Pastores komen samen rond thema 'Welzijn op het werk/in de kerk'
'Hoe gaat het met jou?'
'Hoe gaat het? Alles goed?' Met deze vragen begon hulpbisschop Koen Vanhoutte zijn inleiding aan het begin van de regionale pastoresontmoetingen in het vicariaat. Deze ontmoetingen tussen alle pastores worden in elke pastorale regio (Halle, Leuven, Mechelen en Tienen) jaarlijks vier keer georganiseerd. Op één van deze vier ontmoetingen wordt de hulpbisschop en zijn vicariale raad uitgenodigd. Het is deze beleidsploeg die het thema van de dag kiest en inhoudelijk organiseert.
De twee vragen die de hulpbisschop stelde, waren niet bedoeld om beantwoord te worden. Hij stelde de vragen immers zelf in vraag. Want: 'wat antwoord je op zo'n vraag?' Hoe gaat 'het'? Klinkt nogal vaag. We antwoorden al snel dat het goed gaat, en gaan dan over tot de orde van de dag,' verklaarde de hulpbisschop zich nader. 'Vandaag gaat het over de vraag: hoe gaat het met jou? Dat is een vraag die veel meer kans geeft om er persoonlijk op te antwoorden.'
Een uitdagende context
De hulpbisschop schetste aan de hand van een aantal voorbeelden de geseculariseerde context van het kerkwerk vandaag: een kerk die minder relevant lijkt in de samenleving, het vertrouwen in de kerk dat een ferme val kent, het gebrek aan kerkelijke aanwezigheid in de media. 'Maar daartussen zien we flitsen van hoop: ik denk maar aan de catechumenen die ik enkele weken geleden mocht ontmoeten. Mensen die ervoor kiezen lid te worden van onze familie.'
'Het is in die context dat wij werken. En die context raakt ons. Het is vermoeiend. Het is lastig. Het is uitdagend. Maar het is ook boeiend, hartverwarmend, hoopvol.'
'Al die gevoelens hebben niet enkel weerslag op mijn werk als pastor, maar ook op wie ik ben als gelovige. Soms knaagt die context ook aan mijn geloof', vertrouwde hulpbisschop Koen ons toe.
(lees verder onder de foto)
De Heer werkte met hen mee
Het is ook in deze context waar de getuigen van de namiddag in werken: pastores Corina Luca, Gerben Zweers, Luc Claeys, Luc Lowel, Théogène Havugimana en Steven Barberien spraken elk over hun pastoraal werk. Vanwaar halen ze inspiratie? Hoe houden ze het vol? Wat vinden ze moeilijk of makkelijk? De pastores spraken over gevoelens van eenzaamheid, over het baas zijn over eigen agenda en het gevoel van tekort te schieten in je werk. Maar ook over het belang van gebed en het vieren van de eucharistie, vreugde vinden in kleine successen of dagdagelijkse gebeurtenissen, een goed gesprek met collega's en de meerwaarde van het werken in een team.
Nadien was er ruim tijd om elkaar te ontmoeten in kleinere gespreksgroepjes waar de opgeroepen vragen persoonlijk werden ingevuld. De leden van de regioploeg modereerden het gesprek. Deze ruimte zorgde voor rijke gedachten en uitwisselingen tussen collega's over een onderwerp dat we te vaak uit de weg gaan.
De vicariale raad benadrukte dat de zorg voor het welzijn van pastores niet stopt na er één namiddag over te spreken. Door middel van ondersteuning door de regioploegen, maar ook via het aanbod voor geestelijke begeleiding, wil het vicariaat blijvende aandacht hebben voor het thema.
De hulpbisschop sloot zijn inleiding hoopvol af: 'Ik eindig graag met een evangeliefragment dat me dierbaar is: Marcus hoofdstuk 16. Marcus zegt daar dat de leerlingen na de opstanding vol ongeloof zitten. Jezus komt in hun midden en zendt hen om het Evangelie te gaan verkondigen. De leerlingen hadden alle reden om Jezus' oproep te antwoorden met een 'sorry, dat moet je niet aan ons vragen. Hoe kom je ertoe om zo een opdracht aan ons toe te vertrouwen?' En toch noteert Marcus dat de elf eraan begonnen. Maar ze waren niet alleen, want 'De Heer werkte met hen mee ...'.'


