Goederenbeheer
Goederenbeheer
In onderstaande mappen vindt u nuttige documenten met betrekking tot goederenbeheer, georganiseerd per thema
Gebruiksovereenkomsten
Veelgestelde vragen
Hoeveel bedraagt doorgaans de cijns voor een erfpacht?
Bij een erfpacht is geen sprake van een jaarlijkse huurprijs maar van een cijns die door de erfpachtnemer wordt betaald. Normaal gezien bedraagt die cijns 3-4% van de waarde van het gebouw.
De kerkfabriek kan op eigen kosten een schattingsverslag aanvragen, maar mag ook zelf de waarde van het gebouw en dus ook de hoogte van de cijns bepalen.
Wanneer de erfpachtnemer de kosten van de uitgebreide renovatie, die nodig is voor het gebouw om te vormen, op zich neemt, mag de kerkfabriek beslissen dat de cijns lager ligt dan 3%.
De kosten van de akte van de erfpacht zijn voor de erfpachtnemer.
Zijn kapellen ook gebouwen van de eredienst?
In het kader van de Belgische wetgeving en het beheer van onroerend erfgoed en eredienstgebouwen, worden kapellen niet automatisch beschouwd als "andere gebouwen van de eredienst." Dit hangt af van de context waarin de term wordt gebruikt.
De term "gebouwen van de eredienst" verwijst meestal naar gebouwen die actief en regelmatig worden gebruikt voor erediensten van erkende religies, zoals kerken.
Als een kapel regelmatig wordt gebruikt voor erediensten (misvieringen, gebedsdiensten, enz.), kan ze wél worden beschouwd als een gebouw van de eredienst.
Kapellen die slechts occasioneel of niet meer actief worden gebruikt voor erediensten (zoals veldkapellen of herdenkingskapellen) vallen meestal niet onder deze categorie. Ze kunnen eerder als cultureel of historisch erfgoed worden geclassificeerd. In dit geval vallen ze buiten financiering als gebouw van de eredienst en zijn ze eerder privé-eigendom of gemeentelijk erfgoed.
Veldkapellen of kleine wijkkapellen zonder actieve religieuze functie behoren niet automatisch tot de "gebouwen van de eredienst", tenzij ze een specifieke rol vervullen binnen de parochiestructuur.
De kapel wordt niet regelmatig gebruikt voor georganiseerde erediensten, missen of processies. De kapel fungeert als een devotionele plaats, zonder integratie in het reguliere liturgische leven van de parochie. Incidenteel gebruik voor persoonlijke devotie of occasionele gebeurtenissen is onvoldoende om als "gebouw van de eredienst" te worden beschouwd.
Mag een kerk gebruikt worden voor niet-christelijke uitvaarten?
Op het eerste gezicht is het misschien een logische redenering om kerkgebouwen te gebruiken voor burgerlijke plechtigheden, maar het gebruik van religieuze gebouwen is toch om begrijpelijke redenen aan strikte regels gebonden.
In de richtlijnen die de bisschoppen in 2012 over de her- en nevenbestemming van kerkgebouwen publiceerden, herhalen ze dat niet-christelijke vieringen of rituelen er uitgesloten zijn.
Het idee om de kerk te laten gebruiken door een begrafenisondernemer situeert zich in de zone van ritueel en viering. Juist hierin willen de bisschoppen zo helder mogelijk de kerkelijke uitvaartliturgie onderscheiden ten opzichte van andere vormen van afscheid (“burgerlijk”). Een viering die dan ook wel christelijk maar vrijer en op meer persoonlijke wijze gebeurt, en niet geleid door de pastoor of zijn medewerkers in het kerkgebouw, zal het onderscheid wel erg vaag maken.
Burgerlijke diensten, die vragen om neutraliteit, kunnen met andere woorden niet plaatsvinden in kerkgebouwen.
Wat betekent EPC NR of EPC X voor onze kerkgebouwen en lokalen?
De vermelding EPC NR betekent dat het gebouw wél onder de niet-residentiële categorie valt, maar dat het niet mogelijk was om een geldige EPC-waarde (in kWh/m²) te berekenen op basis van de gebruiksfunctie of de beschikbare gegevens. Een EPC-label X betekent dat een geldige inschatting van de energieprestatie niet mogelijk was, doordat niet aan alle vereisten voldaan is om een label tussen A en G toe te kennen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er geen volledige verbruiksgegevens beschikbaar zijn (zoals meterstanden over minstens één kalenderjaar), het gebouw geen of onvoldoende gegevens heeft over hernieuwbare energie, of technische informatie over installaties, isolatie of ventilatie ontbreekt.
Een label X is geen oordeel dat het gebouw slecht is — het betekent eenvoudigweg dat de gegevens te onvolledig zijn om een betrouwbare score te berekenen. Voor kerkgebouwen of monumentaal erfgoed komt dit vaak voor: de software waarmee energiedeskundigen werken, is vooral afgestemd op moderne kantoor- of schoolgebouwen, niet op kerken met historische constructies of zonder klassieke verwarming.
