Arme Claren Coletienen verlaten Gent

In juni 2022 verlaten de zusters Arme Claren Coletienen hun klooster in Gent. Daarmee komt een einde aan het vrouwelijke contemplatieve leven in Gent.
06/05/2022 - 10:29

De zusters Arme Claren Coletienen van het Monasterium Bethlehem die hun klooster aan het Sint-Elisabethplein in Gent verlaten, verhuizen naar Lokeren waar ze aansluiten bij de kloostergemeenschap van de zusters van de Heilige Engelen. Daarmee komt na 600 jaar een einde aan hun biddende aanwezigheid in onze stad en na het vertrek eerder van de zusters Capucienessen en de zusters Karmelietessen komt zo een einde aan het vrouwelijke contemplatieve religieuze leven in Gent.

(Op de foto bovenaan, van links naar rechts: Z.M. Stephanie, Z.M. Pia,  Z.M. Cecilia, Z.M. Agnes, Z.M. Saskia, Z.M. Amata)

Een bewogen geschiedenis

De Franciscaanse spiritualiteit deed haar intrede in de Arteveldestad bij de oprichting van een klooster van de Minderbroeders die voor het eerst in Gent vermeld worden in een oorkonde uit 1226. In de daaropvolgende eeuwen volgde de stichting van kloostergemeenschappen voor vrouwen die de Franciscaanse spiritualiteit aannamen: Grauwzusters (14de eeuw-1794), Rijke Claren (1648-1794), Capucienessen (1673- ), Grauwzusters Penitenten (1582-1793), …

Colette Boylet, de heilige Coleta

Het klooster ‘Arme Claren of Clarissen Coletienen van het Monasterium Bethlehem’ werd opgericht in 1427. Vooraanstaande Gentse burgers zoals Daniël van Vaernewyck, Jan de Ouze en leden van de familie Halewijn, vroegen de hervormster van de Clarissenorde, Colette Boylet (de latere heilige Coleta) om in Gent een Clarissenklooster op te richten. Paus Martinus V keurde op 26 juni 1427 die stichting goed en Helena Schappers, weduwe van Jan Van den Voerhoute, schonk een perceel grond in de Goudstraat in Gent om een klooster te bouwen terwijl de gezusters Barbara en Helena Van Halewijn de nodige sommen geld ter beschikking stelden voor de bouw van het klooster tussen de Goudstraat en de Minnemeers. Filips de Goede, hertog van Bourgondië, en zijn echtgenote Isabelle van Portugal verleenden hun steun aan het initiatief door het bij Colette Boylet aan te bevelen. De schepenen van de stad Gent keurden de oprichting van het klooster goed op 4 augustus 1428.

Het klooster, waarvoor Colette zelf de plannen tekende, werd gebouwd in 1440 en op 3 augustus 1442 kwam Colette naar Gent om met een aantal religieuzen uit de kloosters van Auxerre, Poligny en Hesdin het nieuwe klooster te betrekken.

Vanuit Gent ontstonden nieuwe stichtingen: Pont-à-Mousson (Frankrijk - 1147), Arras (Frankrijk - 1456), Antwerpen (1461), Luik (1474), Brugge (1479), Cambrai (Frankrijk - 1496), Mechelen (1500), Ieper (1594), Doornik (1628).

Coleta bezocht geregeld alle kloosters die zij onder haar hoede had. Op 4 december 1446 was ze opnieuw in Gent waar ze stierf op 6 maart 1447. Ze werd op het kloosterkerkhof begraven. In 1492 werd ze ontgraven en herbegraven in een loden kist die in een grafkelder werd geplaatst. Bij haar zaligverklaring in 1536 werd ze opnieuw in een andere loden kist geplaatst en werd de kloosterkapel aan haar toegewijd.

 


 

Omzwervingen en terugkeer

Bij de beeldenstorm van 1566 en die van 1578 in Gent ontvluchtten de zusters de stad en vonden ze een onderkomen in Arras in een klooster van hun orde waar ze tot 1585 bleven om dan naar Gent terug te keren en hun klooster in de Goudstraat terug op te bouwen. Vanaf 1635 werd een volledig nieuw klooster gebouwd.

Paus Benedictus XIV vatte het plan op om Colette Boylet heilig te laten verklaren en zette daartoe in 1781 het canoniek proces in. Maar twee jaar later op 17 maart 1783 werd het klooster door Jozef II opgeheven en werden de goederen geconfisceerd. De bisschop van Gent, de Lobkowitz, kwam op 10 september 1783 afscheid nemen van de zusters die op 22 september 1784 met negentien Gent verlieten, richting Kortrijk vergezeld van Kanunnik Maes, de president van het grootseminarie en de secretaris van de bisschop. Van daar reisden de zusters verder naar het Clarissenklooster van Poligny in Frankrijk. Op hun tocht namen ze de relikwieën van Coleta mee.

In Gent bleven bejaarde en zieke zusters achter (4 koorzusters en 5 buitenzusters). Ze spraken geen Frans en zij vonden een onderkomen, samen met andere slotzusters van opgeheven kloosters, in het begijnhof O.-L.-Vrouw ter Hoyen in de Lange Violettestraat in Gent. Het klooster in de Goudstraat werd in 1787 gedeeltelijk afgebroken. Bisschop de Lobkowitz nam ook het dossier in voorbereiding van de heiligverklaring mee om het te bewaren in het bisschoppelijk archief.

Bij hun terugkeer uit Poligny op 2 juli 1791 vonden de zusters een tijdelijk onderkomen in de abdij Nieuwenbos in Gent tot de gemeenschap in 1796 omwille van de Franse maatregelen opnieuw werd opgeheven. Ze namen opnieuw de vlucht naar Poligny. In 1804 hergroepeerden de zusters zich in het begijnhof O.-L.-Vrouw ter Hoyen in Gent. Getuige daarvan de vele typische begijnenmeubelen (kasten, stoelen…) die nu nog steeds in het klooster in Gent staan.  
 

Bloei

Op 24 mei 1807 werd Coleta in Rome door paus Pius VII heilig verklaard.

Met de hulp van onderpastoor Van Neste van de Sint-Jacobskerk konden de zusters in 1811 de voormalige refuge van de Sint-Adrianusabdij van Geraardsbergen nabij het Rabot in Gent verwerven en na de nodige verbouwingswerken er hun intrek nemen in augustus 1814. De kleine kern van 5 koorzusters en 2 buitenzusters vormde er de nieuwe religieuze gemeenschap. Op 8 september hielden zij daar een plechtigheid voorgezeten door vicaris generaal Ambrosius Goethals. De zusters namen opnieuw het kloosterhabijt aan, vernieuwden hun kloostergeloften, verkozen zuster Hélène De Dack tot abdis.

De gemeenschap van 5 slotzusters en 2 buitenzusters werd aangevuld met twee kloosterlingen uit het klooster van Brugge. Van dan af ging het klooster Bethlehem een nieuwe bloei tegemoet en sloot de stad Gent de kloostergemeenschap in haar hart. De vele intredes maakten het ook mogelijk dat vanuit het monasterium Bethlehem in Gent nieuwe stichtingen ontstonden:  Mechelen (1835), Geraardsbergen (1841), Dendermonde (1842), Sint-Niklaas (1838), Tongeren (1845), Aalst (1856), Eeklo, Porto-Alegre Brazilië (1953).


De huidige gebouwen aan het Sint-Elisabethplein in Gent dateren uit 1834. Ze werden in de daaropvolgende jaren aangepast en verbouwd. De kapel werd door de bisschop geconsacreerd op 13 januari 1835. Een nieuwe kapel werd gebouwd  in 1857 naar de plannen van architect Van de Capelle en die werd in 1971 herbouwd tot de huidige moderne kapel. 

Tekening van het klooster van de zusters Arme Claren in Gent aan het Sint-Elisabethplein. Daar verenigden de zusters zich opnieuw in 1814. Toestand van het klooster ca 1880, tekening door kanunnik Jean Baptiste Lavaut (1834-1900), archivaris van het bisdom Gent.

Gedenkplaat aan de vroegere aanwezigheid van de arme claren in de Goudstraat: ‘in dit jaer 1447 den VI maert overleet hier binnen de stede van Ghent, in’t clooster van Sinte Claren, bachten de vryndag maert, zuster Colette, die zeer heilig gheleeft hadde’ Memorieboek der stad Ghent by de plechtige herdenking van de 500ste verjaardag van het overlyden van de H. Coleta 22 juni 1947’

De relikwieschat van de heilige Coleta

Sinds bijna 600 jaar bewaren de zusters Arme Claren van Gent met de grootse zorg de relikwieën en herinneringen aan de Heilige Coleta. Doorheen de soms turbulente geschiedenis van hun kloostergemeenschap zijn ze er in geslaagd dit belangrijk religieus patrimonium ongeschonden te bewaren tot op de dag van vandaag. De mantel van de Heilige Coleta behoort tot het collectieve geheugen van de Gentenaren en van vele mensen uit Vlaanderen. Talloze zwangere vrouwen kwamen zich met die mantel bekleden om op voorspraak van de Heilige Coleta een voorspoedige bevalling te bekomen, een gebruik dat tot op de dag van vandaag blijft voorbestaan. Tot die relicten van de Heilige Coleta behoren ook waardevolle handschriften, brieven en geschriften van de heilige en voorwerpen die mensen aan haar hebben toevertrouwd.

De Vlaamse Overheid plaatse op 23 december 2011 de 35 voorwerpen van deze collectie op de Topstukkenlijst van het waardevol cultureel erfgoed van Vlaanderen omwille van hun belangrijke waarde voor het collectieve geheugen en omwille van haar ontegensprekelijke authenticiteit en rechtstreekse verbondenheid voor de voor onze regio historisch belangrijke figuur van Coleta. Komt daar nog bij dat de collectie op dezelfde plaats bewaard bleef en daar ook functioneerde.

De zusters vertrouwen na hun vertrek heel deze collectie, die zo nauw verbonden is met de stad Gent, toe aan de bisschop van Gent.
 

Ludo Collin, archivaris bisdom Gent

Monseigneur Antoine Stillemans, bisschop van Gent vierde op 16 juni 1907 de honderdste verjaardag van de heiligverklaring van de heilige Coleta tijdens een plechtigheid in open lucht in de Goudstraat in Gent op de plaats waar het klooster van de Zusters Arme Claren gevestigd was tot zij er verdreven werden in 1784. Het was ook daar dat de Heilige Coleta stierf op 6 maart 1447.