Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeBisdom Hasselt
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeBisdom Hasselt
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Maak kennis met bisdom Hasselt
    • Het bisdom Hasselt
    • De bisschop van Hasselt
    • Het bestuursgebouw
    • Het Pastoraal Centrum - Seminarie
    • De diocesane raden
    • Dekenaten - Pastorale Eenheden - Federaties - Parochies
    • Op weg naar Pastorale Eenheden
  • Ik wil christen worden
  • Diensten
    • Vicariaat parochies
    • Vicariaat diaconie
    • Vicariaat onderwijs
    • Catechese en gezinspastoraal
    • Jongerenpastoraal (Kamino)
    • Vorming (CCV)
    • HIGW
    • Pastoraal informatiecentrum (PIC)
    • Kunst in het PCS
    • Bibliotheek
    • Docdienst
    • Kerkelijke rechtbanken
    • Rekendienst
    • Kerkfabrieken
    • Commissie Kerkelijk Patrimonium (CKP)
    • Vicariaat religieuzen
  • Formulieren en sacramenten
  • Kerkenbeleidsplannen
  • Jaarthema
  • Zorg en begeleiding
  • Werken bij de kerk
    • Priester worden?
    • Diaken worden?
    • Pastoraal medewerker worden?
    • Vacatures
    • Benoemingen
  • Activiteiten
  • Contact en communicatie
    • Persdienst
    • Digitale nieuwsbrief
    • Bisdomblad Samen
    • YouTube
    • Facebook
  • Misbruik melden

Financiën & Verzekeringen

Nuttige documenten met betrekking tot financiën en verzekeringen

Beleidsnota
Financieel beheer
Stichtingen
Verzekeringen
Hieronder vind je een antwoord op de meest gestelde vragen omtrent het financieel beheer van de kerkfabrieken

Veelgestelde vragen

Moeten de cijfers in het budget en het meerjarenplan overeenkomen?

Het Budget moet identiek zijn met wat in het MJP voor dat boekjaar staat vermeld.

Zowel in BW als in MJPW voor hetzelfde boekjaar worden in het Overzicht de volgende waarden ingevuld:

  • “K”, als verrekening van K1 en K2
  • “Y” als investeringsresultaat van JR N -2
  • En aangezien Y’ (vermoedelijk investeringsresultaat van JR N -1) waarschijnlijk niet automatisch doorstroomt in de Financiële Nota van MJPW, is het aangewezen dit in bijkomende noot te vermelden.

Waarom worden investeringen in meerjarenplannen voor te herbestemmen kerken ongunstig geadviseerd?

Bij de beoordeling van de meerjarenplannen van de kerkfabrieken werd vastgesteld dat sommige plannen nog investeringen voorzien in kerkgebouwen die in het door de bisschop en de gemeenteraad goedgekeurde kerkenbeleidsplan als te herbestemmen zijn aangeduid.

Voor dergelijke gevallen wordt een ongunstig advies gegeven. De reden hiervoor is dat de toekomstige bestemming van deze kerkgebouwen nog niet vastligt. Investeringen in de huidige infrastructuur kunnen daardoor op korte of middellange termijn hun nut verliezen of niet stroken met de latere invulling van het gebouw. Het zou in dat geval niet verantwoord zijn om publieke middelen en/of reserves van de kerkfabriek aan te wenden voor uitgaven die mogelijk binnen enkele jaren achterhaald blijken.

Daarnaast is het belangrijk dat er coherentie bestaat tussen het kerkenbeleidsplan en de meerjarenplannen van de kerkfabrieken. Een goedgekeurd kerkenbeleidsplan geeft immers richting aan het beheer en de toekomst van de kerkgebouwen. Het toestaan van nieuwe investeringen in kerken die herbestemd zullen worden, zou dit beleidskader ondergraven en de geloofwaardigheid ervan aantasten.

Daarom geldt: zolang de concrete herbestemming van een kerk niet gekend en afgesproken is, worden investeringen in dat gebouw niet gunstig geadviseerd.

