Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeBisdom Antwerpen
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeBisdom Antwerpen
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Bisdom Antwerpen
    • Geschiedenis en situering
    • Beleidsploeg, administratie en beleidsdocumenten
    • Officiële berichten
    • In memoriam
    • Evenementen in het bisdom Antwerpen
    • Onze-Lieve-Vrouwekathedraal Antwerpen
  • Contactgegevens
  • Bisschop Johan Bonny
    • Mgr. Johan Bonny, 22ste bisschop van Antwerpen
    • Curriculum vitae
    • Bisschopsleuze en wapenschild
  • Wegwijs in het bisdom Antwerpen
    • Diocesane structuren in het bisdom Antwerpen
    • Vicariaat Antwerpen
    • Vicariaat Kempen
    • De Diocesane Diensten
    • Vicariaat Onderwijs bisdom Antwerpen (VOBA)
  • Bijbel
  • Liturgie, catechese en catechumenaat
  • Gezinspastoraal/ Aanspreekpunt Geloof en Homoseksualiteit
  • Vorming/opleiding
    • CCV
    • HIGW
    • Opleiding pastoraal handelen
    • Vormingskalender
  • Jongeren
  • Communicatie
    • Relevant
    • Otheo
    • Digitale nieuwsbrief
    • Privacyverklaring
  • Vacatures
  • Theologisch en Pastoraal Centrum
  • Dienst Zorg in het bisdom Antwerpen
  • Internationalisering en diversiteit
  • Kerkverlatingen

Dagelijkse blog: elke dag een beetje meer

Ik ben geen christen. Ik word christen. Elke dag een beetje meer.
In de veertigdagentijd reflecteer ik dagelijks over vasten en groeien in geloof.

In de tuin van heden
bloeit de Liefde.
Rode rozen
vallen klappend
voor Zijn Licht. 
Een vergeet-mij-nietje
ziet dat zij er zijn mag. 
Krokussen
die een bedje vormen,
kussen Zijn voeten.  
Een trotse narcis
buigt zijn kopje.
Zijn gele hartje
is een klokje.
In de vroegte
klopt Hij aan. 
Een koor van vogels
geeft gehoor. 
Hij raakt ons,
streelt ons
in de slaap.
Als Hij ontwaakt,
maakt Hij leven
in ons wakker.  

ZALIG PASEN!

Lieve Gommers

Klik op een dag als u de bijbehorende blog wil lezen. Wilt u een andere blog openen?
Klik eerst op de knop 'sluit tekst'.

Wilt u reageren? Mail naar: lieve.gommers@bisdomantwerpen.be

Aswoensdag:
een impressie

Dag 2
18 febr 21

Dag 3
19 febr 21

 

Op Aswoensdag ging ik naar de kerk.
Daar gebeurde iets dat ik nog nooit had meegemaakt. 
Hoewel ik, zoals wellicht elke mens,
getekend ben door kwaad en lijden,
werd ik niet bestempeld met het teken van het kruis.
Dit jaar werd er as op mijn hoofd gestrooid.
Het eeuwenoude ritueel raakte mij …
vooral omdat het mij NIET raakte.
Ik voelde er namelijk NIETS van.
En … ik ZAG het zelfs niet. 
Misschien komt dat door mijn nogal overvloedige haarbos. 
En wellicht camoufleerden mijn grijze haren bovenaan
ook de kleur van de as. 

Terwijl ik van de kerk naar huis fietste,
vroeg ik me af
of ik ooit al een ritueel meemaakte,
waarvan ik niets voelde en niets zag. 
Mijn doopsel heb ik gevoeld.
Ik huilde.
Geen idee of het tranen waren
van vreugde of van verdriet.
En mijn vormsel heb ik ook gevoeld,
net zoals ik ook de eucharistie
telkens weer mag smaken. 

Op Aswoensdag voelde ik echter niets.
Mijn ‘nietigheid’ was daardoor voelbaarder dan ooit. 
De as werd uitgestrooid
boven mijn gebogen hoofd.
Ik zag het niet.
Ik zag alleen de grond
en voelde mij
bodemloos,
maar toch gedragen. 
Het ritueel ging letterlijk ‘mijn hoofd te boven’. 

Het is een rite
die wijst naar het stof dat ik ben,
want een mens is nietig
zonder Hem.
Zonder de Heer
ben ik niets.
‘Bekeer u’,
klonk er,
‘en open je hart’.
Ik voelde de rite niet
en begreep zelfs
de woorden niet meer.
Kan ik mijn hart openen?
Of …
is het juist de Heer
die mijn hart,
dat niet altijd klopte voor Hem,
openbreekt,
zoals een graf
op paasmorgen?

Ik voelde niets
en begreep 
er niets meer van,
en terwijl ik 
het niet meer grijpen en begrijpen kon,
besefte ik
dat dit ‘vasten’ is:
OVERGAVE. 

Lieve Gommers
Vandaag stelde een wijs man mij in vraag.
En niet alleen mij.
Eigenlijk alle christenen.
Hij vroeg … 
hoe het komt dat moslims zonder enig probleem kunnen zeggen
wat de ramadan betekent,
terwijl wij niet weten 
- of niet willen weten -
wat de vastentijd is.
Die wijze man
stelde de vraag
en gaf - zoals vele mensen doen - 
ook meteen het antwoord.
“Het is nochtans simpel”, zei hij.
Alsof de vastentijd werkelijk ‘gemakkelijk’ is.
“Het is eenvoudig”, herhaalde hij,
en natuurlijk is het ook zo
dat de veertigdagentijd 
over EENVOUD gaat.
Vervolgens zei hij
wat hij eigenlijk wilde zeggen,
of wat de vasten wil zeggen.
“Vasten is STILTE, SOBERHEID EN SOLIDARITEIT”,
zei hij,
terwijl hij iemand citeerde,
die hem niet meer tegenspreken kan.
In 3 woorden 
vatte hij de veertigdagentijd samen.
Terwijl de 3 woorden weerklonken,
wist ik … dat 40 dagen niet voldoende waren:
noch om die waarheid te begrijpen
en zeker niet … om het ‘waar’ te maken. 
Ik werd er warempel ‘stil’ van.
Ik voelde me ‘solidair’ met hem
en met allen die zoeken
naar wat vasten is.
En ik besefte dat mijn overvloed aan woorden
nooit de ‘soberheid’ vatten kunnen
die de vasten maakt
tot wat ze is
of zou moeten zijn. 
Terwijl ik
- en zovelen met mij -
niet echt kunnen zeggen
wat vasten is,
hoorde ik
een stem die zei:
40 dagen,
40 dagen krijg jij:
40 dagen 
om niet alleen met je hoofd,
maar vooral
met je hart,
met je handen
en met je voeten
te ontdekken
wat vast en zeker
‘vasten’ is. 

Lieve Gommers

Vrijdag 19 februari

Vanmorgen werd ik wakker met ‘Onze Vader’.
‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, dacht ik.
Ik had geen brood meer en moest dus naar de bakker. 
Half slapend stopte ik mijn portefeuille in mijn jaszak en vertrok.
Fietsend reed ik door het duister.
Plots hoorde ik iets.
Ik wist niet wat.
Ik vreesde dat mijn fiets
een blikje niet gezien of een spijker niet ontweken had.
Ik zag al 
hoe ik weer een fietsband plakken moest.
De gedachte aan een lekke tube
zoog me leeg. 
En die zucht naar lucht
deed me happen naar adem.
Enigszins hijgend
kwam ik bij de bakker.
Ik nam een brood
en plots schoot ik wakker.
Mijn hand ging naar mijn zak 
en mijn adem stokte:
mijn band was niet plat.
De enige platzak
was ik. 
Mijn portefeuille was verdwenen.
In een flits
zag ik hem liggen
op de stenen van de straat.
Mijn gelaat werd wit
en plots heel rood.
Zonder brood
liep ik naar buiten.
Terwijl ik mijn fiets ontsloot,
voelde ik mij verloren.
Ik berekende mijn verlies.
Even vreesde ik zelfs
voor mijn identiteit.
Tot ik besefte
dat geld mij niet maakt tot wie ik ben.
Mijn identiteitskaart
heeft namelijk geen plaats in mijn portefeuille.
De kaart die mijn identiteit bewijst,
zit bij mijn contacten,
in mijn smartphone.
Meer dan geld zeggen die contacten
wie ik ben
of worden kan.
Al rijdend dacht ik aan mijn rijbewijs
dat nu op straat lag
en zich niet verroeren kon.
Beroerd fietste ik verder
en twee minuten later
vond ik mijn portefeuille terug,
nog gesloten en onaangeroerd. 
En terwijl ik mezelf van de straat raapte,
vroeg ik me af
of dat vasten is:
beseffen dat je soms jezelf verliest
aan de valkuilen
van de straat en van de wereld. 
En jezelf terugvinden
omdat je afstand hebt genomen
van geld
en van wat niet belangrijk is. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

