Elie Wiesel - 10 uitspraken om nooit te vergeten
Wiesel werd in 1928 geboren in Sighet, toen deel van Roemenië. In 1944 werd hij als vijftienjarige samen met zijn familie gedeporteerd naar Auschwitz. Zijn moeder en jongste zus werden onmiddellijk vermoord. Later werd hij overgebracht naar Buchenwald, waar ook zijn vader stierf. Zelf overleefde hij de kampen.
Over zijn ervaringen schreef hij tientallen boeken. Zijn bekendste werk is de autobiografische trilogie Nacht, Dageraad en Dag. Vooral Nacht geldt als een van de meest indringende getuigenissen over de Holocaust. Wiesel vond dat overlevenden de morele plicht hadden te getuigen, niet uit wraak maar om te voorkomen dat de geschiedenis zich zou herhalen.
Naast schrijver was hij een geëngageerd mensenrechtenactivist. Hij sprak zich uit tegen vervolging en geweld, waar ook ter wereld, en verdedigde consequent de rechten van vluchtelingen, minderheden en politieke gevangenen. Voor die inzet ontving hij in 1986 de Nobelprijs voor de Vrede.
10 citaten van Wiesel die kenmerkend zijn voor zijn werk en persoon.
- Nooit zal ik die eerste nacht in het kamp vergeten, de nacht die mijn hele leven in één lange nacht veranderde. (Nacht, 1960)
- Ik was een lichaam. Misschien zelfs minder dan dat: een hongerige maag. Alleen de maag was zich bewust van de tijd die verstreek. (Nacht, 1960)
- Ik bid tot de God in mezelf dat hij mij de kracht zal geven om Hem de juiste vragen te stellen. (Nacht, 1960)
- Ik heb gezworen nooit te zwijgen waar en wanneer mensen lijden en worden vernederd. We moeten altijd partij kiezen. Afzijdigheid helpt alleen de onderdrukker, nooit het slachtoffer. (Rede bij aanvaarding Nobelprijs, 1986)
- Geen enkel ras is meerderwaardig, geen enkel geloof is minderwaardig. (Para Magazine, 1992)
- Ik zei tegen mezelf: God weet wat hij doet. Maar nu is de limiet bereikt. Daarom heb ik besloten hem te zeggen: Het is genoeg. (Legends, 1968)
- Geen enkele mens is illegaal. (Rede bij aanvaarding Nobelprijs, 1986)
- Omdat ik overleefde, vond ik dat het mijn plicht was mijn leven betekenis te geven, om elk moment ervan te rechtvaardigen. (Why I write, 1978)
- De doden vergeten is hetzelfde als ze een tweede keer vermoorden. (Nacht, 1960)
Ik geloof in God, ondanks God. Ik geloof in de mensheid, ondanks de mensheid. Ik geloof in de toekomst, ondanks het verleden.