Waar moeten opbrengsten van een verkoop van patrimonium geboekt worden?

Geld van de verkoop (netto opbrengst) wordt bij ontvangst ingeboekt onder MAR 330 (verkoop privaat patrimonium). Dat geld wordt best op een afzonderlijke rekening gezet als het moet dienen als reserve voor het financieren van de eigen inbreng (na premie van de overheden) bij latere restauratiewerkzaamheden aan het kerkgebouw.

Het concrete product waarin deze belegging gebeurt hangt af van de concrete situatie die bepaalt wordt door:

  • Wettelijke voorschriften (enkel in euro bij erkende financiële instellingen, zonder kapitaalsrisico)
  • Nood aan beschikbaarheid

Dit kan best gebeuren in samenspraak met de financiële instelling.

Kunnen er overboekingen van Investeringen naar Exploitatie gebeuren?

Overboekingen kunnen volgens het boekhoudreglement enkel van Exploitatie naar Investeringen (via codes 29 en 39).  In de omgekeerde richting kan niet.

Wat is het verschil tussen kapitalen en opbrengsten?

Er dient een duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen kapitalen en opbrengsten:

-              Vervallen kapitalen 

o             als ontvangst boeken onder code 335 

o             herbeleggen onder code 436

-              Interesten en dividenden

o             als ontvangst boeken onder code 133

-              Een renteloze lening die bestemd is voor de werken aan de kerk zelf kan geboekt worden onder de investeringen, hoofdrubriek gebouw van de eredienst en meer bepaald 3109 andere.

-              Het betalen van de werken aan de kerk gebeurt eveneens onder de investeringen, hoofdrubriek gebouw van de eredienst.

-              Afhankelijk van de betaalde werken, splits je de kosten uit over de rubrieken:

-              4100 grote herstellingen

-              4101 decoratiewerkzaamheden

-              4102 erelonen en ontwerpuitgaven

-              4109 andere

Moet de Z-waarde gelijk zijn aan nul?

In principe dient de Z-waarde in een budget gelijk te zijn aan 0 en dient tegenover iedere investeringsuitgave ook een investeringsontvangst te staan (en omgekeerd). 

Wanneer in het verleden echter een Z-waarde in de jaarrekening niet gelijk was aan 0, moet dit onevenwicht in principe worden weggewerkt in een budgetwijziging in het daaropvolgende jaar. De Z-waarde in een budgetwijziging dient dus niet noodzakelijk gelijk te zijn aan 0 en wijkt daar niet zelden inderdaad van af.

Stel:

  • De JR had een investeringsoverschot van € 10.000. (Z = + 10.000)
  • Dan moet er in principe een BW zijn die dit overschot wegwerkt. (Z = -10.000)
  • Het zou vb. kunnen zijn dat een onevenwicht uit de JR in praktijk wel (al dan niet gedeeltelijk) werd weggewerkt in het volgende jaar zonder dit in de planningsdocumenten (BW) op te nemen. In dat geval kan dit worden rechtgezet door in de volgende BW handmatig in te grijpen in de Y’-waarde (deze te zetten zoals deze zou geweest zijn bij een correcte BW)  zodat de Z-waarde van deze BW wel overeenstemt met de Z-waarde van de JR en beide waarden elkaar alsnog opheffen in het B.

Als dit in praktijk niet mogelijk blijkt, zou het ook kunnen dat dit overschot pas in het volgende B (volledig) wordt weggewerkt. Wat de Z-waarde dan moet zijn en hoe het zit met de Y- en Y’-waarden die doorstromen uit het verleden hangt dan van de concrete situatie af. De kerkfabriek zou er ook voor kunnen kiezen – ook al is dit in principe niet de bedoeling – om de Z-waarde bewust een overschot te laten behouden met doel dit overschot in een later jaar pas uit te geven.

Daarnaast nog enkel niet zelden voorkomende scenario’s:

  • Het zou vb. kunnen zijn dat een onevenwicht uit de JR in praktijk wel (al dan niet gedeeltelijk) werd weggewerkt in het volgende jaar zonder dit in de planningsdocumenten (BW) op te nemen. In dat geval kan dit worden rechtgezet door in de volgende BW handmatig in te grijpen in de Y’-waarde (deze te zetten zoals deze zou geweest zijn bij een correcte BW)  zodat de Z-waarde van deze BW wel overeenstemt met de Z-waarde van de JR en beide waarden elkaar alsnog opheffen in het B.

Wat is het gevolg als de gemeente de meerjarenplannen niet (tijdig) goedkeurt?

Het kerkbestuur beschikt niet over uitvoerbare kredieten tot het ogenblik van de goedkeuring van het budget en/of (de aanpassing van) het betreffende meerjarenplan door de gemeenteraad of door termijnverstrijking. Wanneer de termijnen van respectievelijk 100 dagen (cf. artikel 43) en 50 dagen (cf. artikel 49) verstreken zijn, zijn beide rapporten automatisch goedgekeurd. 

 

Artikel 43 van het Eredienstendecreet:

 

De meerjarenplannen en de wijzigingen zijn onderworpen aan het advies van het erkend representatief orgaan en aan de goedkeuring van de gemeenteraad.

Bij ontstentenis van het versturen van zijn advies naar de gemeenteraad binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag na het inkomen bij het erkend representatief orgaan van de meerjarenplannen, wordt het voornoemd orgaan geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de goedkeuring binnen een termijn van honderd dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het advies van het erkend representatief orgaan bij de gemeenteoverheid of de dag na het verstrijken van de termijn van vijftig dagen, en verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan. De gemeenteraad kan het meerjarenplan goedkeuren, niet goedkeuren of aanpassen aan wat in het overleg, vermeld in artikel 33, besproken werd.


Als binnen de termijn van honderd dagen, bedoeld in het derde lid, geen besluit naar de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan is verstuurd, wordt de gemeenteraad geacht zijn goedkeuring aan de meerjarenplannen te hebben verleend.

 

Vervolgens is ook artikel 48 van het Eredienstendecreet hier aan de orde:

 

Als het budget past in het goedgekeurde meerjarenplan, neemt de gemeenteraad hiervan akte binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid. Zij geeft daarvan kennis aan het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.

De Vlaamse Regering stelt de voorwaarden vast waaraan het budget moet voldoen om te passen in het goedgekeurde meerjarenplan. Het exploitatiebudget past in het meerjarenplan als de gemeentelijke toelage niet meer bedraagt dan wat in het meerjarenplan is goedgekeurd als gemeentelijke toelage.

 

En ook artikel 49, §1 van het Eredienstendecreet:

 

§ 1. Als het budget niet past in het goedgekeurde meerjarenplan, kan de gemeenteraad het budget aan het meerjarenplan aanpassen behalve wat de kosten betreft die betrekking hebben op het vieren van de eredienst.

De gemeenteraad spreekt zich over het budget uit binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid en hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.

Als binnen de voormelde termijn van vijftig dagen geen besluit naar de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan is verstuurd, wordt de gemeenteraad geacht het budget te hebben goedgekeurd.

 

 

Welke kosten en uitgaven moet de kerkfabriek dragen?

Wettelijke basis: art. 52 van het decreet dd 7/5/2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten

-              Dit artikel voorziet de volgende uitgaven:

o             Personeel = hoofdfuncties 20 / 21 / 22 (passim)

o             Uitoefening van de eredienst = hoofdfunctie 20 

o             Gebouwen van de eredienst = hoofdfunctie 21 

o             Organisatie en werking van de eredienst  = hoofdfunctie 22

o             Grove herstellingen van de gebouwen van de eredienst = hoofdfunctie 41

o             Interesten en aflossingen van leningen voor o.a. renovatie van de goederen die aan de kerkfabriek toebehoren of werden terug geschonken = hoofdfuncties 20 / 21 / 22 / 23 en 25

o             Bijdrage in werkingskosten van CKB = hoofdfunctie 22 

o             Alle andere uitgaven die verband houden met de goederen die aan de kerkfabriek toebehoren of werden terug geschonken = hoofdfuncties 21 / 23 / 24

Wat zijn de gemeentelijke verplichtingen ten opzichte van de financiën van de kerkfabriek?

