‘Was ik maar nooit geboren’, riep Job. ‘Waarom was ik geen miskraam? Waarom moet ik leven als mijn hart zo boordevol verdriet zit?’ Elifaz, een vriend, kwam Job opzoeken: ‘Waarom ben je zo in paniek? Je weet toch wat iedereen zegt: wie goed leeft, zal gelukkig zijn, wie slechte dingen doet, zal lijden. Zo is het toch altijd geweest?’ Maar Job antwoordde: ‘Onzin, man, je kletst uit je nek! Zeg me dan tenminste wat ik verkeerd heb gedaan; eerlijke kritiek kan ik best verdragen. Maar ik heb niet slechter geleefd dan de meeste mensen, en kijk eens hoe ik eraan toe ben: helemaal kapot ben ik van ellende. Ik ben niet van steen; van vlees ben ik, niet van ijzer.’ Toen zei Elihu, een jongere vriend van Job: ‘Je hebt gelijk, Job, God wil je niet straffen. Maar toch doet hij nooit iets zonder betekenis. Je lijden heeft dus vast wel een doel. Misschien wil hij je iets duidelijk maken, of een beter mens van je maken. Ook al snap je het nu niet, hij heeft er vast wel een bedoeling mee!’ Job schudde zijn hoofd: ‘Wat heb ik aan dat gepraat? Als God zulke grote plannen met mij heeft, omdat hij me zo verschrikkelijk laat lijden, waarom komt hij het me dan niet zelf uitleggen? Waarom verstopt hij zich dan voor mij? O, wat zou ik graag mijn zaak aan God voorleggen.’
Toen kwam God tevoorschijn en sprak: ‘Wie roept me daar ter verantwoording? Ben jij dat, kleine muis van een mens? Je ziet er niet goed uit, dat geef ik toe. Je hebt vast te veel pech gehad in je leven. Maar besef je wel hoe ingewikkeld het is om de aarde te scheppen en te laten draaien? Was jij erbij toen ik de zee losliet en ze haar grenzen stelde? Weet jij waar het licht woont en de duisternis? Laat jij regen, sneeuw, hagel en dauw vallen op de juiste plaats? Heb jij de dieren van de bergen of het veld gemaakt? Zorg jij ervoor dat alle dieren op het goede ogenblik gaan paren en baren? Dan heb je recht van spreken. Anders moet je zwijgen. Dan moet je aanvaarden dat er af en toe iets fout loopt. Alles wat goed gaat, vind je maar normaal. Wat jij meemaakt, is brute pech. Ziekte en dood zijn niemands schuld, de jouwe niet en ook de mijne niet. Maar één ding moet je geloven: ik sta altijd aan jouw kant, wat er ook gebeurt.’
Joas trok een streep onder zijn verhaal. Hij had het gevoel dat hij God en de mensen recht had gedaan. Hij was benieuwd wat de anderen ervan zouden vinden …
Maak een poster met daarop afbeeldingen uit het antwoord van God. En schrijf er in mooie letters de zin bij: ‘Ik sta altijd aan jouw kant, wat er ook gebeurt.’
Gebed
Lieve God, Wij begrijpen niet waarom er erge dingen gebeuren. Soms worden we dan boos op Jou. Maar Jij stuurt die ongelukken niet naar ons. Ze gebeuren gewoon. Jij blijft ons altijd steunen en helpen. En je helpt ons om er te zijn voor elkaar. Ook als het heel moeilijk is. Amen.