Zaterdag 20 februari

Zie jij iets in de vasten?
En ... kan en mag je de vasten eigenlijk ZIEN?
Als kind zag ik de vasten graag.
Of beter: ik zag die tijd niet graag,
maar ik wilde wel graag dat het ‘te zien’ was. 
Na Aswoensdag worstelde ik met een grootse bekoring.
Het was zo verleidelijk om ... in de voetsporen van Filiberke te treden. 
Filiberke had zowel mijn hart als zijn naam gestolen. 
Zijn naam vertelt namelijk helemaal NIET wie hij is. 
Filibert betekent 'heel stralend' of 'heel helder', 
terwijl ... hij juist ... 
een hekel had aan water en zich liever niet wassen wou.
Er is zelfs een strip waarin hij alle water ontwijkt en zich baadt in vuiligheid. 
Elke vastentijd kwam ik als kind in de verleiding 
om mezelf te verstoppen in die stroom van de strip.
Ik wou het askruisje dat mijn voorhoofd versierde, 
niet zomaar uitvegen, 
laat staan dat ik wou doen alsof ik mijn nietigheid zomaar afwassen kon. 
Telkens vroeg ik me af 
of het askruisje 40 dagen lang zichtbaar kon blijven. 
Nee, het is me nooit gelukt!
Het kruisje vervaagde in mijn slaap 
en de veeg die overbleef
trok een streep
door mijn stille hoop
dat iets mij 40 dagen lang herinneren zou
aan wat ik eigenlijk liever wou vergeten. 
Als kind wou ik de vasten zichtbaar maken. 
Ik wou in de spiegel kijken 
en daarin de vasten ontdekken op mijn voorhoofd.
Ondertussen weet ik dat in de spiegel kijken 
- zeker figuurlijk - 
in de veertigdagentijd erg zinvol is,
maar dat je dan niet zoeken moet
naar een teken op je hoofd.
Als ik nu 
- in deze vastentijd -
geregeld in de spiegel kijk,
zie ik geen kruisje of zwarte veeg,
maar ik probeer te kijken
door mezelf heen.
En ik vraag me af
of ik God, de ander en mezelf
recht in de ogen kijken mag. 
De vasten is niet aan mij te zien.
Ze is er niet
voor het oog van de mensen.
Je ziet 
de vasten niet.
Het is een tijd
om te zien
wat onzichtbaar is,
om Hem te zien
die zichtbaar maakt
wat Licht en Leven is. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

Zondag 21 februari

De Blijde Boodschap maakt niet iedereen blij.
Er zijn mensen
die vooral gelukkig worden
van shoppen.
Dat zie je op de Meir:
stromen mensen
die winkelen willen
en zich niet laten tegenhouden,
noch door de zondag,
noch door de kroon van corona.
Die moet wijken
voor de klant
die zich koning waant. 
In de kerk 
zitten slechts 15 mensen.
In de supermarkt,
genoemd naar Piet Hein,
drummen er minstens 51.
In de eerste lockdown
werd er gehamsterd
en waren vele rekken leeg.
Nu val ik
over mensen
en gevulde planken. 
Hoe komt het toch
dat in de supermarkt
de vasten niet te zien is? 
Sinterklaas
met zijn chocola en speculaas
en de eieren van Pasen
prijken al lang voor datum
op de eerste rijen
van de supermarkt.
Maar … de vasten
krijgt geen vaste plek.
Of … is de vasten juist
de juiste reden
waarom alle schappen
zijn gevuld.
Zijn de mensen aan het vasten?
Raken al die gevulde rekken
- raar maar waar -
aan de kern van wat vasten is?
Het is niet moeilijk
om niet te nemen
wat er niet is.
Maar … is vasten niet juist
niet doen
wat je wel had kunnen doen
en doen
wat je ook had kunnen laten?
Terwijl ik de gevulde rekken
vol laat met hun volheid,
vraag ik me ook af
of er mensen zijn
die nu vasten moeten,
niet omdat ze ’t willen,
maar omwille van de grillen
van de natuur,
de economie en de cultuur:
de gure crisis van corona
die voor velen
al veel langer
dan veertig dagen duurt.
Velen moeten verplicht vasten.
De vasten houdt hen vast
en is het niet juist dát
wat een christen
niet loslaten mag? 

Lieve Gommers

 

 

 

 

Maandag 22 februari

‘Laat ons bidden,
laat ons bidden
in de stilte van ons hart’. 
Dat vreemde vers
dat zich al zingend tegenspreekt,
week niet van mijn zijde.
Dat vers
dat in de voorbede
alle stilte verdrijft, 
verwijlde in mijn hoofd.
Ik begrijp het niet,
zoals ik ‘stilte’ ook niet grijpen kan. 
Klopt het wel?
Is het stil in ons hart?
Of is er daar vooral 
geklop, gebons en getob.
Fluisterend en suizend
vloeit een stroom van bloed.
4 kamers vol,
tot de nok gevuld.
Vraag is dus
of er nog plaats is
voor wat dat vreemde vers
‘stilte’ noemt. 
Wat is stilte? 
En kennen we dat wel?
Voor het youtubeprogramma ‘Sterke tijden’
gaf ik drie mensen de opdracht
om te zoeken naar stilte:
stilte in de hoogte,
in de diepte,
in de kou
en in een gebouw.
Of ze de stilte vinden?
Eerlijk …?
Ik denk … dat dát niet zo belangrijk is.
De vasten gaat niet over ‘vinden’,
het gaat over ‘zoeken’
en misschien vooral
over ‘gevonden worden’ … . 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 23 februari

Gisterenavond mocht ik vertellen
over wat niet in woorden te vatten is.
Ik vertelde het verhaal
dat fictie lijkt,
maar meer waarheid
in zich draagt
dan al mijn andere dagen.
In 2018
trok ik weg
uit mezelf
en uit het land.
181 dagen
maakte ik een ommetje:
te voet,
heen en terug,
naar Santiago.
Ze willen altijd weten
hoeveel kilometers ik deed,
maar dat weet ik niet.
Ik telde de kilometers niet.
Mijlenver zat ik
met mijn gedachten.
Ik kon echt niet wachten
op het tellen van de meters
of de afstanden
die ver van me af stonden
omdat ze me niet dichter brachten
bij mezelf 
en bij God. 
Ik vertrok in de veertigdagentijd.
Alleen.
Heel de vasten lang
heb ik alleen gewandeld,
als dát geen vasten is. 
Ik zag geen enkele pelgrim.
Tot … op Witte Donderdag.
Plots was er een vrouw
die niet lang pelgrimeren zou.
Ik moest haar helpen
om haar voeten te bevrijden
uit de gevangenis van haar schoenen.
Ik heb haar bebloede voeten niet gewassen,
maar samen aten we
een late maaltijd. 
2 moslims,
arbeiders die, jaja, 
het licht (of toch de elektriciteitskabels) aan het maken waren,
en daardoor niet naar huis toe konden,
sloten zich bij ons aan.
We braken het brood,
we deelden de maaltijd.
En drie dagen te vroeg
werd het voor de 1ste keer Pasen. 
Paasdag vierde ik in Vézelay. 
Op paasmorgen,
nog voor 7 uur,
kreeg ik een sms.
Er stond:
‘zalig Pasen
voor wie op weg zijn
naar Emmaüs of Compostela’.
Nog voor ik opstond,
had ik Pasen dus voor de 2de maal gevonden:
in een sms-bericht,
gericht aan mij,
die het licht zocht
op paasmorgen. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 24 februari

Ik krijg allerlei mails.
Dat is niet nieuw.
Eerder alledaags
én normaal.
Maar nu …
krijg ik mails over de vasten.
Mensen vertellen mij wat ze doen.
Of beter:
wat ze deze vasten NIET doen.
Ik krijg vooral zoete mails.
Ze zijn ‘andere koek’,
maar ze smaken ook naar meer. 
Mensen schrijven of zeggen me
dat ze niet snoepen van deze vasten
en dat ze kiezen voor ‘SNOEP op de stoep’.  
Sommigen vragen mij zelfs
wat ze moeten doen
als het snoep niet aan hun neus voorbijgaat.
Wat als je ergens
- op de weinige plekken 
waar je in corona-tijden welkom bent –
toch een koekje van eigen deeg krijgt?
Mag je dat dan weigeren?
En mag je anderen voorschotelen
wat je zelf niet nemen wil?
Mag je met andere woorden
koekjes op tafel zetten tijdens de vasten?
Ik weet het antwoord niet.
Mijn vroegere baas wel.
Die zei altijd dat de vasten geen excuus is.
Mensen mogen geen misbruik maken
van de veertigdagentijd.
De vasten is geen periode
om plots … minder gastvrij te zijn.
Misschien zelfs … integendeel,
hoewel ik ook weer niet beweer
dat er plots nóg meer
koekjes moeten zijn. 
Er zijn dus mensen
die niet snoepen tijdens de vasten
en er zijn mensen
die vasten zonder snoep.
Ik geef toe dat ik het snoepen niet laat.
Ik zou dat misschien beter doen.
Om zicht te krijgen op mijn gewicht
en afstand te nemen van gewichtig-zijn.
Als ik het snoepen zou laten
zou ik het echter doen voor de kilo’s,
om ‘af te vallen’.
Niet … omdat ik een afvallige ben
en God heb laten vallen.
Natuurlijk laat ik Hem soms links liggen
en moet ook ik in deze vastentijd
naar Hem wederkeren.
Ik weet echter niet hoe dat moet
zonder snoep.
Ik bedoel …
dat ik jaloers ben
op mensen die God vinden
door het snoep te verstoppen.
Ik vind Hem niet
als ik geen koek meer zoek
in de supermarkt. 
Als kind probeerde ik dat wel.
Ik was klein duimpje 
die het spoor naar het Vaderhuis
terugvinden wou,
niet door broodkruimels te strooien, 
maar wél 
door met snoep te gooien. 
Of misschien was ik als kind verzeild
in het verhaal van Hans en Grietje.
Hoe minder ik eten mocht
van het peperkoeken huis,
hoe meer het in mijn hoofd spookte
en hoe meer ik werd
als die heks
die ik rauw lustte
en in de oven braden wou. 
De vasten is natuurlijk geen sprookje,
hoewel ik altijd
- terécht -
heb gehoopt
dat ook die vasten
goed aflopen zou!

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 25 februari 

Gisteren vertelde ik reeds
dat ik bewondering heb voor mensen
die in de vasten
enkel snoepen van God.
Snoep is geen noodzakelijk goed
dus wie het snoepen laat,
vindt wellicht een tijd van soberheid. 
Mijn vasten is in de ogen van velen
wellicht wat sober 
en misschien zelfs niet goed genoeg.
Het is namelijk zo
dat ik het snoepen niet weer, 
hoewel ook ik mij keer
naar soberheid.
Het is namelijk zo
dat ik al extreem sober ben.
Tja … ik leefde 6 maanden
in dezelfde kleren.
Ik trok te voet naar Santiago
om ook stappend weer te keren.  
Meer dan een rugzak had ik niet
en raar, maar waar:
ik miste niets.
Of enkel mensen. 

