Overslaan en naar de inhoud gaan
Home
  • Abonneer nu
  • Zoeken
  • Help
  • Digitale krant
  • Inloggen
Menu
Sluiten

Hulp nodig? Bel de klantendienst op het nummer
03 210 08 30 (ma-vr: 9-12u, 13-16u) of mail ons

  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
  • Zoeken
  • Ontdek Otheo
  • Otheo voor Kerk en Leven abonnees
  • Wegwijsinfo Kerk in Vlaanderen
  • Vacatures
  • Abonneer nu
  • Bestel proefpakket
  • Ontvang nieuwsbrief
Nieuwsoverzicht
Columns
Paus Leo XIV
Kerk in Vlaanderen
Otheo Radio
Otheo Magazine
previous
next

Poëzieweek: dit zijn de lievelingsgedichten van onze lezers

Heel wat mensen stuurden ons gedichten door die hen nauw aan het hart liggen. Ontdek welke dat zijn en waarom ze hen zo bekoren.

Dé absolute nummer 1: Avondliedeke III - Alice Nahon

't Is goed in 't eigen hart te kijken
Nog even vóór het slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hart heb zeer gedaan;

Of ik geen ogen heb doen schreien,
Geen weemoed op een wezen lei;
Of ik aan liefdeloze mensen
Een woordeke van liefde zei.

En vind ik, in het huis mijns harten,
Dat ik één droefenis genas,
Dat ik mijn armen heb gewonden
Rondom één hoofd, dat eenzaam was…;

Dan voel ik, op mijn jonge lippen,
Die goedheid lijk een avondzoen...
't Is goed in 't eigen hart te kijken
En zó z'n ogen toe te doen.

Negen mensen lieten ons weten dat Avondliedeke III van Alice Nahon tot hun lievelingsgedichten behoort. De Antwerpse dichteres werd maar 37 jaar en stierf in 1933. 

Lees hieronder verder
Alice Nahon © Wikimedia Commons

Veel lezers kennen het gedicht van in hun kindertijd. ‘Ik leerde dit gedicht bij meester Fons in het zesde leerjaar in 1982,’ zo schreef Andy ons. ‘Het rijmschema maakt de inhoud niet stroef. En het is van een goddelijke eenvoud.’

Vaak maakt(e) het gedicht deel uit van een avondritueel. ‘Ik kom uit een kroostrijk gezin van acht kinderen en na ons gezamenlijk avondgebed zeiden we samen dit gedichtje luidop op,’ zegt Wientje. 

Werner leest het gedicht ook vandaag als avondmeditatie. ‘De dag eens overpeinzen, is altijd leerzaam,’ vult Lia aan. Ook Jacques ervaart het gedicht als een kans tot ‘reflectie en gewetensonderzoek, zonder meteen met de vinger te worden gewezen’. ‘Iedere avond de dag overschouwen en ontdekken wat goed en minder goed was, geeft richting aan je leven,’ vertelt Christa. ‘Zo kan je bouwen aan vrede in je directe omgeving en dat schenkt hoop.’

Avondliedeke III raakt duidelijk iets aan van de kern van ons christen zijn. ‘Het is zo puur; de nagel op de kop. Als iedereen zou leven naar de regels van dit gedicht, zou de wereld veel mooier zijn,’ zegt Mia. ‘Het werd mijn levensmotto,’ beaamt Mich. ‘Het sluit aan bij het beleven van mijn christen zijn. Het goede in de mens geeft mij hoop,’ besluit Carina.

Daniël, Lut en Mia stuurden nog drie andere pareltjes van Alice Nahon in:

Stervens-pijn

Daar hangt wat adem van mijn ziel
Op iedere weg, in iedere bloem;
Daar blijft een beetje van mijn hart
In al de namen, die 'k vernoem.
En 'k voel mijn ogen stil verwant
Aan ieders wee..., aan elks verblijden...
Gij, die me lieven hebt geleerd,
God, leer me scheiden.

Mijn God, ik kàn..., ik kàn nog niet;
Daar woont in mij geen stervensrust!
Mijn ziel is nog niet uitgezeid,
Mijn mond heeft niet genoeg gekust...
Zie, in mijn kijkers fonkelen nog
Te lang verkropte, jonge lusten...
Gij, die me hunkeren hebt geleerd,
God, leer me rusten...