Geldt de EPC-verplichting voor gebouwen van de eredienst?
Kerkgebouwen die uitsluitend voor de eredienst gebruikt worden, blijven vrijgesteld van de EPC-plicht. Pas bij herbestemming (verkoop of erfpacht) geldt de verplichting opnieuw.
Wanneer is een EPC NR verplicht?
Een EPC NR is verplicht bij verkoop, verhuur of erfpacht van niet-residentiële gebouwen. Voorbeelden: parochiezalen, pastorijen, jeugd- of vergaderlokalen die verhuurd worden.
Geldt de EPC-verplichting voor parochiezalen en (jeugd)lokalen?
Een groot aantal kerkfabrieken is eigenaar van zalen, vergaderlokalen of jeugdhuizen, soms verhuurd aan verenigingen of in erfpacht gegeven aan de gemeente of een organisatie. Voor deze gebouwen gelden andere regels dan voor de kerk zelf. Zodra een gebouw verhuurd, verkocht of in erfpacht gegeven wordt, is een geldig EPC NR verplicht. Gebouwen die enkel intern door de parochie gebruikt worden, hoeven voorlopig geen EPC te hebben zolang er geen overdracht of structurele verhuur is.
Hoe wordt de huurprijs bepaald?
Bij het sluiten van de huurovereenkomst bepalen partijen vrij het bedrag van de huurprijs (art. 1709 BW). Partijen zijn niet gebonden door de huurprijs die de vorige huurder betaalde. Meestal wordt bepaald dat de huurprijs maandelijks moet betaald worden. Het is evenwel mogelijk om de huurprijs ook driemaandelijks te betalen of zelfs jaarlijks.
Vanaf de verjaring van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst kan de huurprijs eenmaal per jaar geïndexeerd worden (art. 1728bis BW). Sedert 1 februari 1994 moet hiervoor de gezondheidsindex gebruikt worden en niet meer de consumptie-index (KB van 24 december 1993), althans wanneer het gaat over de gemeenterechtelijke verhuring, woninghuur of handelshuur. Voor verpachtingen, verhuringen van roerende goederen, sociale huren en onroerende leasing geldt deze regeling niet.
De volgende formule is toepasselijk:
nieuwe huurprijs = basishuurprijs x nieuwe indexcijfer
aanvangsindexcijfer
Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand voorafgaand aan die van aanpassing van de huurprijs. Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de maand die voorafgaat aan de maand tijdens welke de overeenkomst afgesloten is. Voor overeenkomsten van vóór 1 februari 1994 is dat de consumptie-index. Voor overeenkomsten afgesloten vanaf 1 februari 1994 is dat de gezondheidsindex.
Volgens artikel 2273 van het burgerlijk wetboek zijn rechtsvorderingen tot betaling van het bedrag dat volgt uit de indexaanpassing, verjaard door verloop van 1 jaar. Rechtsvorderingen tot betaling van de huurprijs zelf, verjaren door verloop van 5 jaar.
Aanpassingen van de huurprijs in de loop van de huur kunnen enkel gebeuren in onderlinge toestemming van de partijen.
Bij verlenging van de huur, wordt er in feite een nieuwe overeenkomst afgesloten en kunnen partijen bijgevolg vrij een hogere huurprijs bepalen.
Is er een renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen?
Elk niet-residentieel gebouw dat vanaf 1 januari 2022 overgedragen wordt of waarop een opstalrecht of erfpacht gevestigd wordt, moet door de nieuwe eigenaar of gebruiker gerenoveerd worden. Deze verplichting geldt voor de gehele gebouweenheid en niet louter het gebouw.
Moet er voor de kerk onroerende voorheffing betaald worden?
Voor sommige onroerende goederen wordt een vrijstelling toegekend omdat ze voor bepaalde doeleinden aangewend worden.
1e voorwaarde: aanwending voor specifieke doeleinden
De wet somt de doeleinden op waarvoor het onroerend goed aangewend moet worden. Als een onroerend goed voor meerdere doeleinden aangewend wordt, kan enkel vrijstelling toegekend worden voor de delen die voor de opgesomde doeleinden aangewend worden. De rest van het onroerend goed zal gewoon belast worden.
De opgesomde doelen zijn:
- openbare eredienst
- onderwijs
- hospitalen, rusthuizen, klinieken, dispensaria
- vakantiehuizen voor gepensioneerden
- andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen (hiermee wordt bedoeld: soortgelijk aan de in de vorige vier puntjes expliciet opgesomde categorieën (zoals bijvoorbeeld assistentiewoningen, kinderdagverblijven, maatwerkbedrijven, beschut wonen...).
Als u al een aanslagbiljet ontvangen heeft voor het onroerend goed in kwestie, dan kunt u bezwaar indienen bij de Vlaamse Belastingdienst via deze link.
https://www.vlaanderen.be/bezwaar-indienen-tegen-een-belasting