Stappen zetten op ‘heilige grond’
Bij de start van september, als leerlingen en leerkrachten terug volop in actie zijn, past een reflectie uit de wereld van het onderwijs. Annelies Bollaert schreef deze zomer voor Kerkplein een ontroerend en uitdagend getuigenis na haar eerste jaar als inspecteur-adviseur rooms-katholieke godsdienst.
‘Als pelgrims onderweg’ – een erg toepasselijke leuze bij dit voorbije schooljaar. Eind juni 2024 trok ik voor het laatst, na bijna twintig jaar, de deur van ‘mijn klas’ achter me dicht. Op 1 september 2024 ruilde ik mijn vertrouwde plek vooraan in de klas in voor een nieuwe plek: achteraan, in de klas van iemand anders.
Als kersverse inspecteur-adviseur rooms-katholieke godsdienst mocht ik dit jaar veel ‘op de baan’ zijn. Met de fiets waar het kon, met de auto als het moest, doorkruiste ik Noord-West-Oost-Vlaanderen (mocht Oost-Vlaanderen een wijzerplaat zijn: het gebied tussen 9 en 12u) om leerkrachten en directies te ontmoeten. Samen gingen we op zoek naar hoe we het vak rooms-katholieke godsdienst op een eigentijdse manier kunnen vormgeven. Leerkrachten gaan elke dag op weg met ‘hun kinderen’, om hen te laten groeien in hun levensbeschouwing. Godsdienstonderwijs draait niet om het winnen van zieltjes of het opleggen van leerstellingen. Het gaat erom kinderen ernstig te nemen, hen te helpen groeien in hoe ze naar het leven kijken, waar en hoe ze zin ervaren, en hoe ze omgaan met de kleine en grote uitdagingen op hun levenspad. Hoofd, hart en handen samen.
Het geactualiseerde leerplan, dat we eind mei mochten voorstellen aan 800 leerkrachten, zal daarbij een waardevolle leidraad bieden. Het zet in op de driehoek kind–traditie–context, en hoe we binnen die integrale benadering kinderen kunnen helpen groeien in hun mens-zijn en hun levensbeschouwing.
Tekenen van hoop
De hoop die centraal staat in het jubeljaar, vat goed samen hoe ik me voel: hoopvol. Ik zie zoveel tekenen van hoop. In klassen, in scholen, bij directies, schoolbesturen, leerkrachten – en zeker ook bij de leerlingen zelf. Hoop leeft in kinderen die open en hulpvaardig zijn voor elkaar. In leerkrachten die hun leerlingen optillen en hen laten groeien in hun mens-zijn. In directies en schoolbesturen die, tegen de stroom in en naar Jezus’ voorbeeld, kiezen voor een school waar iedereen meetelt. En ik bewonder de leermeesters in het officieel onderwijs, die ondanks de dreiging dat hun vak – en dus hun job – verdwijnt, elke dag opnieuw met evenveel enthousiasme hun leerlingen verwelkomen en met hen op zoek gaan naar de diepere laag, die hen de verhalen van Jezus leren kennen omdat ze relevant zijn voor vandaag, omdat de boodschap waar we al 2000 jaar naar opkijken ook vandaag iets te vertellen heeft aan de kinderen.
Ik mag vaak getuige zijn van lessen waar hard aan gewerkt is. Fijn om te zien hoe goed het dan loopt. Maar soms, soms loopt een les mis. Leerlingen werken niet mee, of werken zelfs tegen. De inhoud komt niet aan, of de werkvorm slaat niet aan. Dat is ook de realiteit van lesgeven. En het is extra lastig wanneer er iemand achteraan in de klas zit om te kijken of het allemaal goed gaat. Wat ik leerkrachten dan vaak vertel – en wat ik zelf nooit ben vergeten – is dat ik na twintig jaar nog steeds precies weet waar mijn les over ging toen ik voor het eerst inspectie kreeg. Die ervaring blijft je bij. En in de jaren die volgden, gebeurde in mijn klas werkelijk alles wat je als leerkracht liever niet meemaakt: leerlingen die roepen, rondlopen, weigeren mee te doen. Complete chaos. Lessen waarin ik elke minuut verder wegzonk en de minuten aftelde. Maar juist daardoor weet ik hoe het voelt. Ik begrijp de spanning, de onzekerheid, de kwetsbaarheid. Ik zie leerkrachten die, ondanks alles, de volgende dag weer voor hun klas staan. Die erop vertrouwen dat je niet de hele weg hoeft te zien, als je maar de volgende stap durft te zetten. Hen wil ik bemoedigen: perfectie is geen voorwaarde voor goed onderwijs. Je leerlingen graag zien, dat is het wel.