Onder mijn voeten reuzelen stil
Verdroogd' en bruin oktoberblaân
Neem Gij mijn handen, God, Ik kàn,
Ik durf er haast niet overgaan...
Mijn zwierige tred is niet gewend
Te trappen op illusie-scherven...
Gij, die me "leven" hebt geleerd,
God, leer me sterven.

‘Ik was bevriend met een unieke zuster, die meer dan negentig jaar werd,’ vertelt Daniël bij dit gedicht. ‘Ze bleef actief tot het einde, maar toen ze te horen kreeg dat haar bloedziekte terminaal was, was ik getuige van de strijd met haar lot. Het vers Mijn God, ik kan… Ik kan nog niet kwam heel erg dichtbij’.

De waarde der goedheid

De Goedheid is een Engel Gods,
die mij dreef van de steile rots,
van bitteren nood en droeven trots
terug naar de valleien,
waar gers en madelieven staan,
waar d'oogen zacht en zachter gaan
tot ze bedauwd van tranen staan
en opnieuw kunnen schreien.

Te schreien in dit Mei-schoon uur
En toch van vreugde aangedaan,
verlicht en met geloken hart
terug naar milder land te gaan.

De Goedheid is een Engel Gods,
die kwam met U,
zoende mij plots
en àl mijn duizend nooden.

Hoe vreemd staat nu de tijd om mij
Ik roep... de engel is voorbij
Hij is mèt U
gevloden.

‘Dit gedicht spreekt voor mij over tederheid en nieuwe kansen’, vertelt Lut ons. ‘Opnieuw mogen beginnen en daar de kracht toe ontvangen vanuit Gods liefde, schenkt veel troost.’

Er is zoveel troost nodig bij mensen. Gedichten kunnen troosten… en dit gedicht troost mij.

Mia

Mensenogen

Ik houd van ogen door weemoed gewijd
Ik houd van ogen die hebben geschreid
Die hunkerend uitzien van groot gemis
Of starlings staren van droevenis.

Ik houd van ogen die prachtig spontaan
Van grote smart naar geluk willen gaan
Die moe van gemijmer in avond’lijk land
Weer blikkeren uit ruiten waar zonlicht in brandt.

Maar God’lijk de kijkers die schreiens gereed
Schitteren en zingen hoog boven hun leed
‘t Zijn zij die der zielen ellende bevroên
die lachen om and’ren geen zeer te doen.

Mia koos voor Mensenogen. Ze ziet er een beschrijving van het menselijke leven in. ‘Er is zoveel troost nodig bij mensen,’ voegt ze eraan toe. ‘Gedichten kunnen troosten… en dit gedicht troost mij.’

***

Ook Guido Gezelle wordt gesmaakt

Dat er ook meerdere gedichten van Guido Gezelle (1830-1899) werden ingezonden, is wellicht geen verrassing. Deze Brugse priester-leraar was één van de belangrijkste Vlaamse dichters van de 19de eeuw. Voor zijn rijke symbolische taal putte hij vaak uit de natuur.

Lees hieronder verder
Guido Gezelle © Wikimedia Commons

Het Schrijverke

O krinklende winklende waterding,
met 't zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op 't waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zoo snel,
al zie 'k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zoo wel,
al zie 'k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over 't spegelend water klaar,
en 't water niet méér en verroert
dan of het een gladdige windtje waar,
dat stille over 't waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, -
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die 't mij zeggen kan: -
Wat schrijft en wat schrijft gij zoo zeer?
Gij schrijft, en 't en staat in het water niet,
gij schrijft, en 't is uit en 't is weg;
geen Christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn 't visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn 't kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn 't keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of 't water, waarop dat ge drijft?
Zijn 't vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is 'et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken, zelf?
En 't krinklende winklende waterding,
met 't zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink, en 't bleef daar een stondeke staan:
‘Wij schrijven.’ zoo sprak het, ‘al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zoo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog, den heiligen Name van God!

‘De opeenvolging van klanken roept een lichtheid en vrolijkheid op die deugd doen’, schrijft Annette. 

