Priester zijn met Petrus en Paulus.
Beste Hylco, Petrus en Paulus omringen ons vandaag en werpen een bijzonder licht op je priesterwijding. Beiden hadden een eigen roeping. Ze vulden elkaar aan om de eenheid van de Kerk mogelijk te maken, en aan die eenheid een dynamische spanning te geven, waardoor de Kerk door de tijd heen evolueert en in steeds nieuwe contexten gehoor geeft aan Jezus’ boodschap.
Petrus, een visser, die herder werd en leider; apostel van de eenheid, symbool van gezag en verantwoordelijkheid. Paulus, een ongeëvenaard theoloog en onvermoeibare reiziger. Paulus erkende het gezag van de oorspronkelijke apostelen in het zogenaamde Concilie van Jeruzalem, dat hem in zijn zending bevestigt. Maar hij berispte Petrus openlijk in Antiochië en Petrusaanvaardde. Zo gaat dat in de Kerk en… anders kan het niet gaan!
Hylco, ik zie je – om eerlijk te zijn – gemakkelijker keuvelen aan het strand met Petrus, de visser, dan doodernstig discuteren met Paulus, de geleerde farizeeër. Maar niemand zegt dat je perfect de twee moet incarneren. Je moet echter wel met de twee in voeling blijven en – waarom niet – bevriend geraken. Onder hun inspiratie word je zowel herder als verkondiger. Deze twee dimensies maken immers deel uit van je priesterschap. Ze krijgen in de context van vandaag en in onze Vlaamse Kerk een eigengekleurde invulling.
Je herderschap zal je beleven in dienst van de eenheid en de vrede. Er is vandaag een prangende nood aan vrede, zowel in de wereld – wie twijfelt er nog aan? – als in de Kerk. Je neemt deel aan het herderschap van Jezus door met de bisschop een bruggenbouwer te zijn. Bruggenbouwer is een woord waar ik van hou, want het is een beeld voor eenheid in diversiteit. Zonder verscheidenheid zijn er geen bruggen nodig. Verscheidenheid brengt variëteit en dynamiek, op voorwaarde dat de brug van de dialoog er is, echte luisterbereidheid en de wil elkaar te vinden in Christus, onze fundamentele eenheid.
Het leiderschap van de herder is aan vernieuwing toe. Eigenlijk is dat al zo de hele kerkgeschiedenis door, omdat iedere tijd nieuwe dimensies van het evangelie doet ontdekken. Het codewoord in de Kerk is vandaag synodaliteit, met de vijf werkwoorden: luisteren – onderscheiden – beslissen – communiceren – evalueren. Dit is geen gemakkelijkheidsoplossing voor leiderschap. Integendeel. Maar het is wel boeiender en vruchtbaarder. Je herder zijn zal naargelang je benoemingen en de concrete gemeenschap waar je terecht komt telkens een andere invulling krijgen. Heb vertrouwen in de capaciteiten van je medewerkers, maar neem ook jouw verantwoordelijkheid op. Bouwverder op het goede dat er al is, durf loslaten wat niet meer hoeft, en wees vooruitziend naar de toekomst toe.
De priester is ook verkondiger. Ik heb vaak de vraag gesteld (aan mezelf en aan velen): waar komt het eigenlijk op aan? Hoe zijn we trouw aan het evangelie met oog voor de noden van vandaag? Dat vraagt theologische kennis en onderlegdheid. Maar fundamenteler nog is de liefde voor Jezus’ boodschap en persoon, samen met de liefde voor de mensen (voor alle mensen, zonder iemand uit te sluiten). Dit is geen sentimentaliteit, verre van! Iedereen die Jezus navolgt en zijn evangelie beleeft leert dat trouwens in de kortste keren. Maar zijn boodschap is altijd begeesterend, enthousiasmerend, voor wie Hem ontdekt. Je moet daar nooit aan twijfelen. Mensen kijken uit naar echte antwoorden, omdat ze die niet meer vinden in de normen die algemeen gelden: geld en macht. De idolen van deze tijd tonen hun ware gelaat. We zien dagelijks hoe de wereld eraan ten onder gaat. Maar de woorden van Jezus – “ik ben de weg, de waarheid en het leven” – krijgen des te meer betekenis.
Ik ben al vaker teruggekomen op het belang van het gewijde ambt, want hoe kan iemand zich geroepen voelen om er zich met heel zijn leven in te engageren als er geen duidelijkheid over bestaat, of erger nog, als men er niet gelooft?
(1) Daarbij komt voor de priester nog het engagement tot het celibaat. Ik wil daarmee beginnen. In de Kerk worden daarover vandaag veel vragen gesteld. Stilaan groeit de idee dat men beter continentaal of regionaal antwoord geeft. Laat ons duidelijk zijn: Jezus riep niet op tot een algemeen, verplicht celibaat voor zijn meest nabije leerlingen, noch voor de priester zoals zich dat in de katholieke kerk bij ons ontwikkeld heeft sinds de Middeleeuwen. Op hun feestdag vandaag mogen we daaraan denken: Petrus was getrouwd. Paulus was ongehuwd.
Maar vandaag, Hylco, wil het ik het toch even hebben over jouw persoonlijk engagement. Je bent een man en je voelt je geroepen tot een celibatair priesterschap. Je hebt de ernst van je roeping jarenlang onderscheiden. Het is een roeping die altijd haar plaats zal behouden als we aan Jezus trouw willen blijven. Hij was immers zelf celibatair en hij riep sommigen op om ongehuwd te blijven “omwille van het Rijk der hemelen” (Mt 19, 12). Welke betekenis heeft het ongehuwd zijn in het spoor van Jezus? Het zal altijd een teken van tegenspraak blijven. Jezus zei: “begrijpe wie het kan” (id.). Maar het is ook een teken van hoop als getuigenis van een diepere werkelijkheid, van een liefde die “nog” verder rijkt dan onze menselijke liefde zelfs maar kan bevroeden. Daarbij geeft het celibatair leven de mogelijkheid tot grotere beschikbaarheid, een onverdeelde liefde voor God, de Kerk en de noden van de wereld.
Er is echter ook een gevaar aan verbonden. Kiezen voor het celibaat kan iemand ook op zichzelf terugwerpen en leiden tot een levenswijze van de stereotype “vrijgezel”, iemand die vooral bekommerd is voor zijn eigen gemak, kleine noden en zorgen. Dan wordt het ongehuwd leven een karikatuur van wat de roeping inhoudt
(2) Maar waarom word je gewijd? Wat betekent de wijding dan wel? De wijding maakt Christus’ aanwezigheid zichtbaar, tastbaar, met name in de sacramenten. De wijding maakt de persoon op zich niet deugdzamer, waardevoller of machtiger. De wijding doet hem naar God verwijzen. Het is een manier waarop God zich ervaarbaar maakt voor de mensen. Sacramenten zijn immers bedoeld voor lichamelijke wezen, niet voor zuivere geesten. Dat gebeurt frequent in de viering van de eucharistie en in de vergeving van de zonden, bijzondere taken die je vandaag opgedragen worden. Ook hier wil ik even bemerken dat zowel dankzeggen als vergeven behoort tot de taak van iedere gedoopte en zelfs ieder mens. Maar de uitdrukkelijke en directe verwijzing naar God wordt in de katholieke kerk voorbehouden en verzekerd in de sacramenten, toegediend door gewijde bedienaars. Ik zou bijna zeggen dat het gaat om “kerkelijke spelregels”, met de relativiteit daaraan eigen (zoals de geschiedenis toont), maar ook steeds steunend op wat Jezus zelf gezegd en gedaan heeft. De Kerk wil de verwijzing naar God veiligstellen, met de zorg dat de mens door zijn ontvankelijkheid ervoor niet elders uitkomt dan bij God.
Het woord roeping is onderliggend aan veel van wat hier gezegd is, Hylco, en de zorgvuldige voorbereiding die je gekregen hebt in je vorming en persoonlijk engagement probeert dat ook te garanderen. Aan die roeping zal je heel je leven moeten werken. Vandaar het blijvend belang van permanente vorming en persoonlijke begeleiding. Jouw roeping als celibatair priester zal ook altijd betekenis hebben. Het is belangrijk van dat vandaag te onderlijnen. Jouw specifieke roeping in navolging van Christus moet ons daarbij de vraag doen stellen of we ons als gemeenschap wel genoeg bewust zijn van de waarde ervan. In ieder geval is jouw antwoord ook een oproep tot iedereen hier aanwezig.
Vandaag drukt de hele kerkgemeenschap haar dankbaar uit voor jouw ja-woord. We zien Gods Geest aan het werk. Wij willen je blijven omringen met ons gebed en onze medewerking. Maar jij, blijf je vooral – samen met ons – toevertrouwen aan Gods genade.

