Processie van Halle in nieuw kleedje voor jubileumjaar
Op Pinksteren 20 mei 2018 ging de Mariaprocessie van Halle voor de 750ste keer uit. Kardinaal De Kesel was er eregast alsook Koningin Mathilde. De processie is inhoudelijk geëvolueerd en bestaat uit vier grote delen: de opening, een historisch deel (5 taferelen), een Mariaal deel (6 taferelen) en een deel toegewijd aan de Onze-Lieve-Vrouw van Halle. Het historisch deel is geactualiseerd, het Mariale deel is volledig nieuw. In zes taferelen spiegelt het bestuur van het Broederschap actuele en maatschappelijke thema's voor die ons allen aanbelangen. Na het beeld van Onze-Lieve-Vrouw draagt een priester de monstrans met het Heilig Sacrament mee. De processie bevindt zich in het spanningsveld van cultuur, erfgoed én religie. Elk van de polen is even belangrijk voor het Broederschap daarom bouwen ze de processie op specifieke wijze op
Het begin
In de zevende eeuw verkondigden de missiebisschoppen Amandus en Autbertus het geloof in onze streken. In hun missionering gebruiken zij het beeld van "Jezus de goede Herder". Een herder met zijn kudde schapen beeldt dit uit. Rond 635 bouwen Woubert en Bethilde het eerste kerkje in Halle nabij een waterput. Daar stond volgens de overlevering een boom met een beeld van onze lieve vrouw.
Bouw en wijding van de Sint-Martinuskerk
De huidige kerk - nu basiliek - werd gebouwd van 1341 tot 1409. Kardinaal Pierre d'Ailly, de bisschop van Kamerrijk, wijdde de kerk in op 25 februari 1410. De drie patroonheiligen van de kerk zijn: de Heilige Martinus, de Heilige Catharina van Alexandrië en de Heilige Gertrudis van Nijvel. In 1948 werd de Sint-Martinuskerk verheven tot basiliek (basilica minor).
Bedevaarten
Een pauselijke bul uit 1335 verleent 40 dagen aflaat aan wie de bouw van de Sint-Martinuskerk geldelijk steunt én aan wie in Halle deelneemt aan de processie. Omdat op dat ogenblik de bouw van de huidige Sint-Martinuskerk nog niet begonnen was, blijkt dat de processie ouder is dan de kerk.
De crypte van de basiliek bewaart het "Gulden Boek van de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Halle". Uit het boek blijkt dat de broederschap in 1344 werd opgericht na de goedkeuring van paus Clemens VI. Het boek bestaat uit drie delen: de privileges van het Broederschap, een beschrijving van de 61 mirakels die de zwarte madonna verrichtte en een lijst met een tienduizendtal leden van de broederschap.
In 1556 komen de grauwzusters zich vestigen binnen de stadsmuren van Halle. Ze waren godvruchtig en leefden volgens de Derde Regel van Sint-Franciscus. Ze vingen de armen en zieken op. In 1621 deden de Jezuïeten hun intrede te Halle. De paters gaven les en bouwden een volledig humaniora uit. Ze lieten de "mirakel schilderijen" schilderen als lesmateriaal voor catechese.
Een politiek belangrijke stad
De Staten van Vlaanderen weigerden na de dood van Maria van Bourgondië haar weduwenaar, Maximiliaan van Oostenrijk, als regent te aanvaarden. Maximiliaan verzette zich en Filips van Kleef probeerde drie maal om Halle, die de kant koos van Maximiliaan, in te nemen. Tijdens zijn laatste aanval werden meer dan vijfhonderd kanonballen op Halle geschoten. Volgens de legende ving Onze-Lieve-Vrouw alle kanonballen op in haar mantel. Daardoor werd haar huid zwart van de roet. Olivier van den Tympe besloot Halle in te nemen en viel op 9 juli de stad de stad aan. Hij kende de hoogte van de stadsmuren maar zijn ladders waren te kort....Hij rekende in Brabantse voeten terwijl men in Halle in -de grotere- Henegouwse voeten rekende (Halle behoorde toen tot het graafschap Henegouwen en niet tot het hertogdom Brabant of graafschap van Vlaanderen).
Vaantjesboeren
Kardinaal Dechamps, aartsbisschop van Mechelen kroonde op 4 oktober 1874 het Onze-Lieve-Vrouw beeld. Op bedevaart gaan kan men ook "uitbesteden". Rosine Broecke uit Ledegem ging in de periode rond 1900 minstens honderd keer te voet op bedevaart naar Halle, in opdracht van rijke katholieke burgers. Hoe meer ze haar betaalden, hoe zwaarder de klompen die ze tijdens de bedevaart droeg.
Enkele gewiekste Hallenaren ontwikkelden een industrie rond "bedevaartvaantjes". Ze verkochten elk jaar een nieuw ontworpen vaantje. Pelgrims kochten de vaantjes als herinnering en bewijs van hun bedevaart. Deze praktijk gaf de Hallenaren hun bijnaam van "vaantjesboeren".
Het Mariale deel
Het laatste deel van de passie beeldt vanuit een mariale context actuele en maatschappelijke vraagstukken uit.
Racisme. Maria maakt geen onderscheid tussen mensen, iedereen is gelijkwaardig. Overal ter wereld wordt ze in verschillende vormen afgebeeld: in Halle als "zwarte Madonna", in andere bedevaartsoorden is ze blank of geel.
Voorbeeld van geloven. Ze lijdt omwille van haar Zoon. Gewone mensen kunnen zich gemakkelijk met haar identificeren.
Vluchtelingen. Veel mensen zijn op de vlucht maar rijke delen van de wereld willen hen niet opvangen. Ze bouwen muren om hen buiten te houden. Ook voor Maria was geen plaats in de herberg. Geweld deed haar vluchten naar Egypte.
Vrede. Een van de belangrijkste christelijke waarden is vrede. Maria is symbool van vrede omdat ze met haar mantel kogels opving.
Pinksteren: kom naar buiten. De eerste christenen waren zoals wij nu: ze zaten vermoeid, ontmoedigd en ontgoocheld in het Cenakel. Op Pinksteren keerde de Kerk binnenste buiten. Ze stapt naar buiten en neemt deel aan het leven van de maatschappij.
De natuur. In zijn encycliek "Laudate Si" koppelt de paus ecologie en economie aan elkaar. We moeten de natuur respecteren zodat we de komende generaties gelukkig en vrij kunnen blijven leven op onze planeet. We hebben geen reserveplaneet!
De processie werd afgesloten met een eucharistieviering waarin kardinaal De Kesel voorging. De dankviering werd gehouden in het Mariahof.