Pastoor Jan Vander Velpen sleept koningstitel in de wacht
Koning worden, hoe doe je zoiets? Een vraag die je best stelt aan pastoor Jan Vander Velpen, want hij mag zich de komende drie jaar koning van de Sint-Sebastiaansgilde in Waanrode noemen. En wat blijkt? Een scherpschuttersoog vergroot je kansen tot het koningschap aanzienlijk. Maar een gezonde portie geluk is onontbeerlijk.
Vlaanderen heeft vele schuttersgilden met een eeuwenoude geschiedenis. Een veelvoorkomende naam voor deze gilden is die van Sint-Sebastiaan, niet voor niets de patroonheilige van de boogschutters. De Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde uit Waanrode is een historische vereniging die reeds 458 jaar bestaat en als oudste nog bestaande erfgoedvereniging in de gemeente, zowel op provinciaal, nationaal en zelfs op Europees vlak bekendheid heeft verworven.
Al eeuwenlang is een vaste activiteit van elke schutterij het koningsvogelschieten. Hierbij wordt op een houten vogel geschoten, die boven op een paal bevestigd is. Degene die het laatste restje hout wegschiet is een jaar lang koning der schutterij. Veel schuttersgilden zijn nauw verbonden aan een kerk of plaatselijke geloofsgemeenschap.
'Dat klopt,' vertelt pastoor Jan Vander Velpen, proost van de gilde. 'Onze vereniging bezit heel wat erfgoed, zoals een zilveren borstplaat. Deze plaat, samen met een medaillon van 1665, zijn de oudste zilveren platen aan de breuk van de gilde, een pronkstuk van onschatbare waarde.'
Ook het 17de-eeuws houten beeld van Sint-Sebastianus en een vlag van 1895, die zich vooraan in de kerk bevinden, maken deel uit van het patrimonium van de gilde.
Tot op vandaag is de hoofdman van de Gilde nog steeds iemand van de grafelijke familie d’Arschot-Schoonhoven. 'Vandaag is dat Graaf Guillaume d’Arschot,' gaat Jan verder. 'Hij tracht samen met de vereniging de aloude tradities in ere te houden. Zo is er statutair voorzien dat de gildebroeders elke drie jaar op 15 augustus kampen voor de titel van Gildekoning. De schieting gebeurt op een voor de gelegenheid opgestelde staande wip voor het grafelijk kasteel. De gildebroeder die de oppergaai neerhaalt, wordt dan getooid met de “Koningsbreuk”. Gedurende drie jaar draagt hij dit kostbaar juweel telkens als de Gilde deelneemt aan plechtigheden in binnen – en buitenland.'
Van troost- naar hoofdprijs
Jan: 'De dag van de koningsschieting begint steeds met een openluchtmisviering op de pui van het grafelijke kasteel. Tijdens deze druk bijgewoonde viering is de collecte steeds bestemd voor een goed doel: dit jaar opnieuw het missiewerk van zuster Jeanne Devos. Na het middageten start de koningsschieting met pijl en gewone boog door de gildebroeders.'
Ook de hoofdman en de proost doen mee. De volgorde wordt bepaald door de anciënniteit van het lidmaatschap. Er zijn drie ‘vogels’ bevestigd op de wip van 18 meter hoogte: de middelste is voor de koningstitel, links ervan is voor de titel van prins en rechts is de troostprijs. In het verleden lukten het de schutters steeds om de drie prijzen binnen een tijdsbestek van een paar uren neer te halen. Dit was dit jaar echter niet het geval. Daardoor werd deze schieting reeds historisch. Na 75 ronden werd omstreeks 19u30 besloten om de schieting stop te zetten en verder te doen op dinsdagnamiddag 16 augustus. Nooit was dit eerder gebeurd.
'Wel was het de zoon van de hoofdman, graaf Jean d’Arschot gelukt om zich tot prins te kronen en had ik het geluk om de troostprijs neer te halen,' zegt Jan met enige fierheid. 'Tot mijn eigen grote verbazing, aangezien ik slechts om de drie jaar pijl en boog in de hand neem, terwijl de andere schutters regelmatig elders deelnemen aan wedstrijden.'
Een historisch moment, want daardoor werd ik de eerste proost in de geschiedenis van de gilde die het lukte een prijs neer te halen.
Op dinsdagnamiddag 16 augustus werd verder gestreden om de hoogste titel. Maar opnieuw was na 75 schietbeurten de koning niet bekend. Er werd besloten om alweer om 19.30 uur de schietingen stop te zetten en over te gaan tot de toekenning van de koningstitel bij lottrekking. En net zoals de apostel Matthias destijds werd aangeduid via het lot, viel de koningstitel via het lot in de schoot van de proost.
'Opnieuw historisch!' lacht Jan: 'Het is de eerste keer in de geschiedenis van onze gilde dat de proost de koningstitel in de wacht sleept en waarschijnlijk ook in het Vlaamse gildewezen een unicum. Maar ik heb er dus weinig verdienste aan.'
Jans parochianen hoeven niet te vrezen dat zijn nieuwe titel als koning veel tijd van hem zal vragen: 'Inmiddels zijn er de nodige afspraken gemaakt binnen de gilde om mij als koning op allerlei plechtigheden in binnen- en buitenland te vervangen. Hij stelt zijn geloofsgemeenschappen graag gerust:
Ik blijf op de eerste plaats als pastor beschikbaar voor de parochies van de pastorale zones Kana-Kortenaken en H.-Hart Bekkevoort.