Zorgzaamheid
Ik word telkens opnieuw geraakt door de zorgzaamheid van onze leerkrachten. De juf die op de vraag “Heb jij ook kindjes?” antwoordt: “Thuis nog niet, maar jullie zijn allemaal mijn kindjes.” De meester die een leerling met een gebroken voet vier keer per dag drie trappen naar boven draagt. De kleuters die geraakt worden door het verhaal over ‘helpende handen’ en mij een high five komen geven: “Want jij hoort nu ook bij onze klas.” Leerkrachten die in het bijzonder onderwijs samen met de leerlingen musiceren met een lied over het Rijk Gods en waarbij de kinderen zichtbaar genieten en enthousiast mee ‘lalala’ zingen.
Af en toe pink ik stiekem een traantje weg. Ik geloof dat we in onze godsdienstlessen zaadjes planten in de harten van onze leerlingen. Misschien zien we niet meteen resultaat, maar we mogen erop vertrouwen dat ze zullen uitgroeien en onze leerlingen tot warme mensen maken.
Evenwicht
Zoals op een pelgrimstocht is het niet altijd duidelijk waar het pad naartoe leidt. Soms is er mist, soms zijn er zijwegen die lonken, soms lijkt het alsof je in cirkels loopt. Ook in mijn eerste jaar als inspecteur-begeleider heb ik dat ervaren. De rol vraagt om nabijheid én afstand, om luisteren én spreken, om begeleiden zonder overnemen. Dat evenwicht zoeken is een voortdurend proces.
Wat mij helpt om richting te vinden, is telkens terugkeren naar de kern: waarom doe ik dit werk? Wat wil ik betekenen voor leerkrachten? Voor mij is dat: ruimte scheppen. Ruimte om te groeien, om te falen, om te zoeken. Uiteraard kijk ik of er doelgericht gewerkt wordt, of de kwaliteitseisen gehaald worden – godsdienst is geen vrijblijvend ‘babbelmoment’ of een excuus om een film te tonen. Maar ik ben er ook om samen te kijken naar wat leeft, en naar wat er misschien nog niet is, maar wel kan zijn.
Ik probeer te begeleiden met open handen. Niet met een vast plan of oordeel, maar met verwondering en vertrouwen. Want elke klas, elke school, elke leerkracht is anders. En net in die diversiteit ligt de rijkdom van ons vak. Richting vinden betekent voor mij: niet alles willen weten of oplossen, maar wel aanwezig zijn, aandachtig zijn en geloven dat elke stap – hoe klein ook – ertoe doet.
Toen een leerkracht me zei dat de nabespreking van haar les maar een kwartier kon duren, “want ik heb straks een vergadering met de échte inspectie”, was ik even sprakeloos. Alsof ons vak niet echt onderhevig is aan inspectie, alsof mijn verslag vrijblijvend is. Maar tegelijk voelde het als een compliment. Ik word niet gezien als iemand die met de vinger komt wijzen, maar als iemand die meedenkt, bij wie twijfels en fouten mogen bestaan. Kwetsbaarheid biedt een kans om te groeien en onzekerheid opent een ruimte om zin te vinden.
Dankbaar
Naast hoopvol ben ik ook dankbaar. Dankbaar voor de openheid van leerkrachten in gesprekken. Voor de kwetsbaarheid die ze tonen, de vragen die ze durven te stellen. Dankbaar voor directies die me hartelijk ontvangen en me een eerlijke inkijk geven in hun school, ook in wat moeilijk loopt. Dankbaar voor collega’s die me met raad en daad bijstaan, en ook aan mij de ruimte geven om te groeien, fouten te maken en weer op te staan. Dankbaar voor alle mensen die ik onderweg mag ontmoeten en met wie ik een stuk van mijn weg mag gaan. Dankbaar dat ik dit werk mag doen.
Als pelgrim hoopvol onderweg kijk ik met diepe dankbaarheid terug op dit eerste jaar. Ik mocht stappen zetten op ‘heilige grond’: in klassen waar kinderen zoeken naar zin, waar leerkrachten met hart, ziel en – vaak creatieve - handen het geloof tastbaar maken. Zij zijn medepelgrims – soms vermoeid, soms vol vuur – maar altijd trouw aan de weg van liefde, verwondering en geloof. In hun lessen wordt het evangelie levend, niet in grote woorden, maar in kleine gebaren van nabijheid, aandacht en hoop. Moge hun tocht gezegend zijn, en mogen ze blijven vertrouwen dat elke stap, hoe onzichtbaar ook, bijdraagt aan iets groters. Met heel veel dankbaarheid voor wat ze doen – dag na dag, kind na kind.
Annelies Bollaert