Om door te lezen
Adventsconferentie 2019
Fragiele mensen in de geestelijke gezondheidszorg - Dr. Marc Eeneman
Hoekstenen bij het werk
De adembenemende stilte tijdens de adventsconferentie in december 2019 was hoorbaar. Gastspreker dr. Marc Eneman, verbonden aan het psychiatrisch ziekenhuis van de Broeders van Liefde, Sint -Kamillus in Bierbeek, bracht een indringend getuigenis van zijn werk met kwetsbare en gekwetste mensen. Hij reikte ankerpunten aan om deze mensen op een authentieke manier nabij te zijn. De universele waarden die hij hierbij vooropstelde kregen, vanuit de verwijzing naar het evangelie, een diepere betekenis. Graag neem ik jullie mee in zijn beklijvend verhaal.
Fragiele mensen hebben vele namen.
Fragiele mensen worden soms beschouwd als 'losers', uitbehandelden, therapieresistente mensen, soms zelfs 'overbodige mensen'. Vaak hebben ze een dubbele diagnose (bijv. psychose en druggebruik) en krijgen op die manier een dubbel stigma. Ze zijn kwetsbaar en arm in vele opzichten. Naast de materiële armoede - meestal hebben ze een vervangingsinkomen- zijn sommigen ook mentaal beperkt en daardoor vatbaar voor allerlei vormen van misbruik. Anderen zijn 'erfelijk' arm of arm als gevolg van een hersenletsel. Ze hebben ook vaak een kwetsbare lichamelijke gezondheid. Mensen met een ernstige psychiatrische aandoening leven 20 à 30 jaar minder lang, voornamelijk door cardiovasculaire aandoeningen.
Fragiele mensen geraken soms moeizaam of zelfs helemaal niet binnen in de hulpverlening vanwege de complexe problematiek en moeilijke behandeling.
Ze zijn als het ware te ziek voor het ziekenhuis! Een dubbele vraag dringt zich dan op. In hoeverre is de hulpverlening bezig met mensen die niet gegeerd zijn, niet door de maatschappij, maar misschien ook niet door de hulpverleners zelf.
In hoeverre is het evangelie de leidraad om de mensen die het meest in nood verkeren op te vangen, in de lijn van wat kanunnik Triest, stichter van de Broeders van Liefde, beoogde.
Fragiele mensen hebben meestal geen 'gewoon' parcours achter de rug, een 'gewone' jeugd met 'gewone' ouders. Ze hebben weinig om fier op te zijn, geen diploma en job, geen relatie, geen gezin, geen woning. Bovendien brengen ze soms hun dagen in leegte door en kennen ze niet de luxe van 'het druk hebben'. Familiebanden zijn vaak verbroken, een sociaal netwerk ontbreekt. Ze zijn vaak 'alleen op de wereld'.
Authentieke presentie
De vraag rijst dan hoe we mensen die in zo'n moeilijke situaties terecht zijn gekomen, oprecht nabij kunnen zijn.
Present zijn als psychiater heeft uiteraard te maken met een goede, hedendaagse, professionaliteit. Om psychiatrische aandoeningen en hun nefaste gevolgen adequaat te bestrijden is een zo groot mogelijke vakbekwaamheid nodig. Maar naast een eventueel medisch-technisch handelen is voor een persoonsgerichte psychiatrie het aangaan van een diepere relatie met de patiënt cruciaal.
Zes universele waarden zijn voor dr. Marc Eneman de ankerpunten voor een authentiek aanwezig zijn bij de fragiele mens. Waarden die hij tijdens zijn loopbaan beleefd heeft met heel wat collega's en met de leden van het multidisciplinair team waarvan hij als psychiater deel uit maakte.
Het gaat om menselijke waarden die we met alle mensen kunnen delen, gelovig of niet. Ze zijn bovendien toepasbaar in heel wat werksituaties en ook in het leven van elke dag. Vanuit het evangelie krijgen ze een diepere betekenis.
