Homilie bisschop Lode 1ste zondag 40dagentijd 2024
Lezingen
Gen 9, 8-15; 1P 3, 18-22; Mc 1, 12-15
Homilie
Zusters en broeders, beste vrienden,
Het evangelie begint met een woordje dat we niet gehoord hebben. Het is uit de tekst gehaald om hem leesbaarder te maken. Dit woordje is “onmiddellijk” of “meteen daarna” : “Meteen daarna dreef de Geest (Jezus) de woestijn in” (v.12). Natuurlijk is de vraag nu: onmiddellijk na wat? Onmiddellijk na het doopsel van Jezus in de Jordaan. Net voor ons evangelie lezen we: “Op het moment dat Jezus uit het water omhoogkwam (dus: na zijn doopsel in de Jordaan), zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde. Meteen daarna dreef de Geest Hem de woestijn in” (Mc 1, 10-12). Hij “werpt” Jezus erin .
Het allereerste dat er na Jezus’ doopsel gebeurt is dat Hij veertig dagen lang beproefd wordt, getest in zijn vrijheid.
Waarom die strijd met de bekoring en waarom onmiddellijk? Omdat Jezus ons niet in de bekoring kan sterken als Hij niet zelf bekoord is geworden. Jezus, de “Geliefde Zoon van God”, wordt mens – helemaal mens – om van ons nieuwe mensen te maken. Maar zonder zelf beproefd te worden kan Jezus de beproefde mensheid niet vernieuwen. Die radicale vernieuwing van ons menszijn gebeurt voor ieder van ons in het doopsel, dit keer niet meer alleen met water (zoals in de Jordaan), maar nu door water en Geest. “Niemand kan het koninkrijk van God binnengaan tenzij hij geboren wordt uit water en Geest” (Joh 3,5). In het doopsel worden we bekleed met de nieuwe mens (Kol 3,10), worden we vernieuwd in de verrezen Heer. En daarom is het zo betekenisvol dat onze catechumenen precies tijdens de paasnacht gedoopt worden.
Om ons te kunnen nieuw maken moest Jezus dus mens worden als wij en moest Hij ook onze beproevingen leren kennen. Dat heeft allemaal een bijzondere betekenis voor onze catechumenen.
Door het doopsel in water en Geest worden we nieuwe mensen die de beproevingen van het leven in de kracht van diezelfde Geest aankunnen.
De beproevingen zijn voor ons, gelovigen, ook bekoringen. Vandaar dat de tekst de Satan vermeldt. Maar de bekoring komt doorheen menselijke beproevingen. In onze tekst wordt zij gesymboliseerd door de wilde dieren. Jezus verblijft in de woestijn (of woestenij) waar wilde, bedreigende dieren leven. Maar Jezus wordt geholpen – “gediend” zegt de tekst – door engelen. Zij zijn het beeld van Gods aanwezigheid en de kracht van Zijn Geest. Een laatste detail: veertig dagen. Veertig is het cijfer dat in de Bijbel een langdurige periode uitdrukt van op de proef gesteld worden. Vaak is het veertig dagen (zoals hier). Soms veertig jaren, zoals voor het volk van God in het Exodusverhaal. Daar betekent het de rest van het leven of heel het leven. Wat Jezus hier veertig dagen meemaakt is wat Hij heel zijn leven zal meemaken: beproefd worden.
Bij de meditatie van deze tekst vroeg ik mij af: is dit niet het decor van onze wereld? Een woestenij waarin wilde dieren huishouden, voor sommige mensen een leven lang. We zien voor onze ogen wat zich afspeelt in Oekraïne, Gaza en veel andere plaatsen in de wereld. En ook ons persoonlijk leven kan op een ruïne lijken, een plaats vol beproevingen. In de eerste lezing beloofde God aan Noach dat Hij nooit meer de aarde zou vernietigen (Gen 9,8-11). Vandaag vernietigt de mens zelf de aarde (en zichzelf). Maar – en daar wil ik toe komen – in het Evangelie is de woestijn het decor voor iets anders:
In het Evangelie is woestijn het decor voor vernieuwing in plaats van vernieling.
“De woestijn zal bloeien als een lelie”, beloofde Jesaja al (Jes 35,2).
In afwachting van deze mooie droom putten we inspiratie uit ons Evangelie. In de eerste plaats heeft Jezus ons leven op zich genomen. Hij heeft voor ons de beproeving doorstaan, om ons – zoals Petrus zei in de tweede lezing – “bij God te brengen” (1P 3, 18). Hij geeft ons de mogelijkheid om in het doopsel “bekleed te worden met de nieuwe mens” (Kol 3,10). Hij, de Verrezene, vernieuwt ons inwendig zodat we de oude mens in ons kunnen afleggen. Zo worden we de mens naar Gods beeld en gelijkenis (Gn 1,26). Eenvoudiger uitgedrukt: we worden zoals Jezus.
Hoe kunnen we reageren op het pessimisme van onze tijd? Sommigen zien alleen woestenij en wilde dieren. Ze hebben daarvoor tal van voorbeelden en “bewijzen”. In het Evangelie wordt Jezus door engelen gediend. Engelen zijn boodschappers, een brug tussen God en mens. Wij zeggen soms van iemand: “Hij of zij is een engel voor mij”. En soms kan dit voor een gelovige echt aangevoeld worden als een vorm van Gods aanwezigheid. Het is dus belangrijk om in ons leven de aanwezigheid van engelen te ontwaren… en misschien ook zelf engel te zijn voor onze medemensen.
Nog iets over het slot van het evangelie en het is essentieel. Gesterkt door zijn ervaring in de woestijn – Marcus spreekt niet eens van een overwinning! – kan Jezus nu zijn zending aanvangen: de verkondiging van de Blijde Boodschap. In beide laatste verzen lezen we de uitdrukking: “het goede nieuws” (letterlijke vertaling van Evangelie). Het goede nieuws is het woord van Jezus (v.14); het goede nieuws is ook de komst van het koninkrijk van God (v.15). En de twee zijn aan elkaar gelinkt: door Jezus’ woord komt het Rijk Gods onder ons. En daarom roept Jezus op tot geloof en tot inkeer (bekering). Dat is de betekenis van ons doopsel. En ook van de vastenperiode waarin ieder van ons moet terugkeren naar de diepe betekenis van zijn doopsel.
Wie, trouw aan zijn doopsel, de beproevingen van het leven doorstaat kan ook – zoals Jezus – de Blijde Boodschap verkondigen.
Hij kan voor hen een blijde boodschap zijn. Hij kan het Rijk Gods helpen realiseren (waar de wereld nood aan heeft en wat de opdracht van de Kerk is). Het Evangelie brengt ons volheid van leven. En alles wat leven is – of leven geeft – is een teken van Gods verbond met de mensen, zoals de eerste lezing ons verteld heeft.
Zusters en broeders, de kleine tekst van het evangelie zet ons met onze beide voeten in de realiteit van ons leven en van onze wereld. Ik citeer paus Franciscus in zijn vastenbrief: “Vandaag de dag bereikt de kreet van zoveel onderdrukte broeders en zusters de hemel. Laten wij ons afvragen: bereikt die kreet ook ons? Schokt die ons? Ontroert die ons? Veel factoren verwijderen ons van elkaar en ontkennen de broederschap die ons oorspronkelijk bindt.”
In de vastenperiode gaan we met Jezus de woestijn in, gedreven door de Geest, met de belofte dat Hij ons draagt en dat we deel zullen hebben aan Jezus’ verrijzenis en zo nieuwe mensen worden, bijzonder verbonden met hen die zoeken, lijden, strijden. Dit is meteen de realisatie van wat in ons doopsel begonnen is en in onze wereld het Rijk Gods concrete gestalte geeft.
- Lees hier meer over deze viering
- Klik op de foto om een fotoalbum te bekijken