Bij de verplichtingen van de gemeente (art. 52/1) staat uitdrukkelijk dat de gemeente de tekorten van de Exploitatie “bijpast”, en “bijdraagt” in de investeringen voor de gebouwen van de eredienst.  Het gebruik van de twee werkwoorden is duidelijk en bewust gekozen.  De exploitatietoelage van de gemeente is de sluitsteen die – indien noodzakelijk – het exploitatieresultaat in evenwicht brengt; voor de Investeringen is de tussenkomst van de gemeente beperkt tot de bijdrage in de investeringen aan het gebouw van de eredienst.  Voor deze kosten kan de kerkfabriek niet verplicht worden haar reserves aan te spreken.  De kerkfabriek heeft wel de verplichting haar reserves te beheren zodat ze een zo hoog mogelijk jaarlijks rendement opleveren.

Wat is het gevolg als de gemeente de exploitatietoelage niet (volledig) uitbetaalt?

De exploitatietoelage vormt de sluitpost van het meerjarenplan/ budget (cf. artikel 9, 1ste lid van het BVR van 13/10/2006). In principe is de gemeente ertoe gehouden om die toelage volledig te storten, tenzij er iets anders wordt afgesproken tussen de gemeente en de kerkfabriek(en). Als de gemeente de toelage niet volledig stort, heeft de kerkfabriek in de boekhouding nog een vordering openstaan ten aanzien van de gemeente.

Indien een gedeelte van exploitatietoelage die in het meerjarenplan ingeschreven werd voor het jaar XX, niet gestort wordt, zal de toelage voor het jaar XX+1 hierdoor lager geraamd worden dan wat de kerkfabriek in feite nodig zal hebben. Het budget XX+1 vertrekt immers van de totale geraamde toelage voor het jaar XX, waarvan een deel niet ontvangen werd, om vervolgens een lagere toelage voor het jaar XX+1 te berekenen. De gevraagde toelage voor het jaar XX+1 zal hierdoor (op budgetbasis) dus te laag zijn. Maar, op lange termijn zal het effect een “nul-operatie” zijn, vermits de gemeente steeds zal moeten tussenkomen in de exploitatietekorten van de kerkfabrieken (cf. artikel 52/1, §1 van het Eredienstendecreet). 

In dit verband willen we benadrukken dat het aangewezen is om over deze zaken steeds voorafgaandelijk een overleg te hebben tussen beide partijen (kerkbesturen en gemeente), alvorens er omtrent dergelijke kwesties een concrete beslissing genomen wordt (cf. artikel 33 van het Eredienstendecreet).

Bepaalt het bedrag of iets onder Exploitatie of Investeringen valt?

Er is geen bedrag om te bepalen wanneer iets onder exploitatie of investeringen valt. Men moet kijken naar de aard van de uitgaven. 

De exploitatie omvat alle ontvangsten en uitgaven die gewoonlijk ten minste eenmaal per financieel boekjaar voorkomen en die de kerkfabriek regelmatige inkomsten of een regelmatige werking waarborgen, met inbegrip van de periodieke aflossing van de schuld en alle andere ontvangsten en uitgaven die niet als investeringen kunnen worden geclassificeerd. 

Alle zaken die te maken hebben de gewone, dagelijkse werking van de kerkbesturen komen in de exploitatie terecht. Bij twijfel worden de ontvangsten en uitgaven opgenomen in de exploitatie. Bij concrete twijfelgevallen kan een bespreking met het centraal kerkbestuur, in overleg met de gemeente, definitief uitsluitsel brengen. 

De investeringen omvatten alle ontvangsten en uitgaven die betrekking hebben op de omvang, de waarde of de instandhouding van de duurzame middelen van het bestuur van de eredienst, uitgezonderd de normale onderhoudswerken. De investeringen omvatten eveneens de voor hetzelfde doel toegestane toelagen en rekeningen, de beleggingen op meer dan één jaar en de andere investeringsbeleggingen en de vervroegde terugbetalingen van de schuld. 

In het meerjarenplan en het budget moeten exploitatie en investeringen elk afzonderlijk in evenwicht sluiten. Het verschil tussen ontvangsten en uitgaven moeten gelijk zijn aan nul. 

Als er in de exploitatie een tekort bestaat wordt het evenwicht bekomen door de algemene sluitpost exploitatietoelage. 

Bij de investeringen moet elke investering afzonderlijk in evenwicht sluiten. Dit betekent dat voor elke investering afzonderlijk het verschil tussen ontvangsten en uitgaven gelijk moet zijn aan nul. 

Enkel overboekingen van exploitatie naar investeringen zijn toegelaten. De omgekeerde beweging betekent immers een permanente verarming van de kerkfabriek. Dit zou niet alleen getuigen van slecht beheer door de kerkfabriek maar op langere termijn ook hogere exploitatietoelagen betekenen ten laste van de gemeente. 

Welke beleggingen zijn toegestaan?

De bepaling in artikel 52/1 van het eredienstendecreet dat enkel beleggingsvormen in euro met volledige kapitaalsgarantie bij erkende instellingen zijn toegestaan, is ingeschreven om te vermijden dat besturen risicovolle en/of speculatieve beleggingen zouden doen.

Alleen beleggingsvormen die aan de 3 bovenvermelde criteria voldoen komen in aanmerking.

Een jaarlijks rendement is een 4e voorwaarde, maar die voorwaarde is niet absoluut: er kan eventueel van worden afgeweken via het maken van de nodige afspraken in het overleg met de gemeente.

Daaruit volgt dat beleggen in aandelen niet toegelaten is: er is geen kapitaalsgarantie, er is geen vaststaand jaarlijks rendement en de bedrijven die ze uitgeven zijn geen “erkende instellingen”.

In tegenstelling tot aandelen, staat bij een obligatie het jaarlijkse rendement wel vast. 

Bij obligaties die worden uitgegeven door een onderneming loopt het bestuur dat er als obligatiehouder op intekent echter altijd een risico. 

Obligatiehouders genieten wel voorrang boven de gewone aandeelhouders van een bedrijf, maar lopen toch altijd het risico dat een onderneming in financiële problemen komt en daarom geen rente kan uitkeren en/of het kapitaal kan aflossen. De bedrijven die ze uitgeven zijn ook geen “erkende instellingen”. Intekenen op obligatieleningen van ondernemingen is bijgevolg niet toegestaan.

Bij een obligatielening die is uitgeschreven door de overheid zijn de rente en de terugbetaling in principe wel gegarandeerd. Het risico dat het basiskapitaal niet zou kunnen worden terugbetaald is in dit geval niet geheel onbestaande, maar toch eerder hypothetisch.

Daarom wordt aanvaard dat een bestuur inschrijft op obligatieleningen die worden uitgegeven door overheden.

Obligatieleningen die worden uitgegeven door een bank situeren zich op de scheidingslijn. 

In principe loopt het bestuur-obligatiehouder ook hier een risico, maar het feit dat belegd wordt bij een erkende instelling biedt wel een redelijke zekerheid (ook al is die zekerheid nooit absoluut), zodat deze belegging aanvaard kan worden.

TAK 26- en TAK 21-producten bieden kapitaalsbescherming en zijn dus juridisch toegelaten voor besturen van de eredienst.

TAK 26-producten zijn wel kapitalisatiecontracten met een welbepaalde looptijd (8 jaar meestal). 

Ze bieden een gewaarborgd rendement en eventueel ook een winstdeelneming. 

Het gespaarde kapitaal kan op elk moment worden opgevraagd, maar over het algemeen moeten daar kosten voor worden betaald.

