Schoolpastoraal op nieuwe wegen
Zet enkele onderwijsmensen rond een tafel, stel één vraag over wat hen passioneert… en voilà: ze zijn vertrokken! Het gesprek loopt en is niet meer te stoppen. Je hoeft er als interviewer ook niet meer tussen te komen. Leerkrachten regelen dat zelf wel. We zeggen dit met veel liefde want de passie waarover deze vier mensen in gesprek gaan is hun engagement in de pastoraal op de katholieke secundaire school. Die ene vraag die we stelden luidde: Hoe zou je ‘schoolpastoraal’ vandaag omschrijven en welke verschuivingen merk je op?
Bellinda: In het begin van mijn functie was de invulling van schoolpastoraal nog vrij evident en volgde vaste patronen: een aanbod van liturgische omkadering van het schoolleven en (veel) activiteiten allerhande die de band moesten maken met een christelijke levenshouding. Door de veranderende samenleving werd die invulling niet langer evident. De vroegere patronen werken niet meer in de nieuwe schoolcontext en sommige pastorale groepen zijn daarin vastgelopen. Als ik dan in een gesprek met zo’n groep vroeg: “Wat is jullie eigenheid?”, volgde er een waslijst aan activiteiten en initiatieven, vieringen en bezinningen. Dat is mooi en het toont engagement, maar het zit allemaal op de niveau van doing, terwijl er dan weinig ruimte en energie overblijft voor being en feeding, twee andere dimensies van schoolpastoraal. Being is de pastoraal van de speelplaats, van de wandelgangen, van de leraarskamer. Het is tijd en aandacht kunnen geven aan leerlingen en collega’s. Met feeding bedoelen we dat het belangrijk is dat leerkrachten met elkaar in gesprek blijven gaan over hun krachtbronnen, over wat of wie hen inspireert en motiveert als leerkracht. Want als je de eigen motor niet onderhoudt, dan gaat die sputteren.
Sammy: Ik zie die evolutie op mijn school erg duidelijk. De werkgroep schoolpastoraal probeert qua activiteiten veel meer aan te sluiten bij wat er allemaal al gebeurt in andere werkgroepen, dan wel zelf nieuwe dingen te bedenken. We evolueren meer in de richting van een denkgroep die kan wegen op het beleid en we spreken onder elkaar over spiritualiteit als inspiratie: waarom doen we wat we doen? Je ziet dat bijvoorbeeld ook goed aan de omkadering van de personeelsvergadering. We komen van de vroegere traditie om een personeelsvergadering te beginnen met een eucharistieviering, evolueerden naar een langer gebedsmoment en kwamen uit bij een korte bezinning. Tegenwoordig is zo’n formeel begin er zelfs niet meer bij en dat hoeft voor mij ook niet. Maar soms proberen we wel iets te brengen van de inspiratie: wat geeft ons de drive om verder op weg te gaan met leerlingen? Ik zie liever dat één iemand iets brengt vanuit zijn of haar inspiratie dan dat we allemaal vasthouden aan een formaliteit. Dat is authentiek.
Bellinda: Mensen worden effectief meer bevraagd op hun authenticiteit. Vroeger kon je op de trein stappen en gewoon meerijden, dat ligt vandaag veel moeilijker. Als je je engageert voor de schoolpastoraal, is het nodig dat je kleur bekent.
Liesbeth: Dat is toch niet altijd gemakkelijk, hoor ik bij ons in het pastorale team. De collega’s geven aan dat ze soms te weinig hun geloof durven tonen uit angst om de anders- of de niet-gelovigen tegen de borst te stoten. Dan klinkt de vraag: “Waar kan men nog aan zien dat we christen zijn als alles wordt afgevlakt?” Tegelijkertijd vragen de leerlingen inderdaad meer duidelijkheid en meer authenticiteit. Ook al hebben ze zelf een andere godsdienst, ze zijn nieuwsgierig: “Wat geloven jullie? Hoe vieren jullie?” Hetzelfde geldt voor de jongeren die er helemaal niets meer van weten.
