Bedevaarder Annemarie Debouvrie: "Mijn kleindochter, het ‘wonder’ van Lourdes"
Annemarie Debouvrie (79) ging voor het eerst naar Lourdes in de jaren ‘70 met de KAV.
Waarom ga je mee op Lourdesbedevaart?
Toen ik de eerste keer in Lourdes was, voelde het een beetje raar. Aan de grot waren heel wat mensen verzameld, ik knielde, keek Maria aan en zei: “Maria, ik voel eigenlijk niet meteen iets.” Maar op het einde van de bedevaart voelde ik al veel meer: het was een gevoel dat me nooit meer losliet. Elk jaar opnieuw ben ik blij om stil te mogen worden bij Maria, om er te bidden, te genieten, het leven te delen met zoveel verschillende mensen die allemaal hun vreugde en verdriet willen vertellen aan Maria.
Hoe zien je dagen er op bedevaart uit?
Vooreerst probeer ik het stiller te maken in mijn hoofd en in mijn hart. De intenties van de mensen en mijn eigen intenties vertrouw ik in een gebed aan Maria toe. Ik ontmoet graag veel verschillende mensen voor een babbel bij een trappistje op café. Samen met anderen bidden die van overal komen: die verbondenheid is onevenaarbaar.
Waar kijk je het meest naar uit?
Het meest kijk ik ernaar uit om stil te worden bij Maria en haar mijn zorgen en momenten van geluk toe te vertrouwen. Verder vind ik het heerlijk om samen te bidden, te zingen en anderen te ontmoeten.
Wat is je mooiste bedevaartherinnering?
Toen mijn kleindochter Julie zestien jaar was - intussen is dat 23 jaar geleden - ging ze met me mee op Lourdesbedevaart. Ze was verslaafd aan drugs. Desondanks behandelden de verplegers en vrijwilligers haar met veel respect en ze lieten haar meewerken in de organisatie. Ik ben daar nog altijd heel dankbaar voor. Ze gebruikte nog steeds heroïne, maar kort na de bedevaart kreeg ik het bevrijdende bericht dat ze zich wou laten helpen. Intussen is ze niet meer verslaafd. Ze refereert naar de tijd in Lourdes nog steeds als ‘die heftige periode’. Wie haar in Lourdes toen heel nabij was, spreekt nog steeds over ‘het wonder van Lourdes’.
Op het einde van elke Lourdesbedevaart werp ik een laatste blik op Maria met de gedachte dat ze me begeleidt naar huis en me ook daar blijft bijstaan, elke dag opnieuw.




