In gesprek met Aimé Vermeersch, pastoor-emeritus
Tijdens de laatste week van 2021 hadden we het genoegen om een interessant gesprek aan te gaan met pastoor-emeritus Aimé Vermeersch, die ons honderduit vertelde over zijn boeiende loopbaan als priester. We bezochten hem in de pastorie van Doorslaar, vlak naast de kerk.
Hoe lang bent u al priester?
Ik ben gewijd in 1958, het jaar van de expo. Ik ben dus 63 jaar priester. Mijn oudste broer Omer was ook priester, maar hij is overleden in 2007. Ik heb ook nog een zuster, die in het rustoord Ter Durme verblijft.
Hoe bent u tot het besluit gekomen om priester te worden?
Dit is geleidelijk aan gegroeid. Mijn acht jaar oudere broer ging naar het seminarie en is dan gewijd. Zo word je een beetje meegezogen. Mijn eerste drie jaren van het middelbaar deed ik in het Sint-Lodewijkscollege van Lokeren, en de laatste drie in het Sint-Jozef-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas. Van de 33 uit de retorica waren er 11 die naar het klooster of het seminarie gingen.
Bent u afkomstig uit deze streek?
Jawel, ik heb als kind in de Eksaardebaan gewoond. Ik ben een Lokeraar in hart en nieren, al vraag ik me af wat die nieren erbij komen doen... Daarom was ik blij om hier te kunnen blijven in Doorslaar.
Kunt u ons iets vertellen over uw “carrière”, als we dat woord mogen gebruiken?
Ik ben begonnen als priester-leraar in het college van Lede gedurende 11 jaar. Ik gaf daar godsdienst en nog wat andere vakken. Als priester mocht je toen alles geven.
Daarna ben ik 15 jaar onderpastoor geweest in Balegem. Dat is een fusiegemeente van Oosterzele en het ligt niet ver van Zottegem. Daar was ik ook gedurende 15 jaar parttime godsdienstleerkracht. In 1983 ben ik naar Kemzeke gekomen en ik ben daar een volle 30 jaar pastoor geweest. Bisschop Luc Van Looy schrok een beetje toen hij vernam dat ik bijna 80 jaar oud was. Hij wou me op rust stellen, maar ik vroeg hem om nog even te wachten tot ik op 6 juli 80 werd. Tijdens die 30 jaar was ik heel vertrouwd met de bevolking. Ik stond in een parochie van 3300 inwoners en ik kan u zeggen dat ik in alle huizen van Kemzeke een drietal keer ben binnen geweest! Zo leer je een parochie goed kennen. Ik maakte ook geen onderscheid tussen gelovigen en niet-gelovigen.
Van deken Geert vernam ik dat de pastorie van Doorslaar leeg stond. Zo ben ik op 6 december 2013 naar hier gekomen. Ik ben hier nu dus 8 jaar. Het bevalt mij ten zeerste omdat ik in eigen streek zit, dicht bij familie. En zo doe ik regelmatig de mis, ook tijdens de week. Vrijdagavond komen er een dertigtal mensen. Zaterdagavond ga ik voor in het rusthuis van Zeveneken. Zondag ben ik regelmatig in Sint-Anna Heirbrug. Dat is mijn geboorteparochie en daar ben ik ooit misdienaar geweest. Ik heb die kerk weten bouwen. Er zijn nu nog enkele mensen uit mijn jeugdtijd, maar dat vermindert wel. Zelf ben ik ruim 88 jaar oud, maar ik voel me goed en ik ben blij dat ik nog dienst kan doen.
Is er veel veranderd in de Kerk tijdens uw lange loopbaan?
Ja, want ik heb de overgang meegemaakt in 1962-1965 met het concilie. Daarvoor liepen we rond met een soutane, wat niet al te praktisch was. Zo liep ik als aalmoezenier op kamp in de Ardennen, in de modder... In 1963 mochten we een gewoon kostuum dragen. Na het concilie is de liturgie enorm verbeterd. Mijn eerste priesterjaren was de mis volledig in het Latijn en stond ik met mijn rug naar de mensen. En ook na het concilie werden veel meer leken ingeschakeld bij het pastoraal werk, een goede zaak!
En de hervorming van de parochies?
Door het stijgend gebrek aan priesters was dat een noodzaak. In het dekenaat Sint-Gillis zijn er nog twee vieringen: zaterdag in Sint-Gillis en zondag in Stekene. Bij ons zijn er nog 6 kerken waar vieringen plaatsvinden. Maar waar het beleid zich een beetje heeft misrekend, is de veronderstelling dat de mensen toch zouden gaan naar een centraal punt, net zoals ze dat doen om te gaan winkelen bijvoorbeeld. Maar dat hebben de mensen massaal niet gedaan. Vroeger deed ik hier op zondag de mis. Daar kwamen zowat honderd mensen naar toe. Ik denk dat er geen twintig van die honderd zijn overgeschakeld naar andere kerken! En nog iets: in de beleidsnota’s van het bisdom staat dat er een goede begeleiding moet zijn bij het sluiten van een kerk. Dat is overal veel te weinig gebeurd en men heeft de mensen amper betrokken bij zo’n proces. Het priestertekort verbetert er niet op. Het is goed dat er ook vanuit een ander land assistentie komt, maar je kunt dat niet massaal toepassen. En ik verneem dat het in typisch katholieke landen zoals Polen en Mexico ook achteruit gaat.
Is er dan te weinig gedaan om het priestertekort aan te pakken?
