Spiritualiteit van de caritas: nabeschouwing van het abdijweekend
Herman Bequé en Chris Evenepoel:
Als we terug kijken op het Caritas weekend dan is het met een gevoel van dankbaarheid om de kans die we kregen dit mee te maken.
Het team zette ons op een rustige en zinvolle manier op weg. Wat ons het meeste bijblijft van de uiteenzettingen was: durf de mensen te vragen hoe het met hun gaat. Durf naar hun gevoelens te vragen in plaats van het te houden bij oppervlakkige babbels over koetjes en kalfjes. We zijn er van overtuigd dat dit niet altijd kan, maar het is een uitdaging om het echt te proberen. Het was fijn om met een groep van totaal onbekende mensen het weekend te beleven. Voor ons was het deugddoend om mee te leven met de abdijgemeenschap. 's Morgens de psalmen zingen en ook de misviering was een extra kans tot bezinning in deze mooie abdij.
De mooie omgeving, de goede verzorging, de vriendschap... het deed allemaal deugd. Het Caritas weekend is voor ons meer dan een mooie herinnering.
Frans Vanderschelde:
Vóór de start van het weekend had ik het gevoel dat ik de inhoud van het seminarie niet helemaal kon duiden. Caritas was voor mij een duidelijk en concreet begrip omdat ik al meer dan 20 jaar vrijwilliger ben in een woon-zorgcentrum. Spiritualiteit daarentegen was voor mij een woord dat dikwijls te pas en te onpas wordt gebruikt. Wat diende men daaronder te verstaan? Hoe verhoudt spiritualiteit zich tot de dagdagelijkse werkelijkheid?
In de folder kreeg ik al een zekere aanduiding over welke richting het zou uitgaan: het verhaal van de Emmaüsgangers en de kwetsbare mens.
Het Bijbelverhaal van de Emmaüsgangers is een verhaal van mensen die het moeilijk hebben, die hun droom zien vervliegen, die het niet meer zien zitten. Zij leefden in de hoop dat Jezus degene was die Israël zou bevrijden. Zij waren in de war toen de vrouwen hen kwamen vertellen dat het graf leeg was. Het was alsof hun wereld in elkaar stortte.
Ongemerkt voegde Jezus zich bij hen en zei: "Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?"
Gelatenheid
Ook vandaag zijn er mensen die het niet meer zien zitten. Zij lijden. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Als vrijwilligers, verzorgers en pastores worden wij dagelijks met die dubbele werkelijkheid geconfronteerd. Wij willen het beste voor de mensen maar slagen er niet altijd in om dit waar te maken.
Betekent dit dat wij dit als een mislukking moeten beschouwen? Helemaal niet! Het leven is nu eenmaal een aaneenschakeling van vallen en opstaan. Diep in hun binnenste beseffen de mensen die wij bijstaan en trachten te helpen dit ook. Zij verwachten geen wonderen van ons, maar wel medeleven en menslievendheid.
Dit vergt van onze kant een zekere gelatenheid en veel geduld. Gelatenheid betekent hier helemaal niet 'opgeven'. Wij laten de mensen niet in de steek. Wij willen ze zo goed en zo lang mogelijk helpen en begeleiden, tijdens de moeilijke fases in hun leven. Tegelijkertijd moeten wij kunnen aanvaarden dat we en op een bepaald ogenblik moeten kunnen loslaten en begeleiden naar het einde van hun aardse leven.
Gelatenheid, deemoed, menselijkheid, mededogen en naastenliefde zijn waarden die in onze moderne samenleving al te vaak vergeten worden. Nu moet alles vlug gaan en "efficiënt" zijn en blijft er nog nauwelijks tijd over voor een babbel en een schouderklopje.
Tijdens onze lange gesprekken hebben wij het ook veel gehad over het begrip waardering, niet zozeer in zijn economische maar vooral in zijn geestelijke betekenis. De kern van de vraag was: hoe wordt de dag van vandaag lichamelijke en geestelijke zorg gewaardeerd en hoe verhouden zij zich tot elkaar? Is onze samenleving werkelijk bereid om lichamelijke en geestelijke zorg als volwaardig te aanzien en in beide vormen van zorg voldoende te investeren?
Meer dan een formule
Wanneer wij als hulpverleners andere mensen willen helpen moeten wij er ons van bewust zijn dat hun werkelijkheid niet dezelfde is als de onze. Een twintiger kan denken dat wanneer hij in een rolstoel terecht komt het leven voor hem geen zin meer heeft, maar een rusthuisbewoner kan net tot de tegengestelde conclusie komen en vinden dat hij nog geluk heeft omdat hij zich in zijn rolstoel nog kan verplaatsen en contact hebben met andere mensen.
Tijdens de verschillende sessies werd er sterk de nadruk op gelegd dat vooral hoogopgeleiden meer deemoed moeten tonen. Men zou in dit verband kunnen spreken van een intellectuele hoogmoed en over specialisatie. Te vaak wordt door zorgverleners en administratieve medewerkers het leven van zieken en bewoners herleid tot een reeks cijfers en mathematische formules. De informatisering, die uiteraard ook zijn positieve kanten heeft, leidt er al te vaak toe dat er te weinig tijd overblijft voor het spirituele en de eenvoudige noden van de mensen.
Gelukkig is het niet bij theoretische, ideologische of theologische beschouwingen gebleven. Doorheen de verschillende tussenkomsten werden door de organisatoren wel degelijk bakens uitgezet zodat we niet verzeild raakten in oeverloze discussies. Het geniale van het concept dat men ons presenteerde was de onlosmakelijke verbinding van lichamelijke en spirituele zorg, waarbij werd uitgegaan van de dagdagelijkse praktijk.
Concrete tools
Er werden ons ook hulpmiddelen aangereikt om gemakkelijker oplossingen te vinden voor dagdagelijkse problemen, zoals de toepassing van de presentietheorie, de spiritwijzer, hoe creatief werken in groepen. Wat ik persoonlijk heel positief vond, waren de inleidingen en syntheses van Christel Decap en de tussentijdse bezinningen van deken Piet Capoen.
Onverwachts en ongewild ontstond er ook een intense discussie over de betekenis van het beeld waarin Jezus afdaalt van zijn kruis om de kwetsbare mens de omarmen. Sommigen zagen in dit beeld een kwetsbare God, terwijl anderen de mening toegedaan waren dat dit niet kon omdat God almachtig is. Mijn persoonlijk idee is dat God er is voor ons doorheen de menswording van Jezus die de kwetsbaarheid van de mens aan den lijve heeft ondervonden maar die tegelijkertijd de dood heeft overwonnen door zijn opstanding.
In dat verband is de naam, JHWH, die God zichzelf geeft in het Oude Testament veelbetekenend, ook al mag hij volgens de Joodse traditie niet worden uitgesproken.
Hij betekent: "Hij zal er zijn". Het is God zelf die er voor gekozen heeft om zichzelf met een werkwoord bekend te maken. Het is dus niet alleen door wat God is, maar ook door wat hij doet dat wij hem kunnen erkennen. JHWH houdt ook een belofte in, namelijk dat hij bij ons zal zijn en voor ons zal zorgen.
Het leven van Jezus illustreert dit ten volle.
Frans Vanderschelde