Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeBisdom Gent
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeBisdom Gent
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Contact
  • Misbruik melden
  • Informatie over het bisdom Gent
    • Over het bisdom Gent
    • Over de bisschoppen van Gent
    • Beleidsploeg
    • Beleidsdocumenten
    • Algemene ondersteunende diensten
    • Dekenaten en parochies
    • Bedevaartsplaatsen bisdom Gent
    • Fonds Kerkopbouw
  • Emeritus-bisschop Lode
  • Beleidsdocumenten
  • Communicatie
    • Elektronische Nieuwsbrief
    • Bisdomblad Kerkplein
    • Jaarboek
    • Vacatures
  • Pastorale diensten en vicariaten
    • Aanspreekpunt homoseksualiteit en geloof
    • Bedevaarten Bisdom Gent
    • Betlehemproject
    • CCV in het bisdom Gent
    • Catechese
    • Ecokerk in bisdom Gent
    • Financieel en administratieve ondersteuning van parochies
    • Gezinspastoraal
    • Kamino jongerenpastoraal
    • Misbruik melden
    • Onderwijs
    • Oecumene
    • Parochiepastoraal
    • Permanent diaconaat
    • Religieuzen
    • Sint-Baafshuis
    • Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut
  • Privacyverklaring

“Geroepen om de Kerk te helpen”

Dit artikel verschijnt in het september nummer van Kerkplein (32/3).

Bram Verheye is sinds 1 maart 2024 bisschoppelijke gedelegeerde voor patrimonium, financiën en personeel. Zeg maar: econoom van ons bisdom Kerkplein zocht hem op voor een kennismaking.

Een rasechte West-Vlaming is Bram Verheye, geboren, getogen en gevestigd in Tielt. “Ik ben opgegroeid in een warm nest”, steekt hij van wal. “Mijn zus is twee jaar ouder dan ik. We komen uit een echt zorggezin. Zowel mijn vader als mijn moeder waren professioneel actief in de zorgsector. Mijn vader was hoofdverpleegkundige op de PAAZ, de psychiatrische afdeling van het algemeen ziekenhuis in Tielt. Moeder werkte op de huishoudelijke dienst, als ondersteuning voor poets en keuken. Ook mijn zus is de zorgsector ingegaan: eerst als algemeen verpleegkundige en hoofdverpleegkundige, vandaag in de thuisverpleging.”

Zelf koos je niet in eerste instantie voor de zorgsector.
“Tot mijn 14-15 jaar dacht ik er wel aan om eventueel geneeskunde te studeren, dus toch in de zorg. Maar de laatste drie jaar van mijn middelbare schoolcarrière was ik wat schoolmoe. Het schoolse systeem lag mij niet. Voor mij was het te theoretisch, te veel op het individu gericht. De creatieve dynamiek ontbrak. Eens aan het werk heb ik de passie voor studeren en leren volledig teruggevonden. Tot op vandaag heb ik wellicht meer gestudeerd dan ik gedaan zou hebben als arts-student. Nu is het meer mijn keuze, daar waar mijn interesses en passies liggen en waar ik professioneel kan bijdragen. Maar als 18-jarige vroeg ik mij af: wat nu? Geneeskunde was geen optie meer: ik zag het echt niet meer zitten om nog eens minstens zeven jaar op de schoolbanken door te brengen.”

Wat werd het dan?
“Ik besloot iets te studeren wat ik nog nooit had gedaan. Economie. Dat is een menswetenschap.

Vooral dat menselijke aspect interesseerde me.

Tijdens mijn studies hield ik het algemeen, ik wou niet specialiseren. Mijn hoofdrichting was marketing. Ik ging voor een brede waaier aan keuzevakken: logistiek management, investeringsmanagement. Toen ik afstudeerde solliciteerde ik niet zozeer naar een specifieke job, maar ging ik langs bij bedrijven waarin ik dacht mij verder te kunnen ontwikkelen. KBC zag iets in mij als beleggingsanalist. Ik zegde toe en werkte vijf jaar als beursanalist in Brussel. Voor mijn job volgde ik de farma- en biotechbedrijven. En de beursgenoteerde ziekenhuizen en medische sector. Daar kwam de zorgsector dan toch terug! Geleidelijk aan evolueerde de interesse en won de lokroep om opnieuw huiswaarts te keren.”

Hoezo?
“Ik was al vrij vroeg samen met mijn echtgenote, van toen we als 17-jarigen highschool sweethearts waren. We wilden ons settelen in West-Vlaanderen. Intussen hebben we ook twee kinderen: dochter Renée wordt 13 in oktober, zoon César is 10. Nog even heb ik gewerkt voor een vermogende familie, in een klein en dynamisch team. Daar is mijn interesse voor leiding en verantwoordelijkheid nemen aangewakkerd. En dus wilde ik zelf die stap zetten. Maar er was wel een voorwaarde: het moest in een maatschappelijk relevante sector zijn. Voor mij was dat de zorgsector. Zo ben ik financieel directeur geworden bij het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus in Beernem, een voorziening van de vzw Organisatie Broeders van Liefde.”
En van daaruit naar het bisdom Gent.
“Inderdaad. Na elf jaar was het tijd voor iets anders. Maar opnieuw moest het een maatschappelijk relevante sector zijn. En dat is ook zo. Of ik zelf religieus ben? Ik ben er tijdens mijn werk voor de Broeders wel gevoelig voor geworden, door de boeiende gesprekken met hen. Oké, mijn job mag dan analytisch zijn, de menselijke component is toch altijd de drijfveer. Bij de Broeders van Liefde ging het over hoe ze de christelijke inspiratie kunnen voortzetten. In mijn huidige opdracht zie ik patrimonium als een instrument voor Kerkopbouw: het is niet het doel, wel het middel. In die zin is de overstap al bij al niet zo groot.”

