Werking & Organisatie
Werking en organisatie: nuttige documenten
In onderstaande mappen staan nuttige documenten, formulieren en sjablonen voor de werking en organisatie van kerkfabrieken.
Veelgestelde vragen
Wat is de kerkfabriek?
De kerkfabriek is een lokale openbare instelling met rechtspersoonlijkheid en vervult een fundamentele kerkelijke functie, namelijk het materieel mogelijk maken van de liturgie in het kerkgebouw.
De kerkfabriek functioneert binnen de kerkelijke en pastorale context
Wat is het verschil tussen de kerkfabriek en de parochie?
De parochie vertegenwoordigt de lokale geloofsgemeenschap en heeft meestal de vorm van een vzw of feitelijke vereniging
De pastoor is de leidinggevende figuur, bijgestaan door geëngageerde parochianen. Volgens canoniek recht heeft de pastoor de leiding over het pastoraal team. Een pastoraal team bezit slechts een raadgevende stem en valt onder de bisschop vastgestelde normen.
De parochiekerk is het huis van een plaatselijke geloofsgemeenschap die deel uitmaakt van de katholieke kerk. De parochiekerk staat ter beschikking van deze plaatselijke geloofsgemeenschap, op de eerste plaats voor gebed, bezinning, liturgie en sacramentele vieringen. De plaatselijke geloofsgemeenschap kan de parochiekerk ook gebruiken voor andere pastorale activiteiten, bijvoorbeeld op het terrein van de catechese of de diaconie.
De eredienst wordt in de regelgeving en de administratieve rechtspraak heel sterk in functie van de relatie tussen mens en “God” geïnterpreteerd. Daardoor valt veel van wat in de gelovige gemeenschap leeft en gebeurt niet binnen de opdracht van de kerkfabriek. Het gaat dan om de pastorale werking en om wat tussen de gelovigen onderling gebeurt.
De parochie is belast met de “pastoraal”: vormselcatechese, de liturgie, het zangkoor, ziekenbezoek,…
Welke bevoegdheden heeft de kerkfabriek?
Materiële voorwaarden vervullen zodat de eredienst op een waardige manier kan worden uitgeoefend
Zorgen dat de vieringen in een gepast kader en met alle nodige voorzieningen kunnen plaatsvinden
Alle liturgische voorwerpen: kruisen, kandelaars, wierookvat, wijwateremmer, kwispel, kelken, gewaden,…
Alle zaken die in de liturgie verbruikt worden: hosties, wijn, water, wierook, liturgische kaarsen, kruisjes
Versiering: bloemen, kunstvoorwerpen
Drukwerk: liedboeken, missalen, bijbel, blaadjes voor de vieringen
Onderhoud en instandhouding van de gebouwen bestemd voor de eredienst
Herstellingen, onderhoud, installaties en verbruik nutsvoorzieningen, verzekeringen, onkosten veiligheid en netheid, meubilair, kunstvoorwerpen.
Beheer van privaat patrimonium: beheren met het oog op het financieren van de eredienst
Waar mag het archief van de kerkfabriek bewaard worden?
Als overheidsorganisaties moeten kerkfabrieken hun archief zelf bewaren of het in het Rijksarchief in bewaring geven. Elders mogen zij het niet laten bewaren. Wanneer zij er voor kiezen hun archief zelf te bewaren, dan moeten de kerkfabrieken zich daarbij houden aan de regels inzake bewaring en ontsluiting van overheidsarchieven zoals geformuleerd in het Vlaams decreet van 9 juli 2010 en het uitvoeringsbesluit van 2014: https://overheid.vlaanderen.be/informatiemanagement/archiefdecreet
In ons bisdom worden archieven van kerkfabrieken en parochies sinds 1998 in het Rijksarchief te Hasselt in bewaring gegeven. Bij de bewaargeving wordt een contract opgemaakt, waarvan de voornaamste bepalingen zijn dat het archief eigendom van de kerkfabriek en/of parochie blijft, dat het met inachtneming van alle wettelijke regels toegankelijk is voor historisch onderzoek, en dat het voor 99 jaar in Hasselt bewaard zal worden. Bij bewaargeving in het Rijksarchief wordt ook een inventaris van het archief opgemaakt, zodat de leden van de kerkfabriek of verantwoordelijken van de parochie weten wat er in hun archief zit, en zodat zij als zij dat willen stukken die zij nodig hebben weer kunnen opvragen.