Hoekstenen in het omgaan met mensen
- Elke mens heeft een diepere waardigheid ook als hij er zich niet of nauwelijks van bewust is. Mensen die zware strafbare feiten roepen afkeer op. Wat ze gedaan hebben is niet goed te keuren en het is belangrijk om hen te leren leven in een maatschappij waar grenzen gerespecteerd worden. Maar wat er ook gebeurd is, de mens achter de feiten behoudt zijn waardigheid als mens.
Deze fundamentele waardigheid van elke mens heeft voor een christen te maken met de overtuiging dat elke mens een kind van God is, geschapen naar zijn beeld. Met zijn woorden 'jullie zijn zonen en dochters van God' gaf Cardijn diepe waardigheid terug aan jonge arbeiders en arbeidsters die minder waard werden geacht.
Ook psychiatrische patiënten lijden dikwijls onder een erg beperkt zelfwaardegevoel. Maar wat er zich ook heeft afgespeeld in zijn/haar leven, elke mens is fundamenteel gewild en bemind door God. Daar ligt onze diepe waardigheid. - Mensen zijn evenwaardig. Asymmetrische verhoudingen tussen mensen, zoals de verhouding hulpverlener-hulpvrager doen niets af van de fundamentele evenwaardigheid van elke mens, een begrip dat al klinkt sinds de Franse revolutie.
We moeten trouwens voor ogen houden dat we op een dag misschien wel zelf hulpvrager zijn en zo aan de andere kant van de asymmetrie staan.
Voor christenen gaat die evenwaardigheid terug op het feit dat we kinderen zijn van dezelfde Vader. De meest verwarde, gehavende, brutale mens is mijn broer. We zijn allemaal door God, Vader van ons allen, op dezelfde manier bemind. - De menselijke waarde van de liberté van de Franse revolutie beklemtoont de vrijheid van elke mens. Geen absolute vrijheid, maar toch voldoende vrijheid om keuzes te maken. Bij beslissingsbekwame mensen is het belangrijk om hun keuzes te respecteren, ook als we er bedenkingen bij hebben.
Deze waarde van fundamentele vrijheid krijgt voor christenen een bijzondere betekenis. We zijn als vrije mensen geschapen, niet geprogrammeerd of geconditioneerd om dingen te doen. We hebben uiteindelijk altijd de vrijheid om keuzes te maken, zelfs verkeerde of slechte keuzes. - Vrijheid kun je niet los koppelen van verbondenheid, broederlijkheid of fraternité van de Franse revolutie. Met respect voor elkaars vrijheid is het belangrijk om mensen nabij te zijn als broer, als gezel, als compagnon. Mensen in bescheidenheid proberen te steunen, in waarachtigheid zeggen wat we te zeggen hebben. De 'kleine goedheid' proberen te realiseren en weet hebben van de wederzijdsheid van de 'pijl van het geven'. Patiënten kunnen de hulpverlener wakker schudden, vormen en doen groeien.
Aan christenen wordt gevraagd om ' hoeder van hun broeder 'te zijn. De zieke, moeilijke, lastige of zelfs onverdraaglijke mens is je broer. De kleine goedheid voor deze broer hebben we gedaan voor de grote Goedheid, de Bron van alle goedheid. - Leven is streven naar zin en betekenis. Dit hebben we vooral geleerd van de Weense psychiater Viktor Frankl die ongeveer twee jaar in drie concentratiekampen verbleef.
Als zin en betekenis uit ons leven verdwijnen wordt verder leven heel kwetsbaar.
Alles wat in de hulpverlening gedaan wordt moet hiervan doordrongen worden: de mens streeft naar betekenis en waardigheid in zijn bestaan. Wat voor hem die zin en betekenis van het leven uitmaakt is niet het voorwerp van de psychiatrie.
Christenen geloven dat zin en betekenis met Liefde te maken hebben. Liefde is de kern, de essentie van ons bestaan. Liefde is onze oorsprong en bestemming. Vanuit het verhaal van de Verloren Zoon weten we dat de Liefde ons opwacht. - Een laatste hoeksteen is het voeden en bewaren van de hoop. Hoop is een basale behoefte, zoals eten en drinken. Mensen zoeken hulp omdat ze hopen op beter. Hulpverleners zijn dragers van hoop. Het is belangrijk om met mensen opnieuw hoop te zien of voor hen de hoop te bewaren. Hoop is, met de woorden van Vaclav Havel 'ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft. Hoop is niet hetzelfde als optimisme, evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Het is wel de zekerheid dat iets zinvol is, ongeacht de afloop of het resultaat'. Iedere serieuze inzet is hoop in uitvoering.