Besturen van de eredienst kunnen juridisch gezien dus beleggen in TAK 26-producten, maar omdat er geen jaarlijkse opbrengst is, moet de gemeente in het lokaal overleg aangeven of ze daar akkoord mee gaat.

Bij een TAK 23-product is er geen sprake van een gegarandeerd rendement: het rendement hangt af van één of meerdere beleggingsfondsen waaraan de polis gelinkt is. 

Hoewel er ook TAK 23-producten aangeboden worden met kapitaalgaranties, is er in de meeste gevallen geen kapitaalsgarantie en kan een bestuur een deel van het ingelegd kapitaal verliezen als het slecht uitdraait.

TAK 23-producten die geen kapitaalsgarantie bieden zijn geen toelaatbare beleggingsvorm voor besturen van de eredienst.

Als men toch zou beleggen in TAK 23-producten, doet men er best aan om professioneel advies te vragen aan een makelaar, om zeker te zijn dat het gaat om een product met kapitaalswaarborg. 

Uit de bepalingen van art. 52/1 volgt niet dat beleggingen (juridisch) alleen mogelijk zouden zijn in producten die beschouwd worden als beschermde tegoeden binnen het garantiefonds of dat men niet boven het ‘gegarandeerde’ plafond van 100.000 euro per instelling zou mogen gaan.

De voorwaarde van de kapitaalsgarantie verwijst naar de noodzaak tot een redelijke risico-inschatting en niet naar een noodzakelijke verzekering of indekking tegen mogelijke insolvabiliteit of onvermogen van de instelling waar het bestuur de belegging aanhoudt.

Maar in het kader van goed beheer van de middelen zorgt het bestuur best voor een gezonde spreiding van de belegde kapitalen, zowel naar de aard van de belegging als wat betreft de instelling waar de belegging geplaatst wordt.

En uiteraard zegt het feit dat het gaat om beschermde tegoeden binnen het garantiefonds ook iets over de aard van de producten en de eerder beperkte risico’s ervan.

SPAARREKENING

De beleggingen op een kortere termijn dan een jaar, zoals een spaarrekening, kunnen door het bestuursorgaan gemotiveerd als een investeringsbelegging worden aangewezen.

Via deze beslissing is het mogelijk om het kapitaal op een spaarrekening te laten staan maar ze boekhoudkundig te beschouwen als een investeringsbelegging.

 

Is een lening tussen twee kerkfabrieken mogelijk?

Het onderling verstrekken van een renteloze lening tussen 2 kerkfabrieken kan. 

De kerkbesturen én het gemeentebestuur moeten wel rekening houden met 2 zaken:

-              Artikel 52/1 §2 van het eredienstendecreet bepaalt dat de reserves worden beheerd met het oog op het realiseren van een zo hoog mogelijk jaarlijks rendement, tenzij in het overleg met de gemeente andere afspraken gemaakt worden. Een renteloze lening brengt voor de leningsverstrekkende kerkfabriek geen jaarlijks rendement op waardoor hierover in het overleg een duidelijke afspraak moet worden gemaakt.

-              De aflossingen zijn voor de ontvangende kerkfabriek exploitatie-uitgaven wat een impact heeft op de gemeentelijke tussenkomst aan de ontvangende kerkfabriek.

Mag de kerkfabriek een lening toestaan aan een vzw?

Voor het verstrekken van een lening aan een derde partij is vooral artikel 52/1, §2 van het Eredienstendecreet van belang:

“§ 2. De roerende en onroerende eigendommen en financiële beleggingen van de kerkfabriek, met uitzondering van de erkende gebouwen van de eredienst, vormen de reserves van de kerkfabriek en worden beheerd met het oog op het realiseren van een zo hoog mogelijk jaarlijks rendement, tenzij in het overleg, vermeld in artikel 33, andere afspraken gemaakt worden. Wat betreft de financiële beleggingen zijn enkel beleggingsvormen in euro met volledige kapitaalsgarantie bij erkende instellingen toegestaan.

De gemeente kan de kerkfabriek niet verplichten om die reserves te gebruiken voor investeringen in het kerkgebouw.”

