Manna ~ Terug in Jeruzalem
Het verhaal
Mikal vergat nooit die eerste aanblik van Jeruzalem, toen ze na een maandenlange reis hun eerste blik op de stad wierpen. Joël had haar aangekeken met een verbijsterde blik. Jarenlang hadden hun ouders en grootouders erover verteld: hoe schitterend de stad was, hoe de witte stenen muren blonken in de zon, hoe de tempel trots boven alles uit torende. Heel hun leven hadden ze niets anders gehoord. Natuurlijk hadden hun ouders ook over de verwoesting verteld, maar blijkbaar was dat niet helemaal doorgedrongen. Daarom schrokken Mikal en Joël zo erg, toen ze na de lange reis eindelijk in Jeruzalem aankwamen. Een grote puinhoop, met hier en daar wat primitief ingerichte huizen, meer was er van de stad niet over. De tempel, de muren en de stadspoorten waren grote hopen losse stenen. Het was onmogelijk om je voor te stellen hoe die trotse stad er ooit had uitgezien.
De meeste joden die teruggekomen waren, waren jonge mensen. Ze kenden de stad alleen uit de verhalen. Hoewel ze wisten dat er veel werk zou zijn om de stad weer op te bouwen, was de puinhoop die ze zagen erger dan hun grootste nachtmerries. Eljasib, een van de weinige ouderen in het gezelschap, herinnerde zich wel nog hoe het vroeger was. Ook bij de mensen die achtergebleven waren in de stad, waren er nog die zich herinnerden hoe de stad er ooit had uitgezien. ‘Hier was de Waterpoort, daar het koninklijk paleis’, wezen ze. ‘Kijk, deze muur kwam zo hoog en liep naar de Paardenpoort. Daar stond een huis met een uitspringende toren.’ De anderen probeerden het zich voor te stellen, maar het bleef moeilijk.
Nehemia had de leiding en hij zette hen allemaal aan het werk. Puin ruimen, muren weer opbouwen, gaten dichten, balken aanbrengen in poorten, ze waren er maandenlang mee bezig. Maar beetje bij beetje knapte de stad op. De mensen kregen weer moed, al bleef er onmetelijk veel te doen.
Niet iedereen was gelukkig met het herstelwerk. Er woonden heel wat niet-joden in de stad. Sommigen lachten de joden vierkant uit, als ze er een hele dag over deden om weer een paar meter stadsmuur een stukje hoger te bouwen. ‘Morgen komt er een jakhals en die springt zo een gat in die stenen muur van jullie!’ riep een van hen. Het was waar dat de teruggekeerde joden niet allemaal evenveel verstand hadden van muren metselen, maar ze leerden elke dag bij.
Ze kregen steeds meer hulp. Mensen die jarenlang moedeloos in of vlak bij de stad hadden gewoond, zagen nu dat het kon lukken om alles weer op te bouwen. Het samenwerken maakte hen sterk. Ze voelden dat God hen steunde.
In de zevende maand riepen Nehemia en Ezra, de priester, alle mensen samen op het plein voor de Waterpoort. Ze lazen voor uit het boek van Mozes. De mensen luisterden ademloos. Toen ze hoorden over het vieren van het Loofhuttenfeest in de zevende maand, wilden ze dat ook doen. Zoals het in de schrift staat, haalden ze olijftakken en palmbladeren uit de bergen, en bouwden daarmee loofhutten: op hun daken, in een binnenhof, op het voorhof van de tempel, op het plein voor de Waterpoort. En allemaal samen vierden ze het Loofhuttenfeest, en woonden ze een hele week in hutten. Het was een vrolijke tijd. Ze dankten God voor zijn hulp en smeekten hem om hen verder te blijven steunen. Het was goed om zo samen te vieren, het maakte hen sterk. En dat was zeker nodig.
Naar Nehemia 3 en 8
Uit: Hosanna! Kinderbijbel met meer dan 150 verhalen (Kolet Janssen, ill. Roel Ottow, Van In, 2013) pag. 106-107
Denkvraag
Heb je ooit samen een kamp opgebouwd? Of een verhuis meegemaakt? Of een klas ingericht? Hoe was dat?
Doe-tip
Zoek spullen bij elkaar om samen een rustige hoek te bouwen in je klas of huis. Wat heb je nodig? Hoe richt je het in?
Gebed
Lieve God,
Soms maken wij er echt een puinhoop van.
We maken iets kapot
of we zeggen iets lelijks tegen elkaar.
Dan moeten we alles weer opbouwen.
Stap voor stap groeien we weer naar elkaar toe.
Help ons om daarvoor de kracht te vinden.
Amen.