Dagelijkse blog: elke dag een beetje meer
In de tuin van heden bloeit de Liefde. Rode rozen vallen klappend voor Zijn Licht. Een vergeet-mij-nietje ziet dat zij er zijn mag. Krokussen die een bedje vormen, kussen Zijn voeten. Een trotse narcis buigt zijn kopje. Zijn gele hartje is een klokje. In de vroegte klopt Hij aan. Een koor van vogels geeft gehoor. Hij raakt ons, streelt ons in de slaap. Als Hij ontwaakt, maakt Hij leven in ons wakker. ZALIG PASEN! Lieve Gommers
Klik op een dag als u de bijbehorende blog wil lezen. Wilt u een andere blog openen?
Klik eerst op de knop 'sluit tekst'.
Wilt u reageren? Mail naar: lieve.gommers@bisdomantwerpen.be
Op Aswoensdag ging ik naar de kerk. Daar gebeurde iets dat ik nog nooit had meegemaakt. Hoewel ik, zoals wellicht elke mens, getekend ben door kwaad en lijden, werd ik niet bestempeld met het teken van het kruis. Dit jaar werd er as op mijn hoofd gestrooid. Het eeuwenoude ritueel raakte mij … vooral omdat het mij NIET raakte. Ik voelde er namelijk NIETS van. En … ik ZAG het zelfs niet. Misschien komt dat door mijn nogal overvloedige haarbos. En wellicht camoufleerden mijn grijze haren bovenaan ook de kleur van de as. Terwijl ik van de kerk naar huis fietste, vroeg ik me af of ik ooit al een ritueel meemaakte, waarvan ik niets voelde en niets zag. Mijn doopsel heb ik gevoeld. Ik huilde. Geen idee of het tranen waren van vreugde of van verdriet. En mijn vormsel heb ik ook gevoeld, net zoals ik ook de eucharistie telkens weer mag smaken. Op Aswoensdag voelde ik echter niets. Mijn ‘nietigheid’ was daardoor voelbaarder dan ooit. De as werd uitgestrooid boven mijn gebogen hoofd. Ik zag het niet. Ik zag alleen de grond en voelde mij bodemloos, maar toch gedragen. Het ritueel ging letterlijk ‘mijn hoofd te boven’. Het is een rite die wijst naar het stof dat ik ben, want een mens is nietig zonder Hem. Zonder de Heer ben ik niets. ‘Bekeer u’, klonk er, ‘en open je hart’. Ik voelde de rite niet en begreep zelfs de woorden niet meer. Kan ik mijn hart openen? Of … is het juist de Heer die mijn hart, dat niet altijd klopte voor Hem, openbreekt, zoals een graf op paasmorgen? Ik voelde niets en begreep er niets meer van, en terwijl ik het niet meer grijpen en begrijpen kon, besefte ik dat dit ‘vasten’ is: OVERGAVE. Lieve Gommers
Vandaag stelde een wijs man mij in vraag. En niet alleen mij. Eigenlijk alle christenen. Hij vroeg … hoe het komt dat moslims zonder enig probleem kunnen zeggen wat de ramadan betekent, terwijl wij niet weten - of niet willen weten - wat de vastentijd is. Die wijze man stelde de vraag en gaf - zoals vele mensen doen - ook meteen het antwoord. “Het is nochtans simpel”, zei hij. Alsof de vastentijd werkelijk ‘gemakkelijk’ is. “Het is eenvoudig”, herhaalde hij, en natuurlijk is het ook zo dat de veertigdagentijd over EENVOUD gaat. Vervolgens zei hij wat hij eigenlijk wilde zeggen, of wat de vasten wil zeggen. “Vasten is STILTE, SOBERHEID EN SOLIDARITEIT”, zei hij, terwijl hij iemand citeerde, die hem niet meer tegenspreken kan. In 3 woorden vatte hij de veertigdagentijd samen. Terwijl de 3 woorden weerklonken, wist ik … dat 40 dagen niet voldoende waren: noch om die waarheid te begrijpen en zeker niet … om het ‘waar’ te maken. Ik werd er warempel ‘stil’ van. Ik voelde me ‘solidair’ met hem en met allen die zoeken naar wat vasten is. En ik besefte dat mijn overvloed aan woorden nooit de ‘soberheid’ vatten kunnen die de vasten maakt tot wat ze is of zou moeten zijn. Terwijl ik - en zovelen met mij - niet echt kunnen zeggen wat vasten is, hoorde ik een stem die zei: 40 dagen, 40 dagen krijg jij: 40 dagen om niet alleen met je hoofd, maar vooral met je hart, met je handen en met je voeten te ontdekken wat vast en zeker ‘vasten’ is. Lieve Gommers
Vrijdag 19 februari Vanmorgen werd ik wakker met ‘Onze Vader’. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, dacht ik. Ik had geen brood meer en moest dus naar de bakker. Half slapend stopte ik mijn portefeuille in mijn jaszak en vertrok. Fietsend reed ik door het duister. Plots hoorde ik iets. Ik wist niet wat. Ik vreesde dat mijn fiets een blikje niet gezien of een spijker niet ontweken had. Ik zag al hoe ik weer een fietsband plakken moest. De gedachte aan een lekke tube zoog me leeg. En die zucht naar lucht deed me happen naar adem. Enigszins hijgend kwam ik bij de bakker. Ik nam een brood en plots schoot ik wakker. Mijn hand ging naar mijn zak en mijn adem stokte: mijn band was niet plat. De enige platzak was ik. Mijn portefeuille was verdwenen. In een flits zag ik hem liggen op de stenen van de straat. Mijn gelaat werd wit en plots heel rood. Zonder brood liep ik naar buiten. Terwijl ik mijn fiets ontsloot, voelde ik mij verloren. Ik berekende mijn verlies. Even vreesde ik zelfs voor mijn identiteit. Tot ik besefte dat geld mij niet maakt tot wie ik ben. Mijn identiteitskaart heeft namelijk geen plaats in mijn portefeuille. De kaart die mijn identiteit bewijst, zit bij mijn contacten, in mijn smartphone. Meer dan geld zeggen die contacten wie ik ben of worden kan. Al rijdend dacht ik aan mijn rijbewijs dat nu op straat lag en zich niet verroeren kon. Beroerd fietste ik verder en twee minuten later vond ik mijn portefeuille terug, nog gesloten en onaangeroerd. En terwijl ik mezelf van de straat raapte, vroeg ik me af of dat vasten is: beseffen dat je soms jezelf verliest aan de valkuilen van de straat en van de wereld. En jezelf terugvinden omdat je afstand hebt genomen van geld en van wat niet belangrijk is. Lieve Gommers
Zaterdag 20 februari Zie jij iets in de vasten? En ... kan en mag je de vasten eigenlijk ZIEN? Als kind zag ik de vasten graag. Of beter: ik zag die tijd niet graag, maar ik wilde wel graag dat het ‘te zien’ was. Na Aswoensdag worstelde ik met een grootse bekoring. Het was zo verleidelijk om ... in de voetsporen van Filiberke te treden. Filiberke had zowel mijn hart als zijn naam gestolen. Zijn naam vertelt namelijk helemaal NIET wie hij is. Filibert betekent 'heel stralend' of 'heel helder', terwijl ... hij juist ... een hekel had aan water en zich liever niet wassen wou. Er is zelfs een strip waarin hij alle water ontwijkt en zich baadt in vuiligheid. Elke vastentijd kwam ik als kind in de verleiding om mezelf te verstoppen in die stroom van de strip. Ik wou het askruisje dat mijn voorhoofd versierde, niet zomaar uitvegen, laat staan dat ik wou doen alsof ik mijn nietigheid zomaar afwassen kon. Telkens vroeg ik me af of het askruisje 40 dagen lang zichtbaar kon blijven. Nee, het is me nooit gelukt! Het kruisje vervaagde in mijn slaap en de veeg die overbleef trok een streep door mijn stille hoop dat iets mij 40 dagen lang herinneren zou aan wat ik eigenlijk liever wou vergeten. Als kind wou ik de vasten zichtbaar maken. Ik wou in de spiegel kijken en daarin de vasten ontdekken op mijn voorhoofd. Ondertussen weet ik dat in de spiegel kijken - zeker figuurlijk - in de veertigdagentijd erg zinvol is, maar dat je dan niet zoeken moet naar een teken op je hoofd. Als ik nu - in deze vastentijd - geregeld in de spiegel kijk, zie ik geen kruisje of zwarte veeg, maar ik probeer te kijken door mezelf heen. En ik vraag me af of ik God, de ander en mezelf recht in de ogen kijken mag. De vasten is niet aan mij te zien. Ze is er niet voor het oog van de mensen. Je ziet de vasten niet. Het is een tijd om te zien wat onzichtbaar is, om Hem te zien die zichtbaar maakt wat Licht en Leven is. Lieve Gommers
Zondag 21 februari De Blijde Boodschap maakt niet iedereen blij. Er zijn mensen die vooral gelukkig worden van shoppen. Dat zie je op de Meir: stromen mensen die winkelen willen en zich niet laten tegenhouden, noch door de zondag, noch door de kroon van corona. Die moet wijken voor de klant die zich koning waant. In de kerk zitten slechts 15 mensen. In de supermarkt, genoemd naar Piet Hein, drummen er minstens 51. In de eerste lockdown werd er gehamsterd en waren vele rekken leeg. Nu val ik over mensen en gevulde planken. Hoe komt het toch dat in de supermarkt de vasten niet te zien is? Sinterklaas met zijn chocola en speculaas en de eieren van Pasen prijken al lang voor datum op de eerste rijen van de supermarkt. Maar … de vasten krijgt geen vaste plek. Of … is de vasten juist de juiste reden waarom alle schappen zijn gevuld. Zijn de mensen aan het vasten? Raken al die gevulde rekken - raar maar waar - aan de kern van wat vasten is? Het is niet moeilijk om niet te nemen wat er niet is. Maar … is vasten niet juist niet doen wat je wel had kunnen doen en doen wat je ook had kunnen laten? Terwijl ik de gevulde rekken vol laat met hun volheid, vraag ik me ook af of er mensen zijn die nu vasten moeten, niet omdat ze ’t willen, maar omwille van de grillen van de natuur, de economie en de cultuur: de gure crisis van corona die voor velen al veel langer dan veertig dagen duurt. Velen moeten verplicht vasten. De vasten houdt hen vast en is het niet juist dát wat een christen niet loslaten mag? Lieve Gommers
Maandag 22 februari ‘Laat ons bidden, laat ons bidden in de stilte van ons hart’. Dat vreemde vers dat zich al zingend tegenspreekt, week niet van mijn zijde. Dat vers dat in de voorbede alle stilte verdrijft, verwijlde in mijn hoofd. Ik begrijp het niet, zoals ik ‘stilte’ ook niet grijpen kan. Klopt het wel? Is het stil in ons hart? Of is er daar vooral geklop, gebons en getob. Fluisterend en suizend vloeit een stroom van bloed. 4 kamers vol, tot de nok gevuld. Vraag is dus of er nog plaats is voor wat dat vreemde vers ‘stilte’ noemt. Wat is stilte? En kennen we dat wel? Voor het youtubeprogramma ‘Sterke tijden’ gaf ik drie mensen de opdracht om te zoeken naar stilte: stilte in de hoogte, in de diepte, in de kou en in een gebouw. Of ze de stilte vinden? Eerlijk …? Ik denk … dat dát niet zo belangrijk is. De vasten gaat niet over ‘vinden’, het gaat over ‘zoeken’ en misschien vooral over ‘gevonden worden’ … . Lieve Gommers
Dinsdag 23 februari Gisterenavond mocht ik vertellen over wat niet in woorden te vatten is. Ik vertelde het verhaal dat fictie lijkt, maar meer waarheid in zich draagt dan al mijn andere dagen. In 2018 trok ik weg uit mezelf en uit het land. 181 dagen maakte ik een ommetje: te voet, heen en terug, naar Santiago. Ze willen altijd weten hoeveel kilometers ik deed, maar dat weet ik niet. Ik telde de kilometers niet. Mijlenver zat ik met mijn gedachten. Ik kon echt niet wachten op het tellen van de meters of de afstanden die ver van me af stonden omdat ze me niet dichter brachten bij mezelf en bij God. Ik vertrok in de veertigdagentijd. Alleen. Heel de vasten lang heb ik alleen gewandeld, als dát geen vasten is. Ik zag geen enkele pelgrim. Tot … op Witte Donderdag. Plots was er een vrouw die niet lang pelgrimeren zou. Ik moest haar helpen om haar voeten te bevrijden uit de gevangenis van haar schoenen. Ik heb haar bebloede voeten niet gewassen, maar samen aten we een late maaltijd. 2 moslims, arbeiders die, jaja, het licht (of toch de elektriciteitskabels) aan het maken waren, en daardoor niet naar huis toe konden, sloten zich bij ons aan. We braken het brood, we deelden de maaltijd. En drie dagen te vroeg werd het voor de 1ste keer Pasen. Paasdag vierde ik in Vézelay. Op paasmorgen, nog voor 7 uur, kreeg ik een sms. Er stond: ‘zalig Pasen voor wie op weg zijn naar Emmaüs of Compostela’. Nog voor ik opstond, had ik Pasen dus voor de 2de maal gevonden: in een sms-bericht, gericht aan mij, die het licht zocht op paasmorgen. Lieve Gommers
Woensdag 24 februari Ik krijg allerlei mails. Dat is niet nieuw. Eerder alledaags én normaal. Maar nu … krijg ik mails over de vasten. Mensen vertellen mij wat ze doen. Of beter: wat ze deze vasten NIET doen. Ik krijg vooral zoete mails. Ze zijn ‘andere koek’, maar ze smaken ook naar meer. Mensen schrijven of zeggen me dat ze niet snoepen van deze vasten en dat ze kiezen voor ‘SNOEP op de stoep’. Sommigen vragen mij zelfs wat ze moeten doen als het snoep niet aan hun neus voorbijgaat. Wat als je ergens - op de weinige plekken waar je in corona-tijden welkom bent – toch een koekje van eigen deeg krijgt? Mag je dat dan weigeren? En mag je anderen voorschotelen wat je zelf niet nemen wil? Mag je met andere woorden koekjes op tafel zetten tijdens de vasten? Ik weet het antwoord niet. Mijn vroegere baas wel. Die zei altijd dat de vasten geen excuus is. Mensen mogen geen misbruik maken van de veertigdagentijd. De vasten is geen periode om plots … minder gastvrij te zijn. Misschien zelfs … integendeel, hoewel ik ook weer niet beweer dat er plots nóg meer koekjes moeten zijn. Er zijn dus mensen die niet snoepen tijdens de vasten en er zijn mensen die vasten zonder snoep. Ik geef toe dat ik het snoepen niet laat. Ik zou dat misschien beter doen. Om zicht te krijgen op mijn gewicht en afstand te nemen van gewichtig-zijn. Als ik het snoepen zou laten zou ik het echter doen voor de kilo’s, om ‘af te vallen’. Niet … omdat ik een afvallige ben en God heb laten vallen. Natuurlijk laat ik Hem soms links liggen en moet ook ik in deze vastentijd naar Hem wederkeren. Ik weet echter niet hoe dat moet zonder snoep. Ik bedoel … dat ik jaloers ben op mensen die God vinden door het snoep te verstoppen. Ik vind Hem niet als ik geen koek meer zoek in de supermarkt. Als kind probeerde ik dat wel. Ik was klein duimpje die het spoor naar het Vaderhuis terugvinden wou, niet door broodkruimels te strooien, maar wél door met snoep te gooien. Of misschien was ik als kind verzeild in het verhaal van Hans en Grietje. Hoe minder ik eten mocht van het peperkoeken huis, hoe meer het in mijn hoofd spookte en hoe meer ik werd als die heks die ik rauw lustte en in de oven braden wou. De vasten is natuurlijk geen sprookje, hoewel ik altijd - terécht - heb gehoopt dat ook die vasten goed aflopen zou! Lieve Gommers
Donderdag 25 februari Gisteren vertelde ik reeds dat ik bewondering heb voor mensen die in de vasten enkel snoepen van God. Snoep is geen noodzakelijk goed dus wie het snoepen laat, vindt wellicht een tijd van soberheid. Mijn vasten is in de ogen van velen wellicht wat sober en misschien zelfs niet goed genoeg. Het is namelijk zo dat ik het snoepen niet weer, hoewel ook ik mij keer naar soberheid. Het is namelijk zo dat ik al extreem sober ben. Tja … ik leefde 6 maanden in dezelfde kleren. Ik trok te voet naar Santiago om ook stappend weer te keren. Meer dan een rugzak had ik niet en raar, maar waar: ik miste niets. Of enkel mensen. Ik probeer in deze vastentijd niets anders te kopen, maar wél ánders te kopen. Kortom … ik koop hetzelfde, maar denk … er anders over. Wat ik bedoel …? Ik probeer mijn reeds extreme soberheid nu te verbinden met wat geen soberheid, maar échte armoede is. Kortom … als ik iets goedkoops koop, denk ik nu aan wie niets anders kopen kan. Ik eet in het besef dat sommigen niet eten kunnen. En ik probeer niet te drinken met volle teugen, maar nippend en beseffend dat ik dank mag zeggen voor de drank. Zo … ontmoet ik in mijn soberheid iets wat men noemen kan: SOLIDARITEIT. Lieve Gommers
