gehoord in het lijdensverhaal. Jezus behoort tot de onschuldige slachtoffers die een gruwelijke dood ondergaan. In deze zin is Jezus solidair met velen, tot op de dag van vandaag. Maar bij Hem komt er nog iets bij, waardoor het mysterie nog onbegrijpelijker wordt. Jezus heeft dat lijden in zijn gruwelijkste vorm – de kruisdood – vrijwillig aanvaard. Hij heeft het op zich genomen. Hij die zonder zonde is wordt als een zondaar veroordeeld door de religieuze lijders. Hij die vrede brengt wordt door de Romeinen veroordeeld als volksopruier.
Hij, de nieuwe mens, gekomen om de nieuwe schepping in te luiden, wordt opgeruimd als een slaaf, als oud vuil.
Hij gaat naar de Vader terug onder de vorm die zijn mens-zijn nooit had moeten aannemen. Hoe kan God zelf zoiets aanvaarden, zoiets dulden? De gelovige wordt geconfronteerd met een zinloos lijden in de tweede graad. Gelukkig helpt de Schrift ons om ons geloof te versterken… en misschien zelfs op te wekken.
Jezus draagt niet de zonde van de wereld in onze plaats. Hij sterft niet in onze plaats. Wat een bepaalde theologie er ook moge van gemaakt hebben, Hij wordt ook niet in onze plaats gestraft. Trouwens behoren zonde, pijn en dood, ook na Jezus’ verrijzenis, nog steeds tot onze menselijke belevingswereld. Maar als dit alles met de verlossing niet is weggenomen, waarin bestaat dan die verlossing? Wat is die nieuwe mens die ons met het doopsel gegeven is? Als Jezus niets in onze plaats doet, wat doet Hij dan wel? Wat betekent de uitroep van Johannes de Doper: “Zie, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt” (Joh 1, 29)?
Jezus, de nieuwe mens, Gods eigen geliefde en mensgeworden Zoon, neemt alles op in zijn mens-zijn. Onverdiend, maar vrijwillig. Jezus moest niet lijden en gekruisigd worden voor zichzelf. Hij was zonder zonde en heeft nooit kwaad gedaan. En desalniettemin zei Hij tot driemaal toe dat Hij “veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de Schriftgeleerden verworpen worden en ter dood gebracht, maar drie dagen later verrijzen.” (Mc 8, 31). Waarom dat “moeten”? Welke logica zit daarachter?
Hoe eigenaardig – en op het eerste gezicht schandaleus – dat ook kan lijken, het antwoord is: de logica van de liefde.
Om ons voor te gaan, om ons te bevrijden, gaat Hij er doorheen. Hij doet het alleen voor ons. Dat is meer dan een voorbeeld geven. Het is meer dan voordoen. Hij gaat tot op de bodem van de logica van de liefde om ons in die liefde op te nemen, ook al verstaan we het niet. Hij neemt de oude mens die we allen zijn op zich zodat de nieuwe mens in ons kan geboren worden. We worden dankzij Jezus’ verrijzenis met de nieuwe mens “bekleed” (Kol 3, 10).
Het mysterie van onze onderdompeling in Jezus’ dood en verrijzenis is even groot als het kwaad en de zonde die Jezus op zich heeft genomen. We nemen er – deze week en nadien nog vijftig dagen tot Pinksteren liturgisch deel aan. Maar eigenlijk is het ons sinds ons doopsel dagelijks gegeven. We zullen dat nooit rationeel begrijpen. We kunnen het wel in geloof beleven en ook de coherentie met Jezus’ boodschap en belofte enigszins verwoorden.