Mag de kerkfabriek digitaal vergaderen?
Het eredienstendecreet voorziet de mogelijkheid om via e-mail te vergaderen niet. De mogelijkheid om digitaal te vergaderen was een uitzonderlijke maatregel omwille van de corona-pandemie. De kerkfabriek moet eigenlijk steeds fysiek samenkomen.
Welke personen kunnen geen deel uitmaken van de kerkraad wegens onverenigbaarheid?
De volgende personen kunnen geen deel uitmaken van de kerkraad:
1° bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten. Voor de toepassing van deze bepaling wordt de wettelijke samenwoning met aanverwantschap gelijkgesteld;
2° degenen die personeelslid zijn van de kerkfabriek.
Worden leden van de kerkfabriek vergoed?
In de regel oefenen de leden van de kerkraden hun taak onbezoldigd uit. In overleg met de betrokken gemeente kan (binnen de context van de artikelen 33 en 33/1 van het Eredienstendecreet) een bepaalde onkostenvergoeding worden afgesproken.
De rekeningnummers 2220 ‘percent penningmeester’ en 2221 ‘onkostenvergoeding andere mandatarissen’ zijn hiervoor specifiek voorbehouden.
Wat gebeurt er als een lid van de kerkfabriek naar een andere gemeente verhuist?
Art. 9 van het Eredienstendecreet van 7 mei 2004 bepaalt als volgt:
“De aangestelde of verkozen leden van de kerkraad moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° rooms-katholiek zijn;
2° de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de aanstelling of de verkiezing;
3° in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn van de gemeente of van een van de gemeenten van de gebiedsomschrijving van de parochie.”
De hierboven vermelde voorwaarden zijn cumulatief van aard. Het lid van de kerkraad moet aan al deze voorwaarden voldoen om rechtsgeldig te kunnen zetelen in de kerkraad. Indien een lid van de kerkraad niet meer zou voldoen aan de voorwaarde “in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn van de gemeente of van een van de gemeenten van de gebiedsomschrijving van de parochie” dan moet het mandaat beëindigd en zo nodig vacant verklaard worden. Indien het lid blijft zetelen en deelneemt aan de beraadslagingen en beslissingen van de kerkraad dan kunnen deze beslissingen geschorst en/of vernietigd worden door de toezichthoudende overheid wegens schending van het recht (art. 58, §2 en art. 59 Eredienstendecreet van 7 mei 2004). Dit betreft het algemeen facultatief administratief beroep, daarnaast kan de beslissing ook aangevochten worden bij de Raad van State. Dit kunnen de gevolgen zijn van beslissingen door een niet-conform het Eredienstendecreet van 7 mei 2004 samengestelde kerkraad.
Het bestuur van de eredienst kan ook gesanctioneerd worden door de Vlaamse regering, in casu de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, wegens vastgestelde tekortkomingen op de verplichtingen vermeld in de Eredienstendecreet van 7 mei 2004 (art. 28, eerste lid, Erkenningsdecreet van 22 oktober 2021).
Kan een lid van de kerkfabriek ontslaan worden?
Nergens in de regelgeving is een mogelijkheid voorzien om een raadslid te “ontslaan”. Om hem te vervangen moet dus gerekend worden dat hij op eigen initiatief ontslag geeft of dat zijn mandaat van rechtswege ophoudt.
De bijzondere mandaten (voorzitter, secretaris en penningmeester) lopen steeds af om de 3 jaren.
Voor voorzitter en secretaris die verhinderd zijn – en dus niet aan de vergadering (kunnen) deelnemen – voorziet de regelgeving in een vervanging “geval per geval”. De voorzitter wordt zo vervangen door het oudste lid in leeftijd die geen bijzonder mandaat bekleedt, de secretaris door het jongste lid in diezelfde toestand. Deze vervanging wordt telkens vermeld in de notulen (bv. “De voorzitter (de secretaris) N.N., verhinderd, wordt vervangen door N.N., het oudste (het jongste) lid in leeftijd die geen bijzonder mandaat vervult”.)