Vrijdag 26 februari Vandaag heeft iemand mij gevraagd … wat mijn vastenpuntje is. Ze vinden wellicht dat ik niet vast of niet voldoende. En misschien is dat ook wel zo, want … kan je ooit ‘genoeg’ vasten? Ik maak geen punt van de vasten, maar mijn vastenpunt zet geen punt, maar wel een uitroepteken achter mijn gedrag. Wat mijn vastenpunt dan is? Tja … mijn vastenpunt is een spelletje. Nee, ik maak er geen spel van. Daarvoor is de vasten vast en zeker veel te serieus en te sereen. Toch is mijn vastenpuntje een ‘spel’. Een spel dat iedereen kent: mens, erger je niet! Ik erger me namelijk nogal vaak: aan mensen die er zijn, maar er tegelijkertijd niet zijn. Aan mensen die veel praten, maar eigenlijk niets zeggen. Aan mensen die veel te zeggen willen hebben, maar nietszeggend zijn. Aan mensen die hun zegje doen, maar vooral niets doen. Aan mensen die overal bij willen zijn, maar toch geen bezig bijtje zijn. Ik erger me dus veel en aan vele dingen: aan de ondraaglijke traagheid van het bestaan, aan het wachten op de spoed, aan de competitie in (in)competentie. Ik erger me dus aan vele mensen en aan vele dingen, maar ik erger me nog het meest aan mezelf … . Dus de vasten is voor mij een tijd om niet de ogen van de dobbelsteen te tellen, maar wel mijn passen. Ik loop rondjes om af te koelen en ik smijt mezelf van het bord als ik door de ergernis op mijn bordje weer kort en onvriendelijk word. Net zoals in dat ergerlijke spel probeer ik ‘binnen’ te komen in mijn hart en in mijn ziel. In het spel ben je pas ‘binnen’ als je alles op een rijtje hebt. Of me dat lukt … ? Niet in één, twee, drie … . Zoals dat spel ook ergerlijk lang duurt, zo heb ook ik … nog heel veel tijd nodig om iets te winnen bij de vasten! Lieve Gommers
Zaterdag 27 februari Deze week ben ik weggelopen. Niet ván mijn vastenpuntje. Wel dóór mijn vastenpuntje. Gisteren vertelde ik reeds dat de vasten voor mij een tijd is van mildheid, een tijd om geen 'mens erger je niet' te spelen, maar een periode om het mens-zijn niet erger te maken dan het soms reeds is. Deze vasten is voor mij een uittocht uit wat ergernis en dood brengt. Onrecht doe ik aan God, aan anderen en aan mezelf als ik niet oprecht ben en geen recht laat geschieden. Deze week was ik in Egypte. Ik werd subtiel onderdrukt en geplet tussen neus en lippen. Iemand vond het nodig mijn werk en mijn zijn af te breken. En ik deed wat de Israëlieten uit het Bijbelse boek Exodus mij leerden: ik bleef tot het einde (van de vergadering) was gekomen, maar toen brak ik open wat zopas was afgebroken. Ik trok weg uit Egypte Het was mijn plicht om te kiezen voor wat mijn last verlicht en vooral voor wat mij richt op wat leven en Levend is. Ja, VASTEN kan weglopen zijn: Weggaan van wat niet gaat, weggaan van wat niet leidt naar wat GOED EN GOD is. Lieve Gommers
Zondag 28 februari Als een berg zag ik op tegen de zondag. Bergen werk lagen te wachten. Al dagen liep ik op de toppen van mijn tenen. Door al het getob in mijn kop was ik niet gerust in de rustdag. Met een zure lach zei ik dat ik wel rusten zou in mijn graf. Maar eigenlijk vraag ik me af of een christen na de dood wel rusten mag. Volgen we dan niet het voorbeeld van de Heer? Even na zijn dood was Die weer in de weer! Ik had dus veel te doen maar vond het vooral geen werk om bergen werk te verzetten, maar het hoogtepunt te missen. De mis is namelijk het hoogtepunt en de bron van alles en dus ook van het werk dat op zondag niet rust. Ik ging dus naar de kerk. Ik werd echter buiten gezet. Of toch figuurlijk. Tijdens de lezingen gingen we namelijk de berg op. En op de top zette Jezus alles op zijn kop. Hij veranderde van gedaante. Een top geeft in- en uitzicht en in de verte zagen we - op een afstand van nog 35 dagen - een glimp van wat Pasen is: we ontwaarden de contouren van zijn verrijzenis. Ook op Pasen verandert zijn gedaante. Als de Andere komt Hij ons veranderen. Zullen wij Hem herkennen in die Paasgedaante die wij niet kennen? Ja, op die berg van die 2de zondag kwam aan het licht dat Jezus de Zon van de zondag is. Lieve Gommers
1 maart Vandaag zag ik kinderen die verstoppertje speelden en ik vroeg me af ... of ze elkaar nog zouden zoeken als hun speelterrein groter was dan het beperkte park? Wie gaat nu iets zoeken als je 't toch niet vinden kan? Wie gaat er op zoek in een onbegrensde ruimte die zo oneindig is dat je er zelfs jezelf niet vinden kan? Dankzij die kinderen kwam ik dus terecht in de paradox tussen de vasten die grenzen stelt en de grenzeloosheid van God en geloof. Ik vroeg me af of je het grenzeloze en oneindige beter voelen en beleven kan binnen de vaste grenzen van de vasten? De vasten stelt grenzen aan ons hebben en ons houden, aan onze consumptie en onze eigenwaan. Zijn het juist die grenzen die plaats maken voor wat een mens nooit vinden kan in de onbegrensde ruimte van het hedendaags bestaan? Kan en mag er nog iets als alles kan en mag? Kan je nog iets krijgen als alles te krijgen is? Kan je stilstaan zonder rem en kan je remmen zonder regels die het verkeer regelen tussen jou en de ander, tussen jou en de Heer? Wellicht zijn het juist de grenzen die tijd en ruimte geven om te vinden wat verstopt zit in de vasten … Wellicht is het zo … dat enkel wie op grenzen botst, voelt wat het betekent om te worden verlost door Gods grenzeloze liefde. Lieve Gommers
2 maart Vandaag heb ik de lezing van de dag heel graag gelezen. Het was een uitgelezen tekst om de vraag te stellen of je moet doen wat je wordt voorgeschreven. In onze Kerk weerklonk vandaag Mt 23,1-12. Er staat: doe niet wat zij doen, maar doe wél wat zij zeggen. Er zijn mensen, wellicht veel mensen, die het juiste zeggen en dus weten wat ze moeten doen, maar toch niet doen wat ze weten. Ze zeggen wat juist is, maar doen dat juist niet. Of … ze houden goede regels voor, waaraan ze zich niet houden. Natuurlijk hoort dat niet zo, maar het klonk wel bekend in mijn corona-oren. De lezing stelt dus dat mensen soms niet doen wat ze zeggen en soms niet zeggen wat ze doen. Vraag is ook of je moet zeggen wat je doet of vooral moet doen wat je zegt? Het verschil tussen woord en daad is vaak daad-werkelijk groot. Jezus is echter een mens van zijn Woord. Hij is het Woord dat je niet alleen hoort, maar ook ziet en geschiedt. En terwijl ik de lezing las, dacht ik dus aan Jezus, het levend Woord, en ik vroeg me af of zijn Woord ook in mij vlees-worden mag. Lieve Gommers
3 maart Vandaag ging ik op stap. Met Jakobus. Ik volgde hem reeds vaak richting Santiago. En vandaag kreeg hij een plek in de lezing van de dag. Zijn moeder wou, zoals wellicht alle moeders, het allerbeste voor hem. En ze vroeg Jezus om zijn hand. Of beter … ze vroeg of haar zonen zijn rechterhand mochten zijn, terwijl ze dat al waren. Maar … soms is het wellicht goed om officieel te vragen wat je reeds doet. Jezus vroeg of die broers dat wel konden, maar natuurlijk konden ze dat niet, omdat niemand dat echt kan. Wat je niet kan, mag echter niet verhinderen dat je toch doet wat je wel kan. Jakobus en zijn broer deden wellicht wat ze konden. De anderen waren daar niet mee gediend, maar Jezus zei: wie niet dient, dient tot niets. En wat is nu … de moraal van het verhaal? Wellicht … dat broers broers moeten zijn, niet alleen van elkaar, niet alleen hier en daar, maar voor iedereen. Lieve Gommers
4 maart Onlangs vroeg iemand of ik gestoord mocht worden. Terwijl ik al ‘gestoord’ ben of dat vinden velen toch. Wanneer mag je iemand storen en wanneer stoor je? Ik vind het niet erg om gestoord te worden - ook niet ’s avonds en in het weekend -. Eerlijk gezegd vind ik het erger om niet gestoord te worden en ongestoord te moeten blijven bij wat me raakt. Het raakt mij dat nu alles op afspraak is. Zelfs ‘gestoord worden’ moet eerst worden aangevraagd. Sommigen zeggen dat dát komt door corona. Corona was niet de afspraak en is zonder afspraak gekomen, maar vraagt nu wel om afspraken. De kapper is geknipt voor wie in de war raakt van lange haren, maar zonder afspraak kom je er niet in. En wie zin heeft in wat kunst, moet vooral kunnen wachten tot het museum een afspraak maken kan. Ook ziek worden moet op afspraak, de bank maakt afspraken over het geld dat eigenlijk van jou is. En raar, maar waar, zelfs in de kerk moet je reserveren. Daarover ben ik erg gereserveerd, maar mijn terughoudendheid kan mij niet tegenhouden om toch te houden van de mis. Kortom … ik zou willen afspreken om in deze vasten tenminste geen afspraken te maken over ‘elkaar storen’. Niemand is storend en iedereen heeft het recht om gehoord en gezien te worden. Lieve Gommers
5 maart ‘Vasten’ is een werkwoord. Het gaat dus over ‘handelen’ en over handelingen. Vandaag liet ik mij dan ook uitdagen om iets te doen met het boek Handelingen. Deze vasten vormt namelijk het ‘middelpunt’ van ons driejarig diocesaan project over het boek Handelingen. Hierin is ook sprake over de handeling van het vasten. Die vasten is echter geen doel op zich en staat ook nooit alleen. Wellicht omdat je nooit ‘alleen’ kan vasten en je dat altijd ‘in eenheid’ doet met de Heer en met elkaar. In het boek Handelingen wordt gebruik gemaakt van een merkwaardig ‘begrippenpaar’: bidden en vasten. Er wordt meermaals gezegd dat de eerste christenen zich toelegden op ‘gebed en vasten’. Blijkbaar horen beide bij elkaar. In één adem worden ze genoemd en samen geven ze lucht en zuurstof aan het geloof. Vasten of minder eten wordt dus verbonden met gebed dat ons voedt en sterkt. Door vasten en bidden samen te beleven komt vast te staan dat gebed - net zoals voedsel - levensnoodzakelijk is en leven geeft. In het boek Handelingen wordt gevast en gebeden op vaste momenten, namelijk voorafgaand aan belangrijke zendingen en taken. Dat raakte mij vandaag en ik vroeg mij af tot welke zending of taak mijn bidden en vasten leiden zou. Pasen werd plots een zending. Gezond door de vasten zullen wij op Pasen gezonden worden. Vraag is alleen naar wie en waarheen … ? Lieve Gommers
6 maart Vandaag vroeg ik me af wie er oor heeft en gehoor geeft aan de lezing van de dag. Wie wil die lezing echt horen? En hoort het wel dat onze Kerk ons vandaag de les leest met het verhaal van de verloren zoon? Dochters en zonen mogen nu niet eens komen in het huis van hun ouders. Of toch niet allemaal. De bubbel is te klein en als een zeepbel barst ze open omdat een zoon of dochter zelfs verplicht moet gaan lopen. Ze zeggen steeds dat vooral de oudste zoon in het verhaal ‘verloren’ is omdat hij zich verliest in jaloezie. Hij is jaloers omdat zijn verloren broer bij zijn thuiskomst alles vindt wat hij als oudere broer misschien reeds had, maar vergat. Ik hou van de oudste en spreek de Vader tegen. Want is het niet zo dat wie jaloers is op het spoor komt wat hij mist zonder dat hij dat zelf of zonder dat de Vader van die mens’lijke noden wist? De Vader zegt dat de jongste dood was en terug levend werd. Zo krijgt de verrijzenis plots een menselijk gelaat. Die zoon vindt zichzelf terug en wordt gevonden in de armen van de Vader. Hij laat zien dat de zonde doodt, maar het leven niet vernietigen kan. Het verhaal van de verloren zoon zegt niet of de twee broers elkaar uiteindelijk toch ‘gevonden’ hebben. Er staat niet wat de oudste doet. En wellicht gaat het ook niet over goed of stout. Vraag is ook niet of die oudste houdt van zijn broer. Vraag is wellicht veeleer of hij de Vader liefheeft en vertrouwt. Lieve Gommers
Zondag 7 maart Vandaag mocht ik thuiskomen. Tot drie maal toe. Een eerste keer in de kerk waar momenteel geen handel wordt gedreven, maar toch stoelen worden weggeveegd. Mensen worden geweerd als ze niet reserveerden en er is veel plaats, maar toch geen plek om te onderhandelen over het aantal. In de kerk werd de tempelreiniging waar. Zoals elke week was alles ontsmet en de handgel was reeds klaargezet. Terwijl Jezus de tempel reinigde reinigen wij de tempel van ons lichaam die onrein zou kunnen zijn met het virus van corona. Terwijl ik mijn handen waste, niet in onschuld, maar met gel, besefte ik wel dat de veertigdagentijd juist de tempel reinigen wil: de tempel die wij zijn. Wij zijn tempel van de Geest, maar soms leeft en zweeft daar eigenwaan, weinig zin of eigen gewin. Geldt voor mij wat voor Jezus gold? Hij voelde zich niet thuis in het huis van zijn Vader dat door woekeraars was beroofd van zijn ziel. Dus ik vroeg me af of God vandaag wel thuis was, en toen ontdekte ik Hem hangend aan het kruis. Een tweede keer kwam ik vandaag thuis toen ik mijn ouders bezocht en er liefde vond. En terwijl ik de dag afsloot, begreep ik wat ik die ochtend had gehoord. De tempelreiniging vertelt dat ook Jezus werd verteerd door zijn ijver voor de Heer. En Hij leerde mij vandaag om niet alleen moeder en vader, maar ook mezelf te eren en te leren respecteren wat wij kwaad maakt en mij raakt. En zo kwam ik - beter laat dan nooit - een derde keer thuis. Bij mezelf. Lieve Gommers
8 maart Hoe langer de vasten loopt, hoe meer ik weet dat ik niets weet van de vasten. Wat is die vastentijd precies? Is het vis, noch vlees? Of is het toch meer? Of beter: is het nog minder dan dát: niet alleen minderen met vis en vlees, maar ook met alles wat geen meerwaarde heeft? Het is wellicht minderen om te vermeerderen wat echt telt. Of aftellen, zoals die klok op de site van het bisdom. Die klok telt af naar Pasen omdat aftellen eigenlijk een sur-plus is en Pasen meer is dan de optelsom van de andere 364 dagen. Voor velen zijn alle dagen hetzelfde. Vooral de vasten toont dat we vastgeroest zitten in vaste patronen. Pasen maakt echter alles anders. Dus in de vasten mogen we veranderen en ons losmaken van gebruiken die misbruik maken van God, van een ander of van die goede kant van onszelf. Wie de vasten aan de kant schuift of alleen kijkt naar zijn beste kant beseft wellicht niet dat je je slechte kanten niet ontkennen kan. Slechts wie ook naar die kanten kijkt, ziet wat hoekig is of te rechtlijnig, wat scheef gaat of een ander snijdt, wat vierkant loopt of wat niet parallel is aan de hoop die in ons leeft. Ja, wie de kantjes afloopt van de vasten ziet wellicht niet wat de beste kant is. Want … is de beste kant niet … de binnenkant? Lieve Gommers
9 maart Mijn bank-app is niet zuinig met commentaar. Zo vertelt die app elke maand wat ik uitgegeven heb. Ik heb eigenlijk geen boodschap aan mijn maandelijkse kost voor boodschappen. Wellicht heeft die app echter goede bedoelingen, want velen geven wellicht onbedoeld veel geld uit. Het is namelijk zo dat virtueel geld op een kaart schijnbaar niet opgeraakt. De app maakt mensen dus bewust van onbewuste uitgaven. Terwijl ik de app bekeek, vroeg ik me af of ik mijn vaste uitgaven in de vasten op moest geven. Net zoals die app wil de vasten mensen bewustmaken van de wijze waarop ze geld, middelen en ja, ook mensen gebruiken en misbruiken. Mijn bank-app weet dus hoeveel ik maandelijks uitgeef aan al mijn boodschappen: niet alleen aan eten, maar ook aan shampoo, WC-papier en maandverband. Wil jij het weten? Blijkbaar is dat interessant! Gemiddeld per maand, 109 euro. Ik vind dat veel, of toch te veel informatie. Dat is 3,6 euro per dag. Ik ben natuurlijk maar alleen. Hoewel 109 euro dus weinig is, is het toch te veel. Ik koop namelijk te veel eten. Met als gevolg dat ik minstens 10 kilo te zwaar ben, zogezegd omwille van corona. Wat ik nu echt wil zeggen met deze vreemde blog: dat cijfers relatief zijn: wat is veel en wat is weinig? Wellicht is dat ook zo … met de vasten: wat de één beter zou doen, kan een ander beter laten. Het christelijk vasten staat niet vast. Wat die vasten inhoudt, weglaat of opbouwt, wordt niet bepaald door een app, niet betaald met een kaart. De vraag is wat een mens zélf uit die vasten haalt. Lieve Gommers