Christenen zijn in zekere zin 'gevangenen van de hoop, aldus bisschop Desmond Tutu. Er is onnoemlijk veel lijden dat ons machteloos maakt. Goede Vrijdag is een realiteit. De schreeuw op het kruis is de schreeuw van zoveel mensen. Maar Goede Vrijdag staat niet los van Pasen. Het geloof in het lege graf behoort tot de kern van ons geloof. Sinds Pasen is niets nog definitief hopeloos! Vanuit ons geloof in Pasen kunnen we de hoop bewaren, ook in hachelijke situaties, ook plaatsvervangend voor anderen.
Deze zes hoekstenen zijn voor dr. Eneman essentieel om mensen te zien staan en om respectvol, eerlijk en bescheiden met hen te zoeken hoe ze verder kunnen in het realiseren van hun levensproject. Ze zijn bovendien van kapitaal belang om niet in routine te vervallen.
Christenen die opgeroepen worden om gist in het deeg en zout voor de aarde te zijn, kunnen deze essentiële waarden toepassen in allerlei relaties en levensprojecten. In de mensen die in de ogen van de maatschappij gering zijn, komt Jezus heel dicht bij!
Bedankt, dr. Eneman, voor uw authentiek en hoopvol getuigenis. De aangereikte ankerpunten om mensen écht nabij te zijn, zijn inspirerend en blijven nazinderen.
De gelovige duiding van het geheel is een meerwaarde voor al wie geraakt is door de blijde en hoopvolle boodschap van het evangelie!
Gebedsmoment
Het gebedsmoment op het einde van de avond sloot naadloos aan bij de lezing van dr. Eneman.
De profeet Jesaja bracht de hoopvolle boodschap dat God de kleine vlam bewaakt en het geknakte riet niet breekt. Het kleine meisje hoop in de tekst van Charles Péguy bevestigde de overtuiging dat hoop essentieel is voor ons omgaan met mens en wereld. Zelfs God is er onderste boven van als Hij ziet hoe mensen, ondanks alle negativiteit en wanhoop in de wereld, de hoop blijven koesteren.
Het verhaal ' Het kruikje met de barst' toonde de zoektocht van elke mens naar waardering, zin en betekenis in het leven. Hulpverleners kunnen zaadjes van bemoediging en bevestiging uitstrooien zodat de mens met een barst of barstje kan openbloeien en zijn eigen levensproject ontdekken.
Zijn we tenslotte niet allemaal mensen met een barst(je) die hunkeren naar liefde en nabijheid? Laten we dan in 2020 met alle mensen van goede wil het kleine meisje hoop voeden en sterk maken. Laten we hier en nu, als geliefde kinderen van God die we Vader mogen noemen, meewerken aan Zijn droom van een wereld waar alle barstjes ooit geheeld zijn en we met alles en iedereen in harmonie samenleven.
Mia Lamaire
Gebedsmoment
Liederen
VOOR DE BLOEMEN OP DE VELDEN - Muziek: Uit ‘De Parelvissers’ van Georges Bizet
Voor de bloemen op de velden, voor de vogels, voor al uw werken,
die uw grote Naam vermelden, zingen w’ een jub’lend loflied, trouwe God.
Grote Schepper, Heer der Heren, U komt toe de lof, de dank en eer
Voor de storm en voor de stilte, voor de zon en ook voor de regen,
voor het licht en voor het donker, mogen wij danken in een juichend koor.
Grote Schepper, Heer der Heren, U komt toe de lof, de dank en eer
Voor de liefde en genade, voor uw trouw, ja voor al uw daden,
Voor uw komst naar deze aarde prijzen en loven wij uw Naam ter eer.
Halleluja, halleluja, Dank U Vader, Zoon en heil’ge Geest
IS ER EEN PLAATS
Is er nog plaats aan onze tafels, plaats voor een arme vreemdeling?
Zal Jezus vinden als Hij komt, warmte en brood, een vriendenkring?