Bieke: Mijn ervaring is dat leerlingen je daar ook echt als persoon op bevragen. “Maar mevrouw, geloof jij nu ècht dat Jezus verrezen is?” Als ze merken dat je gepassioneerd bent, roept dat wel vragen op. Wat die andere accentverschuiving betreft, kan ik Sammy wel bijtreden. Personeelsvergaderingen worden bij ons gestart met een quote of een gedachte waar iedereen zich in zal kunnen herkennen. Maar op de pedagogische studiedag staan we er op dat we mogen beginnen met een inbreng vanuit onze eigen christelijke traditie om ons te herinneren aan de eigenheid van de school.
Bellinda: Een schoolpastoraal die alleen maar bezig is met het organiseren van activiteiten, hoe goed ook, zal uiteindelijk opdrogen en nog weinig geïnspireerd zijn. Ik heb dikwijls aan groepen het advies gegeven: begin met schrappen in de activiteiten. Directies verstonden dat niet altijd goed. Mijn reactie was dan: “Schoolpastoraal betekent ook ruimte maken voor gesprek, weten waar je je kracht haalt en daarover uitwisselen. Wegen zoeken om de gelovige wortels van de school ter sprake te brengen en te expliciteren. En niet alleen activiteiten organiseren die dan het uithangbord van de school zijn.”
Gedragenheid
Sammy: Zowel op school als in de samenleving is het ondertussen duidelijk dat je geen christen hoeft te zijn om je in te zetten voor het goede doel. Het zou heel ongepast zijn om daar een christelijk etiketje op te plakken. De collega’s zedenleer uit het gemeenschapsonderwijs willen ook de armoede de wereld uit! Misschien zullen niet-christenen zich zelfs nog met veel meer gegevenheid inzetten voor Broederlijk Delen of Welzijnszorg op school en bevragen zij ons. Laat ons dus maar bescheiden aansluiten bij de activiteiten die er al gebeuren.
Liesbeth: We proberen dat te ondervangen door voor elke activiteit groepjes leerkrachten te zoeken die zich willen ankeren aan de activiteit die we voorstellen. Dit jaar organiseerden we voor het eerst een troostfestival voor de vierdejaars in de maand november. Er was ruimte om bezinnend samen te zijn rond een verlieservaring, maar evengoed om iets te knutselen of te luisteren naar muziek die helend kan zijn. Er waren hoeken met woordspelen om over gevoelens te spreken. Leerkrachten konden zich dan engageren om één zo’n werkvorm te begeleiden. Het werd een mooie ervaring: het pastorale team lanceerde iets en werkte een idee min of meer uit, maar vanuit verschillende hoeken (ook die we niet hadden verwacht) werden er wagentjes aangehangen. De leerlingen waren blij verrast met de tijd die ze die middag kregen om eens stil te staan bij datgene waar ze verdriet over hebben en ook door de betrokkenheid van alle leerkrachten. Zo proberen we te werken; we lanceren een activiteit en wie wil kan er zijn kar aanhangen. Dat zorgt voor een brede gedragenheid.