10 maart Vandaag kreeg ik geen hoogte van de lezing van de dag. Er weerklonken enkele zinnen uit Jezus’ rede op de berg. Het klonk redelijk, maar de zin ontging me. Misschien omdat ik niet begrijp waarom je op een berg juist spreken wil. Op de top wil ik alleen hijgen en zwijgen, de natuur prijzen en verwijzen naar God en geloof. Ik zie het voor mij: Jezus en een berg mensen om Hem heen. De mensen kijken naar Hem op, terwijl Hij niet neerkijkt op hen. Zoals wie op een berg staat, klein wordt, zo moet hij groots zijn geweest in zijn kleinheid. Terwijl Hij op een berg stond, zei Hij dat je geen ophef moet maken over de Wet en de Profeten. Je moet ze niet opheffen, maar juist ‘neerzetten’ in de praktijk en in je leven. Wie dus niet wacht met het onderhouden van de geboden wordt groot geacht en bereikt de top van de hemel. Het rijk der hemelen komt dan naderbij. En in de wolken zijn zij die in de vasten leren leven zoals Hij heeft voorgedaan. Hij is steeds de weg gegaan van de wet en de profeten. De wet volgen is niet zo moeilijk - of toch niet buiten corona-tijden -, maar hoe volg je de profeten? En willen wij wel weten wat zij zeggen? Profeten klagen onrecht aan. Ze gaan wegen die anderen niet gaan. Iedereen volgt de wet, of hoort dat toch te doen, maar wie luistert naar wat niemand doet of durft te doen? Wie durft te kijken naar profeten? Wie durft een profeet te zien? Wie durft profeet te zijn? Lieve Gommers
Donderdag 11 maart Op de 11de voel ik mij ‘dubbel’. Ik realiseer mij dat ik reeds 22 blogs schreef. Ik schreef over de vastentijd, maar vergat - tot gisteren - om te zeggen dat het vooral tijd is, hoogtijd, voor profeten. De vasten is een profetische tijd die minstens vraagt om een profetisch teken. Profeten zijn letterlijk PRO DEO- advocaten. Ze werken voor God en verdedigen Hem in een wereld waar Hij niet zozeer wordt aangeklaagd, maar wel vergeten of zelfs ontkend wordt. Net zoals Jezus bij de tempelreiniging gaan ze hevig tekeer tegen onrecht. Maar wie recht doet aan God, wordt scheef bekeken. Elia, Jeremia, … ze kampen met moedeloosheid. De opgave die ze kregen werd ‘overgave’. Ze kunnen niet opgeven, maar belanden op de rand van de afgrond. Bijbelse verhalen vertellen over hun bore-out. Niet uitgeblust, niet zonder energie, maar juist teleurgesteld in wat niet kan, wat niet mag, wat niet telt of niet gedaan wordt. Ja, ik klaag aan dat er te weinig wordt gedaan aan geloof en vasten. Maar de vasten telt nog vele dagen om dáár iets aan te DOEN. Lieve Gommers
Vrijdag 12 maart Ik weet dat het raar is. Ik bén ook raar, maar … ik hou van de schuldbelijdenis. We belijden dat we zondigden in woord en gedachten, in doen én LATEN. Ik kan het niet nalaten om te zeggen hoe krachtig ik het vind dat ook de gedachten en het niet-doen of het ‘laten’ wachten op vergeving. Vandaag gaan de lezingen van de dag over trouw en ontrouw aan God, aan jezelf en aan anderen. Trouw ben je echter niet alleen in wat je doet, maar ook in wat je niét doet! Goed doen heeft ook te maken met het laten van wat niet baat, wat schaadt, wat mateloos is of gaat over haat. En God, jezelf of de ander liefhebben, heeft ook te maken met niet-hebben, met ‘laten’, niet zozeer ‘laten gebeuren’ of gelaten toezien, maar wél toelaten dat er iets gebeurt aan en met jou. Dus de vraag van vandaag is wellicht: Van wie hou jij? En mag Gods liefde ook gebeuren aan jou? Lieve Gommers
Zaterdag 13 maart Vandaag ging ik naar Santiago. Of toch naar Mechelen. Om info te geven over de weg naar Santiago. Erover spreken is natuurlijk nog iets anders dan wandelen, maar wandelen spreekt mij en vele mensen aan. Velen maakten dus een afspraak. Ik geef hen de info die ze vragen ook al weet ik dat ze niet de juiste vragen stellen en de weg naar Santiago antwoorden geeft die men vaak niet eens wil. Er zijn ook veel mensen die Santiago zien als een punt, niet als een komma. Ze zien het niet alleen als eindpunt, maar ook als puntje op hun bucketlist. Ze willen dát in hun leven eens gedaan hebben. Alsof de weg naar Santiago ooit ‘gedaan’ is. Velen willen er ook best veel geld aan geven. Als het hen maar niet te veel tijd kost. Want geld willen ze vrijmaken, maar tijd niet, hoewel juist de tijd zal leren dat geld op de weg naar Santiago niet belangrijk is en dat je niet kan kopen wat alleen de tijd je bieden kan. Kortom … ik geef vriendelijk info aan mensen die twee of vier weken willen gaan, maar ik geloof er niet in. En zij ook niet, want als je ergens in gelooft, moet je ervoor gaan en niet met één voet blijven staan in een andere realiteit. Zo … is het wellicht ook met het geloof. Er zijn er die meedoen met wat feesten of sacramenten, als het maar geen moeite kost en niet te veel tijd. Ze willen wél de zegen tegenkomen, maar niet zichzelf. Ze willen er wel bijhoren, maar niet horen wat God tot ons zegt. Ze willen Pasen zonder vasten. En verrijzen zonder te sterven. Zo botste ik vandaag op de grote vraag wat de vasten mij mag kosten. Lieve Gommers
Zondag 14 maart Vandaag is het ‘halfvasten’. Het is zondag, en dus geen vaste(n)dag, maar toch weerklinkt de vraag om geheel en niet half te vasten. Ik heb al vele wegen bewandeld, maar als ik richting Santiago ga, weet ik echt niet wanneer ik de helft van de weg heb afgelegd. Ik sta er ook niet bij stil. Op de helft ben je gewoon al te ver om terug te keren, maar de vele weken die nog wachten verhinderen ook om een tandje bij te steken. Hoewel halfvasten eigenlijk feestelijk is en liturgisch roze kleurt, vraag ik me af of de Kerk wel echt wil dat we met een roze bril kijken naar de vasten. Om eerlijk te zijn vind ik de helft een dieptepunt. De vasten is niet meer nieuw, maar ook nog niet versleten. De sleur sleurt je mee. Je begint te sloffen in de stoffige woestijn die langdradig is, saai en monotoon. Maar terwijl ik vandaag een glas dronk op halfvasten stelde ik me toch de vraag: of het glas halfleeg is of halfvol en wat is het verschil als je de vasten volhouden wil? Lieve Gommers
Maandag 15 maart (bij de daglezing Joh 4,43-54) Vandaag moest ik lachen met de vasten. Het is een periode van droogte, een hoogvlakte in de woestijn, maar ik zag vandaag alleen donkere wolken, natte grassen en grote plassen. Ondanks de takken, die klein gehakt worden door de tocht en de wind, ondanks het vocht dat de aarde doet wenen, bevinden wij ons in een windstille woestijn waar schijnbaar niets beweegt en velen onbewogen blijven bij onrecht en bij leed. In deze coronatijden besef ik ten volle dat de leegte van de woestijn niet eens zo erg is. Het is niet zo erg dat er niets is, dat er niets mag, dat er niets kan. Wat echter wel erg is, is dat velen in de woestijn van deze drukke en overbevolkte wereld helemaal alleen zijn. Ze worden niet gehoord, niet gezien. Terwijl we de 40 dagen tellen, besef ik dat velen niet worden geteld. Ze worden dood verklaard voor ze sterven en er is niemand die voor hen naar Jezus gaat en om een wonder vraagt. De evangelielezing van vandaag vertelt hoe een man Jezus smeekt om zijn zoon weer leven te geven. Ik weet niet of het verhaal gaat over wat Jezus doet. Wellicht gaat het veeleer over de goedheid van die man. Hij staat op voor zijn zoon. Hij doet wat hij kan. Echt van belang in dit verhaal is wellicht de vraag of de anderen ook voor ons broeders, zusters, zonen en dochters zijn waarvoor wij alles willen doen, alles willen zijn. Lieve Gommers
