Waarom Beauraing mijn favoriete Mariaoord is – Rik Torfs [column]
Ik herinner me een gesprek met de betreurde Etienne Vermeersch (1934-2019) over Mariaverschijningen. Of die waar konden zijn? ‘Natuurlijk niet’, wist hij. ’Ze zijn inbeelding. Of hysterie.’ Iets in mij verzette zich tegen dit heldere antwoord. Ik kon er misschien mee leven dat ze niet ‘waar’ waren vanuit het perspectief van de bezoldigde factchecker. Maar inbeelding of hysterie? Terwijl de oorden waar Maria verscheen zoveel mensen gelukkig hebben gemaakt, bevrijding en genezing hebben geschonken.
Beauraing is mijn favoriete Mariaoord. Het is mooi en verzorgd. Het ligt in een prachtige streek. Vijf kinderen zouden er tussen 29 november 1932 en 3 januari 1933 liefst 33 keer Maria hebben gezien. Ze werden grondig op de rooster gelegd, maar zijn altijd bij hun verhaal gebleven. Ondanks de terechte scepsis waarmee ze te kampen hadden. Ook onder katholieken. We moeten niet denken dat we toen volkomen naïef waren en vandaag buitengewoon verlicht zijn.
We moeten niet denken dat we toen volkomen naïef waren en vandaag buitengewoon verlicht zijn.
Iets later werden ook Mariaverschijningen gemeld in Banneux in de provincie Luik. Naar het schijnt was mijn eigen overgrootmoeder daar ietwat ironisch over. ‘Maria verschijnt tegenwoordig zo vaak’, zei ze. ‘Je zou denken dat ze niet meer tevreden is in de hemel.’ Misschien was dat ook zo, wie zal het zeggen?
De verschijningen in Beauraing grepen plaats tijdens donkere winteravonden, vaak nabij een kleine meidoornstruik in de tuin van de zusterschool. De allereerste keer verscheen Maria boven een ruwe spoorwegbrug die schuin over de straat liep. De brug ziet er nuchter en efficiënt uit. Ze dateert van het einde van de negentiende eeuw. Haar banaliteit heeft iets ontroerends. Geen glamour of glitter, geen rode loper, geen opgeklopte ambiance. Geen gevoel dat het hier en nu allemaal gaat gebeuren. Integendeel. Wat is soberder dan een eenvoudige spoorwegbrug diep in de maand november?
Lees ook
Een paar weken geleden zat ik op een bankje in de bloemrijke tuin van het heiligdom van Beauraing naar die fameuze brug te kijken. Ik dacht aan de ingenieurs die haar ontworpen hebben. De treinen tussen Beauraing en Rocroi in Frankrijk behoefden een veilige verbinding. Daar ging het om. Honderd procent zeker dat geen enkele ingenieur een ogenblik dacht aan een mogelijke verschijning van Maria.
Ik weet niet of ze werkelijk in Beauraing is verschenen. Maar het lijkt het me geen slecht idee om precies daar te verschijnen. Boven een spoorwegbrug. Op 29 november, wanneer de donkere winter moet beginnen. Alles pleit ertegen. Het idee is zo contra-intuïtief dat het aantrekkelijk wordt.
En opeens dacht ik aan de Kerk in onze tijd. Gebouwen krijgen een andere bestemming, oude priesters sterven, eucharistievieringen worden zeldzaam, uitvaarten verhuizen naar gepolijste rouwcentra. Je moet sterk staan om in een florissante toekomst te blijven geloven. Gemakkelijker lijkt het stilletjes verder te gaan met de heilige rest.
En toch. Alles kan opnieuw beginnen wanneer niemand het verwacht. Diep in de herfst, in het aanschijn van de winter.