Naar Christus verwijzen
Bieke: We blijven nog wat zitten met de vraag wat pastoraal precies is. Voor mij veronderstelt het dat er mensen op school zijn die christen zijn. Als ik aanwezig ben op de speelplaats, dan is dat als christen. Dat betekent voor mij dat ik altijd moet doorverwijzen naar Iemand anders. Het gaat niet om mezelf. Let op, het is verleidelijk om populair te willen doen. De leerlingen kennen mij, ik kan een keer mee voetballen of mee onnozel doen. Ze vinden het geweldig dat ik een griddy meedoe (dansbeweging van TikTok, nvdr.) of een high five geef en ze vragen om een vuistje voor een examen. Maar ik moet mezelf blijven voorhouden dat het niet over mijn persoon gaat, maar wel over Christus. Door die aanwezigheid tussen de leerlingen zie ik dan ook wanneer leerlingen het moeilijk hebben, ik kan luisteren en eventueel doorverwijzen naar de leerlingenbegeleiding. Ik zie dat een jongere uit een vluchtelingengezin rondloopt met een gescheurde rugzak en we proberen er een te zoeken die hij kan gebruiken. Of ik probeer een rol te spelen in het omgaan met conflicten. Dat zijn voor mij concrete dingen waarin de identiteit van onze school zichtbaar kan worden, al vraagt het soms wat moed. Soms komt dan de vraag: “Waarom doe je dat eigenlijk, zo op de speelplaats?” Ze merken op dat het toch niet gewoon is. Ik kan dan alleen maar antwoorden: “Omdat ik jullie graag zie, omdat God ook iemand is die iedereen graag ziet. Je weet dat ik een vriend ben van Jezus en ik wil in dat spoor gaan.”
Sammy: Onlangs is een directeur van onze school onverwacht en plots overleden op 47-jarige leeftijd. We hielden een herdenking en zijn die begonnen aan een bijzondere plek in onze school: onze troostboom. Het is een boom die gevallen is maar toch blijft groeien, een mooier symbool van verrijzenis kan je niet vinden. Daar hebben we een troostplek van gemaakt. De directies hebben eerst een tekst rond veerkracht voorgelezen. Daarna nodigde ik iedereen die wilde meegaan uit om in stilte naar de kapel te wandelen, terwijl ik als diaken voorop ging. In de kapel was er plaats voor een lezing uit de Schrift en voor gebed. Op die manier laat je ruimte en vrijheid aan mensen om te kiezen tot waar ze mee gaan. Je leert gaandeweg welke woorden en symbolen te gebruiken. Ik heb het gevoel dat er veel respect is voor ons aanbod. Ik ben inderdaad een diaken op school, mensen weten dat ook, maar ik ben in de eerste plaats leerkracht.
Misschien zou de directie soms liever hebben dat ik de hele boel zou trekken, maar dan zou ik anderen hun verantwoordelijkheid ontnemen. Dat zou klerikalisme zijn.
Ik kan alleen maar de mensen uitnodigen en collegiaal meewerken. Maar in bijzondere omstandigheden ben ik uitdrukkelijk als diaken aanwezig. Dan is het, net als bij Bieke op de speelplaats, niet om naar mezelf te verwijzen maar naar Christus.
Liesbeth: Ik ben geen diaken of religieuze, maar de leerlingen voelen wel vanuit welke gedrevenheid ik mijn werk doe. Als ze bij mij in de EHBO komen omdat ze hoofdpijn hebben, dan is die hoofdpijn dikwijls niet alleen hoofdpijn. Ik probeer dan ook te luisteren naar het verhaal daarachter. Als leerlingen komen om een formulier te laten invullen en ik bemoedig ze ondertussen met hun examens dan is dat voor mij ook pastoraal. Als collega’s een kaartje krijgen omdat ze langdurig ziek zijn of omdat er een geboorte, huwelijk, overlijden is in de familie … dan voelen ze dat het uit mijn hart komt en dat dat hart geïnspireerd is door Iemand anders. Of ik nu een mandaat heb of niet, ik moet gewoon mezelf blijven. “Heb uw naaste lief zoals uzelf”, hangt met de verwijzing naar Matteüs als citaat omhoog in mijn bureau. Wie het wil zien, ziet het. Wie het niet opmerkt, zal het wel voelen. Het is door het mens-zijn dat je het doorgeeft.
Kritische vriend
Bellinda: Wat schoolpastoraal kan betekenen, hangt ook veel af van de leidinggevenden. Zij moeten de ruimte creëren zodat pastoraal een plek krijgt.
Goede schoolpastoraal functioneert ook als een kritische vriend die voorbij het oplossingsgerichte denken kan kijken.