Dinsdag 16 maart (bij daglezing Joh 5,1-3a.5-16) In de stilte van de vasten klinkt luid de lezing van de dag. In de woestijn waarin 40 dagen jaren lijken of zelfs ‘oneindig’ zijn, wordt gesproken over ‘water’. Vandaag gaat de lezing van de dag over de vraag wat er gebeurt als de tijd stilstaat en het te laat is voor ‘later’. Wat als de hoop een put werd of een kuil waarin de dood zich nestelt en het leven zich verschuilt. Een man zit bij het water dat van tijd tot tijd beweegt en soms leven in zich heeft. Maar wat als niemand zoveel om jou geeft om jou neer te laten in het water dat beroert en ontroert, dat raakt en losmaakt wat verstijfd is van angst of van verdriet? Jezus geneest de lamme man, maar heelt hij niet vooral zij die niet ziek zijn, niet verlamd, maar aan de kant staan en alleen maar blij zijn dat zij vrij zijn. Ze kijken neer op de mensen aan de rand, op hen die geen kansen krijgen en ze hullen zich in zwijgen. En weet je wanneer ze spreken? Als wie verlamd was weer opstaat, en zijn gang gaat. Als hij zijn bed draagt, pas dan wordt hij bevraagd. Mensen houden anderen zo graag klein. Hoe vaak willen ook wij dat anderen verlamd blijven of kreupel zijn? Lieve Gommers
Woensdag 17 maart (bij de eerste lezing van de dag: Js 49,8-15) Jesaja vertelt vandaag dat mensen vergeetachtig zijn. Ze vergeten of willen niet weten wat God tot hen zegt. Jesaja stelt dat zelfs een moeder haar kind kan vergeten. Wellicht is dat waar, maar raar is veeleer dat Jesaja vergeet wat veel meer gebeurt, namelijk dat kinderen hun ouders vergeten. Vergeten wordt vandaag bekeken als één van de ergste ziektes. Er zijn zelfs mensen die zo dom zijn om luidop te zeggen dat ze niet dement willen worden. Ze zijn het dus al, want ze vergeten dat ze daarmee mensen kwetsen. Dementie of vergeten is eigenlijk niet zo erg. Veel erger is ‘vergeten worden’, niet worden gezien, niet worden gehoord en vooral niet meer voelen dat je er mag zijn en wordt bemind. Jesaja zegt dat we kind blijven van God en dat Hij ons niet zal vergeten. Zelfs als wij God noch gebod herinneren en zelfs niet meer weten dat Hij er is, blijft Hij nabij. Het evangelie van vandaag vertelt dat zelfs de doden God zullen horen. Ja, zelfs wie dood is, laat Hij niet in de steek. Hij spreekt met hen zodat zij gewekt worden en bij de doden nieuw leven vinden. Ja, God geeft zelfs gehoor aan wie niet luistert. En Hij zoekt zelfs wie zich niet verloren waant. Ja, vasten is wellicht niet ‘God zoeken’ of ‘God vinden’. Het is wellicht ‘gevonden’ en ‘heruitgevonden’ worden. Lieve Gommers
Donderdag 18 maart Ons bisdom is momenteel sterk in de actualiteit, maar niet … met de veertigdagentijd. Hoewel de veertigdagentijd eigenlijk ook gaat over ‘amoris laetitae’, over de vreugde van de liefde. Alles wat niet ‘liefde’ is, is kwaad. Allen zijn we blijvend op zoek naar de liefde die ons vindt. Blijvend zoeken wij naar de vreugde die mensen met elkaar en met God verbindt. Pasen, het feest van het Nieuwe Verbond, komt naderbij en vraagt ons om met een liefdevolle blik te kijken naar onszelf en naar de mensen om ons heen. Wij, mensen, zijn vaak verward door het kwaad en verhard door het leven. Wellicht kan enkel Gods liefde ware vreugde doen ontwaken in ons kleine mensenhart. Wie geraakt wordt door God, ervaart dat liefde goddelijk is en vreugde buitengewoon. In deze vastentijd wens ik dus aan alle mensen dat ze mogen leven van Gods liefde. Lieve Gommers
Vrijdag 19 maart Op deze vrijdag ben ik zo vrij om de vraag te stellen wat het belang is van oorsprong en betekenis. Op 19 maart vieren velen vaderdag. Allen weten wie en wat ze vieren en toch zijn ze vergeten waar die dag vandaan komt en waar die heengaat. Vaderdag wordt veelal gevierd zonder Jozef en zonder Onzevader. Op deze vaderdag vraag ik mij trouwens ook af of het met Pasen anders is. Alle winkels vieren Pasen. De paaseieren zijn al bijna uitverkocht en er is geen mens die in deze vastentijd nog geen paasei heeft gegeten. Iedereen viert Pasen, maar weinigen weten wat Pasen eigenlijk is. Velen vieren het nieuwe leven van de lente of ze smelten van de prille voorjaarszon. Maar de verrijzenis is niet alleen onbekend voor wie vervreemd is van God en geloof. Zelfs wie zich veertig dagen voorbereidt en de tijd neemt voor bezinning zal beseffen dat ook hij of zij niet echt weet wat Pasen eigenlijk is en hoe de verrijzenis niet louter gebeurde, maar nog steeds geschiedt. Geschiedenis wordt heden en vandaag toont reeds een glimp van morgen. We begrijpen het nieuwe leven niet, en we kunnen geen uitleg geven over de verrijzenis. We kunnen Pasen enkel beleven en hopen en geloven dat de Heer bij ons is. Lieve Gommers
Zaterdag 20 maart Ik heb hoofdpijn en kopzorgen verdienen ook zorg. Ik lig dus in bed en besef wel dat er ergere dingen zijn dan wat loomheid en wat hoofdpijn. Terwijl de pijn in mijn hoofd mijn denken belaagt, verdooft en vertraagt, vraag ik me af wat het ergste is: pijn voelen of ongevoelig zijn? Wat als ik geen pijn zou voelen of ziek zou zijn zonder dat te weten? Er zijn mensen die corona dragen zonder echt ziek te zijn. Virologen, overheid en scholen vragen dat zij in quarantaine gaan omdat ze ziek zijn hoewel die ziekte niet verschijnt. Het is er, maar je ziet het niet. En je maakt een ander ziek. Of je kan dat doen, zonder dat te willen of te weten. Dat is 'zonde', maar niet in de religieuze zin, want je hebt niets op je geweten. Wellicht is dat het ergste wat een mens overkomen kan: een ander 'kwaad' doen terwijl je dat niet wil en het vooral zou willen vermijden. Terwijl ik dus worstel met hoofdpijn, denk ik dat het wellicht pas echt slecht gaat met een mens als die niets meer voelt, noch ziekte, noch pijn, noch verdriet. Deze vasten mogen we niet alleen de 10 geboden beleven, maar ook wat corona gebiedt en verbiedt. En natuurlijk doet dat pijn, maar zou het niet nog pijnlijker zijn als de ander ons niets kan schelen en wij ongevoelig zijn voor hun welzijn en gezondheid. Deze vasten roept ons wellicht op om juist niet onverschillig of ongevoelig te zijn, maar mee te leven met wie lijden aan deze tijd. Lieve Gommers
Zondag 21 maart De zevende dag is een rustdag. Maar niet ... voor onze bisschop. Hij moest naar 'De zevende dag', een programma op de VRT waarbij de titel zichzelf wat tegenspreekt. Men neemt namelijk de tijd om bepaalde zaken die terzake zijn niet te laten rusten. Vele gelovigen keken - zeker vandaag - naar 'De zevende dag', maar de zondag is voor christenen eigenlijk niet de zevende dag. De zondag is niet het einde van de week of van een tijd. Het is juist het begin dat niet eindigt op het einde van de dag. De zondag is voor christenen veeleer 'de eerste dag'. Op de eerste plaats komt de Heer. Hij komt ons in Woord en Brood tegemoet, Hij voedt en sterkt ons om de week door te komen en goed te doen aan God en zijn gebod. De zondag sluit dus niets af, maar staat voor een nieuw begin. Het is dus zeer gepast dat juist vandaag de lente begint. Wie nu naar buiten gaat, ontdekt het uur van de natuur. Alles wat aan zijn einde kwam en dood leek te lopen, geeft plots weer reden tot geloof en hoop. Elke dag ontwaakt meer groen, bloemen en bloesems verschijnen. Verdwijnen doen zij wat winters was en doods. Hoe groots is het als zelfs de vogels laten horen dat het tijd is voor een lente in de Kerk: tijd voor Pasen tijd dat de Heer in ons leeft en in ons werkt. Lieve Gommers