Ik probeer
in deze vastentijd
niets anders te kopen,
maar wél ánders te kopen.
Kortom … ik koop hetzelfde,
maar denk …
er anders over. 
Wat ik bedoel …?
Ik probeer
mijn reeds extreme soberheid
nu te verbinden
met wat geen soberheid,
maar échte armoede is. 
Kortom …
als ik iets goedkoops koop,
denk ik nu
aan wie niets anders kopen kan.
Ik eet
in het besef
dat sommigen niet eten kunnen.
En ik probeer niet te drinken
met volle teugen,
maar nippend en beseffend
dat ik dank mag zeggen
voor de drank. 
Zo … ontmoet ik in mijn soberheid
iets wat men noemen kan:
SOLIDARITEIT. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 26 februari

Vandaag heeft iemand mij gevraagd …
wat mijn vastenpuntje is. 
Ze vinden wellicht
dat ik niet vast
of niet voldoende.
En misschien is dat ook wel zo,
want … kan je ooit ‘genoeg’ vasten?
Ik maak geen punt
van de vasten,
maar mijn vastenpunt
zet geen punt,
maar wel een uitroepteken
achter mijn gedrag.
Wat mijn vastenpunt dan is?
Tja … 
mijn vastenpunt is een spelletje.
Nee, ik maak er geen spel van.
Daarvoor is de vasten
vast en zeker
veel te serieus
en te sereen.  
Toch is mijn vastenpuntje een ‘spel’.
Een spel dat iedereen kent:
mens, erger je niet!
Ik erger me namelijk nogal vaak:
aan mensen die er zijn,
maar er tegelijkertijd niet zijn.
Aan mensen die veel praten,
maar eigenlijk niets zeggen.
Aan mensen die veel te zeggen willen hebben,
maar nietszeggend zijn.
Aan mensen die hun zegje doen,
maar vooral niets doen.
Aan mensen die overal bij willen zijn,
maar toch geen bezig bijtje zijn.
Ik erger me dus veel 
en aan vele dingen:
aan de ondraaglijke traagheid van het bestaan,
aan het wachten op de spoed,
aan de competitie in (in)competentie.
Ik erger me dus 
aan vele mensen
en aan vele dingen,
maar ik erger me nog het meest
aan mezelf … . 
Dus de vasten
is voor mij een tijd
om niet de ogen van de dobbelsteen te tellen,
maar wel mijn passen.
Ik loop rondjes
om af te koelen
en ik smijt mezelf van het bord
als ik door de ergernis op mijn bordje
weer kort en onvriendelijk word. 
Net zoals in dat ergerlijke spel
probeer ik ‘binnen’ te komen
in mijn hart
en in mijn ziel.
In het spel ben je pas ‘binnen’
als je alles op een rijtje hebt.  
Of me dat lukt … ?
Niet in één, twee, drie … .
Zoals dat spel ook ergerlijk lang duurt,
zo heb ook ik …
nog heel veel tijd nodig
om iets te winnen
bij de vasten! 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 27 februari

Deze week ben ik weggelopen.
Niet ván mijn vastenpuntje.
Wel dóór mijn vastenpuntje.
Gisteren vertelde ik reeds
dat de vasten voor mij
een tijd is van mildheid,
een tijd om geen 'mens erger je niet' te spelen,
maar een periode
om het mens-zijn
niet erger te maken
dan het soms reeds is. 
Deze vasten is voor mij
een uittocht
uit wat ergernis en dood brengt.
Onrecht doe ik
aan God,
aan anderen
en aan mezelf 
als ik niet oprecht ben
en geen recht laat geschieden. 
Deze week was ik in Egypte.
Ik werd subtiel
onderdrukt en geplet
tussen neus en lippen.
Iemand vond het nodig mijn werk en mijn zijn
af te breken.
En ik deed
wat de Israëlieten uit het Bijbelse boek Exodus mij leerden:
ik bleef tot het einde (van de vergadering) was gekomen,
maar toen brak ik open
wat zopas was afgebroken.
Ik trok weg uit Egypte
Het was mijn plicht
om te kiezen
voor wat mijn last verlicht
en vooral voor wat mij richt
op wat leven en Levend is. 
Ja, VASTEN kan weglopen zijn:
Weggaan van wat niet gaat,
weggaan van wat niet leidt
naar wat GOED EN GOD is.

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 28 februari

Als een berg
zag ik op
tegen de zondag.
Bergen werk
lagen te wachten.
Al dagen
liep ik op de toppen
van mijn tenen.
Door al het getob in mijn kop
was ik niet gerust
in de rustdag.
Met een zure lach
zei ik dat ik wel rusten zou
in mijn graf.
Maar eigenlijk
vraag ik me af
of een christen na de dood
wel rusten mag.
Volgen we dan niet
het voorbeeld van de Heer?
Even na zijn dood
was Die weer in de weer!

Ik had dus veel te doen
maar vond het vooral geen werk
om bergen werk te verzetten,
maar het hoogtepunt te missen.
De mis
is namelijk het hoogtepunt
en de bron van alles
en dus ook van het werk
dat op zondag niet rust. 
Ik ging dus naar de kerk.
Ik werd echter buiten gezet.
Of toch figuurlijk.
Tijdens de lezingen
gingen we namelijk de berg op.
En op de top zette Jezus alles op zijn kop. 
Hij veranderde van gedaante.
Een top geeft in- en uitzicht
en in de verte zagen we
- op een afstand van nog 35 dagen -
een glimp van wat Pasen is:
we ontwaarden de contouren
van zijn verrijzenis. 
Ook op Pasen verandert zijn gedaante.
Als de Andere komt Hij ons veranderen.
Zullen wij Hem herkennen
in die Paasgedaante die wij niet kennen?
Ja, op die berg van die 2de zondag
kwam aan het licht
dat Jezus 
de Zon van de zondag is.  

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 maart

Vandaag zag ik kinderen
die verstoppertje speelden
en ik vroeg me af ...
of ze elkaar nog zouden zoeken
als hun speelterrein groter was
dan het beperkte park?
Wie gaat nu iets zoeken 
als je 't toch niet vinden kan?
Wie gaat er op zoek
in een onbegrensde ruimte
die zo oneindig is
dat je er zelfs jezelf 
niet vinden kan?

Dankzij die kinderen
kwam ik dus terecht
in de paradox
tussen de vasten die grenzen stelt
en de grenzeloosheid 
van God en geloof.
Ik vroeg me af 
of je het grenzeloze en oneindige
beter voelen en beleven kan
binnen de vaste grenzen van de vasten?
De vasten stelt grenzen
aan ons hebben en ons houden,
aan onze consumptie
en onze eigenwaan.
Zijn het juist die grenzen 
die plaats maken
voor wat een mens nooit vinden kan
in de onbegrensde ruimte
van het hedendaags bestaan?
Kan en mag er nog iets
als alles kan en mag?
Kan je nog iets krijgen
als alles te krijgen is?
Kan je stilstaan
zonder rem
en kan je remmen
zonder regels
die het verkeer regelen
tussen jou en de ander,
tussen jou en de Heer?

Wellicht zijn het juist de grenzen
die tijd en ruimte geven
om te vinden
wat verstopt zit
in de vasten …
Wellicht is het zo …
dat enkel wie op grenzen botst,
voelt wat het betekent
om te worden verlost
door Gods grenzeloze liefde. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 maart 

Vandaag 
heb ik de lezing van de dag
heel graag gelezen.
Het was een uitgelezen tekst
om de vraag te stellen
of je moet doen
wat je wordt voorgeschreven.  
In onze Kerk
weerklonk vandaag Mt 23,1-12.
Er staat:
doe niet wat zij doen,
maar doe wél 
wat zij zeggen.
Er zijn mensen,
wellicht veel mensen,
die het juiste zeggen
en dus weten wat ze moeten doen,
maar toch niet doen
wat ze weten. 
Ze zeggen wat juist is,
maar doen dat juist niet.
Of …
ze houden goede regels voor,
waaraan ze zich niet houden.
Natuurlijk hoort dat niet zo,
maar het klonk wel bekend
in mijn corona-oren. 
De lezing stelt dus
dat mensen soms niet doen
wat ze zeggen
en soms niet zeggen
wat ze doen. 
Vraag is ook 
of je moet zeggen wat je doet
of vooral moet doen
wat je zegt?
Het verschil tussen woord en daad
is vaak daad-werkelijk groot. 
Jezus is echter
een mens van zijn Woord.
Hij is het Woord
dat je niet alleen hoort,
maar ook ziet en geschiedt. 
En terwijl ik de lezing las,
dacht ik dus
aan Jezus, het levend Woord,
en ik vroeg me af
of zijn Woord
ook in mij
vlees-worden mag. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 maart

Vandaag ging ik op stap.
Met Jakobus.
Ik volgde hem reeds vaak
richting Santiago.
En vandaag
kreeg hij een plek
in de lezing van de dag. 
Zijn moeder wou,
zoals wellicht alle moeders,
het allerbeste voor hem.
En ze vroeg Jezus
om zijn hand. 
Of beter …
ze vroeg of haar zonen
zijn rechterhand mochten zijn,
terwijl ze dat al waren.
Maar …
soms is het wellicht goed
om officieel te vragen
wat je reeds doet. 
Jezus vroeg
of die broers dat wel konden,
maar natuurlijk konden ze dat niet,
omdat niemand dat echt kan.
Wat je niet kan,
mag echter niet verhinderen
dat je toch doet
wat je wel kan.
Jakobus en zijn broer
deden wellicht wat ze konden.
De anderen
waren daar niet mee gediend,
maar Jezus zei:
wie niet dient,
dient tot niets. 
En wat is nu …
de moraal van het verhaal?
Wellicht …
dat broers broers moeten zijn,
niet alleen van elkaar,
niet alleen hier en daar,
maar voor iedereen. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4 maart 

Onlangs vroeg iemand
of ik gestoord mocht worden.
Terwijl ik al ‘gestoord’ ben
of dat vinden velen toch.
Wanneer mag je iemand storen
en wanneer stoor je?
Ik vind het niet erg
om gestoord te worden
- ook niet ’s avonds en in het weekend -.
Eerlijk gezegd
vind ik het erger
om niet gestoord te worden
en ongestoord te moeten blijven
bij wat me raakt.
Het raakt mij
dat nu alles op afspraak is.
Zelfs ‘gestoord worden’
moet eerst worden aangevraagd. 
Sommigen zeggen
dat dát komt door corona.
Corona was niet de afspraak
en is zonder afspraak gekomen,
maar vraagt nu wel
om afspraken. 
De kapper is geknipt
voor wie in de war raakt
van lange haren,
maar zonder afspraak
kom je er niet in.
En wie zin heeft
in wat kunst,
moet vooral kunnen wachten
tot het museum
een afspraak maken kan. 
Ook ziek worden
moet op afspraak,
de bank
maakt afspraken over het geld
dat eigenlijk van jou is.
En raar, maar waar,
zelfs in de kerk
moet je reserveren.
Daarover ben ik erg gereserveerd,
maar mijn terughoudendheid
kan mij niet tegenhouden
om toch te houden
van de mis. 
Kortom … ik zou willen afspreken
om in deze vasten
tenminste geen afspraken te maken
over ‘elkaar storen’.
Niemand is storend
en iedereen heeft het recht
om gehoord en gezien te worden. 
 
Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 maart

‘Vasten’ is een werkwoord.
Het gaat dus over ‘handelen’
en over handelingen.
Vandaag liet ik mij dan ook uitdagen
om iets te doen met het boek Handelingen.
Deze vasten
vormt namelijk het ‘middelpunt’ 
van ons driejarig diocesaan project
over het boek Handelingen.
Hierin is ook sprake
over de handeling van het vasten.
Die vasten is echter geen doel op zich
en staat ook nooit alleen.
Wellicht omdat je nooit ‘alleen’ kan vasten
en je dat altijd ‘in eenheid’ doet
met de Heer en met elkaar. 
In het boek Handelingen 
wordt gebruik gemaakt
van een merkwaardig ‘begrippenpaar’:
bidden en vasten.
Er wordt meermaals gezegd
dat de eerste christenen
zich toelegden op ‘gebed en vasten’. 
Blijkbaar horen beide bij elkaar. 
In één adem worden ze genoemd
en samen geven ze lucht en zuurstof
aan het geloof.
Vasten of minder eten
wordt dus verbonden
met gebed dat ons voedt en sterkt.
Door vasten en bidden samen te beleven
komt vast te staan
dat gebed 
- net zoals voedsel -
levensnoodzakelijk is
en leven geeft. 
In het boek Handelingen
wordt gevast en gebeden
op vaste momenten,
namelijk voorafgaand
aan belangrijke zendingen en taken.
Dat raakte mij vandaag
en ik vroeg mij af
tot welke zending of taak
mijn bidden en vasten
leiden zou. 
Pasen werd plots een zending.
Gezond door de vasten
zullen wij op Pasen
gezonden worden.
Vraag is alleen
naar wie en waarheen … ?

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6 maart

Vandaag vroeg ik me af
wie er oor heeft
en gehoor geeft
aan de lezing van de dag.
Wie wil die lezing echt horen?
En hoort het wel
dat onze Kerk ons vandaag de les leest
met het verhaal van de verloren zoon?
Dochters en zonen
mogen nu niet eens komen
in het huis van hun ouders.
Of toch niet allemaal. 
De bubbel is te klein
en als een zeepbel
barst ze open
omdat een zoon of dochter
zelfs verplicht
moet gaan lopen. 
Ze zeggen steeds
dat vooral de oudste zoon in het verhaal
‘verloren’ is
omdat hij zich verliest
in jaloezie.
Hij is jaloers
omdat zijn verloren broer
bij zijn thuiskomst alles vindt
wat hij als oudere broer
misschien reeds had, maar vergat.
Ik hou van de oudste
en spreek de Vader tegen.
Want is het niet zo
dat wie jaloers is
op het spoor komt
wat hij mist
zonder dat hij dat zelf
of zonder dat de Vader
van die mens’lijke noden wist? 
De Vader zegt
dat de jongste dood was 
en terug levend werd.
Zo krijgt de verrijzenis
plots een menselijk gelaat.
Die zoon vindt zichzelf terug
en wordt gevonden
in de armen van de Vader.
Hij laat zien dat de zonde doodt,
maar het leven niet vernietigen kan. 
Het verhaal van de verloren zoon
zegt niet of de twee broers
elkaar uiteindelijk toch ‘gevonden’ hebben.
Er staat niet
wat de oudste doet.
En wellicht gaat het ook niet
over goed of stout. 
Vraag is ook niet
of die oudste houdt van zijn broer.
Vraag is wellicht veeleer
of hij de Vader
liefheeft en vertrouwt. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 7 maart

Vandaag
mocht ik thuiskomen. 
Tot drie maal toe.
Een eerste keer
in de kerk
waar momenteel
geen handel wordt gedreven,
maar toch stoelen
worden weggeveegd.
Mensen worden geweerd
als ze niet reserveerden
en er is veel plaats,
maar toch geen plek
om te onderhandelen
over het aantal.
In de kerk
werd de tempelreiniging waar.
Zoals elke week
was alles ontsmet
en de handgel
was reeds klaargezet. 
Terwijl Jezus de tempel reinigde
reinigen wij
de tempel van ons lichaam
die onrein zou kunnen zijn
met het virus van corona. 
Terwijl ik mijn handen waste,
niet in onschuld,
maar met gel,
besefte ik wel
dat de veertigdagentijd
juist de tempel reinigen wil:
de tempel die wij zijn. 
Wij zijn tempel van de Geest,
maar soms leeft en zweeft daar
eigenwaan,
weinig zin
of eigen gewin.
Geldt voor mij
wat voor Jezus gold?
Hij voelde zich niet thuis
in het huis van zijn Vader
dat door woekeraars
was beroofd van zijn ziel. 
Dus ik vroeg me af
of God vandaag wel thuis was,
en toen ontdekte ik Hem
hangend aan het kruis.

Een tweede keer
kwam ik vandaag thuis
toen ik mijn ouders bezocht
en er liefde vond.
En terwijl ik de dag afsloot,
begreep ik 
wat ik die ochtend had gehoord.
De tempelreiniging vertelt
dat ook Jezus werd verteerd
door zijn ijver voor de Heer.
En Hij leerde mij vandaag
om niet alleen 
moeder en vader,
maar ook mezelf te eren
en te leren respecteren
wat wij kwaad maakt
en mij raakt.
En zo kwam ik 
- beter laat dan nooit - 
een derde keer thuis.
Bij mezelf. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8 maart

Hoe langer de vasten loopt,
hoe meer ik weet
dat ik niets weet
van de vasten.
Wat is die vastentijd precies?
Is het vis, noch vlees? 
Of is het toch meer?
Of beter: 
is het nog minder dan dát:
niet alleen minderen
met vis en vlees,
maar ook met alles 
wat geen meerwaarde heeft?
Het is wellicht minderen 
om te vermeerderen
wat echt telt.
Of aftellen, 
zoals die klok 
op de site van het bisdom.
Die klok telt af naar Pasen
omdat aftellen
eigenlijk een sur-plus is
en Pasen meer is
dan de optelsom
van de andere 364 dagen.
Voor velen
zijn alle dagen hetzelfde.
Vooral de vasten toont
dat we vastgeroest zitten
in vaste patronen. 
Pasen maakt echter alles anders.
Dus in de vasten
mogen we veranderen
en ons losmaken
van gebruiken
die misbruik maken
van God,
van een ander
of van die goede kant
van onszelf. 
Wie de vasten aan de kant schuift
of alleen kijkt naar zijn beste kant
beseft wellicht niet
dat je je slechte kanten
niet ontkennen kan.
Slechts wie ook 
naar die kanten kijkt,
ziet wat hoekig is
of te rechtlijnig,
wat scheef gaat
of een ander snijdt,
wat vierkant loopt
of wat niet parallel is
aan de hoop 
die in ons leeft. 
Ja, wie de kantjes afloopt van de vasten
ziet wellicht niet 
wat de beste kant is.
Want … is de beste kant
niet …
de binnenkant? 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9 maart

Mijn bank-app
is niet zuinig
met commentaar.
Zo vertelt die app
elke maand
wat ik uitgegeven heb.
Ik heb eigenlijk geen boodschap
aan mijn maandelijkse kost
voor boodschappen.
Wellicht heeft die app
echter goede bedoelingen,
want velen
geven wellicht onbedoeld
veel geld uit.
Het is namelijk zo
dat virtueel geld op een kaart
schijnbaar niet opgeraakt. 
De app maakt mensen dus bewust
van onbewuste uitgaven.
Terwijl ik de app bekeek,
vroeg ik me af
of ik mijn vaste uitgaven 
in de vasten op moest geven.
Net zoals die app
wil de vasten 
mensen bewustmaken
van de wijze
waarop ze geld,
middelen en ja, ook mensen
gebruiken en misbruiken. 
Mijn bank-app weet dus
hoeveel ik maandelijks uitgeef
aan al mijn boodschappen:
niet alleen aan eten,
maar ook aan shampoo,
WC-papier en maandverband. 
Wil jij het weten? 
Blijkbaar is dat interessant!
Gemiddeld per maand,
109 euro.
Ik vind dat veel,
of toch te veel informatie.
Dat is 3,6 euro per dag.
Ik ben natuurlijk maar alleen.
Hoewel 109 euro dus weinig is,
is het toch te veel.
Ik koop namelijk te veel eten.
Met als gevolg
dat ik minstens 10 kilo te zwaar ben,
zogezegd omwille van corona.
Wat ik nu echt wil zeggen
met deze vreemde blog:
dat cijfers relatief zijn:
wat is veel
en wat is weinig?
Wellicht is dat ook zo …
met de vasten:
wat de één beter zou doen,
kan een ander beter laten. 
Het christelijk vasten
staat niet vast.
Wat die vasten inhoudt,
weglaat of opbouwt,
wordt niet bepaald
door een app,
niet betaald met een kaart. 
De vraag is
wat een mens zélf
uit die vasten haalt. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10 maart