Refrein:
Laat toch de aarde niet verloren, laat toch niet doven ’t vuur van vree.
Maar reik je handen naar het leven. Handen van vriendschap, hoop en vree.
Is er nog plaats in onze harten voor mensen eenzaam, klein en stil?
Zal Jezus vinden als Hij komt een open hart dat luist’ren wil?
Is er nog plaats in onze kerken voor al wie dolen zonder land?
Zal Jezus vinden als Hij komt goedheid en troost, een vriendenband?
Al wie dolend in het donker
Al wie dolend in het donker,
in de holte van de nacht
en verlangend naar een wonder,
op de nieuwe morgen wacht:
Vrijheid wordt aan u verkondigd
door een koning zonder macht
Tot de groten zal Hij spreken
even weerloos als een lam
het geknakte riet niet breken
Hij bewaakt de kleine vlam:
hoort en ziet het levend teken
van een God die tot ons kwam.
Aansteken adventskaarsen
Elk jaar kijken christenen hoopvol uit naar de komst van Jezus, Licht en hoop op een nieuwe wereld. Hij is het in wie de woorden van Jesaja vervuld zijn: 'Het geknakte riet zal hij niet breken, de kleine vlam zal hij niet doven'. Hij is het die ons telkens opnieuw oproept om die woorden ter harte te nemen. Laten we ons in dit bezinnend samen zijn open stellen voor Gods aanwezigheid. Hij die is Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.
We willen vanavond de drie adventskaarsen aansteken. Het licht komt dichterbij voor wie in het donker doolt.
Het verlangen naar de nieuwe morgen groeit. De geboorte van nieuw leven komt dichterbij.
Laten we dan samen bidden opdat in ons hart en in ons leven de hoop stand houdt, soms tegen beter weten in.
God van Leven en Licht, versterk in ons het verlangen naar uw voelbare aanwezigheid in ons leven, in onze gemeenschap.
Stort over ons uw Geest van hoop uit, die ons doet geloven dat de boodschap van Kerstmis telkens opnieuw geboren wordt in de zorg van mensen voor elkaar. Amen.
Het kruikje met de barst
Er was eens een waterdrager die elke ochtend water ging halen in twee aarden kruiken. Beneden in het dal vulde hij beide kruiken met water en droeg zijn zware last dan naar boven.
De rechtse kan had een barstje aan de zijkant. Hierdoor verloor hij water. De kan vond het vreselijk en kon zich niet bij zijn handicap neerleggen.
Na jaren van angst dat hij misschien wel weggegooid zou worden, vertelde hij zijn gebrek aan de waterdrager.
"Jij weet en ik weet het ook dat je aan mij veel minder hebt dan aan de gave linkerkruik. Die andere is altijd vol als u boven komt. Ik verlies altijd water, ik heb een barst aan mijn zijkant.."
De waterdrager glimlachte: "Als we straks de heuvel oplopen, moet je eens goed langs de kant van de weg kijken!"
Bovengekomen vroeg de waterdrager aan de rechterkruik: "Heb je het gezien?"
"Ik heb alleen mooie bloemen aan de kant van de weg gezien. Bloemen vind ik wel mooi, maar mijn gescheurde kant niet..."
De waterdrager schudde zijn hoofd. "Je begrijpt het niet. Al die jaren wist ik natuurlijk van dat barstje in jouw zijkant. Ik heb er gebruik van gemaakt. Ik heb steeds zaadjes gezaaid aan die kant van de weg. Als jij langs kwam, gaf je ze water zonder het te weten. Zo komt het dat hier van die prachtige bloemen staan."
De kruik was er stil van. Langzaam drong het tot hem door en beetje voor beetje liet hij trots en vreugde in zich opstijgen. Nu pas besefte hij dat hij al die tijd van belang was geweest mét de barst aan de zijkant.
Het kleine meisje hoop
Het geloof waar ik het meest van hou, zegt God, is de hoop.
Geloof, dat verwondert met niet. Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig, in de zon en de maan en de sterren aan de hemel, in ’t gewemel van de vissen in de rivieren, en in alle dieren. In het hart van de mens dat het diepste is, en het meest in het kind dat het liefste is.
In alles wat boven en onder is ben ik zo luisterrijk aanwezig, dat geloven, zegt God, in mijn ogen geen wonder is.
Ook liefde verwondert me niet, zegt God. Er is onder de mensen zoveel verdriet, soms niet te stelpen, dat je toch vanzelf ziet hoe ze elkaar moeten helpen. Ze zouden wel harten van steen moeten hebben als ze voor iemand die tekort heeft het brood niet uit hun mond zouden sparen. Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet
Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop. Daar ben ik van ondersteboven. Ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaaten ze geloven dat het morgen helemaal omslaat. Wat een wonder is er niet voor nodig dat zij dat kleine hoopje hoop nooit als overbodig ervaren, maar met voorzichtige gebaren in hun hand en in hun hart bewaren, een vlammetje dat keer op keer weer wankelt en dreigt op te staan, en nooit wil doven.
Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven. Geloof en liefde zijn als vrouwen. Hoop is een heel klein meisje van niks. Zij stapt op tussen de twee vrouwen en iedereen denkt: die vrouwen houden haar bij de hand, die wijzen de weg. Maar daarvan heb ik meer verstand, zegt God; ik zeg:
het is het kleine meisje hoop dat al wat tussen mensen leeft hun heen en weer geloop licht en richting geeft. Want het is dat kleine meisje hoop
- je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven, je denkt soms dat het zo onooglijk is - het is dat kleine meisje hoop dat de mensen zien laat, zien soms even,
wat in het leven mogelijk is.
Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou, de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop. Geloof, dat verwondert me niet. Liefde, dat is geen wonder. Maar de hoop, dat is haast niet te geloven. Ikzelf, zegt God, ik ben er van onderste boven.
(Frans Van Bladel, naar Charles Péguy)
Het kleine meisje hoop, onmisbare schakel in ons geloof dat toekomst mogelijk is. Toekomst voor onze planeet en zijn bewoners. Toekomst voor het geknakte riet. Mensen die geen kansen krijgen en er niet of niet meer bij horen. Mensen op de vlucht. Mensen die worstelen met eenzaamheid, ziekte of een groot verdriet. Mensen met een barst of barstje. Ondanks de vele negatieve maatschappelijke tekenen van polarisering en radicalisering, van onverdraagzaamheid of onverschilligheid, blijven geloven dat het anders kan. Het kleine meisje hoop dat telkens opnieuw zegt: 'En toch'. Twee onmisbare woorden die mensen in beweging brengen om zich te blijven inzetten voor wie klein en kwetsbaar is.
Laten we op weg naar Kerstmis het kleine meisje hoop voeden en sterk maken zodat de kleine vlam een groot licht wordt.
Het gebedsmoment sloot naadloos aan bij de lezing van dr. Eneman. De profeet Jesaja bracht de hoopvolle boodschap dat God de kleine vlam bewaakt en het geknakte riet niet breekt. Het kleine meisje 'hoop' in de tekst van Charles Péguy bevestigde de overtuiging dat hoop essentieel is voor ons omgaan met mens en wereld. Zelfs God is er onderste boven van als Hij ziet hoe mensen, ondanks alle negativiteit en wanhoop in de wereld, de hoop blijven koesteren.
Het verhaal 'Het kruikje met de barst' toonde de zoektocht van elke mens naar waardering, zin en betekenis in het leven. Hulpverleners kunnen zaadjes van bemoediging en bevestiging uitstrooien zodat de mens met een barst of barstje kan openbloeien en zijn eigen levensproject ontdekken.
Zijn we tenslotte niet allemaal mensen met een barst(je) die hunkeren naar liefde en nabijheid? Laten we dan in 2020 met alle mensen van goede wil het kleine meisje hoop voeden en sterk maken. Laten we hier en nu, als geliefde kinderen van God die we Vader mogen noemen, meewerken aan Zijn droom van een wereld waar alle barstjes ooit geheeld zijn en we met alles en iedereen in harmonie samenleven.
Met dank aan
Mia Lamaire voor de opbouw van dit gebedsmoment.
Het Sint Hilariuskoor onder leiding van Herman Van Steenbergen
De lectoren Daniël Vandenhoeck en Mia Lamaire.