Maandag 22 maart In deze veertigdagentijd werden vele initiatieven geboren om dagelijks stil te staan bij die tijd die sterk is in afwezigheid. We kiezen voor gemis om misschien zo te zien wat de zin is van wat we hebben. Sites en mailings bieden in deze vasten dagelijks een korte meditatie, een spreuk of lied van de dag. Vraag is echter of het ook meer mag zijn. Of beter: of het ook langer mag. Eigenlijk voorziet onze Kerk en ons geloof niet alleen in de vasten, maar zowel in sterke als ook in gewone tijden enkele lezingen van de dag. Ook wordt er niet alleen gebeden in de veertigdagentijd. Het getijdengebed is er eigenlijk altijd, zelfs meermaals per dag. Als je dus geen woorden vindt om te bidden of te mediteren, mag je je laten raken door de woorden van de Kerk die je in de mond mag nemen, mag herkauwen en herhalen en tot de jouwe maken mag. Kortom … bedoeling is wellicht dat je in de veertigdagentijd begint met iets dat op Pasen geen einde vindt. Wie nu dagelijks een blog leest of een lied beluistert, wordt dus wellicht ook uitgedaagd om dat ook later dagelijks te herhalen. Vanzelfsprekend is dat veelgevraagd. Zelf weet ik ook niet of ik dat wel kan. Of beter: ik weet dat ik het niet kan. Of toch niet zonder God. Maar … het zou natuurlijk ook raar zijn om dat te doen zonder Hem. Of ik dan ook heb besloten om dagelijks te blijven bloggen? Tja … dat laat ik graag nog even open! Lieve Gommers
Dinsdag 23 maart Vele mensen vinden dat de Kerk niet bij de tijd is en de actualiteit niet ziet. Maar loopt de Kerk echt achteraan en kan ze de tijd niet volgen? Of is het veeleer de tijd die de Kerk stopt en verstopt in haar verleden? Vaak klinkt het verwijt dat de Kerk niet past bij het hedendaags leven. Dat is natuurlijk waar. Hoewel het verleden van de Kerk haar achtervolgt, loopt de Kerk namelijk altijd VOORUIT op het heden. Profeten spraken over de toekomst die Jezus uiteindelijk waarmaken zou. De Kerk kijkt dus vooruit, en zegt dat Jezus ons heil en onze toekomst is. Kortom … de Kerk is niet van deze tijd, maar verwijst juist naar oneindigheid en toekomst. Wellicht is dat de reden waarom we vandaag vergaderden, niet over het heden, maar wél over de toekomst. Hoewel de veertigdagentijd nog even duurt, gluurden we reeds naar het leven na Pasen. Wat gaan we doen in de Vijftigdagentijd, tussen Pasen en Pinksteren? Terwijl de vraag gesteld werd, vroeg ik me af of wij veel moeten doen. Misschien is het veeleer de paastijd die iets moet doen aan ons. Ik weet dus niet meer wat we na Pasen moeten doen. Of ik weet het wel: we moeten doen wat de natuur ons leert en het uur van Pasen ons toont: we mogen gewoon groeien en openbloeien. Lieve Gommers
Woensdag 24 maart (bij het evangelie van de dag: Joh 8,31-42) Men zegt wel eens dat men niet kan beminnen wat men niet kent: onbekend maakt onbemind, beweert men dan. Maar is dat zo? Ik denk dat velen enkel beminnen wat ze niet kennen. Het is zoveel gemakkelijker om iets onbekend te beminnen dan te houden van wat bekend en vertrouwd is. Het is zoveel eenvoudiger om een droombeeld te beminnen dan te houden van de eenvoud en de onvolkomenheid van de realiteit. In het evangelie van vandaag zegt Jezus dat ze niet van Hem houden omdat God hun Vader niet is. ‘Als God jullie Vader zou zijn, zouden jullie Mij beminnen’, zegt Hij. Ze beminnen de Heer niet, niet omdat Hij bekend of onbekend is, maar omdat zij niet beminnen kunnen. Zij hebben niet van hun vader geleerd om lief te hebben en liefde te zijn. In deze vastentijd horen wij uit de mond van armen, daklozen en kleinen wat ook Jezus heeft gezegd: als God echt jullie Vader zou zijn, dan zouden jullie ons beminnen en dan zouden wij zelfs één van jullie zijn. Lieve Gommers
Donderdag 25 maart Wees gegroet, beste lezers van deze blog. Hopelijk is deze vastentijd vol van genade. De Heer is met u en gezegend zijt gij met hoop en verwachting. Vandaag vieren wij het feest van Maria Boodschap. Juist in de tijd van vasten, leegte en afwezigheid, verschijnt een engel die toekomst brengt. Gabriël vertelt aan Maria dat Gods Geest haar hoop en nieuw leven schenkt. Maria vraagt hoe dat geschieden kan, terwijl het al gebeurd is. Ze past zich in in Gods plan en geeft haar ja-woord. Ja, juist vandaag komen leven en dood heel dicht bij elkaar. Terwijl we gedenken dat Jezus op weg gaat naar de dood, weerklinkt juist in deze vastentijd de aankondiging van zijn geboorte. Altijd is zijn komst ook wederkomst. Zijn wedergeboorte op Pasen toont wellicht dat Kerstmis slechts verwijst naar wat Pasen is: nieuw leven en verrijzenis. Vraag is of wij - zoals Maria - Jezus willen ontvangen in ons hart en in ons leven? Verlangen wij om Hem onverwacht in de paastuin van het heden te begroeten, te herkennen en te ontmoeten van hart tot hart? Lieve Gommers
Vrijdag 26 maart Ik vraag me af of ik deze vasten niet te veel gevuld heb met woorden. Had ik niet veeleer stil moeten worden en moeten zwijgen over wat mijn hoofd te boven gaat? Natuurlijk kunnen schrijfsels ook rust geven en kan je van je afschrijven wat je raakt of onrustig maakt. En natuurlijk is ook elke stilte gevuld met woorden die alleen gedachten zijn. Toch besef ik ten volle dat gedachten en woorden over de vasten nog geen ‘vasten’ zijn. Ze zeggen misschien veel, maar er is een verschil tussen zeggen en doen: tussen op de stoep staan en de straat op gaan om de vasten te beleven. Wie van jullie heeft buiten de vasten gezien? Het straatafval is niet verminderd, de verkeersagressie nam wellicht alleen maar toe, de bedelaars zijn nog steeds daar en hoewel niemand te koop loopt met armoede of eenzaamheid is de leegte en het gebrek toch voel- en zichtbaar in de brede straten van Antwerpen. Velen hebben het niet breed, maar ze houden zich groot en sterk opdat mensen niet merken dat het leven voor hen eerder overleven is. Terwijl ik dus op straat zoek naar de vasten en die vasten eigenlijk niet vinden kan, hoop ik van harte dat Pasen wél de straat op gaat en te zien zal zijn. Lieve Gommers
Zaterdag 27 maart (Bij het evangelie van de dag: Joh 11,45-56) Ben je ooit al eens naar een feest geweest dat helemaal niet feestelijk was of toch niet zo fijn als een feest zou moeten zijn? Meer dan 2000 jaar geleden vroegen mensen zich af of Jezus naar het paasfeest zou komen. En eerlijk … ik stel mezelf eigenlijk dezelfde vraag: zou Jezus hier en nu met ons Pasen willen vieren? Zou Hij naar het paasfeest komen? Hij wist dat Hij het Joodse paasfeest niet zou overleven. En Hij weet dat Hij ook nu door velen zal worden doodgezwegen. Zou Hij wegblijven van het feest omwille van de pijn? Of is het juist normaal dat de vreugde van elk feest gepaard gaat met verdriet omwille van de mensen die er niet meer zijn of niet willen zijn. Dus terwijl ik de vraag stel of Jezus dit jaar naar het paasfeest zal komen, geeft Hij mij het antwoord. Of beter: Hij IS het antwoord. Hij zegt dat Hij er zal zijn: niet alleen met Pasen, maar elke dag, in vreugde en verdriet, in blijdschap en in pijn. Vraag is dus eigenlijk niet of Hij naar het paasfeest zal komen. Vraag is veeleer of WIJ er zullen zijn. Voor Hem. En de vraag is ook of wij verder kijken dan de dood? Nemen wij een ogen-blik om Hem te herkennen in Woord en Brood? Lieve Gommers
Palmzondag Palmzondag is nooit gewoon, maar ongewoon is vooral dat mijn palmzondag in de kerk begon. Terwijl ik in de kerk zat, besefte ik dat palmzondag mensen eigenlijk buitenzet. Mensen staan eerst buiten om binnenstaander te worden. De liturgie van palmzondag bezint zich over het begin dat eigenlijk buiten plaatsvindt. Palmzondag wil mensen in beweging zetten. Met palm in de hand worden ze bewogen door de Gezegende die hen zegent. Ze gaan in processie van buiten naar binnen om zichzelf en het leven binnenstebuiten te keren. Corona denkt er echter anders over en wuift alle palm weg. Er zwaait wat als de regels worden overtreden en de palm geen zegen, maar corona brengt. Dit jaar begroeten we Jezus dus met lege handen. De leegte van het lege graf wordt reeds zichtbaar in mijn handpalm, vol met kromme lijnen, waarop God toch recht schrijft. Nu ik mij niet vast kan klampen aan de palm in mijn hand, vraag ik me af of ik met mijn lege handen Jezus wél de hand kan reiken en Hem raken kan. En terwijl ik doorboom over takken van een palm klimt Hij op naar Jeruzalem en Hij nestelt zich in mijn hart en in mijn hoofd. En terwijl Hij hoogverheven is, tilt Hij mij op en geeft mij uitzicht op Pasen en de verrijzenis. Lieve Gommers |
Maandag 29 maart
(bij het evangelie van de dag: Joh 12,1-11) Vandaag gaan we terug naar af. Gisteren, op Palmzondag, dachten we dat we er reeds waren: we waanden ons in Jeruzalem. Nu worden we op onze plaats gezet. We staan nog nergens. We zijn nog niet waar we moeten zijn. Het hemelse Jeruzalem is er reeds, maar vooral nog niet. We zijn nog onderweg. Pasen is nog ver. De evangelist Johannes voert ons vandaag terug in de tijd. We bevinden ons ‘zes dagen voor Pasen’. We zijn nog niet in Jeruzalem. Eerst zijn we nog te gast in Betanië. Er is een feest waar we ons Lazarus mogen drinken omdat een vriend van Jezus dood was, maar weer leeft. Velen komen, ook zij die niet genodigd zijn, om te zien wat ongezien is, en zich dronken neer te leggen bij het opstaan van een man. Lazarus was uit de doden opgewekt, maar spijtig genoeg was dat niet het einde. Velen wilden hem dood. Juist omdat hij weer leefde. Het feest lijkt dus wel een wedstrijd op leven en dood. Het sterven zit ons op de hielen en staat op gespannen voet met wie om het leven geeft. Op het feest worden we dus achtervolgd door de wassende dood. Wie loopt weg? Of in de weg? En wie durft stil te staan? Wie gaat zitten en laat zich de voeten wassen? Jezus schudt het stof NIET van zijn voeten. Hij is juist vol lof over de vrouw die houdt van mensen. Maria toont ons wat liefde is: dienen en de voeten zalven, ook al zijn ze vol van eelt, dof van stof en met de geur van tenenkaas. Een waas van vreugde en verdriet kleurt haar gelaat dat ze verbergt onder lange haren. Ik beeld mij in hoe haar haren verstrikt raken in zijn voeten. Wil zij zijn voeten drogen? Of zeggen haar droge haren dat ze dorst naar Hem en zijn geur wil dragen? En wij? Wie zijn wij? Wie zijn wij in het verhaal? Lazarus, Maria of een gast, naamloos en onbestemd. Ja, zelfs wie Zijn stem niet hoort, en zich niet herkent, wordt gekend en bemind door Hem. Lieve Gommers
Dinsdag 30 maart
(bij het evangelie van de dag: Joh 13,21-33.36-38) Vandaag staat alles in het teken van verraad. Jezus gaat aan tafel. Hij deelt de maaltijd met zijn leerlingen. Maar kan je alles leren? Ook trouw en eerlijkheid? Met spijt vertelt Jezus wie Hem zal verraden. Eén leerling wil meer geld dan hij beheert. Hij verkoopt de Heer als een slaaf die niets waard is. Maar de grootste verrader gelooft rotsvast in zijn goedheid. Petrus weet niet eens wat hij doet. Hij wast zijn handen in onschuld en ongeduldig vraagt hij niet alleen wie de verrader is, maar ook waar Jezus heengaat. Jezus zegt hem dat zelf een haan, die vroeg opstaat, niet met Hem mee kan gaan. Laat staan een haantje de voorste die met pluimen zwaait maar nimmer kraait om een leugen. Petrus verheugt zich zelfs om de kip eruit te pikken die op gouden eieren zit. Hij wil anderen een lesje leren, maar als leerling kent hij vooral zichzelf nog niet. Jezus hoort en ziet wat zal geschieden, maar Hij zwijgt. Zijn liefde is niet blind, maar wél te groot voor woorden. Lieve Gommers
Woensdag 31 maart (bij het evangelie van de dag: Mt 26,14-25) Vandaag wordt opgewarmd wat gisteren reeds op tafel kwam. De lezing van de dag verhaalt voor de tweede keer het laatste avondmaal. Opnieuw spreekt de Heer over wat komen gaat, en over het verraad dat Hem geen toekomst biedt. En sinds gisteren hebben de leerlingen nog niets geleerd. “Ik ben het toch niet”, zeggen zij. De Heer keert zich naar hen en zegt “Gij zegt het”. Ze hebben echt niet door dat het verraad voor hen een zegen is en dat zijn dood wegen opent en leven geeft aan wie niet zonder zonde is. En wij? Vatten wij wat Hij ons geeft in Woord en Brood? Of zijn wij als de dood dat Hij naar ons zal wijzen en zelfs de zonde ziet waar wij blind voor zijn. Nog niet verlost van ’t kwaad ligt de zware kost op onze maag. Gestaag tikt de maal-tijd weg en komt wat komen gaat. Maar niet voor het laatst doen we ons vandaag te goed aan het laatste avondmaal. Zoals de haan drie maal kraait, zo wordt ook dat laatste avondmaal tot drie maal toe herhaald. Ook morgen zal dat verhaal weerklinken. Is de derde keer de goede keer? Verstaan wij morgen wel dat de Heer ons voor zal gaan? Lieve Gommers
Witte donderdag We smelten van zijn Woord en smullen van het Brood dat wordt gedoopt in vloeiende liefde. Maar geen donderdag zonder donder die ons lam zal slaan. Niemand lacht nog als Hij omslachtig zegt dat Hij ten dode is opgeschreven. De Schriften weten dat Hij geslacht wordt als een lam. Kunnen wij nog eten nu zijn uur gekomen is? Het is te laat en toch te vroeg. Hij kan ons niet verlaten. We zijn niet klaar, noch met de maaltijd, noch met 't leven. En daar zitten we dan: bevend en bang. Nog even is Hij bij ons, maar niet meer lang. Gedrenkt in verdriet hongeren wij naar Hem. Kolkend en kokend en gekruid met wat spijt smaakt het afscheid bitter. “Gedenk Mij”, zegt Hij. Maar wij denken louter aan wie Hem rauw lust. Ongerust zijn wij en boordevol zorgen. Alles valt stil. Stilte voor de storm. Voor de storm van morgen. Lieve Gommers |
Goede Vrijdag Gisteren zei Hij knielend dat Hij van ons hield en Hij vroeg ons de hand. Zelfs onze voeten vond Hij goed genoeg. Van kop tot teen mogen wij de zijne zijn. Hij ziet ons ten voeten uit. Onze kleinheid werd gewassen en groeien mogen wij in de liefde. Gisteren toonde Hij zijn passie door onze voeten te dopen en op te tillen uit het stof van de aarde. Vandaag gaat Hij een stap verder. Hij dompelt zich onder in de duistere dood. Zijn liefde reikt niet tot de dood ons scheidt. Ze gaat verder dan een verbondenheid in goede en kwade dagen. Hij houdt van ons in eindig- en oneindigheid. Zo groot is zijn liefde. Ze kan niet kapot, Ze gaat nooit dood. Zijn liefde is levend. Altijd. Lieve Gommers |
Stille Zaterdag In de nacht van het leven wachten wij. Er is niets dat de pijn verzacht. Verloren zijn wij en we wachten zonder te weten op wie en waarom. Wie had ooit gedacht dat niet alleen de gist in het deeg zou verdwijnen, maar zelfs het Brood en de Wijn. De maaltijd valt stil, hoewel we eten willen. De tafel is leeg, zijn plaats verlaten en er is zelfs geen plek om te praten en te hopen. Wanhoop proeven wij en de smaak van gemis. Ik vraag me af wanneer ons wachten waken wordt. Wanneer wordt in ons wakker wat licht en leven is? Wanneer zal onverwacht ons hart weer overslaan? Pas wanneer het kruis als een zwaard de aarde en de nacht belaagt, zal de dag aanbreken om op te staan. Lieve Gommers |
In de tuin van heden bloeit de Liefde. Rode rozen vallen klappend voor Zijn Licht. Een vergeet-mij-nietje ziet dat zij er zijn mag. Krokussen die een bedje vormen, kussen Zijn voeten. Een trotse narcis buigt zijn kopje. Zijn gele hartje is een klokje. In de vroegte klopt Hij aan. Een koor van vogels geeft gehoor. Hij raakt ons, streelt ons in de slaap. Als Hij ontwaakt, maakt Hij leven in ons wakker. ZALIG PASEN! Lieve Gommers |


