Gebed bij de aanvang van de vastentijd
Lentefris |
Mijn binnenkamer, soms donker en kil,
ziet uit naar Uw licht.
Mijn hart, soms leeg en onbewoond,
verlangt naar Uw aanwezigheid.
Geef me de moed om de stilte in te gaan,
mijn handen te vouwen,
tijd te verliezen in gebed.
| Mijn huis, soms rijkelijk opgevuld, smacht naar eenvoud. Mijn zucht naar steeds meer heeft nood aan afremming. Geef me de moed om sober te leven, mijn rijkdom te vinden in U, blij om kleine goedheid rondom mij. |
Mijn ikje, soms fel opgeblazen,
zoekt open te staan voor anderen.
Mijn ogen, blindgestaard op mezelf,
hopen anderen te zien staan.
Geef me de moed om te delen,
om solidair in het leven te staan,
zoals U ons hebt voorgedaan.
| Mijn zonde, mijn leven ver van U, hunkert naar vergeving. Mijn oude mens, zo ik-gericht, wil sterven. Tooi mij met de nieuwe Mens, Uw Zoon, mijn Broeder, maak ons lentefris. |