Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeVicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeVicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Contacteer ons
  • Onze activiteiten
    • Activiteitenkalender
    • Permanent aanbod
  • Onze mensen
    • Hulpbisschop Koen Vanhoutte
    • Vicariale raad
    • Onze collega's
  • Onze regio's en zones
  • Vorming voor jou of je lokale gemeenschap
  • Begeleiding naar of voor een pastorale zone
  • Begeleiding bij financiën en patrimonium
  • Onze pastorale zorg in instellingen
  • Jongerenpastoraal
  • Onze kanalen
    • Nieuwsbrief Aartsbisdom
    • Onze vormingsbrief
    • Onze facebookpagina
    • Kerk & Leven
    • Webshop
    • Ons vademecum
  • Werken voor de kerk

Smaakmaker over Schepping en Armoede

Alles is verbonden met alles!

Het moet anders!

We schrijven 1870. Nog nooit leek de mens zo vervreemd van zichzelf en van de natuur. De omstandigheden in de stad zijn ronduit afgrijselijk. Vanwege de bevolkingsexplosie nemen miljoenen mensen uit het platteland hun intrek in de stad. En die steden barsten uit hun voegen. Gezinnen met 11 kinderen moeten zien te overleven op een twee- of zelfs eenkamerwoning van slechts 15-25 vierkante meter. De fabrieken draaien onophoudelijk. Daar werken niet enkel mama en papa, maar ook de kinderen vanaf 6 jaar, ongeveer 15 uur per dag, voor een loon waarmee men zich de levensnoodzakelijke middelen nog net kan veroorloven.

In zwaar geïndustrialiseerde steden scheen de zon nauwelijks nog, doordat de grauwe mist, veroorzaakt door zwavel en roet, bleef hangen. De giftige smog tastte kalksteen en textiel aan. Mensen droegen donkere kleding en een zakdoek voor neus en mond. In de rivieren werd volop geloosd en de riolen waren nog niet overal toegemaakt. Dat zorgde voor ondraaglijke stank op dagen van vloed. Het lijkt wel een beschrijving van Mordor door J.R.R. Tolkien (en die associatie was door hem ook bedoeld), maar in veel 19e-eeuwse steden was dit bittere realiteit.

 

Gustave Doré, Over London by Rail, 1872
© Gustave Doré, Over London by Rail, 1872

Dat er iets moest veranderen, was voor vele mensen duidelijk. Vanuit christelijke inspiratie probeerden congregaties en lokale initiatieven de situatie voor de mensen wel wat leefbaarder te maken door het organiseren van onder meer armenzorg, onderwijs, weeshuizen en voedselhulp, maar het bleef dweilen met de kraan open. Hoeveel de caritas ook betekende voor de mensen die moesten zien te overleven, het bleef voornamelijk symptoombestrijding. Om de kraan van menselijk leed toe te krijgen, moesten de gebetonneerde structuren van ongelijkheid tenietgedaan worden. Het marxisme had reeds een antwoord klaar sinds 1848, en dat antwoord won steeds meer aan populariteit. Voor de kerk bleef het echter wachten tot 1891 toen Leo XIII een genuanceerder antwoord bood met de encycliek Rerum novarum.

De menselijke persoon centraal

Rerum novarum bleef het recht op eigendom verdedigen (in tegenstelling tot het communisme), maar benadrukte ook het belang van een waardig loon en van rustdagen. Bovendien gaf het de goedkeuring aan arbeiders om zich te verenigen in vakbonden en spoorde het de overheid aan om in te grijpen waar dat nodig was om arbeiders te beschermen tegen de monopolisten.[1] Fundamenteel was het respect voor de menselijke persoon. Dit fundament zou een blijvende rol spelen binnen de sociale traditie van de katholieke kerk. 

Gustave Courbet, Les Casseurs de pierres, 1849
© Gustave Courbet, Les Casseurs de pierres, 1849

Met Quadragesimo anno (1931) behandelde Pius XI opnieuw de sociale kwestie in een intussen al sterk veranderde wereld en introduceerde hij het beginsel van de subsidiariteit. Dat is de suggestie om lokale problemen ook lokaal op te lossen met behulp van middenveldorganisaties. Daarmee positioneert de paus de kerk opnieuw proper in het midden tussen totalitair staatsingrijpen en laisser-faire liberalisme. 

Mater et magistra (1961) adresseert de internationale rechtvaardigheid en de ongelijkheid tussen Noord en Zuid en Populorum progressio (1967) – ondersteund door de constitutie Gaudium et spes (1965) – ging verder in op internationale solidariteit, de ontwikkeling van de gehele mens en relativeerde het recht op eigendom tegenover de noden van alle mensen wereldwijd. 

Met Johannes Paulus II begon de zorg voor de schepping een rol te spelen. In Redemptor hominis (1979) waarschuwde deze al tegen ongeremde exploitatie van de aarde en deed daarbij beroep op Genesis. Hij schreef dat het de wil was van de “Schepper dat de mens met de natuur zou communiceren als een intelligente en edele 'meester' en 'beschermer', en niet als een achteloze 'exploitant' en 'vernietiger’”[2]. Benedixtus XVI ging in Caritas in veritate (2009) nog iets dieper in op de milieukwestie. In de lijn van zijn voorganger stelt hij dat de aarde een gave is van God aan de mens dat met respect moet behandeld worden, maar hij voegt toe dat de natuur ook uitdrukking is van God. “Zij spreekt tot ons over de schepper”, schrijft hij met een verwijzing naar de Romeinenbrief (1,20).[3]

Integrale ecologie

Zes jaar later werd met Franciscus’ Laudato si (2015) de zorg voor de schepping een centraal punt binnen de katholieke sociale leer. Meer nog: vertrekkend van het zonnelied presenteert hij de aarde niet langer als een levenloos ding, naar believen te gebruiken door de mens, maar als een medezuster in de schepping en als de ‘arme’ bij uitstek. Zo schrijft hij: 

“Daarom behoort de aarde zelf, belast en verwoest, tot de meest verlaten en mishandelde van onze armen; zij 'zucht en baart in weeën' (Rom. 8:22). We zijn vergeten dat wijzelf stof van de aarde zijn (cf. Gen. 2:7); ons eigen lichaam is opgebouwd uit haar elementen, we inademen haar lucht en we ontvangen leven en verkwikking van haar wateren”.[4]
Hiermee komen we onmiddellijk op een van de meest vernieuwende punten van deze inmiddels 11 jaar oude encycliek: de notie van integrale ecologie. Fundamenteel aan dit begrip is de overtuiging dat alles onderling verbonden is “en dat een authentieke zorg voor ons eigen leven en onze relaties met de natuur niet te scheiden is van broederschap, gerechtigheid en trouw ten opzichte van de ander”.[5]

 

 

[1]Zie respectievelijk Rerum novarum 4-6, 43-45, 54 en 30-37.

[2]Redemptor Hominis 15.

[3]Caritas in veritate 48.

[4]Laudato Si’ 2.

[5]Laudato Si’ 70.

boekcover van A Look-back on 10 years of Laudato Si
© boekcover van A Look-back on 10 years of Laudato Si

Waar Benedictus XVI en Johannes Paulus II nog steeds wat antropocentrisch waren in hun vertrekpunt (de mens als verantwoordelijke beschermer van de schepping, aan wie de aarde geschonken was door God), gaat het vertrekpunt van Franciscus al wat meer richting ecocentrisme. Wijzelf zijn ook schepping. We staan er niet boven als heersers, maar we worden geboren en sterven er middenin. We kunnen dan misschien wel met ons verstand en onze verbeelding uitstijgen boven onze , maar zelfs ons meest hoogdravende redeneren vertrekt noodzakelijkerwijs vanuit onze ‘schepselijkheid’, beperkt door tijd, ruimte en overlevingsdrang.

Die overlevingsdrang kan ontaarden in een nietsontziende verzamelwoede, gericht op zoveel mogelijk macht en bezit ten koste van anderen. Deze onverzadigbare gulzigheid naar meer wordt gerechtvaardigd door ideologische constructies zoals de gedachte dat rijkdom en armoede louter het gevolg zijn van verdienste, of dat de onzichtbare hand van de vrije markt problemen als armoede en klimaatverandering vanzelf zal oplossen. Bovendien worden deze denkbeelden actief in stand gehouden door degenen die over voldoende middelen beschikken om de structuren erachter te bestendigen. Paus Leo XIV rekent daar gelukkig onverbiddelijk mee af in Dilexi te (2025).[6] En hoewel Leo zich in deze exhortatie beperkt tot menselijke armoede, lijkt mij de promulgatiedatum op 4 oktober (naamfeest van Sint-Franciscus) geen toeval.

Armoede en het klimaat zijn geen geïsoleerde problemen, maar maken deel uit van een bredere problematiek van machtsuitbreiding. Het klimaatvraagstuk is geen kwestie van mens tegenover de natuur, maar van ongelijkheid tussen wie macht heeft en wie niet (of dit nu gaat om mens, dier, plant of anorganische natuur). Het zijn vooral kwetsbare landen, mensen en andere schepsels die de ergste gevolgen van de klimaatverstoring voelen. Voor een voorbeeld dicht bij huis hoeven we maar te kijken naar de hittegolf van afgelopen juni, die een pak pijnlijker was voor wie in een slecht geïsoleerde woontoren vast zit, dan voor wie zich airconditioning en een zwembad kan permitteren. En dat terwijl de oorzaak van dit probleem vooral is te situeren waar macht en rijkdom geconcentreerd zijn.

Anno 2026 lijken we nog niet minder vervreemd van onszelf en de natuur. De omstandigheden zijn dan wel anders dan in 1870, maar ook nu worden mens, dier en aarde onderworpen aan de logica van winst, productie en macht, waar slechts een minderheid echt van profiteert. Wereldwijd leven er te veel mensen, in armoede. En wie het iets beter heeft ziet zichzelf gereduceerd tot consument en zo ook medeplichtig aan het structureel onrecht tegenover mensen en andere schepsels. Toch lijkt het erop dat ook hier de problemen onze welvaart inmiddels weer inhalen. De fabrieken, met al hun ellende, zijn misschien wel verscheept naar verre oorden zodat we ze niet moeten onder ogen zien, maar vroeg of laat komt die ellende toch weer aankloppen aan onze deur; en dat proces is inmiddels bezig. Alles is verbonden met alles. Gelukkig maar.

 

[6]Dilexi te 8-15.

(afbeelding: ‘Het trauma van Pepinster’ uit De Morgen, https://dossiers.demorgen.be/longreads/4809/)
© (afbeelding: ‘Het trauma van Pepinster’ uit De Morgen, https://dossiers.demorgen.be/longreads/4809/)
HomeVicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
  • Vormingsbrief
Sociale kanalen
  • Facebook
  • YouTube
© Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo