In Memoriam Herman Van Aert (1936-2016)
Onze vriend en confrater Herman Van Aert werd geboren als jongste kind in een groot landbouwersgezin in de parochie Meersel-Dreef. Na zijn middelbare studies aan het Klein Sminarie van Hoogstraten koos hij ervoor om naar het seminarie van Mechelen te gaan. Geen evidente keuze, vermits er een klooster van de paters capucijnen was in de parochie waar twee nonkels van Herman waren ingetreden. De meeste jongeren uit de parochie die voor het priesterschap kozen, traden in bij de capucijnen. Herman niet dus. Hij koos voor het diocesane priesterschap. Op 8 juli 1961 werd hij priester gewijd door mgr. Schoenmaekers, hulpbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel.
De week daarop werd hij reeds benoemd tot leraar aan het Sint-Pietersinstituut, de jonge Kempische normaalschool van Turnhout. Al vlug werd hij klastitularis van het eerste jaar normaalschool om er Latijn en godsdienst te doceren aan de toekomstige onderwijzers. In 1966 werd hij benoemd tot econoom en directeur. Spaarzaam en voorzichtig als hij was, wist hij heel wat te realiseren inzake de infrastructuur van de school.
Om niet te verdrinken in cijfers en getallen was hij lange jaren een actief sportbeoefenaar: in fietsen en zaalvoetbal vond hij vele vrienden. Eén grote hobby is hem zijn hele leven bijgebleven: rally rijden. In de jaren 1960 kreeg hij de opdracht om rally’s te organiseren voor het bouwfonds van de school. Daar kreeg hij zelf de microbe te pakken … tot in zijn laatste verblijfplaats: als resident van het woon-zorgcentrum organiseerde hij een rally voor residenten, familieleden en patiënten in de gebouwen en op het domein van de voorziening.
In 1996 ging hij samen met zijn collega-directeur met rustpensioen. Tweeënhalf jaar later kwam mgr. Van den Berghe hem vragen om vicaris van het diocesaan economaat te worden. Na wat nadenken stemde hij toe. Ruim tien jaar vervulde hij die opdracht met een grote zorg voor de verhouding tussen het bisdom en de scholen, een grote aandacht voor de kleiner-wordende gemeenschappen van religieuzen, en was hij een fijne collega voor het personeel op het bisdom. Geregeld bracht hij rebussen en droedels mee naar de koffietafel. In die periode manifesteerden zich de eerste tekenen van zijn ziekte. Hij besefte ook dat de wetgeving en de boekhouding zo complex werden dat hij de laatste priester-econoom zou zijn en bereidde de toekomst voor waarin competente leken het roer konden overnemen. Toen hij een tweede keer met pensioen ging, bleef hij met grote zorg bekommerd voor de religieuzen.
Ondertussen was hij verhuisd naar het gastvrije klooster van de Zwartzusters van Lier. Toen zijn ziekte verergerde, werd hij opgenomen in het Verpleegtehuis Joostens, eerst voor observatie en diagnostiek, later in het woon-zorgcentrum. Bijgestaan door familie en vrienden heeft hij zijn laatste kruisweg moedig gedragen, alhoewel het zeker niet eenvoudig was voor hem. Op de vooravond van het feest van Alle Heiligen is hij rustig ingeslapen.
Mogen wij zeggen dat hij zijn laatste rally gereden heeft? Of beter : hij heeft het kruis van Goede Vrijdag losgelaten om voor eeuwig Pasen te vieren bij de Heer. Met Hem heeft hij gebeden: Alles is volbracht, in uw handen beveel ik mijn geest.
Rik Aegten