Vandaag kreeg ik geen hoogte
van de lezing van de dag.
Er weerklonken enkele zinnen
uit Jezus’ rede op de berg.
Het klonk redelijk,
maar de zin ontging me.
Misschien omdat ik niet begrijp
waarom je op een berg
juist spreken wil.
Op de top 
wil ik alleen
hijgen en zwijgen,
de natuur prijzen
en verwijzen
naar God en geloof. 
Ik zie het voor mij:
Jezus 
en een berg mensen
om Hem heen.
De mensen kijken naar Hem op,
terwijl Hij niet neerkijkt
op hen. 
Zoals wie op een berg staat,
klein wordt,
zo moet hij groots zijn geweest
in zijn kleinheid. 
Terwijl Hij op een berg stond,
zei Hij dat je geen ophef moet maken
over de Wet en de Profeten.
Je moet ze niet opheffen,
maar juist ‘neerzetten’
in de praktijk en in je leven. 
Wie dus niet wacht
met het onderhouden
van de geboden
wordt groot geacht
en bereikt de top
van de hemel.
Het rijk der hemelen
komt dan naderbij.
En in de wolken zijn zij
die in de vasten
leren leven
zoals Hij heeft voorgedaan. 
Hij is steeds de weg gegaan
van de wet en de profeten.
De wet volgen is niet zo moeilijk
- of toch niet buiten corona-tijden -,
maar hoe volg je de profeten?
En willen wij wel weten
wat zij zeggen?
Profeten klagen onrecht aan.
Ze gaan wegen
die anderen niet gaan.
Iedereen volgt de wet,
of hoort dat toch te doen,
maar wie luistert
naar wat niemand doet
of durft te doen? 
Wie durft te kijken naar profeten?
Wie durft een profeet te zien? 
Wie durft profeet te zijn? 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 11 maart

Op de 11de 
voel ik mij ‘dubbel’.
Ik realiseer mij
dat ik reeds 22 blogs schreef.
Ik schreef 
over de vastentijd,
maar vergat
- tot gisteren -
om te zeggen
dat het vooral tijd is,
hoogtijd,
voor profeten. 
De vasten 
is een profetische tijd
die minstens vraagt
om een profetisch teken. 
Profeten
zijn letterlijk
PRO DEO-
advocaten.
Ze werken voor God
en verdedigen Hem
in een wereld
waar Hij niet zozeer
wordt aangeklaagd,
maar wel vergeten
of zelfs ontkend wordt. 
Net zoals Jezus bij de tempelreiniging
gaan ze hevig tekeer tegen onrecht.
Maar wie recht doet aan God,
wordt scheef bekeken. 
Elia, Jeremia, …
ze kampen met moedeloosheid.
De opgave die ze kregen
werd ‘overgave’.
Ze kunnen niet opgeven,
maar belanden
op de rand
van de afgrond. 
Bijbelse verhalen
vertellen over hun bore-out.
Niet uitgeblust,
niet zonder energie,
maar juist teleurgesteld
in wat niet kan,
wat niet mag,
wat niet telt
of niet gedaan wordt. 

Ja, ik klaag aan
dat er te weinig wordt gedaan
aan geloof en vasten.
Maar de vasten telt nog vele dagen
om dáár iets aan te DOEN. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 12 maart

Ik weet dat het raar is.
Ik bén ook raar,
maar …
ik hou van de schuldbelijdenis.
We belijden
dat we zondigden
in woord en gedachten,
in doen én LATEN.
Ik kan het niet nalaten
om te zeggen
hoe krachtig ik het vind
dat ook de gedachten
en het niet-doen
of het ‘laten’
wachten op vergeving. 

Vandaag gaan de lezingen van de dag
over trouw en ontrouw
aan God,
aan jezelf
en aan anderen.
Trouw ben je echter niet alleen
in wat je doet,
maar ook in wat je niét doet!
Goed doen
heeft ook te maken
met het laten
van wat niet baat,
wat schaadt,
wat mateloos is
of gaat over haat. 
En God,
jezelf
of de ander liefhebben,
heeft ook te maken met 
niet-hebben,
met ‘laten’,
niet zozeer ‘laten gebeuren’
of gelaten toezien,
maar wél toelaten
dat er iets gebeurt
aan en met jou. 
Dus de vraag van vandaag
is wellicht:
Van wie hou jij?
En mag Gods liefde
ook gebeuren aan jou? 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 13 maart

Vandaag ging ik naar Santiago.
Of toch naar Mechelen.
Om info te geven
over de weg naar Santiago.
Erover spreken
is natuurlijk nog iets anders dan wandelen,
maar wandelen
spreekt mij en vele mensen aan.
Velen maakten dus een afspraak.
Ik geef hen de info die ze vragen
ook al weet ik
dat ze niet de juiste vragen stellen
en de weg naar Santiago
antwoorden geeft
die men vaak niet eens wil.
Er zijn ook veel mensen
die Santiago zien
als een punt,
niet als een komma.
Ze zien het niet alleen
als eindpunt,
maar ook als puntje
op hun bucketlist.
Ze willen dát in hun leven
eens gedaan hebben.
Alsof de weg naar Santiago
ooit ‘gedaan’ is. 
Velen willen er ook best
veel geld aan geven.
Als het hen maar niet te veel tijd kost.
Want geld willen ze vrijmaken,
maar tijd niet,
hoewel juist de tijd zal leren
dat geld op de weg naar Santiago
niet belangrijk is
en dat je niet kan kopen
wat alleen de tijd je bieden kan.
Kortom … ik geef vriendelijk info
aan mensen die twee of vier weken willen gaan,
maar ik geloof er niet in.
En zij ook niet,
want als je ergens in gelooft,
moet je ervoor gaan
en niet met één voet blijven staan
in een andere realiteit. 
Zo … is het wellicht ook 
met het geloof.
Er zijn er die meedoen
met wat feesten of sacramenten,
als het maar geen moeite kost
en niet te veel tijd. 
Ze willen wél de zegen tegenkomen,
maar niet zichzelf.
Ze willen er wel bijhoren,
maar niet horen
wat God tot ons zegt.
Ze willen Pasen
zonder vasten.
En verrijzen
zonder te sterven.
Zo botste ik vandaag
op de grote vraag
wat de vasten
mij mag kosten. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 14 maart

Vandaag
is het ‘halfvasten’.
Het is zondag,
en dus geen vaste(n)dag,
maar toch weerklinkt de vraag
om geheel
en niet half te vasten. 
Ik heb al vele wegen bewandeld,
maar als ik richting Santiago ga,
weet ik echt niet
wanneer ik de helft van de weg heb afgelegd. 
Ik sta er ook niet bij stil.
Op de helft
ben je gewoon al te ver
om terug te keren,
maar de vele weken die nog wachten
verhinderen ook
om een tandje bij te steken.
Hoewel halfvasten
eigenlijk feestelijk is
en liturgisch roze kleurt,
vraag ik me af
of de Kerk wel echt wil
dat we met een roze bril
kijken naar de vasten. 
Om eerlijk te zijn
vind ik de helft
een dieptepunt.
De vasten is niet meer nieuw,
maar ook nog niet versleten.
De sleur sleurt je mee.
Je begint te sloffen
in de stoffige woestijn
die langdradig is,
saai en monotoon. 
Maar terwijl ik vandaag
een glas dronk
op halfvasten
stelde ik me toch de vraag:
of het glas
halfleeg is
of halfvol
en wat is het verschil
als je de vasten
volhouden wil? 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 15 maart
(bij de daglezing Joh 4,43-54)

Vandaag
moest ik lachen
met de vasten.
Het is een periode van droogte,
een hoogvlakte in de woestijn,
maar ik zag vandaag
alleen donkere wolken,
natte grassen
en grote plassen.
Ondanks de takken,
die klein gehakt worden
door de tocht en de wind,
ondanks het vocht
dat de aarde doet wenen,
bevinden wij ons
in een windstille woestijn
waar schijnbaar niets beweegt
en velen onbewogen blijven
bij onrecht en bij leed. 
In deze coronatijden
besef ik ten volle 
dat de leegte van de woestijn
niet eens zo erg is.
Het is niet zo erg
dat er niets is,
dat er niets mag,
dat er niets kan.
Wat echter wel erg is,
is dat velen in de woestijn
van deze drukke en overbevolkte wereld
helemaal alleen zijn.
Ze worden niet gehoord,
niet gezien.
Terwijl we de 40 dagen tellen,
besef ik 
dat velen
niet worden geteld.
Ze worden dood verklaard
voor ze sterven
en er is niemand
die voor hen
naar Jezus gaat
en om een wonder vraagt.
De evangelielezing van vandaag
vertelt hoe een man
Jezus smeekt
om zijn zoon 
weer leven te geven.
Ik weet niet
of het verhaal gaat
over wat Jezus doet.
Wellicht gaat het veeleer
over de goedheid van die man.
Hij staat op
voor zijn zoon.
Hij doet wat hij kan. 
Echt van belang in dit verhaal
is wellicht de vraag
of de anderen
ook voor ons 
broeders, zusters, zonen en dochters zijn
waarvoor wij
alles willen doen,
alles willen zijn. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Dinsdag 16 maart
(bij daglezing Joh 5,1-3a.5-16)

In de stilte van de vasten
klinkt luid
de lezing van de dag.
In de woestijn
waarin 40 dagen
jaren lijken
of zelfs ‘oneindig’ zijn,
wordt gesproken over ‘water’.
Vandaag gaat de lezing van de dag
over de vraag
wat er gebeurt
als de tijd stilstaat
en het te laat is voor ‘later’. 
Wat als de hoop
een put werd
of een kuil
waarin de dood zich nestelt
en het leven zich verschuilt. 
Een man zit bij het water
dat van tijd tot tijd beweegt
en soms leven in zich heeft. 
Maar wat
als niemand 
zoveel om jou geeft
om jou neer te laten
in het water
dat beroert en ontroert,
dat raakt en losmaakt
wat verstijfd is
van angst of van verdriet?
Jezus geneest
de lamme man,
maar heelt hij niet vooral
zij die niet ziek zijn,
niet verlamd,
maar aan de kant staan
en alleen maar blij zijn
dat zij vrij zijn.
Ze kijken neer
op de mensen aan de rand,
op hen die geen kansen krijgen
en ze hullen zich in zwijgen.
En weet je wanneer ze spreken?
Als wie verlamd was weer opstaat,
en zijn gang gaat.
Als hij zijn bed draagt,
pas dan wordt hij bevraagd.
Mensen houden anderen
zo graag klein.
Hoe vaak willen ook wij
dat anderen verlamd blijven
of kreupel zijn?