Want er is ongetwijfeld een functioneel denken binnengeslopen in het onderwijs, de idee van een maakbare samenleving heeft haar intrede gedaan in het onderwijs. Ik ben niet zozeer bezorgd over te veel identiteit of diversiteit, maar wel over een neutraliteit die levensbeschouwing verdringt naar de privésfeer.
Sammy: Helemaal akkoord. De school is een plaats waar samen geleefd wordt, en niet enkel geleerd. We moeten dikwijls moedig tegen de stroom ingaan om dat waar te maken. In de coronatijd was in onze school een efficiënt systeem bedacht zodat voor de kerstvakantie alle leerlingen hun rapport individueel konden afhalen. Tien minuutjes bij de klastitularis en dan terug naar huis, of je nu een goed of een slecht rapport had. Maar vanuit onze pastorale groep wilden wij de Kerstvakantie samen beginnen. En dus werd er een podium op de speelplaats geplaatst, met ontbijt en muziek, waar leerlingen op verhaal konden komen. Als christenen moeten we blijven reageren tegen de individualisering en de functionalisering van het onderwijs. We merken trouwens nu al de gevolgen daarvan: we moeten onze leerlingen opnieuw socialiseren. “Waarom zou ik nog naar de leerkracht luisteren als alle leerstof op de laptop staat? Laat me gewoon maar thuis blijven, ik heb al dat gedoe niet nodig, laat mij gewoon examen doen.” Zo creëer je leerlingen met angststoornissen: de angst voor de ander.
Toekomst
Bellinda: Over de toekomst van de pastoraal op school ben ik helemaal niet pessimistisch. Ik ben het misschien wel een tijdje geweest. We kijken gemakkelijk naar wat verloren gaat. Maar ik zie zoveel mooie voorbeelden, ook bij jonge leerkrachten. Misschien gebruiken ze niet altijd de geijkte woorden maar ze durven wel eerlijk de goede vragen stellen. Het zal anders zijn, maar het gaat verder. Ook dat is doorverwijzen naar Christus: de vormen die we gekend hebben en waar we vertrouwd mee zijn durven loslaten.
Bieke: Bij dit alles mogen we niet vergeten zorg te dragen voor jongeren die echt gelovig zoekend zijn. Dat is de reden waarom bij ons het idee van de Lourdes-reis geboren is of waarom scholen in Aalst met leerlingen naar Taizé trekken (zie over beide initiatieven elders in Kerkplein, nvdr.). We moeten de mogelijkheid om het geloof te leren kennen als een vrije keuze, blijven aanbieden.
Liesbeth: Toen ik jong was, waren we met een vijftiental leerlingen op een school van bijna duizend leerlingen die zich engageerden voor wat toen Jonge Kerk heette. Wat is de betekenis van zo’n kleine groep? Toch heb ik er magnifieke herinneringen aan en heeft het mijn levensweg vorm gegeven.
Bellinda: Ik wil nog een mooi voorbeeld geven van schoolpastoraal met andersgelovigen. In een katholieke school met 70 procent moslimleerlingen, kwamen leerlingen vragen of ze tijdens de ramadan op school een ruimte kregen om hun middaggebed te doen. De directie is in overleg gegaan met verschillende groepen en de conclusie was: ja, dit kan. Voorwaarden zijn wel dat iedereen welkom moet zijn en dat het in het Nederlands gebeurt. De directeur zei me: “Hoe kan ik dat weigeren wanneer mijn eigen geloofstraditie bidden belangrijk vindt?” Hij heeft de vraag van de leerlingen ernstig genomen, heeft voorkomen dat zo een vraag zou verzanden in polarisatie en hij heeft de vraag geconfronteerd met de eigen traditie waarin hijzelf en de school wortelen. Dat noem ik schoolpastoraal op nieuwe wegen. Die nieuwe wegen liggen niet altijd voor de hand en ze veronderstellen in ieder geval dat je je als persoon engageert.
Karen Germeys en Peter Malfliet
KERKPLEIN is het tijdschrift van het bisdom Gent. Het verschijnt in september, december, maart en juni.
|