Na het concilie heeft kardinaal Suenens geijverd om het diaconaat open te stellen, wat uiteraard een goede zaak is. Maar hij hoopte ook dat diakens tot priester zouden gewijd worden en dat is niet gebeurd. In 1970 beschreef hij een situatie met celibataire en niet-celibataire priesters. Maar daar is een rem op gezet. Dat is eigenlijk de keerzijde van een universele Kerk die sterk georganiseerd is, maar waarbij de mentaliteit van de werelddelen soms sterk verschilt. Men durft in Europa niet de stap zetten om ook diakens in te schakelen die voorgaan in erediensten.
Ook de rol van de vrouw in de katholieke Kerk komt veel te weinig aan bod. In Canada zag ik in een anglicaanse kerk een vrouwelijke priester met haar kindjes. Ik sprak haar aan en vertelde dat er eigenlijk niet zo veel verschil was tussen onze beide Kerken. Maar toen zei ze: “Er zijn wel degelijk verschillen. Wij hebben geen paus, bij ons zijn er getrouwde en ongetrouwde priesters, en bij ons mogen vrouwen priester worden.”
Maar er zijn wellicht ook positieve zaken?
Inderdaad. In de parochie Heilige Bavo (dat tot het dekenaat Lokeren behoort) zal parochieassistente Petra Mussche in de zomer de verantwoordelijkheid krijgen over de pastoraal van de twaalf parochiegemeenschappen. Priester Chris Simoens zal zich enkel met de taken bezighouden die tot het priesterambt behoren.
En ik ben blij dat in onze parochie ook veel leken goed meewerken. De samenwerking verloopt vlot, ook al zijn er soms probleempjes die aan menselijke factoren te wijten zijn.
Bedankt, eerwaarde, voor deze interessante bedenkingen over het verleden en de toekomst van onze Kerk!
Geert Defauw
Een diamanten priester in ons midden.
Priester Aimé jubileert
De jeugdjaren
Aimé Vermeersch is geboren op 6 juli 1933, als jongste van 4 kinderen op de hoek van de Eksaardebaan en de Oude Eksaardebaan. Zijn broers Omer en Gerard zijn reeds overleden. Zijn zus Paula is nog in leven. Noodlottig was het dat zijn moeder overleed dezelfde morgen van zijn geboorte. Hij ging naar de kleuterschool waar nu de school Veertjesplein is. De lagere school volgde hij in de gemeenteschool waar nu de Sperwer gevestigd is. De lagere cyclus van het humaniora doorliep hij in het St. Lodewijkscollege en de hogere cyclus in het Klein Seminarie te Sint-Niklaas.
Als misdienaar in de voorlopige kerk van Heirbrug was pastoor Weyn zijn grote voorbeeld. Onder pastoor Weyn werd sterk geijverd voor een nieuwe kerk. Bij de firma De Mol kwamen langs het water de stenen toe voor de huidige kerk. Boeren brachten die per kar naar tijdelijke opslagplaatsen tegen het eind van de oorlog. De kerk werd gewijd in 1950.
Wijding in het expojaar
In de Retorica gingen 11 van de 33 leerlingen naar kloosters of naar het seminarie. Zijn broer Omer, die 8 jaar ouder was, was ook priester geworden. Zijn roeping groeide geleidelijk aan. Hij ging naar het seminarie in Gent. In 1958 werd hij priester gewijd, hetzelfde jaar als de Expo 58 – de wereldtentoonstelling in Brussel, Atomium, enz.
Gezonden door de bisschop
Aimé was 11 jaar leraar in het St. Maartenscollege van Lede. Daarna werd hij onderpastoor van Balegem, toen was hij ook parttime godsdienstleraar in het O.-L.-Vrouw van Lourdesinstituut in Grotenberge – Zottegem. Tot zijn vijftigste heeft hij lesgegeven. Zijn grootste vreugde was zijn dertig jaar priester zijn van de Sint-Jacobusparochie in Kemzeke, waarvan ook 7 jaar Klein-Sinaai erbij. Hij is zeker 3 à 4 maal in elk huis van Kemzeke op bezoek geweest. Dus de mensen kenden hem en hij kende hen. De brede waaier van verschillende activiteiten op een bloeiende parochie, het heeft hem altijd geboeid. Er heerste een sterk gemeenschapsgevoel in Kemzeke. Wel jammer was dat er wel 7 inbraken gebeurden in de pastorij en enkele andere diefstallen. Tot zijn tachtigste mocht hij volledig in dienst zijn in Kemzeke. Toen werd feestelijk afscheid van hem genomen.
Thuiskomen in Doorslaar
Hij was zeer blij eind 2013 de pastoorswoning te kunnen betrekken in Doorslaar, daar is het goed om wonen dicht bij de familie met zijn vele neven en nichten. Sinds hij op Doorslaar woont heeft hij al meer dan 7000 km gefietst. Aimé heeft altijd graag gereisd. Zo bezocht hij o.a. Zuid-Afrika, Canada, Mexico, Rusland, Israël, Jordanië, Egypte, Griekenland. Pas terug uit Medjugorije bereidt hij nu zorgvuldig zijn jubileum voor.
Grote veranderingen en uitdagingen
Als ik hem vraag wat er meest veranderd is in de kerk dan spreekt hij van de tijd van voor en na het concilie. Er was veel veranderd met de euforie van de jaren zestig. Ook heeft hij de zwarte soutane omgeruild voor gewone kledij. De liturgische taal werd Nederlands en het altaar werd naar voren geschoven. Of hij nog een boodschap heeft voor de mensen? BLIJVEN GELOVEN! Christus volgen, het gaat om de figuur van Christus.
Iedereen is uitgenodigd voor de eucharistieviering t.g.v. het diamanten priesterjubileum van Aimé op zondag 1 juli 2018 om 10.30 u. in de kerk van Sint-Anna Heirbrug, zijn geboorteparochie.
We wensen Aimé nog vele jaren in goede gezondheid!