Aartsbisschop-emeritus André-Jozef Léonard
André-Jozef Léonard werd op 6 mei 1940 geboren in Jambes (Namen), als jongste van een gezin met vier zonen die allemaal diocesaan priester werden.
Na zijn licentie wijsbegeerte aan het Leo XIII Seminarie in Leuven studeerde hij aan het Belgisch College in Rome en behaalde een licentie thomistische theologie. Later verwierf hij nog een doctoraat in de wijsbegeerte. Op 19 juli 1964 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1974 doceerde hij vakken als moraalfilosofie, metafysica en verklaring van hedendaagse schrijvers aan de Katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve. Later wordt hij nog president van het Séminaire Saint-Paul en in 1987 lid van de Internationale Theologische Commissie.
Op 7 februari 1991 werd hij benoemd tot opvolger van monseigneur Robert Joseph Mathen als bisschop van Namen. Zijn bisschopswijding vond plaats op 14 april van datzelfde jaar.
Op 18 januari 2010 werd hij door paus Benedictus XVI benoemd tot nieuwe aartsbisschop van Mechelen-Brussel, als opvolger van kardinaal Godfried Danneels. Hij nam bezit van de aartsbisschoppelijke zetel op 27 februari 2010 in de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen.
Op 6 december 2015, toen hij 75 jaar werd, bood hij zijn ontslag aan aan de paus.
Op 12 december 2015 werd hij opgevolgd door Mgr. Jozef De Kesel.
Bisschopsleuze en wapenschild
“Veni Domine Jesu” (Ap 22,20) - “Kom, Heer Jezus !”
De bisschopsleuze van Mgr. Léonard komt uit de laatste woorden van de Bijbel, aan het einde van het boek van de Apocalyps of de Openbaring van Johannes. Dit vers laat de oproep van de Kerk weerklinken in een antwoord op de aankondiging van de Heer. De Heer zegt aan zijn Kerk: “Ik kom weldra”, en de Kerk antwoordt: “Ja, kom!” Dit diepe verlangen ontspruit in de gelovigen uit de Geest en de Kerk.
Het teken van deze komst wordt door de ster met zes stralen uitgebeeld: zoals de ster van Betlehem of de morgenster (Ap 2,28), kondigt zij de Redder, Jezus Christus, aan. Daarnaast roept het andere hemellichaam, de maan, de passage in de Apocalyps op waar er sprake is van het teken van de Vrouw 'met de maan onder haar voeten' (Ap 12, 1). Deze vrouw is een beeld voor het volk van Israël, “meisje van Sion”, de Kerk; de liturgie viert in haar Maria.
Onder de symbolen voor Christus en Maria roepen twee andere tekens aanvankelijk de provincies Namen en Luxemburg op, verenigd in het bisdom van oorsprong van Mgr. Léonard: de brug van Jambes en de hoorn van Sint-Hubertus. Zij behouden ook heel hun metaforische betekenis: de brug roept de taak van de bisschop op die als opdracht heeft om te verenigen (pontifex = bruggenbouwer); de jachthoorn heeft als functie om op te roepen en te verzamelen.
Het wapenschild wordt op een pastoraal kruis met dubbele dwarsligger gelegd (= een aartsbisschoppelijk kruis). Het kruis wordt evenals de ster verguld.