Voor Mieke was Het Schrijverke het eerste gedicht dat ze onthouden heeft: ‘Ik ging met mijn zus, broers en klasgenoten naar de dorpsschool. Onderweg zeiden we het gedicht samen op.’

Als de ziele luistert

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
’t lijzigste gefluister
ook een taal en teeken heeft:
blâren van de boomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stroomen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
’t diep gedoken Woord zoo zoet …
als de ziele luistert!

Als de ziele luistert, komen we 't diep gedoken Woord op het spoor.

Ingrid

Voor Ingrid geeft bovenstaand gedicht aan hoe je tot Godsontmoeting kan komen: ‘Als de ziele luistert komen we het ‘t diep gedoken Woord op het spoor.’

Blijdschap

Ja! Daar zijn blijde dagen nog in 't leven,
hoe weinig ook, daar zijnder nog voorwaar,
en geren zou ik alles, alles geven
om één van die, mijn God, om éénen maar,
wanneer ik U gevoel, U heb, U drage,
mij onbewust, U zelf ben, mij niet meer,
U noemen kan, mijn God, en zonder klagen
herhalen: God! mijn God en lieve Heer!
o Blijft bij mij, Gij Zon van alle klaarheid,
o blijft bij mij, blaakt deur end deur mij nu,
o blijft bij mij, één dingen, één is waarheid,
al 't ander al is leugen buiten U!
Gij zijt mijn troost, toen alle troost venijn is,
Gij zijt mijn hulpe, als niemand helpt, elk vlucht,
Gij zijt mijn vreugde, als elke vreugd een pijne is,
‘Hallelujah,’ als alles weent en zucht.
Gij, God van al dat is of ooit zal wezen,
wat komt Gij toch mij arem ding zoo bij,
wat ben ik zelf hoog hemelhoog gerezen,
hoe diep gegrond ik in ellenden zij!
Wat gaat mij om in 't wondere van die stonden,
als 't hert mij gloeit en de oog mij berst, en ik,
van tranen dronk', onmachtig ril ten gronde
en in een storm van liefde en vreugde stik!
Ben ik het nog die weene? Kan mijn herte
nog de edele taal der liefde, dat zoo lang
gesloten ligt, door zonde, en zeer en smerte,
aan ketens vast, en naar de dood verlangt?
Ben ik het nog die in de stem der winden
Uw spreken hoor, mijn Jesu, Uwe taal
in alle taal, hoe kleen ook, wedervinde,
en Uw gedaante in iederen blommenstaal?
Ben ik het nog die minne al die mij haten,
ben ik het nog die duizend levens wou
voor U, mijn God, en iederen mensche laten,
en, zelfvergeten, lachend sterven zou?
o! Blijde stonden zijnder nog in 't leven,
en, ware, o God, Uw Hemel anders niet
als één van die, nog zou ik alles geven
voor één van die, gelijk ik nu... ik nu geniet.

Lieve verbindt het gedicht Blijdschap met mystiek. ‘Gezelle kon Gods nabijheid ervaren. Door alle menselijke gevoelens heen. Tegenwoordig wordt ons geloof dikwijls alleen nog maar geassocieerd met een aantal waarden. Maar onze God is een nabije God. Wij mogen Hem ervaren, voelen,... wat er verder ook is in ons leven.’

Ook het volgende gedicht van Gezelle, Moederken, stuurde Lieve ons door, ‘omdat het zo puur is’:

Moederken

‘t En is van u
hiernederwaard,
geschilderd of
geschreven,
mij, moederken,
geen beeltenis,
geen beeld van u
gebleven.

Geen teekening,
geen lichtdrukmaal,
geen beitelwerk
van steene,
‘t en zij dat beeld
in mij, dat gij
gelaten hebt,
alleene.

o Moge ik, u
onweerdig, nooit
die beeltenis
bederven,
maar eerzaam laat
ze leven in
mij, eerzaam in
mij sterven.

***

Nog meer poëzie die hulde brengt aan moeders

De liefde voor hun eigen moeder doet ook Lieve en Arlette houden van gedichten die moeders bezingen. Het eerste is van de hand van Toon Hermans (1916-2000), Nederlands cabaretier, kunstschilder en dichter. Het tweede van René De Clercq, de Vlaamse schrijver, dichter, politiek activist en componist uit Deerlijk (1877-1932).

Moeder - Toon Hermans

Haar ogen waren blauw, haar haren grijs
ze zei dat ze maar weinig dingen wist
maar wat ze zei, was zó gerijpt... zó wijs
wel duizendmaal heb ik gedacht: dát is 't !

de hoog're dingen speelden bij haar mee
zij zag het leven in een ander licht
zo stond ze ook te kijken naar de zee
'n glimlach op haar nobele gezicht

zo kunnen bomen in het landschap staan
in volle rust en helemaal compleet
zo is ze ook die morgen doodgegaan
en nooit vergeet ik wat zij voor me deed

Mijn moeder was een heilige vrouw - René De Clercq

Mijn moeder was een heilige vrouw.
O, daar ligt blijdschap in die rouw.
Mijn moeder was heilig rein en zoet.
Als de melk van haar borst, o mijn moeder was goed.
En schoon, schoon oud! Niet een groef in haar wang.
Haar ogen al ziel en haar woorden al zang.
Je hoorde, je zag haar en vroeg, mijn vriend,
Ach jongen waar heb je zo’n moeder verdiend?
En toch, je wist nog niet half wat zij deed
Uit verborgen zorgen; hoe hard zij streed
In de nederigheid van haar weduwsmart,
Met een roos op ‘t gelaat en een doorn in ’t hart
Haar kinderen schonk zij het brood uit haar mond
Tot het laatste bloed uit haar warme mond..
Mijn moeder… zoete gedachtenis,
Beheers wat er goeds in mijn leven is!

***

… en ook aan kinderen en vaders

Bij Hilda prijkt Berceuse Nr. 2 van de Antwerpse dichter Paul van Ostaijen (1896-1928) op het raam. Het gedicht wordt vaak geassocieerd met zowel de tederheid van een wiegje als de berusting bij het overlijden van een kind.

Berceuse Nr. 2 - Paul van Ostaijen

Slaap als een reus
Slaap als een roos
Slaap als een reus van een roos
Reuzeke
Rozeke
Zoetekoeksdozeke
Doe de deur dicht van de doos
Ik slaap.

Hilda voelt zich vooral aangesproken door de vorm van het gedicht:  ‘Het klinkt zo goed met al de alliteraties. Het straalt rust uit en heeft zo'n mooie lay-out. Mijn schoondochter heeft het in schitterende letters op mijn raam geschreven ter gelegenheid van de poëzieweek. Zo kan iedereen ervan genieten.’

Het huis mijns vaders - Karel Van De Woestijne

Het huis mijns vaders is het beroemde openingsgedicht uit de debuutbundel Het vader-huis van de Vlaamse dichter Karel van de Woestijne (1878-1929).

We dragen het verleden in ons beleven van het heden. Weemoedig en positief tegelijk.

Magda

Magda koos het voor ons uit en verwoordt haar liefde voor het gedicht als volgt: ‘Het beschrijft het verleden en toch roept het ook het heden op. We dragen het verleden in ons beleven van het heden. Weemoedig en positief tegelijk. En wat een prachtige vormgeving!’

Het huis mijns vaders waar de dagen trager waren,
was stil, daar 't in de schaduwing der tuinen lag
en in de stilte van de rust-gewelfde blaêren.
- Ik was een kind, en mat het leven aan de lach
van mijne moeder, die niet blij was, en aan 't waren
der schemeringen om de bomen, en der jaren
om 't vredig leven van de roereloze dag.

En 'k was gelukkig in de schaduw van dit leven
dat naast mijn dromen als een goede vader ging...
- De dagen hadden mij de vreemde vreugd gegeven
te weten, hoe een vlucht van grote vooglen hing,
iedere avond, in de teedre zomer-luchten
die zeegnend om de ziel der needre mensen gaan,
als de avond daalt, en maalt in avond-kleur de vruchten
die rustig-zwaar in 't loof der stille bomen staan.

...Toen kwaamt gij zacht in mij te leven, en we waren
als schaamle bloemen in de avond, o mijn kind.
En 'k minde u. - En zo 'k vele vrouwen heb bemind
sindsdien, met moede geest of smeekende gebaren:
u minde ik; want ik zag uw kinder-ogen klaren
om schuine bloemen in de tuine', en uw aanschijn
om mijn eenzelvig doen en denken troostend zijn,
in 't huis mijns vaders, waar de dagen trage waren.