“Ja, ik ben een gelovige mens. Niet praktiserend zoals veel collega’s, maar dat is voor mij geen beletsel om mijn werk te doen. Natuurlijk deel ik wel de religieuze achtergrond. Ik voel me dan ook op mijn plaats hier. Vanuit mijn job heb ik veel contact met congregaties. Bij de zusters met wie ik in contact kom, voel ik me erg thuis. Toch niet onbelangrijk, vind ik – dus nee, ik ben geen doorsnee geseculariseerde mens.”

Intussen sta je voor grote uitdagingen op de domeinen waarover je de verantwoordelijkheid draagt: patrimonium, personeel en financiën. Hoe ga je daarmee om?
“Zoals ik al aangaf: ik zie patrimonium als een hefboom om de zending van de Kerk te realiseren. Het is belangrijk dat we die hefboom in stand houden om onze kerndoelen te blijven realiseren. Het patrimonium mag ons niet ontsnappen. Ik zie het als mijn taak en verantwoordelijkheid om dat mee te bewaken vanuit een open en flexibel patrimoniumbeleid.”

“Wellicht ligt de grootste uitdaging bij het personeelsbeleid. In die zin moet het patrimonium geflankeerd worden met wat ik ‘menselijk patrimonium’ wil noemen. De Kerk is nu eenmaal op mensen gebouwd. We hebben echt nood aan sterke, veerkrachtige mensen die gemotiveerd zijn en de organisatie dragen. Dat is de ideale mix om de energie te laten bovendrijven. Tegelijk is precies dat een grote bezorgdheid: je ziet de veroudering en de druk neemt toe.” 

“Er is grote nood aan verjonging, vernieuwing en een bredere kijk. Ik vind het belangrijk dat de geseculariseerde wereld binnenkomt in de Kerk en dat iedereen zich thuis kan voelen in de organisatie. Een moderner personeelsbeleid is nodig, zowel bij de vrijgestelden als bij de bisdommedewerkers. Daar moet zeker nog verder over worden nagedacht.”

“Ook de financiën verdienen de nodige aandacht. De meeste kerkelijke vzw’s ondervinden de gevolgen van een krimpende Kerk. De drie domeinen van mijn bevoegdheden zijn aan elkaar gelinkt. Als het patrimonium wegvloeit, verminderen de middelen. Als er minder vrijgestelden zijn, moeten we meer een beroep doen op leken. En daardoor stijgen de loonkosten en dalen de financiële middelen.”

Hoe kan je die vicieuze cirkel doorbreken?
“Je kan op korte termijn morrelen in de marge, maar op de lange termijn is het nodig anders naar de Kerk te kijken. Mirakels verrichten kan ik niet. Ik ben niet de Messias (lacht). Maar het is duidelijk: grote beslissingen moet je met het hele beleid nemen. We moeten met zijn allen bedenken wat nodig is en daarvoor oplossingen uitwerken. Vanuit financieel oogpunt is het beter om de activiteiten toe te spitsen op de plaatsen waar er voldoende dynamiek is. Dat is ook wat bedrijven doen. Bedrijven die niet kiezen, overleven niet. Maar wat we doen, moet natuurlijk een beleidskeuze zijn. We staan voor boeiende uitdagingen.”
Wat inspireert jou in de taken die je opneemt?
“Ik beschouw mezelf als geroepen om de Kerk te helpen. Dat kan ik perfect doen vanuit de rol die ik opneem. Mijn opvoeding, school, vorige jobs dragen daar zeker toe bij. Mijn favoriete Bijbelverhaal is de parabel van de talenten. Daar kan ik mij wel mee identificeren. Ik voel mezelf niet zo bijzonder getalenteerd, maar ik kan wel bijdragen. Dat heeft mij altijd geïntrigeerd in dat verhaal.”

Tot slot: de econoom is degene die traditioneel de zorg voor “het tijdelijke” op zich neemt. Herken je jezelf daarin?
“Bakstenen zijn per definitie tijdelijk. Mensen ook, trouwens. Wat we hier achterlaten voor de volgende generaties is al wat minder tijdelijk. Dat onderscheid benoemen is best oké. Opnieuw: het tijdelijke is een belangrijke hefboom. Ergens is het wel jammer dat dat zo is. Het is onze boodschap die de hefboom zou moeten zijn om te investeren.”

“Als ik denk aan de ouder wordende congregaties: dat moet toch wel wat zijn. De zusters hebben hun leven zo gevormd dat ze alles wat ze hebben opgebouwd, hebben afgestaan aan de instellingen die ze hebben opgericht en waaraan ze hun religieuze leven hebben gegeven. Nu er steeds minder zusters zijn, wordt het hier en daar moeilijk om het werk voort te zetten op een christelijk geïnspireerde manier. Precies dat wensen we als bisdom wel te doen: wat de congregaties begonnen zijn, voortzetten – ook als zij het niet meer kunnen.” 

Geert De Cubber

  • Meer info over het september nummer
  • Digitaal formulier individueel abonnement
  • Digitaal formulier groepsabonnement
bram Verheye
bram Verheye © Daina De Saedeleer
Laatste aanpassing op 22/08/2024 om 10:44
HomeBisdom Gent
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube
© Bisdom Gent 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo