Barmhartigheid wijst de weg naar hoop
Lc 6, 36-38
Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.
Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden.
Vergeef, dan zal je vergeven worden.
Geeft, dan zal je gegeven worden;
een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat
zal je worden toebedeeld.
Want de maat die je voor anderen gebruikt,
zal ook voor jullie worden gebruikt.
We hoorden zopas enkele uitspraken van Jezus. Je kan je afvragen wat de maatschappelijke relevantie ervan is. Onze wereld zit blijkbaar op een ander spoor. Mensen worden ruwer, brutaler in hun meningsuiting. Verbaal geweld neemt toe. Mededogen is dikwijls ver te zoeken. Er wordt geoordeeld en nog meer veroordeeld. Ik zag een manifestatie en de opening van de optocht toonde een groot plakkaat: We will never forgive. Het gaf me koude rillingen, want ik wist dat aan de andere kant, de tegenstanders hetzelfde riepen. En wat als je elkaar nooit, maar dan ook nooit vergeeft? De woorden vergeving en barmhartigheid zijn zeldzamer aan het worden en komen omzeggens niet voor in het publieke discours. We zien hoe er afgepakt wordt om meer te hebben. Er wordt uitgescholden om gelijk te krijgen. Welke maat wordt er gebruikt… of is er geen maat?
De kleine lezing van het evangelie lijkt op het eerste gezicht onsamenhangend. Losse aforismen naast elkaar. Oordeel niet en veroordeel niet; geef en vergeef. Zou de bron van dat alles niet te vinden zijn in de eerste woorden van de tekst: wees barmhartig? Dat is deze morgen mijn thema.
We zien dagelijks verschrikkelijke beelden op de televisie, op internet of op de sociale media. Moeten we ons hart dichtsnoeren om niet ten onder gaan aan wanhopige gevoelens? Maar wat betekent dan nog de oproep tot barmhartigheid?
Vergeving en barmhartigheid horen als tweelingen bij elkaar. En ze zijn de voorwaarden om tot vrede te komen. Waar polarisatie groter wordt, moet je als het ware steeds meer het anders zijn van de andere “vergeven”. Dát kunnen maakt deel uit van goede diplomatie. Want als je het anders-zijn niet aanvaardt, dan komt de andere als bedreigend over, ook al heeft hij niets misdaan. Gelukkig bestaat barmhartigheid. Ik zag onlangs op een Arabische zender een kleine reportage over mensen die uit het zuiden van Libanon verdreven waren, moslims. Ze wilden naar Syrië vertrekken maar konden de Oostgrens van Libanon niet oversteken. Wat te doen? Zonder gave of goed. Aan hun lot overgelaten in het Libanongebergte. Er heerste angst en paniek. Gelukkig vonden ze een toevlucht in een christelijke gemeenschap van zusters. De zusters deelden wat ze hadden, zonder vragen te stellen, zonder voorwaarden. Plots was er hoop. De dankbaarheid van de mensen was grenzeloos. De Arabische televisie verspreidde wat een oudere vrouw zei voor de camera: “Ik zal het nooit vergeten; mijn dankbaarheid zal nooit ophouden”. Het herinnerde mij aan een omgekeerde beweging: hoe christenen door moslims ontvangen werden tijdens de burgeroorlog in Libanon. Iemand vertelde me hoe zijn familie uit Beiroet naar Tyrus gevlucht was en daar mocht leven bij een familie die ze niet kenden. Die mensen hadden maar twee kamers. Maar ze hadden compassie met die jonge ouders die op de vlucht waren met drie kleine kinderen. Ze stonden een van de twee kamers af, twee jaar lang. Ze hebben nooit iets gevraagd. Enkele dagen geleden had Rudi Vranckx het in de Minardschouwburg over de kleine helden. Het was aangrijpend, ontroerend. Een glimp van wat het leven zou kunnen zijn: een festival van de vrede.
Dit zijn hedendaagse voorbeelden – van ver of van dichtbij – die illustreren wat Jezus heeft bedoeld met mededogen, met barmhartigheid. Het gebeurt gelukkig ook rondom ons. Iemand zei, die bij ons in de armoedesector werkt: “Barmhartigheid wijst de weg naar hoop”. En iemand anders ging daarop verder in: “Met liefde naar elkaar kijken helpt iedereen - iedereen! - om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien en elke dag opnieuw op weg te gaan. Zo is liefde: het is een vuur dat het hart verwarmt, en er is geen vrouw of man op aarde die de warmte ervan niet nodig heeft.” Barmhartigheid is de mooiste vrucht van de liefde. Hoe kunnen we niet alleen van onze families, maar ook van onze stad, van onze provincie, van ons land een “House of Compassion” maken? Welke initiatieven kunnen we aanmoedigen?