***

Hedendaagse dichters

Marc, Karel, Hilde en Rita stuurden ons poëzie door van enkele hedendaagse dichters. Hoewel hun naam (nog) geen al te grote bekendheid geniet, liggen de schrijfsels hen nauw aan het hart.

Pasen - Jan Veulemans

Dit zeg ik
aan een stad vol open kinderen
aan de harde gevels van altijd
aan de blinden d.w.z. aan allen:

er is weer adem voorradig,
geen keizer kon verhinderen
dat alles spreekt bij monde van een dode,
een steen is van een graf gevallen
aldus Lucas en de anderen.

En ik een mogelijke bode
verrijzend uit een wereld van getallen
ik plots een bruikbaar lied
een eigenhandig alleluja.

In achterbuurten breek ik broden
verzamel kinderen van de hoop
predik de onmogelijke liefde.
Ik voorspel het einde der wijzen
de aanvang van een zachte revolutie.

Dat heet ik het uur van Pasen
Dat heet ik verrijzen.

De Turnhoutse Jan Veulemans (geboren in 1928) publiceerde al romans, essays en novellen, maar is vooral gekend als dichter.

Volgens Marc heeft ‘niemand met meer vaart, met meer vuur en met meer overtuigingskracht de essentie van Pasen in een gedicht gegoten. Er is weer adem voorradig. Als dat geen hoop geeft!’

Het mooiste gedicht - Maurits Tachelet

Het mooiste gedicht
Heeft geen stem
Geen gezicht
Niemand ziet het
Niemand leest het
Niemand kan het horen
Het schuilt verstild
In de kelder
Van een te weelderig huis
Van woorden...woorden...woorden
Het mooiste gedicht
Wordt nooit geboren
Het houdt van de stilte
Zingt onhoorbaar
En is juist daarom zo onsterfelijk

Maurits Tachelet werd geboren in Mielen-Gingelom (Haspengouw) in 1934. Het mooiste gedicht werd in 2017 Gedicht van de maand op de school waar hij oud-leraar was.

Het mooiste gedicht
Wordt nooit geboren
Het houdt van de stilte

Maurits Tachelet

Karel voelde zich meteen aangegrepen door de titel van dit gedicht. ‘Het gedicht zegt zelf dat het mooiste gedicht eigenlijk niet bestaat, of toch niet in woorden te vatten is.’

Troost - Jo Van Driessche

laat dagen bloemen worden
en bloemen tranen
en tranen wortels
en wortels adem
en adem vreugde
en vreugde vragen
en vragen pijn
en pijn vrede
laat vrede dagen worden
en de dagen zullen vol zijn

‘Jo Van Driessche is mijn broer,’ laat Hilde ons weten. ‘Dit gedicht stond op het gedachtenisprentje van mijn overleden gouden echtgenoot.’ 

Jo is een dichter uit Lierde (Oost-Vlaanderen) die aan verschillende wedstrijden meedoet. Via deze facebookpagina kan je kennismaken met meer van zijn gedichten.

Ook Rita vindt troost en houvast in het gedicht van een familielid:

Voor altijd - Anais Heyde

En toen kwam jij
helemaal onverwacht
helemaal onbedacht
kwam jij
bij mij binnen
in mijn hart
in mijn diepste wezen
kwam jij mijn verdriet
en mijn vreugde lezen
was jij het
die mij verder droeg
was jij het
waar 'k de weg aan vroeg
en toen was
jij
voor altijd in mijn leven

***

Poëzie uit Nederland

Niet alleen Toon Hermans kan onze lezers bekoren. Ook andere Nederlandse dichters zijn geliefd bij onze lezers.

Denise koestert warme herinneringen aan een vers dat vaak op tegeltjes verschijnt:

Daar alleen kan liefde wonen.
daar alleen is 't leven zoet,
waar men stil en ongedwongen
alles voor elkander doet.

Dit vers is eigenlijk afkomstig uit een ruimer gedicht, getiteld Het goede voorbeeld, van Hieronymus van Alphen (1746-1803), een invloedrijke 18e-eeuwse Nederlandse dichter:

Vader leeft met onze moeder
altoos vergenoegd en blij,
o Hoe lieven zij elkander,
nimmer knorren zij als wij.

Toont er een iets te verlangen,
dan zegt de ander: dat is goed!
Moeder is het best te vreden,
als zij iets voor vader doet.

Vader poogt altoos te weten
wat de wensch van moeder is;
En het geen haar mogt verveelen,
geeft aan vader droefenis.

Vader gaf de beste perzik
laatst aan moeder met een zoen;
Hij wou zelf er niet van eeten:
Klaartje, zouden wij dit doen?

Liefste zusje, liefste broertjes
o het strekt ons tot verwijt,
Dat wij dikwijls zo krakkeelen;
ach gij weet niet hoe 't mij spijt.

Komt, mijn liefjes, laat ons leven
tot elkanders nut en vreugd!
Laat ons pogen na te volgen
vaders liefde en moeders deugd.

Daar alleen kan liefde woonen,
daar alleen is 't leven zoet,
Waar men, blij en ongedwongen,
voor elkander alles doet.

Denise: ‘Het is een gedicht uit mijn kindertijd toen ik samen met mijn buurmeisje bij mijn Maria op bezoek ging. Onze ouders werkten hard en wij werden daar opgevangen. We maakten kennis met haar zelfgemaakte adventskrans, de mooiste die we ooit gezien hebben.’

De ploeger - Adriaan Roland Holst

Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren —
Ik sta in uwen dienst, zonder bezit —
Maar ik ben rijk in dit:
Dat ik de ploeg van uw woord mag besturen,
En dat gij mij hebt toegewezen
Dit afgelegen land en deze
Hooge landouwen, waar — als in het uur
Der schafte bij de paarden van mijn wil
Ik leun vermoeid en stil —
De zee mij zichtbaar is zoover ik tuur.

Ik vraag maar een ding: kracht
Te dulden dit besef, dat ik geboren ben
In ’t najaar van een wereld
En daarin sterven moet —
Gij weet hoe, als de ritselende klacht
Van die voorbije schoonheid mij omdwerelt,
Weemoed mij talmen doet
Tot ik welhaast voor u verloren ben —

Ik zal de halmen niet meer zien
Noch binden ooit de volle schoven,
Maar doe mij in den oogst geloven
Waarvoor ik dien —

Opdat, nog in de laatste voor,
Ik weten mag dat mij uw doel verkoor
Te zijn een ernstig ploeger op de landen
Van een te worden schoonheid; eenzaam tegen
Der eigen liefde dalend avondrood, —
Die ziet beneden aan de sprong der wegen
De hoeve van zijn deemoed, en het branden
Der zachte lamp van een gelaten dood —

Priester Jaak liet dit gedicht van Adriaan Roland Holst (1888-1976) afdrukken op het herinneringsprentje van zijn wijding, nu 54 jaar geleden. ‘Het is mij altijd bijgebleven. Ik bid het nog steeds af en toe. Ik weet dat ik die ‘volle schoven’ niet zal binden; zelfs na al die jaren niet. Maar het geeft mij hoop dat vele jonge mensen in Afrika klaar staan om de fakkel over te nemen. Ik denk in het bijzonder aan onze Afrikaanse confraters. Ik ben zelf missionaris in Afrika (Congo, Rwanda). Daarom blijf ik geloven in de oogst waartoe God mij geroepen heeft.’

Ik liet het gedicht afdrukken op het herinneringsprentje van mijn wijding. Het is me altijd bijgebleven. Ik bid het nog steeds af en toe.

Jaak

Alles gaat voorbij - Titus Brandsma

Neem de dagen zoals ze komen,
de schone met een dankbaar hart en
de kwade ter wille die volgen,
want het ongeluk is maar een
voorbijganger

Voor Denise heeft Alles gaat voorbij van de heilige priester-mysticus Titus Brandsma (1881-1942) een bijzondere betekenis. ‘Toen mijn man gestorven was, kon ik nergens troost vinden. Ik zocht mijn toevlucht in poëzie, in woorden waar ik veel aan had.’

De Nachtegalen - J.C. Bloem

Ik heb van ‘t leven vrijwel niets verwacht,
‘t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.
Wat geeft het? — In de koude voorjaarsnacht
Zingen de onsterfelijke nachtegalen.

Jakobus Cornelis Bloem (1887-1966) was een Nederlandse dichter en essayist over poëzie. ‘Het is sowieso mijn favoriete dichter,’ zegt Frans. ‘Dit korte gedicht is typisch Bloemiaans en al vele jaren mijn lievelingsgedicht van zijn hand. Het biedt me een klein beetje warmte te midden van een kille samenleving.’

***

Anderstalige gedichten

Niet alleen Vlaamse en Nederlandse poëzie, maar ook anderstalige dichters inspireren onze lezers.

Luck stuurde een gedicht van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (1830-1886) in. 

Lees hieronder verder
Emily Dickinson © Wikimedia Commons

'Dit is een tekst die mij steeds weer hoop biedt als de hoop ver weg lijkt,' zegt Luck over onderstaand gedicht.

Hope is the thing with feathers - Emily Dickinson

“Hope” is the thing with feathers -
That perches in the soul -
And sings the tune without the words -
And never stops - at all -

And sweetest - in the Gale - is heard -
And sore must be the storm -
That could abash the little Bird
That kept so many warm -

I’ve heard it in the chillest land -
And on the strangest Sea -
Yet - never - in Extremity,
It asked a crumb - of me

Dit is een tekst die me steeds weer hoop biedt als de hoop ver weg lijkt.

Luck

Karel en Cecilia stuurden ons elk een gedicht van Paul Verlaine (1844-1896) door, beschouwd als één van de grootste Franse dichters. Zijn werk wordt getypeerd door muzikaliteit en probeert diverse schakeringen uit het gevoelsleven te verwoorden. Mystiek is vaak een thema in zijn poëzie.

Aimer

Aimer c'est le plaisir sur terre
Ne pas aimer,c'est la misère
Ne plus aimer c'est le malheur
Aimer toujours c'est le bonheur

‘Ik ben een rasechte Vlaming hoor,’ vertrouwt Karel ons toe. ‘En toch vind ik dit Franstalige gedicht één van de mooiste. Waarom? Omdat het zo kort en eenvoudig is en tegelijkertijd ook ongelofelijk WAAR.’

Chanson d'automne

Les sanglots longs
Des violons
De l’automne
Blessent mon cœur
D’une langueur
Monotone.

Tout suffocant
Et blême, quand
Sonne l'heure,
Je me souviens
Des jours anciens
Et je pleure

Et je m'en vais
Au vent mauvais
Qui m'emporte
Deçà, delà,
Pareil à la
Feuille morte.

Voor Cecilia is bovenstaand gedicht verbonden met een expliciete herinnering: ‘De eerste twee regels van het gedicht waren de code voor het verzet om de Operatie Overlord aan te kondigen (juni 1944).’ Overlord betekende het begin van de bevrijding van West-Europa van de bezetting door Duitse troepen onder leiding van Adolf Hitler.

Ook Maria zond ons een gedicht in dat geschreven werd in een context van oorlogsdreiging. Met onderstaande poëzie richtte de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) zich kort voor zijn terechtstelling door de nazi’s tot zijn verloofde, Maria von Wedemeyer:

Von guten Mächten treu und still umgeben - Dietrich Bonhoeffer

Von guten Mächten treu und still umgeben,
behütet und getröstet wunderbar,
so will ich diese Tage mit euch leben
und mit euch gehen in ein neues Jahr.

Noch will das alte unsre Herzen quälen,
noch drückt uns böser Tage schwere Last.
Ach Herr, gib unsern aufgeschreckten Seelen
das Heil, für das du uns geschaffen hast.

Und reichst du uns den schweren Kelch, den bittern
des Leids, gefüllt bis an den höchsten Rand,
so nehmen wir ihn dankbar ohne Zittern
aus deiner guten und geliebten Hand.

Doch willst du uns noch einmal Freude schenken
an dieser Welt und ihrer Sonne Glanz,
dann wolln wir des Vergangenen gedenken,
und dann gehört dir unser Leben ganz.

Laß warm und hell die Kerzen heute flammen,
die du in unsre Dunkelheit gebracht,
führ, wenn es sein kann, wieder uns zusammen.
Wir wissen es, dein Licht scheint in der Nacht.

Wenn sich die Stille nun tief um uns breitet,
so laß uns hören jenen vollen Klang
der Welt, die unsichtbar sich um uns weitet,
all deiner Kinder hohen Lobgesang.

Von guten Mächten wunderbar geborgen,
erwarten wir getrost, was kommen mag.
Gott ist bei uns am Abend und am Morgen
und ganz gewiß an jedem neuen Tag.

Charlotte bezorgde ons tot slot onderstaand bijzondere gedicht ‘omdat het zo origineel, creatief, begrijpelijk en diepgaand tegelijk is’:

Een ui - Wislawa Szymborska (vertaald door Gerard Rasch)

Een ui is wat anders.
Hij heeft niets inwendig.
Is ui uit en te na,
is maximaal uiachtig.
Uivormig van buiten,
uiig tot in zijn kern,
kan hij zonder schrikken
bij zichzelf naar binnen blikken.

In ons is alles wild, uitheems,
nooddruftig met huid overdekt,
in ons intern - een inferno,
onstuimige anatomie,
terwijl in uien uien huizen,
en geen kronkeldarmen kruipen.
Uiennaaktheid is veelvuldig,
diep en diep en dergelijke.

Een consistent zijnde, de ui,
geslaagde schepping, door en door.
In de een zit een ander, dus na
de grootste komt een kleinere,
en na deze de volgende,
de derde, vierde, verdere
Een inwaarts gaande fuga,
een echo gebundeld tot koor.
Een ui begrijp ik tenminste:
's werelds bevalligste buik,
die zichzelf tot eigen glorie
met aureolen omwikkelt.
In ons - vetten, nerven, aders,
slijm, geheimzinnig gedoe.
En voor ons is die idiotie
der perfectie taboe.

Maria Wisława Anna Szymborska was een Poolse dichteres (1923-2012). Ze behoort tot de belangrijkste dichters van haar generatie in Polen en is een van de meest gelezen én gelauwerde dichters van deze tijd. Haar oeuvre is klein (slechts 400 gedichten), maar ze zijn wereldberoemd en uitgebracht in 40 talen.

Maria Wisława Anna Szymborska © Wikimedia Commons

Delen

E-mail
Facebook
X
Print
Laatste aanpassing op 04/02/2026 om 13:42

Lees meer

kindertekening met ventje en regenboog

Red de mens! 8 pauselijke tips om onze menselijkheid te bewaren in tijden van AI

Artificiële intelligentie is een product van menselijke creativiteit en vernuft. Maar we moeten haar inzetten om onze wereld beter te maken.

Paus Leo XIV ondertekent zijn eerste encycliek.

Gelezen en samengevat: ontdek de encycliek ‘Magnifica Humanitas’ (Prachtige Mensheid)

Een nieuwe Toren van Babel of een heilige stad voor God en mensen? Met dit beeld schetst paus Leo XIV de keuze waar we als mensheid voor staan.

Stef Bos.
Video

‘Geest van hierboven’ - Stef Bos zingt over Pinksteren

Stef Bos zingt met het jongerenkoor Samen Op weg een eigen bewerking van deze pinksterklassieker.

Home
Algemeen
  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Ontdek Otheo
  • Kerk & Leven abonnees
  • Wegwijs Kerk in Vlaanderen
  • Deelsite op Otheo
  • Vacatures
Klantendienst
  • Abonnementen
  • Proefpakket
  • Nieuwsbrief
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Instagram
  • Twitter
  • YouTube
Liturgische hoogtepunten
  • Advent en Kerstmis
  • Pasen
  • Pinksteren
  • Hemelvaart
  • Allerheiligen en Allerzielen
Bisdommen
  • Bisschoppenconferentie
  • Aartsbisdom Mechelen-Brussel
  • Bisdom Antwerpen
  • Bisdom Brugge
  • Bisdom Gent
  • Bisdom Hasselt
  • Vicariaat Brussel
  • Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
© Otheo 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures

Nieuw bij Otheo? Ontdek hier wie we zijn en wat we voor je kunnen doen.

CIM