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Woensdag 17 maart
(bij de eerste lezing van de dag: Js 49,8-15)

Jesaja vertelt vandaag
dat mensen vergeetachtig zijn.
Ze vergeten
of willen niet weten
wat God tot hen zegt.
Jesaja stelt
dat zelfs een moeder
haar kind kan vergeten.
Wellicht is dat waar,
maar raar is veeleer
dat Jesaja vergeet
wat veel meer gebeurt,
namelijk
dat kinderen hun ouders vergeten.
Vergeten wordt vandaag bekeken
als één van de ergste ziektes.
Er zijn zelfs mensen
die zo dom zijn 
om luidop te zeggen
dat ze niet dement willen worden.
Ze zijn het dus al,
want ze vergeten
dat ze daarmee mensen kwetsen. 
Dementie
of vergeten
is eigenlijk niet zo erg.
Veel erger is
‘vergeten worden’,
niet worden gezien,
niet worden gehoord
en vooral niet meer voelen
dat je er mag zijn
en wordt bemind.
Jesaja zegt
dat we kind blijven van God
en dat Hij ons niet zal vergeten. 
Zelfs als wij 
God noch gebod herinneren
en zelfs niet meer weten
dat Hij er is,
blijft Hij nabij.
Het evangelie van vandaag vertelt
dat zelfs de doden
God zullen horen. 
Ja, zelfs wie dood is,
laat Hij niet in de steek.
Hij spreekt met hen
zodat zij gewekt worden
en bij de doden
nieuw leven vinden. 
Ja, God geeft zelfs gehoor
aan wie niet luistert.
En Hij zoekt zelfs
wie zich niet verloren waant.
Ja, vasten is wellicht niet
‘God zoeken’
of ‘God vinden’.
Het is wellicht 
‘gevonden’ en
‘heruitgevonden’ worden.

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 18 maart

Ons bisdom is momenteel
sterk in de actualiteit,
maar niet …
met de veertigdagentijd.
Hoewel de veertigdagentijd
eigenlijk ook gaat
over ‘amoris laetitae’,
over de vreugde van de liefde.
Alles wat niet ‘liefde’ is,
is kwaad.
Allen zijn we blijvend op zoek
naar de liefde
die ons vindt.
Blijvend zoeken wij
naar de vreugde
die mensen met elkaar
en met God verbindt. 
Pasen,
het feest van het Nieuwe Verbond,
komt naderbij
en vraagt ons
om met een liefdevolle blik te kijken
naar onszelf
en naar de mensen om ons heen.
Wij, mensen,
zijn vaak verward door het kwaad
en verhard door het leven.
Wellicht kan enkel Gods liefde
ware vreugde doen ontwaken 
in ons kleine mensenhart.
Wie geraakt wordt door God,
ervaart 
dat liefde
goddelijk is
en vreugde
buitengewoon.  
In deze vastentijd
wens ik dus aan alle mensen
dat ze mogen leven
van Gods liefde. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 19 maart

Op deze vrijdag
ben ik zo vrij
om de vraag te stellen
wat het belang is
van oorsprong
en betekenis. 
Op 19 maart 
vieren velen vaderdag.
Allen weten 
wie en wat ze vieren
en toch zijn ze vergeten
waar die dag vandaan komt
en waar die heengaat. 
Vaderdag wordt veelal gevierd
zonder Jozef
en zonder Onzevader. 
Op deze vaderdag
vraag ik mij trouwens ook af
of het met Pasen anders is.
Alle winkels vieren Pasen.
De paaseieren
zijn al bijna uitverkocht
en er is geen mens
die in deze vastentijd
nog geen paasei
heeft gegeten.
Iedereen viert Pasen,
maar weinigen weten
wat Pasen eigenlijk is.
Velen vieren
het nieuwe leven van de lente
of ze smelten
van de prille voorjaarszon.
Maar de verrijzenis
is niet alleen onbekend
voor wie vervreemd is
van God en geloof.
Zelfs wie zich veertig dagen voorbereidt
en de tijd neemt
voor bezinning
zal beseffen
dat ook hij of zij
niet echt weet
wat Pasen eigenlijk is
en hoe de verrijzenis
niet louter gebeurde,
maar nog steeds geschiedt.
Geschiedenis wordt heden
en vandaag 
toont reeds een glimp van morgen. 
We begrijpen
het nieuwe leven niet,
en we kunnen geen uitleg geven
over de verrijzenis.
We kunnen Pasen 
enkel beleven
en hopen en geloven
dat de Heer bij ons is. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 20 maart

Ik heb hoofdpijn
en kopzorgen verdienen ook zorg.
Ik lig dus in bed
en besef wel 
dat er ergere dingen zijn
dan wat loomheid
en wat hoofdpijn.
Terwijl de pijn in mijn hoofd
mijn denken belaagt, 
verdooft en vertraagt,
vraag ik me af
wat het ergste is:
pijn voelen 
of ongevoelig zijn?
Wat als ik geen pijn zou voelen
of ziek zou zijn
zonder dat te weten? 
Er zijn mensen die corona dragen
zonder echt ziek te zijn.
Virologen, overheid en scholen
vragen dat zij in quarantaine gaan
omdat ze ziek zijn
hoewel die ziekte niet verschijnt.
Het is er,
maar je ziet het niet.
En je maakt een ander ziek.
Of je kan dat doen,
zonder dat te willen of te weten.
Dat is 'zonde',
maar niet in de religieuze zin,
want je hebt niets op je geweten.  
Wellicht is dat het ergste
wat een mens overkomen kan:
een ander 'kwaad' doen
terwijl je dat niet wil
en het vooral
zou willen vermijden. 
Terwijl ik dus worstel met hoofdpijn,
denk ik 
dat het wellicht pas echt slecht gaat
met een mens
als die niets meer voelt,
noch ziekte, noch pijn, noch verdriet. 
Deze vasten mogen we niet alleen
de 10 geboden beleven,
maar ook wat corona gebiedt en verbiedt.
En natuurlijk doet dat pijn,
maar zou het niet
nog pijnlijker zijn
als de ander ons niets kan schelen
en wij ongevoelig zijn
voor hun welzijn en gezondheid.
Deze vasten
roept ons wellicht op
om juist niet 
onverschillig of ongevoelig te zijn,
maar mee te leven
met wie lijden 
aan deze tijd.

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 21 maart

De zevende dag is een rustdag.
Maar niet ...
voor onze bisschop.
Hij moest naar 'De zevende dag',
een programma op de VRT
waarbij de titel zichzelf wat tegenspreekt.
Men neemt namelijk de tijd
om bepaalde zaken die terzake zijn
niet te laten rusten. 
Vele gelovigen keken
- zeker vandaag -
naar 'De zevende dag',
maar de zondag
is voor christenen
eigenlijk niet de zevende dag.
De zondag is niet het einde
van de week of van een tijd.
Het is juist het begin
dat niet eindigt 
op het einde van de dag.
De zondag is voor christenen
veeleer 'de eerste dag'.
Op de eerste plaats komt de Heer. 
Hij komt ons in Woord en Brood tegemoet,
Hij voedt en sterkt ons
om de week door te komen
en goed te doen
aan God en zijn gebod. 
De zondag sluit dus niets af,
maar staat voor een nieuw begin.
Het is dus zeer gepast
dat juist vandaag
de lente begint.
Wie nu naar buiten gaat,
ontdekt het uur van de natuur.
Alles wat aan zijn einde kwam
en dood leek te lopen,
geeft plots weer reden
tot geloof en hoop.
Elke dag ontwaakt meer groen,
bloemen en bloesems verschijnen.
Verdwijnen doen zij
wat winters was en doods.
Hoe groots is het
als zelfs de vogels laten horen
dat het tijd is
voor een lente in de Kerk:
tijd voor Pasen
tijd dat de Heer 
in ons leeft en in ons werkt.

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 22 maart

In deze veertigdagentijd
werden vele initiatieven geboren
om dagelijks
stil te staan
bij die tijd
die sterk is
in afwezigheid.
We kiezen voor gemis
om misschien zo te zien
wat de zin is
van wat we hebben. 
Sites en mailings
bieden in deze vasten
dagelijks een korte meditatie,
een spreuk of lied van de dag.
Vraag is echter
of het ook meer mag zijn.
Of beter:
of het ook langer mag. 
Eigenlijk voorziet
onze Kerk en ons geloof
niet alleen in de vasten,
maar zowel in sterke 
als ook in gewone tijden
enkele lezingen van de dag.
Ook wordt er niet alleen gebeden
in de veertigdagentijd.
Het getijdengebed
is er eigenlijk altijd,
zelfs meermaals per dag. 
Als je dus geen woorden vindt
om te bidden of te mediteren,
mag je je laten raken
door de woorden van de Kerk
die je in de mond mag nemen,
mag herkauwen en herhalen
en tot de jouwe maken mag.  
Kortom …
bedoeling is wellicht
dat je in de veertigdagentijd begint
met iets
dat op Pasen geen einde vindt.
Wie nu dagelijks
een blog leest
of een lied beluistert,
wordt dus wellicht ook uitgedaagd
om dat ook later
dagelijks te herhalen.
Vanzelfsprekend 
is dat veelgevraagd.
Zelf weet ik ook niet
of ik dat wel kan.
Of beter:
ik weet dat ik het niet kan.
Of toch niet zonder God.
Maar …
het zou natuurlijk ook raar zijn
om dat te doen
zonder Hem.
Of ik dan ook heb besloten
om dagelijks te blijven bloggen?
Tja …
dat laat ik graag
nog even open!

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 23 maart

Vele mensen vinden
dat de Kerk
niet bij de tijd is
en de actualiteit niet ziet.
Maar loopt de Kerk echt achteraan
en kan ze de tijd niet volgen?
Of is het veeleer de tijd
die de Kerk stopt en verstopt
in haar verleden?
Vaak klinkt het verwijt
dat de Kerk niet past 
bij het hedendaags leven.
Dat is natuurlijk waar.
Hoewel het verleden van de Kerk
haar achtervolgt,
loopt de Kerk
namelijk altijd VOORUIT op het heden.
Profeten spraken over de toekomst
die Jezus uiteindelijk 
waarmaken zou. 
De Kerk kijkt dus vooruit,
en zegt dat Jezus
ons heil en onze toekomst is. 
Kortom …
de Kerk is niet van deze tijd,
maar verwijst juist
naar oneindigheid en toekomst. 

Wellicht is dat de reden
waarom we vandaag vergaderden,
niet over het heden,
maar wél over de toekomst.
Hoewel de veertigdagentijd
nog even duurt,
gluurden we reeds
naar het leven na Pasen.
Wat gaan we doen
in de Vijftigdagentijd,
tussen Pasen en Pinksteren?
Terwijl de vraag gesteld werd,
vroeg ik me af
of wij veel moeten doen.
Misschien is het veeleer
de paastijd
die iets moet doen 
aan ons. 
Ik weet dus niet meer
wat we na Pasen moeten doen.
Of ik weet het wel:
we moeten doen
wat de natuur ons leert
en het uur van Pasen ons toont:
we mogen gewoon
groeien
en openbloeien. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 24 maart
(bij het evangelie van de dag: Joh 8,31-42)

Men zegt wel eens
dat men niet kan beminnen
wat men niet kent:
onbekend maakt onbemind,
beweert men dan. 
Maar is dat zo?
Ik denk
dat velen enkel beminnen
wat ze niet kennen.
Het is zoveel gemakkelijker
om iets onbekend
te beminnen
dan te houden
van wat bekend en vertrouwd is. 
Het is zoveel eenvoudiger
om een droombeeld te beminnen
dan te houden
van de eenvoud en de onvolkomenheid
van de realiteit. 

In het evangelie van vandaag
zegt Jezus
dat ze niet van Hem houden
omdat God hun Vader niet is. 
‘Als God jullie Vader zou zijn, 
zouden jullie Mij beminnen’,
zegt Hij. 
Ze beminnen de Heer niet,
niet omdat Hij bekend of onbekend is,
maar omdat zij 
niet beminnen kunnen.
Zij hebben niet
van hun vader geleerd
om lief te hebben
en liefde te zijn.

In deze vastentijd
horen wij
uit de mond
van armen,
daklozen en kleinen
wat ook Jezus heeft gezegd:
als God echt
jullie Vader zou zijn,
dan zouden jullie
ons beminnen
en dan zouden wij zelfs
één van jullie zijn.  

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 25 maart

Wees gegroet,
beste lezers
van deze blog.
Hopelijk is deze vastentijd
vol van genade.
De Heer is met u
en gezegend zijt gij
met hoop en verwachting.
Vandaag vieren wij
het feest van Maria Boodschap.
Juist in de tijd
van vasten,
leegte en afwezigheid,
verschijnt een engel
die toekomst brengt.
Gabriël vertelt aan Maria
dat Gods Geest
haar hoop
en nieuw leven schenkt.
Maria vraagt hoe dat geschieden kan,
terwijl het al gebeurd is.
Ze past zich in
in Gods plan
en geeft haar ja-woord.
Ja, juist vandaag
komen leven en dood
heel dicht bij elkaar. 
Terwijl we gedenken
dat Jezus op weg gaat naar de dood,
weerklinkt juist in deze vastentijd 
de aankondiging van zijn geboorte.
Altijd is zijn komst
ook wederkomst.
Zijn wedergeboorte op Pasen
toont wellicht
dat Kerstmis
slechts verwijst
naar wat Pasen is:
nieuw leven
en verrijzenis. 
Vraag is of wij
- zoals Maria -
Jezus willen ontvangen
in ons hart en in ons leven? 
Verlangen wij
om Hem onverwacht
in de paastuin van het heden
te begroeten,
te herkennen en te ontmoeten
van hart tot hart? 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 26 maart

Ik vraag me af
of ik deze vasten
niet te veel gevuld heb
met woorden.
Had ik niet veeleer
stil moeten worden
en moeten zwijgen
over wat mijn hoofd
te boven gaat?
Natuurlijk kunnen schrijfsels
ook rust geven
en kan je van je afschrijven
wat je raakt
of onrustig maakt. 
En natuurlijk is ook elke stilte
gevuld met woorden
die alleen gedachten zijn. 
Toch besef ik ten volle
dat gedachten
en woorden over de vasten
nog geen ‘vasten’ zijn.
Ze zeggen misschien veel,
maar er is een verschil
tussen zeggen en doen:
tussen op de stoep staan
en de straat op gaan
om de vasten te beleven. 
Wie van jullie
heeft buiten
de vasten gezien?
Het straatafval
is niet verminderd,
de verkeersagressie
nam wellicht alleen maar toe,
de bedelaars zijn nog steeds daar
en hoewel niemand te koop loopt
met armoede of eenzaamheid
is de leegte en het gebrek
toch voel- en zichtbaar
in de brede straten
van Antwerpen. 
Velen hebben het niet breed,
maar ze houden zich groot en sterk
opdat mensen niet merken
dat het leven voor hen
eerder overleven is. 
Terwijl ik dus
op straat zoek naar de vasten
en die vasten eigenlijk niet vinden kan,
hoop ik van harte
dat Pasen wél de straat op gaat
en te zien zal zijn. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 27 maart
(Bij het evangelie van de dag: Joh 11,45-56)

Ben je ooit al eens
naar een feest geweest
dat helemaal niet feestelijk was
of toch niet zo fijn
als een feest zou moeten zijn? 
Meer dan 2000 jaar geleden
vroegen mensen zich af
of Jezus naar het paasfeest zou komen.
En eerlijk …
ik stel mezelf 
eigenlijk dezelfde vraag:
zou Jezus hier en nu
met ons Pasen willen vieren?
Zou Hij naar het paasfeest komen?
Hij wist dat Hij het Joodse paasfeest
niet zou overleven.
En Hij weet
dat Hij ook nu 
door velen zal worden doodgezwegen.
Zou Hij wegblijven
van het feest
omwille van de pijn? 
Of is het juist normaal
dat de vreugde van elk feest
gepaard gaat met verdriet
omwille van de mensen
die er niet meer zijn
of niet willen zijn. 

Dus terwijl ik de vraag stel
of Jezus dit jaar 
naar het paasfeest zal komen,
geeft Hij mij het antwoord.
Of beter:
Hij IS het antwoord.
Hij zegt dat Hij er zal zijn:
niet alleen met Pasen,
maar elke dag,
in vreugde en verdriet,
in blijdschap en in pijn. 
Vraag is dus eigenlijk niet 
of Hij naar het paasfeest zal komen.
Vraag is veeleer of WIJ er zullen zijn.
Voor Hem.
En de vraag is ook
of wij verder kijken dan de dood?
Nemen wij een ogen-blik
om Hem te herkennen
in Woord en Brood?

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Palmzondag

Palmzondag is nooit gewoon,
maar ongewoon is vooral
dat mijn palmzondag in de kerk begon.
Terwijl ik in de kerk zat,
besefte ik
dat palmzondag
mensen eigenlijk buitenzet.
Mensen staan eerst buiten
om binnenstaander te worden.
De liturgie van palmzondag
bezint zich over het begin
dat eigenlijk buiten plaatsvindt. 
Palmzondag wil mensen in beweging zetten.
Met palm in de hand
worden ze bewogen
door de Gezegende
die hen zegent. 
Ze gaan in processie
van buiten naar binnen
om zichzelf en het leven
binnenstebuiten te keren.
Corona denkt er echter anders over
en wuift alle palm weg.
Er zwaait wat
als de regels worden overtreden
en de palm
geen zegen, maar corona brengt. 
Dit jaar
begroeten we Jezus dus
met lege handen.
De leegte van het lege graf
wordt reeds zichtbaar
in mijn handpalm,
vol met kromme lijnen,
waarop God toch recht schrijft.
Nu ik mij niet vast kan klampen
aan de palm in mijn hand,
vraag ik me af
of ik met mijn lege handen
Jezus wél de hand kan reiken
en Hem raken kan.
En terwijl ik doorboom
over takken van een palm
klimt Hij op 
naar Jeruzalem
en Hij nestelt zich
in mijn hart en in mijn hoofd.
En terwijl Hij hoogverheven is,
tilt Hij mij op
en geeft mij uitzicht
op Pasen
en de verrijzenis. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 29 maart
(bij het evangelie van de dag: Joh 12,1-11) Vandaag gaan we terug naar af. Gisteren, op Palmzondag, dachten we dat we er reeds waren: we waanden ons in Jeruzalem. Nu worden we op onze plaats gezet. We staan nog nergens. We zijn nog niet waar we moeten zijn. Het hemelse Jeruzalem is er reeds, maar vooral nog niet. We zijn nog onderweg. Pasen is nog ver. De evangelist Johannes voert ons vandaag terug in de tijd. We bevinden ons ‘zes dagen voor Pasen’. We zijn nog niet in Jeruzalem. Eerst zijn we nog te gast in Betanië. Er is een feest waar we ons Lazarus mogen drinken omdat een vriend van Jezus dood was, maar weer leeft. Velen komen, ook zij die niet genodigd zijn, om te zien wat ongezien is, en zich dronken neer te leggen bij het opstaan van een man. Lazarus was uit de doden opgewekt, maar spijtig genoeg was dat niet het einde. Velen wilden hem dood. Juist omdat hij weer leefde. Het feest lijkt dus wel een wedstrijd op leven en dood. Het sterven zit ons op de hielen en staat op gespannen voet met wie om het leven geeft. Op het feest worden we dus achtervolgd door de wassende dood. Wie loopt weg? Of in de weg? En wie durft stil te staan? Wie gaat zitten en laat zich de voeten wassen? Jezus schudt het stof NIET van zijn voeten. Hij is juist vol lof over de vrouw die houdt van mensen. Maria toont ons wat liefde is: dienen en de voeten zalven, ook al zijn ze vol van eelt, dof van stof en met de geur van tenenkaas. Een waas van vreugde en verdriet kleurt haar gelaat dat ze verbergt onder lange haren. Ik beeld mij in hoe haar haren verstrikt raken in zijn voeten. Wil zij zijn voeten drogen? Of zeggen haar droge haren dat ze dorst naar Hem en zijn geur wil dragen? En wij? Wie zijn wij? Wie zijn wij in het verhaal? Lazarus, Maria of een gast, naamloos en onbestemd. Ja, zelfs wie Zijn stem niet hoort, en zich niet herkent, wordt gekend en bemind door Hem. Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 30 maart
(bij het evangelie van de dag: Joh 13,21-33.36-38) Vandaag staat alles in het teken van verraad. Jezus gaat aan tafel. Hij deelt de maaltijd met zijn leerlingen. Maar kan je alles leren? Ook trouw en eerlijkheid? Met spijt vertelt Jezus wie Hem zal verraden. Eén leerling wil meer geld dan hij beheert. Hij verkoopt de Heer als een slaaf die niets waard is. Maar de grootste verrader gelooft rotsvast in zijn goedheid. Petrus weet niet eens wat hij doet. Hij wast zijn handen in onschuld en ongeduldig vraagt hij niet alleen wie de verrader is, maar ook waar Jezus heengaat. Jezus zegt hem dat zelf een haan, die vroeg opstaat, niet met Hem mee kan gaan. Laat staan een haantje de voorste die met pluimen zwaait maar nimmer kraait om een leugen. Petrus verheugt zich zelfs om de kip eruit te pikken die op gouden eieren zit. Hij wil anderen een lesje leren, maar als leerling kent hij vooral zichzelf nog niet. Jezus hoort en ziet wat zal geschieden, maar Hij zwijgt. Zijn liefde is niet blind, maar wél te groot voor woorden. Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 31 maart
(bij het evangelie van de dag: Mt 26,14-25)

Vandaag wordt opgewarmd
wat gisteren
reeds op tafel kwam. 
De lezing van de dag
verhaalt voor de tweede keer
het laatste avondmaal.
Opnieuw spreekt de Heer
over wat komen gaat,
en over het verraad
dat Hem geen toekomst biedt.
En sinds gisteren
hebben de leerlingen
nog niets geleerd.
“Ik ben het toch niet”,
zeggen zij.
De Heer keert zich naar hen
en zegt “Gij zegt het”.
Ze hebben echt niet door
dat het verraad
voor hen een zegen is
en dat zijn dood
wegen opent
en leven geeft
aan wie niet zonder zonde is. 

En wij?
Vatten wij
wat Hij ons geeft
in Woord en Brood?
Of zijn wij als de dood
dat Hij naar ons zal wijzen
en zelfs de zonde ziet
waar wij blind voor zijn. 
Nog niet verlost van ’t kwaad
ligt de zware kost 
op onze maag.
Gestaag tikt de maal-tijd weg
en komt wat komen gaat.
Maar niet voor het laatst
doen we ons vandaag te goed
aan het laatste avondmaal. 
Zoals de haan drie maal kraait,
zo wordt ook dat laatste avondmaal
tot drie maal toe herhaald.
Ook morgen zal dat verhaal weerklinken.
Is de derde keer de goede keer?
Verstaan wij morgen wel
dat de Heer ons voor zal gaan?  

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte donderdag

We smelten van zijn Woord
en smullen van het Brood
dat wordt gedoopt 
in vloeiende liefde.
Maar geen donderdag
zonder donder
die ons lam zal slaan.
Niemand lacht nog
als Hij omslachtig zegt
dat Hij ten dode is opgeschreven.
De Schriften weten
dat Hij geslacht wordt
als een lam.
Kunnen wij nog eten
nu zijn uur gekomen is?
Het is te laat en toch te vroeg.
Hij kan ons niet verlaten.
We zijn niet klaar,
noch met de maaltijd, noch met 't leven. 
En daar zitten we dan:
bevend en bang.
Nog even is Hij bij ons,
maar niet meer lang.
Gedrenkt in verdriet
hongeren wij naar Hem.
Kolkend en kokend
en gekruid met wat spijt
smaakt het afscheid bitter.
“Gedenk Mij”, zegt Hij.
Maar wij denken louter
aan wie Hem rauw lust.
Ongerust zijn wij
en boordevol zorgen.
Alles valt stil. 
Stilte voor de storm.
Voor de storm van morgen. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Goede Vrijdag

Gisteren zei Hij knielend
dat Hij van ons hield
en Hij vroeg ons de hand.
Zelfs onze voeten
vond Hij goed genoeg. 
Van kop tot teen
mogen wij
de zijne zijn.
Hij ziet ons
ten voeten uit.
Onze kleinheid werd gewassen
en groeien mogen wij
in de liefde. 
Gisteren toonde Hij zijn passie
door onze voeten te dopen
en op te tillen uit het stof van de aarde.
Vandaag
gaat Hij een stap verder.
Hij dompelt zich onder
in de duistere dood.
Zijn liefde reikt niet
tot de dood ons scheidt.
Ze gaat verder
dan een verbondenheid
in goede en kwade dagen.
Hij houdt van ons
in eindig- en oneindigheid.
Zo groot is zijn liefde.
Ze kan niet kapot,
Ze gaat nooit dood.
Zijn liefde is levend.
Altijd. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stille Zaterdag

In de nacht van het leven
wachten wij.
Er is niets dat de pijn verzacht.
Verloren zijn wij
en we wachten
zonder te weten
op wie en waarom.
Wie had ooit gedacht
dat niet alleen
de gist in het deeg zou verdwijnen,
maar zelfs
het Brood en de Wijn. 
De maaltijd valt stil,
hoewel we eten willen.
De tafel is leeg,
zijn plaats verlaten
en er is zelfs geen plek
om te praten en te hopen.
Wanhoop proeven wij
en de smaak van gemis.

Ik vraag me af
wanneer ons wachten
waken wordt.
Wanneer wordt in ons wakker
wat licht en leven is?
Wanneer zal onverwacht
ons hart weer overslaan?
Pas wanneer het kruis
als een zwaard
de aarde en de nacht belaagt,
zal de dag aanbreken
om op te staan. 

Lieve Gommers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de tuin van heden
bloeit de Liefde.
Rode rozen
vallen klappend
voor Zijn Licht. 
Een vergeet-mij-nietje
ziet dat zij er zijn mag. 
Krokussen
die een bedje vormen,
kussen Zijn voeten.  
Een trotse narcis
buigt zijn kopje.
Zijn gele hartje
is een klokje.
In de vroegte
klopt Hij aan. 
Een koor van vogels
geeft gehoor. 
Hij raakt ons,
streelt ons
in de slaap.
Als Hij ontwaakt,
maakt Hij leven
in ons wakker.  

ZALIG PASEN!

Lieve Gommers

Dag 4
20 febr 21

1ste zondag
van de
40dagentijd

Dag 5
22 febr 21

Dag 6
23 febr 21

Dag 7
24 febr 21

Dag 8
25 febr 21
 

Dag 9
26 febr 21
 

Dag 10
27 febr 21
 

2de zondag
van de
40dagentijd

Dag 11
1 mrt 21
 

Dag 12
2 mrt 21
 

Dag 13
3 mrt 21
 

Dag 14
4 mrt 21
 

Dag 15
5 mrt 21
 

Dag 16
6 mrt 21
 

3de zondag
van de
40dagentijd

Dag 17
8 mrt 21
 

Dag 18
9 mrt 21
 

Dag 19
10 mrt 21
 

Dag 20
11 mrt 21
 

Dag 21
12 mrt 21
 

Dag 22
13 mrt 21
 

4de zondag
van de
40dagentijd

Dag 23
15 mrt 21
 

Dag 24
16 mrt 21
 

Dag 25
17 mrt 21
 

Dag 26
18 mrt 21
 

Dag 27
19 mrt 21
 

Dag 28
20 mrt 21
 

5de zondag
van de
40dagentijd

Dag 29
22 mrt 21
 

Dag 30
23 mrt 21
 

Dag 31
24 mrt 21
 

Dag 32
25 mrt 21
 

Dag 33
26 mrt 21
 

Dag 34
27 mrt 21
 

Palmzondag

Dag 36
29 mrt 21
 

Dag 37
30 mrt 21
 

Dag 38
31 mrt 21
 


Witte Donderdag


Goede Vrijdag


Stille Zaterdag


Pasen

 

 

 

 

 

 

 

 

Laatste aanpassing op 07/04/2021 om 16:10

Lees meer

'24 uur voor de Heer' in het vicariaat Kempen van 13 tot 14 maart: terugblik

Drie dekenaten uit de Kempen voelden zich afgelopen weekend dichter bij God en werkten daarvoor een eigen programma uit.

De Goede Week

Zalig Pasen: brief mgr. Bonny en gebedskaartjes Goede Week 2024

Pasen 2023

Zalig Pasen!

Bisdom Antwerpen wenst u van harte zalig Pasen!

HomeBisdom Antwerpen
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Instagram
  • YouTube
© Bisdom Antwerpen 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo