Op de bodem van de zee - Lieve Wouters [standpunt]
Vakantie betekent letterlijk ‘lege tijd’. Een tijd waarin niets moet. Even loskoppelen van de waan van de dag. Drie weken lang in ons geval. We leefden dicht op elkaar, leerden onze opgroeiende tienerzonen weer wat beter kennen en waren dankbaar voor al het goede dat ons gegund is. Naarmate onze huid donkerder kleurde, voelde ons hoofd lichter.
‘Diepe vrede’, te grote woorden voor een puber?
Onze veertienjarige, met een geïmmobiliseerd been ten gevolge van een zware knieblessure, dook met behulp van een zwemscooter en -masker naar de bodem van de zee en bleef daar beneden enkele seconden roerloos zitten. Bij het bovenkomen sprak hij de gevleugelde woorden: ‘Ik voelde diepe vrede.’
Het is zo’n uitspraak die blijft plakken. Wat mooi dat hij dit kon ervaren! Diepe vrede, het lijkt bijna een te groot begrip voor een puber, of toch niet? Op die plek waar de tijd stilstond en de wereld geruisloos langs hem heen vloeide, wist hij plotseling dat alles klopte in deze wereld, hoe gebrekkig hij ook is, net als zijn kapotte knie. Ik koester zijn argeloze uitspraak als een groot cadeau. Ik zou ze willen vasthouden nu de vakantie voorbij is en ik niet langer ontkom aan het politieke nieuws op de radio: de ene storm in een glas water na de andere scheet in een fles. En dat terwijl de uitdagingen waar we voor staan zo glashelder staan beschreven in de boeken die ik nu weer uit de reiskoffer haal. De analyses van Koert Debeuf over het Midden-Oosten en van Khalid Benhaddou over onze samenleving bezorgden me dan wel geen diepe vrede, maar wel dieper begrip, toch wat vaste grond onder de voeten.
In de trein op weg naar kantoor is het nog rustig. Niemand lijkt last te hebben van stress, echte spitsuren zijn er nog niet. Vlakbij zit een jong koppel rustig te keuvelen. Even ingedut, wordt de vrouw geschrokken wakker als de trein remt en de flesjes bier vervaarlijk over de tafel schuiven. Die had ik eerder niet opgemerkt. Zo vroeg op de ochtend? Haar vriend heeft het zijne net op tijd vast, maar zij niet. Ze zit al onder het bittere sop en staat op, wankelend. Het tafereel schokt me. Maar haar vriend dept haar jurk met een ontferming die me tegelijk ontroert. Gebrokenheid, heelheid. Hoogtepunt, dieptepunt. Ze liggen soms zo dicht bij elkaar.
Reageren? Mail naar lieve.wouters@otheo.be