De genezing van de lamme - paus Leo XIV [catechese]
Cyclus – Jubileum 2025. Jezus Christus onze hoop. II Het leven van Jezus. Genezingen. 10. De genezing van de lamme. “Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist dat hij reeds lang zo lag, zei Hij tot hem: Wil je gezond worden?” (Joh 5,6)
Geliefde broeders en zusters,
Wij gaan verder met het overwegen van Jezus die geneest. Vandaag zou ik jullie in het bijzonder willen uitnodigen te denken aan die situaties waarin we ons voelen “vastzitten” en opgesloten in een gesloten kring. Soms lijkt het dat het nutteloos is nog langer te hopen. We worden ontmoedigd en we hebben de wil niet meer om te vechten. Dergelijke situatie wordt in de evangelies beschreven met het beeld van de verlamming. Daarom wil ik vandaag stilstaan bij de genezing van een lamme zoals verhaald in het vijfde hoofdstuk van het Evangelie van Sint Jan (5,1-9).
Jezus is op weg naar Jeruzalem voor een feest van de Joden. Hij gaat niet onmiddellijk naar de tempel; Hij houdt eerst halt bij een poort, waarschijnlijk daar waar de schapen werden gewassen alvorens te worden geslachtofferd. Dichtbij deze poort hielden zich ook veel zieken op die, in tegenstelling tot de schapen, uit de tempel buitengesloten werden omdat ze als onrein werden beschouwd. Het was Jezus zelf die hen tegemoet gaat in hun lijden. Deze mensen keken uit naar een mirakel dat hun lot zou veranderen. Immers, naast de poort was er een bad waarvan het water wonderdadige kracht scheen te hebben, in staat om te genezen gedurende de enkele ogenblik dat het water in beweging was. Volgens een geloof in die tijd, werd wie het eerst in het water dook ook meteen genezen.
Oorlog der armen
Zo ontstond een soort “oorlog der armen”. We kunnen ons de trieste situatie voorstellen van zieken die zich moeizaam voortslepen om in het bad te komen. Dat bad werd Betzatà genoemd wat “huis van barmhartigheid” betekent. Het zou een beeld kunnen zijn van de Kerk, waar zieken en armen samenkomen en waar de Heer komt om te genezen en hoop te bieden. Jezus richt zich speciaal tot een man die reeds achtendertig jaar verlamd is. Hij heeft zich bij zijn situatie neergelegd omdat hij er nooit in slaagt zich in het bad onder te dompelen wanneer het water in beweging is. (cfr v. 7). Het is een feit, wat ons vaak verlamt is de ontmoediging. We voelen ons ontmoedigd en lopen het gevaar in bitterheid te vervallen. Jezus stelt deze lamme een vraag die overbodig lijkt: “Wil je genezen?” (v. 6). En toch is dit een noodzakelijke vraag omdat men, na zovele jaren van blokkering, misschien de wil niet meer opbrengt om te genezen.. Soms gebeurt het dat men een zieke mens wil blijven om zo de anderen te dwingen zorg aan ons te besteden. Soms is het ook een voorwendsel om niet te besluiten wat te doen met ons leven. Jezus daarentegen brengt deze man tot zijn ware en diepste verlangen.
De man die nodig was is gekomen, waarom de genezing nog uitstellen?
Deze man antwoordt op een zeer uitgesproken wijze op de vraag van Jezus en geeft zo zijn kijk op het leven te kennen. Vooreerst zegt hij dat er niemand is die hem in het bad brengt. Het is met andere woorden niet zijn schuld maar van de anderen die zich niet om hem bekommeren.. Deze houding wordt het voorwendsel om te vermijden de eigen verantwoordelijkheid op te nemen.. Was het echt waar dat er niemand was om hem te helpen? De heilige Augustinus heeft een verlichtend antwoord: “Inderdaad, om genezen te worden had hij absoluut nood aan een man, maar een man die ook God was. (…) De man die nodig was is gekomen, waarom de genezing nog uitstellen?” (1)
Leven in eigen handen
De lamme voegt er nog aan toe dat, wanneer hij in het bad tracht te komen, er steeds iemand hem voor is. Zo vertolkt de man een fatalistische levensvisie. Men denkt dat dingen ons overkomen omdat men geen geluk heeft, omdat het lot ons tegengaat. Deze man is ontmoedigd. Hij voelt zich verslagen in de strijd van het leven. Jezus van zijn kant helpt hem te ontdekken dat hij zijn leven in eigen handen heeft. Hij nodigt hem uit op te staan, op te staan uit zijn voortdurende situatie en zijn bed op te nemen (cfr v. 8). Dat bed mag niet achtergelaten en weggeworpen worden. Het vertegenwoordigt zijn verleden als zieke, het is zijn verhaal. Tot op dat ogenblijk had het verleden hem vastgepind, hem gedwongen als een dode neer te liggen. Nu is hij het die dat bed kan meenemen waar hij wil. Hij kan van zijn verleden maken wat hij wil! Het komt aan op weg te gaan, zelf verantwoordelijkheid te nemen om te kiezen welke weg men zal gaan. En dat dankzij Jezus!
Geliefde broeders en zusters, laten we de Heer de gave vragen te verstaan waar ons leven is vastgelopen. Laten we stem geven aan ons verlangen, om te genezen. Laten we bidden voor alle mensen die zich verlamd voelen en geen uitweg zien. Bidden we om opnieuw te gaan wonen in het Hart van Christus dat het echte huis van de barmhartigheid is!
(1) Homilie 17,7.
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc