Manna ~ Jona op de vlucht
Het verhaal
Jona was zijn naam, dat betekende ‘Duif’. Op school lachten zijn vriendjes vroeger wel eens om die naam, maar dat vond hij niet erg. Je kunt beter Duif heten dan een of andere stomme naam hebben die niets betekent. Een duif is tenslotte een nuttige vogel, die zelfs boodschappen kan overbrengen. En dat was wel toepasselijk, want Jona was een boodschapper van God. Een profeet. God sprak in zijn hart en dat vertelde hij dan aan de mensen.
Meestal was het best leuk werk. Maar op een dag kreeg Jona een rare opdracht. Hij was bezig met zijn ochtendgebed, toen hij opeens heel duidelijk de stem van God in zijn binnenste hoorde. ‘Jona, je moet naar de grote stad Nineve gaan. Het is daar heel gevaarlijk, omdat de mensen gemeen en kwaadaardig zijn voor elkaar. Ik wil dat jij daarheen gaat. Ik wil dat je hen zegt: Als jullie zo verder blijven leven, zal jullie stad verwoest worden!’
Jona pakte meteen een paar spullen in en vertrok. Niet naar Nineve in het oosten, nee, hij was niet gek! Hij liep naar de haven en zocht een schip uit dat precies de andere kant zou uitvaren: naar Tarsis in Spanje, helemaal in het westen. Ditmaal zou hij God niet gehoorzamen. Er waren tenslotte grenzen aan de plichten van een profeet! God hoefde niet te denken dat hij hem alles kon laten doen. Naar Nineve! Alsof ze daar zouden luisteren naar wat hij te vertellen had. Als hij de boodschap van God zou gaan vertellen in Nineve, hingen ze hem meteen in de dichtstbijzijnde boom. Dat klusje moest God maar zelf opknappen, daarvoor kon hij niet bij Jona aankloppen!
Jona spreidde zijn armen uit. ‘Oké dan, gooi me maar overboord, dan krijgt mijn God zijn zin en zijn jullie veilig!’ riep hij uit. Vier mannen pakten hem vast bij zijn armen en zijn benen en gooiden hem met een grote zwaai in de zee. De storm ging meteen liggen.
Het water was ijskoud en Jona hapte naar adem. Meteen verslikte hij zich en kreeg een ontzettende hoestbui. Hij hoopte maar dat hij snel zou verdrinken, want zwemmen kon hij toch niet en dat had ook niet veel zin zo midden op zee. Opeens zag Jona dat er een enorme vis op hem toe kwam zwemmen. O help! De vis opende zijn muil en Jona verdween in zijn buik. Toen viel hij flauw van schrik.
Toen Jona weer bijkwam zat hij in de buik van de vis. Het was er smerig en donker. ‘God, red me!’ riep hij uit. ‘Ik ben bang, ik zie geen uitkomst meer. U alleen kunt mij helpen!’ Na drie dagen en drie nachten spuwde de vis hem op het droge. Jona liep naar huis. Die nacht sliep hij in zijn eigen bed. Maar ’s ochtends hoorde hij weer de stem van God: ‘Jona, ga naar de grote stad Nineve en zeg daar wat ik je heb opgedragen.’
Naar Jona 1-2
Uit: Hosanna! Kinderbijbel met meer dan 150 verhalen (Kolet Janssen, ill. Roel Ottow, Van In, 2013) pag. 116-117.
Denkvraag
Heb jij ook weleens geen zin om iets moeilijks te doen wat iemand je vraagt (en wat je eigenlijk zou moeten doen)? Vertel erover.
Doe-tip
Iemand van jullie kruipt in de rol van Jona. Hij of zij gaat op een stoel in het midden zitten. De anderen mogen vragen stellen:
- Waarom ging je niet gewoon naar Nineve?
- Hoe voelde je je toen het zo hard stormde toen je op de boot zat?
- Kon je die matrozen begrijpen die je in het water gooiden?
- Hoe was het in die vis?
- Waarom ging je toen bidden tot God?
- ‘Jona’ geeft zo goed mogelijk antwoord.
Gebed
Lieve God,
Wij hebben zo vaak geen zin om te doen wat Jij van ons verwacht.
Dan doen we soms het tegenovergestelde!
We zijn niet lief voor elkaar,
we kijken niet om naar wie iets van ons nodig heeft.
Help ons om daar spijt van te krijgen
en het recht te zetten.
Geef ons een hart vol liefde,
elke dag opnieuw.
Amen.