Hulpbisschop Vanhoutte besluit virtuele diocesane bedevaart
De bedevaart werd gestructureerd met gebedstijden: een morgengebed, eucharistie, rozenkrans aan de grot, vespers en rozenkrans bij kaarslicht. Bovendien was er elke namiddag een religieuze activiteit. Vorig jaar zette de organisatie elke dag een heilige met een grote devotie voor Maria in de kijker. Dit jaar kozen ze ervoor elke dag een mariaal bedevaartsoord in de schijnwerpers te zetten: Banneux/Scherpenheuvel, Pontmain, Fatima, Guadeloupe, Kibeho ... Allen kwamen ze aan bod. De toegang tot de virtuele bedevaart gebeurt via www.lourdesmb.be. Dat is nog een aantal weken mogelijk en een absolute aanrader.
Van maandag 16 augustus tot zaterdag 21 augustus werd er virtueel gepelgrimeerd. Hulpbisschop Koen Vanhoutte ging de laatste dag voor in een eucharistieviering aan de grot van Jette. Onder de foto vind je zijn homilie van die dag.
Benoît Goubau, directeur van de diocesane bedevaart.
Maria, onbevlekt ontvangen
Centraal in het Weesgegroet staat niet Maria maar Jezus, haar Kind. Zijn naam, God-die-redt, vormt de brug tussen het eerste en tweede deel van het Weesgegroet. We kunnen pas gelovig zinvol over moeder Maria spreken als we eerst sterk vertrouwd zijn geraakt met haar Zoon.
Jezus’ leven kunnen we samenvatten als één groot ‘ja’ aan het adres van God. Het begint als Hij als Zoon Gods in de wereld komt. Hij zegt dan: “Hier ben Ik. Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen” (Hebr. 10,7). Als twaalfjarige laat Hij horen thuis te willen zijn bij de Vader. Onvermoeibaar onderweg verduidelijkt Hij steeds weer dat Hij de wil doet van Hem die Hem gezonden heeft. Jezus leeft consequent en trouw zoals de Vader het verlangt. Zelfs als de confrontatie met lijden en dood dichter komt, slaat Hij niet op de vlucht. Hij is bereid om – als het moet – zijn leven te geven in gehoorzaamheid aan de Vader. In de hof van Olijven bidt Hij tot de Vader: “…niet wat Ik wil, maar wat U wilt” (Mc. 14,36). Op het kruis schreeuwt Hij zijn ervaring van godverlatenheid uit. Maar uiteindelijk bidt Hij met de psalmist: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest” (Lc. 23,46). Niets of niemand is erin geslaagd Jezus te brengen tot een ‘neen’ aan zijn Vader. Daarom belijden we dat Hij in alles aan ons gelijk is geworden, behalve in de zonde. Zonde is immers het vrije en bewuste ‘neen’ tegen God. Jezus’ blijvend ‘ja’ aan de Vader werd beantwoord op de ochtend van Pasen. God heeft Jezus bevestigd en uit de dood geroepen om te delen in zijn heerlijkheid. Het laatste woord is het krachtig ‘ja’ van de Vader. Hij roept zijn mensgeworden Zoon om voorgoed in zijn nabijheid te leven.
Wie de Zoon kent, leert ook zijn moeder beter kennen.
De engel groet haar als een begenadigde vrouw. Maria ontvangt van God de gave te mogen delen in het krachtig ‘ja’ van haar Kind. We horen het haar zo graag zeggen aan het einde van haar ontmoeting met de engel: “Ik ben de dienares van de Heer. Laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt” (Lc. 1,38). Ze zegt: ‘ja, hier ben ik, God, om uw wil te volbrengen’. Ook al bleven er veel vragen hangen, haar ‘fiat’, haar vrije instemming maakt grote indruk. Het was een godsgeschenk zo één te mogen zijn met haar Zoon in het ‘ja’ aan de Vader.
In haar overwegingen over Jezus’ moeder heeft de Kerk geleidelijk aan ontdekt dat Maria’s begenadiging teruggaat tot het prille begin van haar leven in de schoot van haar moeder. Het ‘neen’ aan God heeft in haar bestaan geen kans of plaats gekregen. De zonde en de gevolgen ervan hebben haar niet getekend. Ze werd onbevlekt ontvangen. Ze werd begenadigd met een zuiver hart om als haar Zoon steeds gehoor te geven aan wat God van haar verlangde.
Haar leven werd één groot ‘ja ‘ aan de Vader. Ze bleef haar Kind trouw tot onder het kruis. Ze stond er, ‘stabat mater’. Ze deelde in Jezus’ ultieme overgave aan de Vader. In de Bovenzaal wachtte ze biddend op de beloofde Geest.
In haar bezinning over het einde van Maria’s aardse leven, laat de Kerk horen hoe Maria de kracht van Jezus’ opstanding mocht ervaren. De Vader heeft haar ‘ja’ beantwoord met een volheid van leven bij haar verheerlijkte Zoon. Vorige zondag vierden we dit mooie hoogfeest van Maria’s Tenhemelopneming.
Zo de Zoon, zo de Moeder, kunnen we zeggen. Maar is die familie niet ruimer? Heel zeker, ook wij mogen erbij horen. Bij ons doopsel werden we Gods aangenomen kinderen, broers en zussen van de Heer Jezus. Vanaf ons doopsel oefenen we ons in het ‘neen’ zeggen aan het adres van kwaad en zonde die ons van God vervreemden, om met een steeds krachtiger ‘ja’ in te stemmen met wat God van ons verlangt. We hebben daarin een hele weg af te leggen, met vallen en opstaan. De navolging van Jezus kost ons strijd en moeite. Maar onderweg in zijn voetspoor mogen we vertrouwen op de kracht van z’n Geest en op de voorspraak van zijn en onze Moeder. We hopen dat ons leven steeds meer antwoord wordt op wat de Vader ons toezegt. En aan het einde van onze levensweg mogen we vertrouwen dat God ook ons zal wegroepen uit de dood en zal bevestigen in zijn liefde voor altijd. We hoorden het de Apostel zeggen: “In Christus heeft God ons uitgekozen, al voor de grondlegging van de wereld om heilig en vlekkeloos voor Hem te staan in liefde” (Ef. 1,4).
Mocht het voorbeeld en de voorspraak van Maria ons allen helpen om in Christus heilig en vlekkeloos te leven in liefde. God geve het ons.
+ Koen Vanhoutte