Vragen stellen, dorst hebben
Beste vrienden, we hoorden zopas een prachtige reeks lezingen. Misschien is het jullie opgevallen dat de laatste tekst, uit het evangelie volgens Johannes, zo kort was. Drie verzen. De boodschap is krachtig. De bedoeling duidelijk: “(Jezus) doelde op de Geest die zij die in Hem geloofden zouden ontvangen” (Jo 7, 39). Wat doet de Geest met hem die zijn dorst bij Jezus komt lessen? “Rivieren van levend water stromen uit zijn hart” (v. 38). Dat betekent: overweldigende vruchtbaarheid. Maar we moeten de eerste woorden van de zin in ons opnemen: “Als iemand dorst heeft”. Indien iemand dorst heeft . Het is een voorwaarde. Daarover wil ik het hebben. Iemand die geen dorst heeft zoekt ook niet hoe hij zijn dorst kan lessen. Wie geen vragen heeft zoekt geen antwoorden. Ik hoor vaak de vraag: hoe kunnen we het evangelie doorgeven aan de mensen van onze tijd, en dan bijzonder aan de jongeren? Mijn antwoord is dat we dat niet doen door Jezus’ boodschap op te smukken, maar door de mensen bij hun vragen, bij hun dorst te brengen. Wie niets te kort heeft zoekt niet verder. Luxe doet inslapen. Ik hoor bij jongeren vandaag een authentieke dorst. Zij hebben vragen. En zo is het met ieder die arm is of lijdt. Veel mensen worstelen met vragen.
“Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij.” (v. 37). Hij mag vol vertrouwen naar Jezus gaan – zelfs met vragen en twijfels. Wie dat doet is al op weg naar het geloof. Het Taoïsme zegt dat het doel in de weg ligt. Jezus is de weg, de weg van waarheid en leven.
De andere lezingen van vanavond helpen ons zowel om juiste vragen te stellen als om antwoorden op het spoor te komen. Zo komen we tenslotte bij Jezus. Dat is het werk van de Geest. Hij is aan het werk is in de geschiedenis van het Godsvolk. We ontmoeten hem vanavond van Babel tot in de woestijn en van de profeten tot bij Jezus. De geschiedenis is één grote zoektocht, één grote dorst. Paulus zou zeggen: “één grote verwachting en hoop”. Maar “men spreekt niet van hoop als men het voorwerp van zijn hoop reeds aanschouwt: wie verwacht nog wat hij al ziet?” (Rom 8, 24). Toch stelt de hoop ons niet teleur (Rom 5, 5). Dat maakt van ons pelgrims van hoop. Zoekers en verkondigers. Dit is het thema van het heilig jaar. We gaan op stap, gedreven door diep verlangen. En “de Geest komt onze zwakheid te hulp” (Rom 8, 26). We zouden van Hem misschien een definitief antwoord willen krijgen. Dat doet Hij niet. Hij leert ons de juiste vragen stellen en smeken om het echte antwoord, want “wij weten niet hoe wij behoren te bidden. Maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” Ook al brengt de beschouwing van Jezus’ woord en leven ons hart tot rust, ze neemt de vragen niet weg. Integendeel. De Kerk bestaat niet uit mensen die voldaan zijn en geen dorst meer hebben. Maar de Kerk verzekert ons dat onze diepste dorst steeds opnieuw gelest zal worden, om… nog meer te dorsten naar liefde! En dorst zonder einde. We lezen in het Boek der Openbaring: “De Geest en de bruid (de Kerk) zeggen: 'Kom! Laat wie het hoort, zeggen: “Kom!” Wie dorst heeft kome. Wie wil (dit is: wie verlangt), neme het water des levens, om niet.'” (Openb 22, 17). Het is een van de laatste verzen van heel de Bijbel
Beste vrienden, zou onze eerste opdracht niet zijn: dorst en verlangen opwekken? Bij onszelf en bij elkaar. Elkaar wakker schudden voor de schat. “Hiermee doelde Hij op de Geest die zij die in Hem (Jezus) geloofden zouden ontvangen”.
Vrienden, die Geest brengt ons vanavond samen. Hij laat ons luisteren naar de mooie klanken van onze verschillende talen, naar de muziek eigen aan elke cultuur, naar de verschillende vormen waarin de ene boodschap tot ons komt. Allen zingen we dezelfde Blijde boodschap uit, gedreven door één Geest en door de liefde tot één Heer. We bidden en danken God, onze Vader. Moge de Geest ons de juiste vragen doen stellen, de juiste dorst hebben, dorst naar liefde. Hij moge ons maken tot pelgrims van hoop.