Ik mag echter de eerste zin van onze evangelietekst niet wegmoffelen. “Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.” In de bijbel kan je natuurlijk niet om God heen. Het verwondert ons niet dat Jezus naar Hem verwijst. Wat betekent dat voor mensen van vandaag? Dat Jezus het doet blijft een uitdaging, ook voor ons. Zeggen dat de Godsverwijzing goed was voor vroeger, maar nu niet meer pertinent is, is te kort door de bocht. We hebben barmhartigheid broodnodig. Voor Jezus is God – die Hij Vader (Abba) noemt – er de bron van.
In de bijbel is de barmhartigheid de belangrijkste revelatie waarmee God zichzelf laat kennen. Als Hij Mozes ontmoet zegt Hij wie Hij is met de volgende woorden: “De Heer, de Heer, God die barmhartig is en vol medelijden” (Ex 34, 6). Zo spreekt God over zichzelf! De profeten en de psalmen herhalen het zonder ophouden. Het bijbelse woord voor barmhartigheid verwijst naar de ingewanden of naar de moederschoot. Dat is de plaats waar de gevoelens ontstaan. De profeet Jesaja legt God heel sterke woorden in de mond: “Zou een vrouw haar zuigeling vergeten? Zou ze zich niet ontfermen over het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, Ik vergeet jou nooit. Ik heb je in mijn handpalmen gegrift” (Jes 49, 15). Heel menselijke beelden, maar die precies daarom nog steeds tot ons spreken. God is een vader die bemint als een moeder.
We gaan nu een stapje verder. Jezus zegt in de Bergrede volgens Matteüs: “Wees dus volmaakt zoals jullie hemelse Vader volmaakt is” (Mt 5, 48). Lucas verwoordt het zo: “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc 6, 36). Gods volmaaktheid straalt niet in wie zonder gebrek of smet is, maar in wie Hij zijn mededogen kan tonen. Het evangelie wordt blijde boodschap in vlees en bloed waar mensen Gods mededogen hebben ervaren en barmhartig zijn voor anderen. Zijn almacht toont zich in zijn onbeperkte zin voor vergeving. De Regel van Benedictus legt de monniken op: “Nooit aan Gods barmhartigheid wanhopen” (RB 4, 74), nooit ofte nimmer. Gemakkelijk is dat niet. Een monnik uit de zevende eeuw, Isaac de Syriër, verklaarde: hij die zichzelf ten gronde kent en blijft getuigen van Gods mededogen is groter dan iemand die doden tot leven wekt. Ik weet wel dat rechtvaardigheid een voorwaarde voor vrede is. Zelfs de eerste voorwaarde. Ook voor Jezus bestaat er zonder twijfel een spanning tussen rechtvaardigheid en barmhartigheid, maar Hij wil niet sneller dan God gaan in het eindoordeel.
Het zijn bij nadere beschouwing niet Jezus’ boodschap en zijn goede daden die het meest de mensen schandaliseren, maar wel zijn mededogen zonder grenzen. Probeer het maar in bepaalde omstandigheden. We kunnen niet – en willen niet – te ver gaan. We veroordelen sneller dan we verzoenen. We beschouwen gemakkelijk anders-zijn als onkruid dat moet uitgetrokken worden. In het ergste geval worden de anderen gezien als menselijke dieren, die men kan opjagen en doden als wild. En ook dat wordt vandaag onomwonden verkondigd. En het gebeurt. Zo kom je tot onderdrukking en in het ergste geval tot volkerenmoord. Jezus neemt een radicaal andere houding aan. Maar dat choqueert. Hij zegt: “ik ben niet gekomen voor de gezonden en de rechtvaardigen, maar voor de zieken en de zondaars” (Mc 2, 17). En Hij zegt ook nog dat zondaars en prostituees ons voorgaan in het koninkrijk van God (Mt 21, 32). Ergerlijk toch! Misschien komen we tegemoet aan een misdadiger, maar dan toch niet voor hij ons smeekt om genade, toch niet voor we hem voldoende vernederd en gestraft hebben. Vernedering doet echter niemand groeien. Vernedering is het laatste dat men vergeeft. Vernedering is de voorbode van opstand. We zien het in de politiek en in de menselijke geschiedenis. Ja, daar hoor ik: We will never forgive. Zou het niet goed zijn om met het oog van God te leren zien, Hij “die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mt 5, 45)? En moge wie niet gelooft, vanuit de diepte van zijn of haar hart mededogen voelen. Laat ons elkaar kansen geven. Altijd opnieuw.
Misschien kunnen we vandaag dat eenvoudige zinnetje meenemen: “Barmhartigheid wijst de weg naar hoop”.