The morning after.. van Bid(d)en en de storm
Er zijn zo van die dagen
wanneer het begint te dagen,
de klamme ochtendzon kwam priemen,
zo schuchter na de regenstriemen.
Ze was nog effe de storm van gisteren aan 't verteren,
het kon haar niet meer deren.
De toute façon, zij moest erdoor.
Ze vocht, haar kracht ging niet teloor.
Hoe klein en tenger ze vanmorgen scheen,
die kracht en hoop, die ging niet heen.
Dat maakten wij ook gisteren mee,
rond 18 uur, gekluisterd aan TV.
Die speech, die hoop, die kracht van Biden,
verstomde ieder, gaf ne kick,
een gloed steeg boven 't eigen ik.
Die warme woorden in die kou,
verbonden, ieder, rood en blauw.
Van groot en klein,
van arm tot rijk,
van zwart tot geel,
niets was te veel.
Maar ook de kracht, van het gebed,
als onmacht van een zwakke mens,
die vraagt om inzicht als een wens,
wanneer de wanhoop ons omhult,
in nevelslierten ingehuld.
Dan klinkt hoop en glorie als een lied,
de ochtend doet de nacht teniet.
Ineens vergeten we de storm,
en hopen wij opnieuw die norm,
die normen ons van oudsher doorgegeven,
door ouders, school ons ingegeven,
met val en opstaan, herbegin,
van meet af aan, het heeft dus zin.
Nooit leggen we ons bij onrecht neer,
wanneer de stilte gaat tekeer,
we leggen er ons niet bij neer.
Wanneer de narcis wordt een bloem,
en Pasen komt er ooit weer aan,
dan is verrijzenis zo dichtbij,
die hoop, die maakt ons immer blij.
Die hoop, die geeft opnieuw een boost,
van ogenschijnlijk vaste roest.
van vastbehoudend, en van angst
van laat maar gaan,
tot nieuw bestaan.
Ge ziet, het vredig kalvend doet soms zeer,
want achter zo'n façade telkens weer,
verschuilt de aanzet tot behoud
en menigeen krijgt het dan koud.
Maar gisteren kreeg ik nieuwe moed,
die dag, die eindigde zo goed,
met zulke warme stille gloed.
De hoop was terug, was wedergeboren,
ge ziet, het gaat ons nooit verloren.
Laken, 21 januari 2021