In de huidige context, waarbij banken negatieve interesten (kunnen) aanrekenen, kan het vanuit het oogpunt van een goed beheer van de gelden interessant zijn om dit geld uit te lenen aan bijvoorbeeld een vzw. Er dient wel een intrest opgenomen te worden in de overeenkomst. 

De prefinanciering die de kerkfabriek doet kan als een ondersteuning van het beleid van de gemeente beschouwd worden als deze bijvoorbeeld subsidies geeft aan bewuste vzw en als dusdanig het lokaal en het algemeen belang dienen.

Mag de kerkfabriek een reservefonds opbouwen voor haar privaat patrimonium?

(Centraal) Kerkbestuur en gemeente kunnen in het kader van het beheer een afspraak maken om een reservefonds voor investeringswerken aan gebouwen van het privaat patrimonium te spijzen met een gedeelte van de huuropbrengsten van diezelfde gebouwen. 

Dit dient telkens wel te gebeuren via een overboeking van Exploitatie naar Investeringen (MAR 29 / 39). In deze afspraak wordt best ook vastgelegd welk aandeel van de huuropbrengsten in het reservefonds wordt gestort en hoeveel dit reservefonds maximaal zal bevatten. 

Uiteindelijk gaat het aanleggen van een reservefonds ten koste van de rendabiliteit van de Exploitatie. Is dit voor huuropbrengsten nog enigszins verdedigbaar (de opbrengsten van een onroerend goed worden (gedeeltelijk) aangewend voor de instandhouding ervan), voor opbrengsten uit beleggingen ligt het minder voor de hand.  In deze context bestaat wel de mogelijkheid om 1/3 van de netto interesten te herbeleggen om de muntontwaarding van het belegde kapitaal tegen te gaan.  Deze regeling is nooit van toepassing op de kapitalen van de stichtingen.  En indien de kerkfabriek niet zelfbedruipend is, moet het gemeentebestuur uitdrukkelijk met deze werkwijze instemmen (zie in dit verband hierbij de brief uit 2001 van het Ministerie van Justitie, toezichthoudende overheid in de toen gelde regelgeving). 

Voor wat betreft het terugbrengen van het Investeringsoverschot tot 0: belangrijk is op voorhand na te gaan hoe dit overschot ontstond.  Indien dit – zoals je het in je voorbeeld aanhaalt – voortkomt van afgesloten werkzaamheden die minder duur uitvielen dan gebudgetteerd, kan het overschot gestort worden in een reservefonds voor toekomstige investeringswerken.

Let wel: het (gewijzigde) decreet van 7/5/2004 voorziet dat een kerkbestuur niet verplicht kan worden haar reserve aan te spreken voor investeringswerken aan het kerkgebouw (art. 52/1, § 2, tweede lid).

Wat is het gevolg van een negatieve Z-waarde in de Jaarrekening?

Een negatieve waarde in Z betekent dat er exploitatiegelden zijn aangewend voor investeringsuitgaven.

In deze vorm zal de Jaarrekening vermoedelijk een ongunstig advies krijgen vanwege de gemeente die het principe huldigt dat deficitaire resultaten niet kunnen, en impliciete overhevelingen van gelden van exploitatie naar investeringen niet toegelaten zijn.  Dit betekent immers dat de gemeente “verdoken” toelagen geeft voor investeringsuitgaven en zo de exploitatie daarmee belast.  Indien het nazicht van deze inbreuk echter niet voorkomt op de checklist van het toezicht door ABB zal de gouverneur er geen opmerking over maken.

Een deel van de exploitatietoelage boeken als investeringstoelage is geen correcte werkwijze.  De enige mogelijkheid voor een niet-zelfbedruipend kerkbestuur is een formele toelating vragen aan de gemeente om een overboeking te doen uit Exploitatie naar Investeringen (MAR 29  39).

Laatste aanpassing op 26/11/2025 om 16:11
HomeBisdom Hasselt
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
Sociale kanalen
  • Facebook
  • YouTube
© Bisdom Hasselt 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo