'Baas en hond' toont opnieuw dat Madeleine Delbrêl geloof op een toegankelijke manier wil delen
Wat heeft jou ertoe gebracht juist dit verhaal van Madeleine Delbrêl opnieuw te vertalen en uit te geven? Wat maakt 'Baas en hond' volgens jou vandaag zo bijzonder?
P. Raes • Ten eerste, het verhaal zelf. Het is verrassend, ontroerend, diepzinnig en bij momenten grappig, zoals een fabel behoort te zijn. Ten tweede, de vorm van het verhaal. Het genre van de fabel prikkelt de verbeelding en dat is heel waardevol, ook op het vlak van vorming en catechese. Dankzij de verbeelding kunnen moeilijke begrippen heel toegankelijk en concreet worden. 'Baas en hond' is dankzij de vorm zowel diepzinnig als eenvoudig.
De fabel heeft als ondertitel ‘Een vriendschap die levens redt’. Gaat het in de eerste plaats over menselijke verbondenheid, over geloof, of juist over de relatie tussen God en mens?
P. Raes • Beide. En dat is net de sterkte van het verhaal. Je kunt het op verschillende niveaus lezen. Madeleine heeft er zeker een geloofsdimensie in verweven (net zoals elementen uit haar eigen biografie) maar het is niet zo dat het verhaal pas betekenis krijgt vanuit die gelovige invalshoek. Het verhaal staat er ook als verhaal, als vertelling over de avonturen van een jong hondje.
Over Madeleine Delbrêl als persoon
Madeleine Delbrêl leefde en werkte in Ivry-sur-Seine, een uitgesproken communistische en geseculariseerde omgeving. Wat kunnen wij vandaag leren van haar manier, om christen te zijn te midden van mensen die niet geloven?
P. Raes • Madeleine Delbrêl had haar omgeving heel goed begrepen, en ook met gelovige ogen leren lezen. Daardoor was ze op een heel ontspannen manier christen. Ze wilde geen terrein terugwinnen maar voelde heel duidelijk aan dat in de context van Ivry ze aan geloofwaardigheid won door de kracht van haar menselijkheid én dat ze vervolgens ook vrijmoedig moest spreken van haar liefde voor Jezus en de Kerk. Dat is haar belangrijkste les: als het geloof in een seculiere omgeving alle ‘vanzelfsprekendheid’ verliest (niet meer voor zich spreekt) dan moeten we zelf spreken. Nooit dwingend maar wel vrijmoedig.
Hoe past 'Baas en hond' in het oeuvre van Madeleine Delbrêl? Met welke bedoeling heeft ze deze tekst uitgegeven? En waarom kiest ze voor de vorm van een fabel?
P. Raes • Er is heel weinig bekend over de motieven van Madeleine en waarom ze voor de vorm van een fabel koos. We weten wel dat ze het ‘bij wijze van ontspanning’ schreef terwijl ze werkte aan haar hoofdwerk ‘Ville marxiste, terre de mission’ (1957). Anderzijds is het Madeleine ten voeten uit: ook hier speelt haar literaire talent, haar zin voor humor en, niet te vergeten, haar verlangen om haar geloof op een toegankelijke manier te delen met anderen.
Over de betekenis van Madeleine Delbrêl voor de Kerk vandaag
Is de fabel van Madeleine Delbrêl volgens jou vooral voor mensen die al gelovig zijn, of kan dit werk ook iets betekenen voor mensen die zoeken, twijfelen of helemaal niet geloven?
P. Raes • Dat hoop ik, en dat is volgens mij ook de reden waarom Madeleine voor het genre van de fabel koos. Je kunt gemakkelijk in het verhaal stappen en met de gebeurtenissen je eigen visie vormen. Dat is de kracht van een open genre zoals de fabel.
Tot slot: als je één zin of gedachte van Madeleine Delbrêl aan onze Kerk vandaag zou mogen meegeven, welke zou dat dan zijn?
P. Raes • Wat ik wil meegeven, is een anekdote die Madeleine zelf vertelt in een tekst van 1962 over atheïsme en evangelisatie.
“Ik heb lang samengewerkt met een communist. Hij was heel trouw aan de partij en aan zijn overtuiging. Hij had geen enkel christelijk verleden. Op een dag zegt hij: ‘Ik heb een christen gekend die ik nooit zal vergeten, een buitengewone mens. Wat anderen overkwam, nam hij ter harte. Met wat hemzelf overkwam liep hij niet te koop. Als men hem kwaad berokkende trok hij daartegen niet van leer.’ Ik weet niet wie die man is. Maar ik heb al heel vaak voor hem gebeden. Elke dag vraag ik God dat ik op hem zou gelijken, ik en vele anderen.”

